Naar
buiten, niet stilzitten, aan het werk in de "vrije"
natuur. Bij de boer. Als negentienjarige wacht hem de – vervroegde
- militaire dienst, die toen nog 18 maanden duurde. Na deze tijd is
er geen werk meer voor Willem en via via komt hij terecht bij een
paar boerenvrouwen in Luxemburg. De landsgrenzen worden weliswaar
verlegd, maar de vrouwen eisen een strak werkstramien. Dus veel
werken en lange uren maken. Willem houdt het een winter uit en gaat
snel weer op zoek naar ander werk. Hij verricht een tijdje
boerenwerk op Ellerhuizen bij de Hellinga's.
Melkloop
In 1956 komt de kans van zijn leven voorbij. Er is een melkloop
te koop van Niek Bouwman. De overnamesom is welgeteld drieduizend
gulden en dat heeft deze hardwerkende dagloner natuurlijk niet in
zijn sok liggen. Gelukkig wordt hem een lening verstrekt en Willem
wordt melkboer. Ondertussen is hij ook op vrijersvoeten gegaan en
trouwt hij met kwekersdochter Trientje Roeters uit Zuidwolde. Willem,
hij die de schoolbanken haatte, gaat aan de studie. In twee jaar
tijd haalt hij drie vakdiploma's en samen volgen ze de
middenstandscursus. Willem gaat er met de melkkar gevuld met boter,
melk en karnemelk op uit in de dorpen Thesinge, Garmerwolde en
omstreken. Trientje houdt thuis de nering doende en zorgt
ondertussen voor de kinderen. De zaak groeit, het assortiment wordt
gaandeweg uitgebreid tot een heus kruideniersassortiment. Het huis
vraagt ook het noodzakelijke onderhoud. Een drukke tijd. De tijd dat
de middenstand, vaak een gezinsbedrijf, werkt van 's morgens vroeg
tot 's avonds laat. Geen sluitingstijden. En dan kan het gebeuren
dat een mens het niet meer redt. Willem, die intens leeft, althans
niet. Hij wordt overspannen en met pijn in het hart doen ze de
melkzaak in 1966 over aan Johan Mollema, onze huidige ZDV'er.
Tijd voor de kinderen
Ze verhuizen met twee zonen naar het huis aan de Schutterlaan
nummer 7. Drie weken na de verhuizing wordt de derde zoon, Ronald,
geboren. Trientje weet niet wat haar overkomt. Zomaar tijd om te
wandelen met de kleinen, (er volgen nog twee zonen), rustig voeden
en niet gestoord worden door de winkelbel. Willem gaat als
bedrijfsleider aan de slag bij een groothandel in de Stad. Zijn
handelsbloed stroomt daar weer als vanouds, maar hij mist de
vrijheid van het altijd op pad en veel buiten zijn.
De tuin als uitlaatklep
Dit gevoel wordt in de loop der jaren gecompenseerd door het
bewerken van een tuin van formaat. Aardappelen, groenten, bloemen.
Het assortiment wordt uitgebreid met wel zo'n 20 soorten gewassen.
's Ochtends vroeg voorafgaand aan zijn werk en 's avonds na
thuiskomst vindt Willem rust in de tuin. Rust, ondanks de zware
lichamelijke arbeid. "Niets is zo rustgevend als het zien
opkomen van een klein zaadje, verborgen groeiend in de grond,
uitwassend tot een mooi gewas," is de mening van Willem.
Tijdens het eentonige werk kan de spanning van de werkdag bezinken
en frustraties worden botgevierd op de harde klei. Bovendien kunnen
dorpsbewoners en passanten door middel van een standje met groenten
en een busje waar ze het verschuldigde geld in gooien, meeprofiteren
van dagelijks verse producten.
De siertuin is samengesteld en aangelegd volgens de ideeën van
Trientje. Vooral na de welverdiende VUT genieten ze van huis, tuin,
de kinderen en de inmiddels geboren kleinkinderen.
En nu: vertrekken ...
Vertrekken uit "ons mooi luk dörpke", zoals Willem
het verwoordt. Verhuizen naar een huis met minder tuin, maar wel met
slaap- en wasgelegenheid op de begane grond. Na jaren rondkijken in
de wijde omgeving van Thesinge komt deze kans voorbij. Een huis
gekocht aan de Triezenbergstraat. Een huis in de dertigerjaren
stijl, gebouwd in de jaren zestig. Een huis met veel sfeer.
Zorgvuldig en smaakvol opgeknapt door de Zijlema's. "Alles zelf
gedaan," vertelt Willem trots. Het bevalt hen goed op hun
nieuwe stek, maar Trientje heeft het nog wel moeilijk als ze
Thesinge met de molen en kerktorentjes in de verte ziet liggen. Daar
ligt (nog) haar hart. Dat is ook geen wonder als je zo'n 45 jaar in
het dorp hebt gewoond. Echter, begin juni - tijdens het
evangelisatieweekend in Ten Boer - wemelt het in de feesttent van de
oud-Thesingers, in de loop der jaren verhuisd naar Ten Boer. Een
dorp met de winkels en andere voorzieningen op kleine afstand.
Aantrekkelijk om de toekomstige "oude dag" door te
brengen. Willem: "In Thesinge laten we wat, maar in Ten Boer
vinden we weer nieuwe dingen." Dit wordt door Trientje beaamd:
"We wonen weer in een gezellige buurt en hebben al veel
contacten gelegd. Doordat je tijdens deze mooie zomer alle dagen
rondom het huis bezig bent, gaat dat ook wel makkelijk. En het
zwembad is dichtbij!"
Bewuste stap
Willem en Trientje hopen nog lang te kunnen genieten van hun
nieuwe woonstee en woonomgeving. Nu kan dat ook nog. Ze zijn niet
gedwongen door ziekte of ander ongemak verhuisd. Een bewuste stap.
Ze fietsen vele kilometers door het Groninger land en hun
vakantiebestemming is een exotisch (ei)land in of aan de
Middellandse Zee. Ze blijven lid van de Thesinger zangvereniging en
de Thesinger volksdansgroep, dus alle banden worden nog niet
doorgesneden. In de kleine moestuin ontluiken de slaplantjes alweer.
De groene vingers zijn mee verhuisd!
Roelie
Karsijns-Schievink