|
Ook
Thesinge raakte in de ban. In de ban van beweging. De 4 mijl
koorts sloeg toe en vanaf het einde van de zomer was de rust in
het Klunder verdwenen. Af en toe deed het me denken aan een file
op de snelweg: een massa die niet vooruit komt.
|
|
 |
|
|
|
Jurre van den Berg (Foto: Desiree Luiken) |
|
Vaak was het
meelijwekkend te zien hoe sommigen een heroïsch gevecht voerden
met het weer en zichzelf. Spiksplinternieuwe sportschoenen
flaneerden onder de druk van vele kilo’s over het gravel en
zochten hun weg tussen de plassen door. Maar men gaf niet op.
|
Ommeland |
|
Net als bij mensen die thuisblijven voor de herhaling
van Waku Waku en figuren die onsmakelijke vegaburgers
eten heb ik me vaak één ding afgevraagd bij het aanzien
van al dat afzien: wat beweegt deze mensen? Het antwoord
verschilt waarschijnlijk per persoon. Voor de één het
streven naar een scherpe tijd, voor de ander misschien
simpelweg het heelhuids bereiken van de finish. Ze
hadden in ieder geval allemaal een doel voor ogen dat
hen in beweging hield. Het resultaat mocht er wezen.
Meer dan 40 Thesingers liepen op zondag 9 oktober de
iets meer dan 6,5 kilometer van de Hortus naar het
centrum van de stad Groningen. Missie voltooid.
De rust is inmiddels weergekeerd in het Klunder en alles
is weer zoals het was. Sportschoenen zijn weer in de
kast beland met een roodoranje zool als herinnering aan
actievere tijden. Het hardlopen in het donker heeft
plaatsgemaakt voor het lezen van de krant of het kijken
naar de televisie.
|
|
Vanaf hier vertrekt geen bus, enkel bieten
keren ’t land de rug toe, vinden weg
naar epicentrum. Herfstwind raast
door molenarmen, knikkeren na half 4,
kastanjes vallen en zo zal het blijven.
’s Winters rust de kou van de Til tot aan
’t Klapke, waaronder wakken waken,
eenden ineengedoken slapen als het dorp.
Morgen is het zondag, weer vroeg dag.
De Heer wacht met pepermunt en liturgie.
Jurre van den Berg, 2004
(uit de cyclus: Bevroren Harmonie) |
|
Persoonlijk heb ik weinig op met goede voornemens.
Libellevrouwen die op 31 december zweren af te willen vallen
maar zich op nieuwjaarsdag al weer vergrijpen aan de
nieuwjaarsrolletjes, wat is het voornemen dan nog waard? Cruijff
zei: ‘Om te scoren moet je schieten’. Maar daar heb je eerst een
doel voor nodig. Ik zie dus liever die veertig Thesingers die
zichzelf een doel stelden en over de streep kwamen op de
Vismarkt.
Kijk, dát brengt je in beweging, ook in 2005.
Jurre van den Berg
|
|
Beweegredenen van een
verzamelwoede
|
|
Hoe kom je tot ...
samen verzamelen
Een bijzonder gevoel voor decoratie valt je op als je de
woning van Ellen van Eekeren en Johan Langelo binnenkomt. We
gaan zitten in de keuken en als je rondkijkt valt op dat over
elk detail is nagedacht. |
|
 |
|
|
|
Ellen van Eekeren bij haar teddyberen. (Foto: Wolter Karsijns)
|
|
Oud en nieuw materiaal is
met elkaar gecombineerd en op elkaar afgestemd.
Aan veel voorwerpen zit een verhaal vast omdat de meeste spullen
in de loop der jaren door Ellen en Johan bijelkaar gevonden zijn
op vlooienmarkten, beurzen en via internet. Buurvrouw Lucy Kol
moet weleens een via het internet besteld pakket in ontvangst
nemen en vroeg zich af wat deze buren beweegt om hun vrije tijd
met hun gezamenlijke hobby te vullen.
Blikken speelgoed
De sfeer van “grootmoederstijd” spreekt hen beide erg aan. Dit
blijkt uit de inrichting van hun huis aan de Molenweg in
Thesinge. Ze wonen er nu vier jaar en hebben het hele huis en de
tuin met aandacht voor veel detail aan hun smaak aangepast. Er
hoefden geen grote verbouwingen te gebeuren maar een mooie
houten vloer, nieuw keukenblok, vitrinekast en alles in een
nieuw verfje kostte toch heel wat tijd. Helaas bleek dat er
lekkage onder de badkamervloer was en zat er niets anders op dan
de zaak grondig te vernieuwen. Van de nood maakten ze een deugd
door de ruimte wat te vergroten en in eigen stijl en sfeer aan
te kleden. Boven het bad is een speciaal kastje met alle
verzamelde talkpoederbusjes die Ellen bijelkaar gezocht heeft op
kleur. Acht jaar geleden was dit een onderdeel van haar
voorraadblikken-verzameling. Die nam zoveel ruimte in beslag dat
ze alles toen van de hand heeft gedaan. Ze is nu helemaal wèg
van speelgoed van blik en dan vooral de klein-formaat-dingen die
je altijd wel ergens in huis neer kunt zetten.
Vlooienmarkt
Als
’t even kan gaat Ellen op zaterdagochtend om half zeven van huis
om bij aanvang van de Eelder vlooienmarkt te zoeken naar haar
gading. Soms staat zij er zelf ook met spulletjes om te
verkopen. “Het is een heel apart sfeertje in de vroege ochtend.
Ik ken er heel veel mensen die ook bijzondere dingen verzamelen
en vaak tip je elkaar als er iets bijzonders is en laat je zien
wat je zelf gevonden hebt. Het zit bij mij in de familie: mijn
vader, zusje en zwager zijn er ook vaak te vinden en hebben
verschillende verzamelingen. Twee keer per jaar gaan we naar de
verzamelaarsbeurs in Utrecht en vertrekken we ook in alle
vroegte om de meeste kans te maken op bijzondere vondsten. Ook
zomermarkten vinden we leuk en ik kijk haast elke dag wel een
uurtje op internet. Een week is bij ons zomaar om met werk,
huishouden, tuin en onze hobby’s. Er blijft niet veel tijd over
voor het lezen van een boek hoewel dat in Thesinge beter lukt
dan in onze vorige woonplaats Westeremden. Daar hadden we een
groot en oud huis wat heel bewerkelijk was. Thesinge is dichter
bij Groningen waar ik bij een groothandel in brillen en glazen
werk en Johan werkt ook in de stad in de automatisering. Van
oorsprong zijn we stadjers maar we vinden het fijn om in een
dorp te wonen”.
 |
|
Geschiedenis
Johan en Ellen kennen elkaar uit de wereld van
verzamelaars. Johan is evenals Ellen’s vader
geïnteresseerd in alles wat te maken heeft met de Eerste
Wereldoorlog. Hij is altijd al bezig geweest met
geschiedenis. In zijn jongere jaren wilde hij heel veel
weten over de Tweede Wereldoorlog en heeft er veel over
gelezen, films en documentaires gezien en musea bezocht.
Als kind deed hij veel aan modelbouw van
oorlogsvliegtuigen en werd de nieuwsgierigheid bij hem
gewekt. “Met mijn schoonvader en een vriend ga ik drie
tot vijf keer per jaar een lang weekend naar de
slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog.
We bezoeken dan ook
musea, begraafplaatsen en monumenten ter nagedachtenis
aan de slachtoffers van WO I”. Ook heeft Johan zijn
eigen vader al zover gekregen om samen eens per jaar de
Ieperse slagvelden te bezoeken. Het maakt op hem een
geweldige indruk hoeveel mensen er omgekomen zijn in die
oorlog.
Een hele generatie is
toen weggevaagd en Johan wilde weten hoe het verloop van die
oorlog was en wat er aan vooraf ging en welke vèrstrekkende
gevolgen dit heeft gehad voor de jongste geschiedenis. |
|
Johan Langelo met de bovenkant van een koffiemolen van
het Franse leger uit de periode 1914-1918, opgegraven op
de Ieperse slagvelden. (Foto: Wolter Karsijns)
|
|
|
Slagveld en loopgraven
In
de omgeving van Ieper is een groep van amateur-archeologen
actief met het opsporen van resten uit de Eerste Wereldoorlog
waaronder loopgraven, uitrustingsstukken en menselijke resten.
Dit gebeurt allemaal uiteraard met toestemming van de Belgische
autoriteiten. De vondsten worden overgedragen aan een
plaatselijk museum of de Belgische overheid. Die doet dan een
poging om de menselijke resten te identificeren en later worden
deze bijgezet op een militaire begraafplaats. “Deze groep
amateur-archeologen wordt bij elke expeditie opgezocht. We maken
foto’s van vondsten en zetten het eventueel op video of met
toestemming worden interessante dingen meegenomen”. Zo vond
Johan eens tijdens het bezoek aan de voormalige Franse
slagvelden een cirkelvormig stuk verroest ijzer en
veronderstelde dat het een koplamp van een legervoertuig moest
zijn. Jaren later kocht hij op een beurs een koffiemolen van het
franse leger uit de periode 1914-1918. Bij nadere inspectie
bleek de bovenkant er precies zo uit te zien als het stukje
roest. Ook het vinden van een glazen ampul waar jodium in heeft
gezeten en de militairen bij zich hadden en achterlieten in de
strijd zijn voor Johan na al die jaren bewijsstukken uit een
afschuwelijk verleden. Op militaire beurzen en plaatselijke
markten zoekt hij naar voorwerpen uit die tijd. Dat kan van
alles zijn: gebruiksvoorwerpen, documenten van militairen,
kleding, medailles, boeken en andere documentatie enzovoort. Ook
internet is in dit geval een bron van informatie en helpt bij
het zoeken en ruilen van verzamelaars-objecten. Over het gebruik
van veldtelefoons, de periscoop, lantaarns en verrekijkers kan
Johan boeiend vertellen. Hij heeft zelfs diverse
prikkeldraadhouders van de voormalige slagvelden, bijgenaamd de
zwijnestaart, meegenomen. Die zijn voor deze oorlog doelbewust
op een speciale manier geproduceerd en de fabrikant is, volgens
Johan, er stinkend rijk van geworden. De gevonden materialen
vertellen het verhaal van de geschiedenis en vallen voor hem als
een puzzelstukje op z’n plek in het geheel aan kennis van de
geschiedenis van de twintigste eeuw.
Truus Top-Hettinga
|
|
Dit beweegt mij ...
Kunst
|
|
Als kind zat ik al
veel te knutselen en tekenen. Ik woonde in Twente en mijn vader
was daar directeur van een centrum ten behoeve van de
ontwikkeling van beeldende vorming “Scheppende Handen” genaamd.
Ik mocht wel eens mee en ik weet nog goed dat vooral het
magazijn een fantastische plek was; er lagen stapels en stapels
papier in allerlei kleuren, heel veel verf, van alles en nog
wat.
Voor mij had dit magazijn een enorme aantrekkingskracht. Een
keer was er een expositie van volwassenen en van mij stond er
ook iets bij: ik had met eindeloos geduld alle figuren van de
Fabeltjeskrant nagemaakt van karton en papier. Mijn vader was
daar heel trots op en ik ook; het was zelfs een succes op de
expositie, want alle kinderen die met volwassenen mee kwamen
stonden bij mijn poppetjes te kijken. Mijn vader vond het heel
belangrijk dat kinderen knutselen voor de ontwikkeling van de
fantasie en heeft dit altijd gestimuleerd. Ik ben mijn vader
daar heel dankbaar voor.
|
|
Het knutselen en tekenen lag mij ook, ik was niet zo
sportief of muzikaal. Ik heb altijd de behoefte gehouden
iets met mijn handen te doen. Ik heb nog overwogen om
naar de Kunstacademie te gaan, maar dat vond mijn vader
weer zonde van mijn hersens. Ik heb het zelf toen ook
niet aangedurfd, want ik wilde wel graag zelfstandig
zijn en in de kunst moet je wel heel goed zijn om in je
onderhoud te kunnen voorzien. Veel
vrienden van mijn vader waren docent en deden in hun
vrije tijd “de kunst erbij”. Zo moest het met mij dan
ook maar, dacht ik. Ik ben psycholoog geworden. Er was
nooit veel tijd over om dingen te maken, maar ik ben
altijd bezig gebleven met teken - en schilderclubs en de
laatste tijd model - en portret boetseren. Ik heb altijd
wel iets onder handen.
Als ik aan het werk
ben en je vraagt me wat het uiteindelijk moet gaan
worden, weet ik het vaak zelf nog niet. .Je hebt wel
vaak een idee aan het begin maar het resultaat ontstaat
al doende vanuit het werken zelf. Ik heb een schrijfster
wel eens horen zeggen dat zij personages schept, totdat
deze personen het boek gaan overnemen en het boek a.h.w.
zichzelf schrijft. |
|
 |
| |
|
IJsbrand,
de zoon van Ine (Foto: Henk Vliem) |
|
|
Dat is
natuurlijk niet zo, maar er is geen sprake meer van bewust
verzinnen. Het gaat “van zelf”. Hier is niet de ratio aan het
werk, die rechtlijnig en volgens de logica werkt, maar een ouder
deel van het brein dat heel anders werkt, nl. associatief: het
emotionele bewustzijn van de mens.
Dat is ook het belang van kunst: Iedereen kent het wel, dat
je geraakt wordt bij het zien van een foto, het lezen van een
boek, het luisteren naar muziek. Het kan je ontroeren,
verdrietig maken of blij, het kan afschuw oproepen, je kunt er
stil van worden of heel vrolijk, kortom – je emoties worden
aangesproken, vaak op een manier dat je zelf niet zo goed weet
waarom. Dat doet kunst. Als een schilderij goed is, kijk je niet
naar een plaatje, maar lijkt het of het schilderij iets van je
wil, het blijft je aandacht trekken. Er wordt iets in je
aangeraakt waarvan je je meestal niet bewust bent op rationeel
niveau.
Iets heel erg menselijk, want dat is wat kunst is.
Ine Hoejenbos
|
|
Hoe beweegt
... Jan Vegter
|
|
Jan Vegter
leeft vanaf zijn geboorte in Thesinge; de eerste paar jaar
voorin de Luddestraat 9 (waar Geerle en Willeke nu wonen) en
vanaf zijn 6e op Luddestraat 4. Vanaf 1996 woont hij
er alleen. Jan bewoog als kind onstuimig door het dorp, eerst
wat kattenkwaad en later was hij dol op b.v. schaatsen en
slootje springen. Veel tijd bracht hij toen door in de natuur
rond het Maar en in het bosje in de Klunder.
|
|
Rond
zijn 17e, in de groei, begon zijn linker been
te slepen en heeft hij een operatie gehad waarna het wat
beter ging. Jan werd automonteur maar rond zijn 24e
namen de klachten weer toe en moest er weer geopereerd
worden.
Het zou
allemaal weer goed komen, maar dat bleek niet waar te zijn.
Sindsdien beweegt Jan zich gesteund voort; eerst nog met een
wandelstok, later met krukken, sinds ongeveer 1998 met de
rollator en sinds vorig jaar ook met het scootmobiel. |
|
 |
| |
|
Jan Vegter bij zomerdag op zijn scootmobiel. (Foto:
Bertus Kol) |
|
|
“Als iemand beweegt denkt hij er niet bij na, maar als ik moet
lopen dan moet ik me goed concentreren en mijn ademhaling
beheersen want anders wil het niet“, zegt Jan.
“Het is ook zo dat in de tijd dat ik één stap doe, een ander er
al tien heeft gedaan.” Nu beweegt hij zich in huis met zijn
rollator. “Om het uur een klein “klusje” om in beweging te
blijven; anders verstijven mijn benen en kan ik nauwelijks meer
bewegen.”
Sinds kort heb ik een computer waar ik nog nauwelijks mee bekend
ben, dus veel oefenen en proberen, een goede reden tot bewegen
voor mij.
In de zomer kom ik meer buiten, voor mijn huis op het bankje en
het dorp door met mijn scootmobiel. Heerlijk om hier of daar
even langs te gaan en ik geniet van de uitnodigingen om even een
praatje te maken. Van de zomer zat ik zelfs eens een lekker
gehaktballetje in een tuin te eten.
Ik heb het goed in het dorp; de mensen om me heen houden
rekening met me, mijn zus kookt trouw voor me en mijn
achterneefjes en nichtjes komen me het brengen, wat wil een mens
zoals ik nog meer?
Wat ik fijn vind is dat mensen me groeten als ze langs lopen of
als ze in de middag even aanwippen.
Niet voor lange
gesprekken (als ik te gespannen word slaat het op mijn benen)
maar voor een berichtje over gewone dingen; het weer, de
computer, de natuur, het dorp of zo maar iets“.
Dat soort
gebaren breekt de dag een beetje; dan beweegt mijn dag meer.
Hatta Smit
|
|
Een
bijzonder(e) mooie hobby
|
|
Toen ik Ton
Werdekker een bezoek bracht voor dit interview, ontdekte ik zijn
grote hobby. Een hobby waar je vééél geduld voor moet hebben.
Soms duurt het 2 jaar voor je het resultaat kunt bewonderen.
Een echte passie dus voor het bouwen van scheepsmodellen en met
name van oude Hollandse rond- en platbodem schepen. Vol
enthousiasme vertelt Ton “Als ik begin kan ik bijna niet
stoppen” wanneer hij zijn eerste bootje bouwde. “Ik was een jaar
of 10. Ik had een klompje en bevestigde daaronder het deksel van
een conservenblikje als zwaard. Ik vond dat het prachtig kon
varen. Toen ik 14 jaar was bouwde ik mijn eerste model. Dit was
een bouwpakket.”
|
|
Op
mijn vraag wat voor bijzondere band hij met deze schepen
heeft, was het antwoord: “Als je de bouw bekijkt dan zie
je dat het geweldig mooie schepen zijn en gelet op de
gereedschappen die men toen had, is het resultaat een
schip wat gebouwd is met enorme vakmanschap. Als je een
visserschip zoals een Botter bouwt merk je dat het
eigenlijk superefficiënte vismachines zijn. Ik heb er
veel boeken over gelezen en in havens de schepen
bekeken. |
|
 |
| |
|
De scheepjes van Ton Werdekker. (Foto: Henk Remerie) |
|
|
Het model van oude Hollandse schepen
is het allermooiste wat er is. Ze hebben een eigen vorm. Ze zijn
niet te evenaren. Nergens op de wereld. Vanaf de Gouden Eeuw is
de manier van bouwen vrijwel niet veranderd. Ze hebben nu nog
bijna dezelfde kenmerken als in de 16e en 17e
eeuw. De boeg vorm is bijvoorbeeld heel kenmerkend net zoals het
gebruik van zwaarden.”
Ton heeft boeken uit antiquariaten die hij spelt. In opdracht
van een Zweed bouwt hij nu, geheel uit eikenhout, een Botter de
marken 63 ofwel de MK 63, uit 1912. Het voorbeeld haalt
hij uit het boek:” De Bouwgeschiedenis van de Botter”.
Tot in detail bouwt hij dit schip na. Er komt geen machine aan
te pas. Alles wordt met de hand gezaagd, geslepen, gesoldeerd
etc. Piepkleine lampjes, kastjes en touwtjes. Je kunt het niet
bedenken of het is er, met de zeilen die geknipt, genaaid en
geverfd worden in de originele kleur. Exact zoals het originele
schip is. Met dit schip, is hij ongeveer 2 1/2 jaar bezig. Ruim
1700 uur! Maar het is nu bijna af. Zijn vorige schip was ook in
opdracht van een Zweed. Het was een Zweeds fregat de Eugenie.
Het eerste Zweedse marine fregat wat de wereld omzeilde. (Deze
keer dus geen Hollands vissersschip). Het werd gebouwd naar een
fotokopie en gegevens die hij op het internet had gevonden. Hier
is 1188 uur aan gebouwd (iets meer dan een jaar). Hij is 1.10
meter lang. Het origineel staat in Stockhom. Via mond op mond
reclame kom ik aan opdrachten, maar zegt hij er bij “als ik een
opdracht aanneem stel ik geen datum wanneer het schip af is. Ik
werk eraan zo lang als het nodig is en tot het resultaat aan
mijn verwachtingen voldoet. Tot nu toe heb ik de verwachtingen
van mijn opdrachtgevers kunnen overtreffen”.
“Ga je je niet aan zo’n schip hechten, als je er zo lang met
hart en ziel mee bezig bent”, vroeg ik “Ach”, zegt Ton.”Bouwen
is leuk maar af is af.”
“Als ik met pensioen ga hoop ik zo veel mogelijk originele rond-
en platbodems te bouwen. En die houd ik voor mij
zelf”,
zegt
hij er enthousiast achteraan.
Leni Arends
|
Muoversi verso l’Italia
|
|
In plaats van in de
tuin te werken zit je onderdak in huis. Het zijn de donkere
dagen in de aanloop naar de kerst en je hebt nu tijd voor
overpeinzingen, al of niet onder het genot van een glas wijn uit
Italië. De wintertijd is voor veel mensen een rustperiode
waarbij vaak de gedachten de vrije loop gelaten worden. Zo ook
bij ons, twee mensen die hun hart verpand hebben aan een ander
land dan dat waarin ze zijn opgegroeid en waarin ze nog steeds
hun brood verdienen. Niet dat we Nederland voor altijd willen
inwisselen, oh nee, dat niet. We vinden dat Nederland in vele
opzichten een prima land is.
|
 |
|
Gematigd zee klimaat
Wat ons echter het meest hindert is het Nederlandse
klimaat waaronder wij vaak gebukt moeten gaan. Het wordt
een gematigd zeeklimaat genoemd en dat is het dan ook.
Neerslag is er bij dit klimaat in alle jaargetijden. Bij
vele barbecues is dat volstrekt duidelijk geworden. Bij
uitzondering slechts kunnen we het weer als stabiel en
prettig ervaren. Telkens is het weer anders en in de
meeste gevallen slechter dan voorspeld of waarop gehoopt
was. Het voorjaar en ook het najaar kan bij ons positief
meevallen maar in een veelvoud van jaren is het
zomerweer reeds dan alweer zodanig verslechterd, dat het
buitenleven zich weer naar binnen moet verplaatsen.
Zon, wijn en tuinfeesten
Nee, het land waarin wij ons in
dat opzicht heel prettig voelen en wat we dan ook al
jarenlang bezoeken, is Italië.
Hete droge zomer en zachte voor- en najaren zijn het
kenmerk van het klimaat van dat land dat de rode
Montepulciano d' Abruzzo en de witte Trebbiano wijnen
produceert. |
|
Veel zon in Vasco, Italië. (Foto: Henk Vliem) |
|
|
|
In oktober nog zwemmen in zee en in de korte broek
op het terras zitten. In mei reeds verbranden in de warme
voorjaarszon terwijl de winters niet echt koud zijn. De zomers
zijn er warm en droog. Een tuinfeest heeft tussen juni en
september 95% kans om zonder neerslag en lage temperaturen
gehouden te kunnen worden. Daarnaast zijn er natuurlijk de
Italianen, een warm en behulpzaam volk. Zij verstaan de kunst om
anderen, vreemdelingen zoals ons, het gevoel te geven dat we
zeer welkom zijn. Gevoelsmatig zijn we dan ook geen
vreemdelingen maar vrienden die op bezoek komen.
Het gevoel
Hoe we nu komen aan dat gevoel van een tweede moederland te
hebben? Dat is niet duidelijk te krijgen. Vele gesprekken zijn
aan dat gevoel geweid maar het blijft grotendeels
onberedeneerbaar. Wat we zien is dat mensen die Italië voor het
eerst bezoeken vaak met een zelfde ervaring terugkomen. De
Italiaan is hulpvaardig, de mensen zijn veelal positief denkend
en erg open. Vaak zijn wij uitgenodigd voor een maaltijd of een
glas wijn. Voor ons is het wel duidelijk geworden dat hoe vaker
je er komt hoe meer je dat land en haar inwoners mist als je
weer hier bent. Vooral nu de dagen kort geworden zijn en de
temperaturen laag. In deze tijd van het jaar wordt er in huize
Van Dijk-Wagenaar vaak gesproken en gedacht aan dat land van
zonne- en menselijke warmte. Italië houdt ons vaak meer bezig
dan we eigenlijk willen. Om daar de voor- en najaren te slijten
als je het werkzame deel van je leven hebt afgesloten lijkt ons
zo mooi, dat we daar ‘s nachts maar ook vaak overdag over
dromen. Het houdt ons bezig.
J.D.R. van Dijk
|
God beweegt met mensen mee
|
|
Irene Plaatsman,
derdejaarsstudent in de Godsdienstwetenschappen en
Levensbeschouwingen zegt dit met enige schroom. Gaandeweg haar
studie komt ze in aanraking met allerlei godsdiensten.
Godsdiensten diep geworteld in allerlei nationaliteiten, in
allerlei tradities en culturen. Iedere godsdienst probeert een
antwoord te vinden en te geven op de mysteries van het bestaan.
Een antwoord op het waarom van het kwaad en het lijden, op de
verlossing en het hiernamaals. Antwoorden gevat in verhalen;
mythen, sprookjes, gelijkenissen. Verhalen in allerlei talen,
eeuwenlang via overlevering doorverteld. Verhalen geschreven in
boeken als de Bijbel, de Koran, de Bhagavad Gita. Verhalen
waaraan mensen betekenis geven. Een godsdienst, of een
levensbeschouwing is diep geworteld in mensen. Als je daaraan
tornt, torn je aan hun diepste wezen.
|
Verhalenderwijs
Irene
vertelt graag verhalen en sprookjes. In de loop der
jaren heeft ze deze op heel veel plaatsen verteld. Zo
was haar toenmalige huisje aan de Havenstraat op
woensdagmiddag gevuld met kinderen die, tegen betaling
van een stuiver, luisterden naar haar verhalen. Ook bij
begrafenissen en crematies probeert ze gedachten van de
nabestaanden te ordenen in een bij hen en de overledene
passend verhaal. Vaak met een glimlach naar het leven
dat door de dood is ingehaald. Bij het vertellen van
deze verhalen mist ze op een gegeven ogenblik een basis
en bepaalde autoriteit. “Wie ben ik om dit zo te
vertellen. Dit is mijn beleving, mijn visie, maar is dat
nu wel zo?” |
|
 |
| |
|
Irene Plaatsman (Foto: Wolter Karsijns) |
|
De
mythe van de mensheid
Irene: “Al als jong meisje was ik
op zoek naar de zin van het bestaan. Met mijn vader hield ik
vaak gesprekken over het geloven. In zijn vrijzinnige
geloofsopvatting was veel ruimte voor vragen over God en het
leven. Bij de catechisaties lag ik echter nogal eens in de
clinch met de dominees. Zij wisten alles zo zeker. Als
zestienjarige las ik het boek “De mythen van de mensheid”.
Vanuit allerlei hoeken wilde ik me verdiepen in de zin en
wellicht onzin van godsdienst en religie. Het is er tóen niet
van gekomen om theologie te studeren. Toentertijd koos je voor
deze studie om dominee te worden; dat zag ik niet zo zitten. Ik
vond dat ik daarvoor niet genoeg geloofde”. Ik koos voor het
onderwijs.”
Wakker worden
Irene komt na haar studie aan de
Pedagogische Academie in Groningen al snel terecht in het
Speciaal Onderwijs. Daarin heeft ze nu inmiddels al 27 jaar
gewerkt. De gedachte om tot haar vijfenzestigste voor de klas te
staan (“onze generatie zal wel zolang moeten doorwerken”)
benauwt haar. Irene: “Als ik wat anders wil, moet ik het nú
doen. Maar wat? Op een nacht werd ik wakker. Ik wist het. Ik ga
godsdienstwetenschappen studeren”. Deze stap wordt gezet. Het
blijkt dat de studie (op dat moment) alleen maar voltijd wordt
gegeven. Dat betekent keuzes maken, qua tijd, qua financiën. Op
deze gebieden heb je verantwoordelijkheden. Als vrouw van Pluc ;
als moeder van de kinderen Roos (17) en Martien (15) en
natuurlijk ook voor familie en vrienden.
De gelukkigste tijd van mijn
leven
Het lukt. Irene begint, volgens eigen zeggen, aan de gelukkigste
tijd van haar leven. Alhoewel de combinatie studeren, werken en
gezin veel van haar vraagt heeft ze het gevoel alles aan te
kunnen. Twee dagen werken aan de school voor Speciaal Onderwijs.
Via het bureau Ouders & Co lezingen geven op scholen in het
noorden van het land over onderwerpen als pesten, waarden en
normen, weerbaarheid. Colleges volgen aan de faculteit, studeren
en lezen, veel lezen. “Als oudere student krijg ik geen
studiefinanciering, maar het collegegeld moet wel worden
betaald. Ik schrik dan ook van de kabinetsplannen om het
collegegeld voor oudere studenten enorm te verhogen. Veel mensen
zijn op een bepaald moment toe aan een andere studie of baan.
Wie maakt er als tiener in één keer de juiste keuze? Mensen
blijven zo vast zitten in een baan, dat lijkt me niet gezond. Je
ziet dan ook dat veel mensen voortijdig zijn afgebrand. Ik ben
echter niet kapot te krijgen. De tuin krijgt natuurlijk minder
aandacht, maar daar kunnen we wel mee leven. Aan de keukentafel,
tijdens de maaltijden, nemen we de tijd voor gesprekken en is er
even rust en aandacht voor elkaar”.
De rode draad door mijn leven
“Ik ben dol op godsdienst. Het is de rode draad door mijn leven.
Deze brede en veelzijdige studie past dan ook goed bij mij. Ik
krijg vakken las godsdienstpsychologie, godsdienstfilosofie,
godsdienstsociologie, en helaas ook statistiek. De colleges zijn
leuk en boeiend. Wereldgodsdiensten, zoals het hindoeïsme, het
boeddhisme, de islam en het christendom, maar ook
levensbeschouwingen als het humanisme, worden bestudeerd.
Daarbij kun je de oorspronkelijke talen zoals het Sanskriet, het
Hebreeuws, Grieks of het Arabisch bestuderen. Wonderlijk is het
dat sommige geschriften, eeuwen geleden geschreven, zo talrijk
zijn dat ze nog niet zijn vertaald uit hun oorspronkelijke taal.
En nog verschijnen er op dit gebied dagelijks vele nieuwe boeken
en ontstaan nieuwe inzichten Niet alleen vanuit de hoek
godsdienstwetenschappers en/of theologen, maar ook van
natuurwetenschappers.
God beweegt met mensen mee
Door haar studie groeit bij Irene
het inzicht dat God, het Ultieme, het Onzegbare, het Creatieve,
met mensen meegroeit. “Kijk alleen maar eens naar de afgelopen
twee eeuwen. Hoe anders is het geloof in 1800 ten opzichte van
het jaar 2004? En de veranderingen in de tussenliggende jaren.
Kijk maar eens naar het verschil tussen de jaren vijftig en nu.
Zoals de inzichten in de natuurwetenschappen veranderen,
veranderen ook de godsdiensten. Echter de basis van alle
godsdiensten is en blijft de zoektocht naar antwoorden op de
levensvragen. Daarin groeit God met mensen mee. Persoonlijk vind
ik het jammer dat de rituelen op dit gebied zo langzamerhand
verdwijnen. Rituelen zijn belangrijke kaders in een mensen
leven. Zoals in het christendom: de doop als welkom in het
bestaan, het huwelijk en de rituelen rond de dood als afscheid
van het leven. Het lijkt me heel leuk om iets met de leegstaande
kerken te doen. Nieuwe onderwerpen aan de orde te stellen.
In beweging gezet
De
studie duurt gemiddeld 4 à 5 jaar. Irene doet, na het afronden
van de eerste 2 jaar, de master Geestelijke Verzorging met als
hoofdvak Godsdienstfilosofie. Na het afronden hiervan wil ze nog
verder in de Theologie. Om zich meer te verdiepen in één
specifieke godsdienst. ”Ik ben te oud om me nog in een
godsdienst als bijvoorbeeld het hindoeïsme te verdiepen. Ik vind
dat je dan ook een tijd moet wonen in India, het land van
oorsprong.” Studeren houdt je in beweging. Je geest beweegt mee.
Aan lichamelijke beweging in de vorm van fanatiek sporten heeft
Irene een hekel. Ze wandelt graag, maar daar komt nu even niet
zoveel van. Voor de noodzakelijke lichaamsbeweging gaat ze
zoveel mogelijk op de fiets van Thesinge naar de Stad. Om zich
daar op allerlei terreinen te bewegen. Bij de kinderen en
collegae op school; door lezingen te geven en zich te wijden aan
de studie. In beweging gezet door een nachtelijke ingeving.
Roelie Karsijns-Schievink
|
|
On the move
|
 |
|
Andries en
Trijn van der Meulen zittend op de buddyseat van hun Triumph
Bonneville T 120, bouwjaar 1973, gecompleteerd met een
Tjsechische aanhanger. Met deze motor van Engelse origine
trekken ze er regelmatig op uit. O.a. naar treffens van de
Triumph Owners Club die drie keer per jaar worden gehouden.
Andries is lid van de Noordelijke afdeling, gevestigd in
Middelstum. De laatste meeting van het seizoen is altijd op
Ameland. Heel gezellig. Een hechte club liefhebbers van Engelse
motoren. Allemaal besmet met de “Engelse ziekte”. (Foto: Wolter
Karsijns)
|
|