Lange tijd bleven de Thesingers verstoken van een eigen
predikant; de dominee van Ten Boer preekte zondagsmiddags in
Thesinge. Pas in 1640 doet dominee Gemminga intrede als eerste
predikant van Thesinge. Daarmee waren de zorgen om het gebouw
niet opgelost. In dat jaar vragen de inwoners om wederopbouw van
de kerk in verband met bouwvalligheid. De kleine gemeente kon
het immense gebouw (42 meter lang) niet meer onderhouden.
Diverse keren werd gevraagd en geklaagd bij allerlei instanties
om middelen voor behoud. Maar telkens kreeg men nul op het
rekest. Dan besluit men in 1786 tot een aanzienlijke
verkleining. Het schip en het dwarspand werden geheel
afgebroken. Alleen het koor bleef behouden.
1834 - De Afscheiding
In dit jaar
verlaat ds. Hendrik de Cock wegens een conflict de Hervormde
kerk in Ulrum. Dit conflict draaide om het volgende: ”Met de
Afscheiding van de door de staat erkende Nederlandse Hervormde
Kerk verzette De Cock zich met een deel van zijn hervormde
gemeente te Ulrum tegen de toenmalige vrijzinnige opvattingen
die over het algemeen binnen het voornoemde kerkgenootschap
heersten”.
Het kleine Thesinge gelegen ten noordoosten van Groningen,
met de 35 huisjes en de kleine tuintjes op het terrein van een
voormalig middeleeuws klooster, telde in de dagen van ds. de
Cock slechts 240 inwoners. Als men de omliggende boerderijen en
woninkjes erbij mag rekenen dan komen we uit op bijna 400. Al in
het jaar 1840 - dus 6 jaar na de Afscheiding - is meer dan de
helft van deze inwoners Afgescheiden. D.w.z. die komen niet meer
in de Hervormde kerk en houden haar diensten in een eigen
gebouw. De afgescheiden kerk groeide maar door. Zolang er nog
geen eigen kerkgebouw was, vergaderde men bij leden aan huis,
bijvoorbeeld bij Kl. J. Bouwman, G.E. Stuurwold - de bakker -,
Derk J. Wijk en vooral bij ouderling Hendrik E. Dijk op diens
boerderij. Af en toe komt ds. De Cock in het dorp om te preken
en de sacramenten te bedienen. Dit doet hij bijv. op 28 maart
1838 bij de landbouwer Jan Joosten Bouwsema (hij was op
oudejaarsdag 1819 te Stedum op 21-jarige leeftijd getrouwd met
de 17-jarige Menna Willems Nienhuis). De eerste 14 jaar kerkte
men bij Dijk op de boerderij. Vervolgens tot 1876 in de schuur
die stond op de plaats waar nu cafe Molenzicht staat. We
zouden Hendrik E. Dijk de stichter van de 'Cocksiaanse kerk' in
Thesinge kunnen noemen. Deze landbouwer van de Lageweg was in
1815 op 24 jarige leeftijd getrouwd met de 23-jarige
boerendochter Anje Siemen Pesman uit Garmerwolde en is in 1851
te Thesinge 60 jaar oud overleden. In 1825 zien we Dijk als
diaken optreden, periodiek wordt hij herkozen.
Hervormd contra Afgescheidenen
De
Hervormde gemeente had in 1827 een nieuwe dominee gekregen, ds.
D.G. Pekelaer was in dat jaar vertrokken. Ds. P. Buisman jr.,
was er voor in de plaats gekomen van Serooskerke op
Schouwen/Duiveland. Eind 1834 wil de eerder genoemde Dijk zich
met zijn gezin bij de Afgescheiden kerk van Ulrum voegen, op
grond van art. 28 en 29 der Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Tevens vraagt hij ontheffing als diaken. Ook ouderling Klaas Jan
Bouwman wenst zijn ambt neer te leggen en vraagt om een 'bewijs
van afscheiding'. Zich beroepend op de bestaande kerkelijke
wetten en bepalingen daterend uit 1816, meent ds. Buisman hierop
niet te kunnen ingaan. Hij vindt dat de broeders maar met een
aanklacht naar de classis (regionaal kerkbestuur) moeten gaan.
Het verzoek is immers gebaseerd 'op de onzuiverheid mijner
Evangelieprediking'. Een brief van ds. Buisman aan het
hervormd classicaal bestuur van Appingedam - Thesinge
ressorteerde onder de classis Appingedam - geeft ook nog enkele
details over de situatie van de Afgescheidenen ter plaatse. Hij
schrijft: “de ouderling Bouwman en diaken Dijk behoren beiden
tot de zogenaamde "Kocks gezinde partij”'. Deze partij
breidt zich hier uit onder voorgang en bestuur van zekere
Henricus Dekens, waarmee Johannes Henderikus Dekens, de smid,
wordt bedoeld. We lezen verder: 'Ze houden afzonderlijke
bijeenkomsten, verzuimen de openbare godsdienstoefeningen en het
godsdienstonderwijs en versmaden alle kerkelijke bestuur'. Dit
alles geeft 'aanleiding tot verdeeldheid en vijandschap, zo
hoogst nadelig en verderfelijk voor het Godsdienstig belang en
welzijn der Gemeente'. Ook wil ouderling Bouwman niet met
zijn eigen dominee op huisbezoek gaan en weigert diaken Dijk
zijn kind bij ds. Buisman te laten dopen. Dijk biedt nu in
januari 1835, 50 gulden boete aan om ontheffing als diaken te
krijgen, maar de predikant weigert dit bedrag aan te nemen. Dit
laatste keurt de classis af en ze eist in september 1835 dat de
kerkenraad de boete invordert, Dijk en Bouwman elk 50 gulden ten
voordele van de diaconiekas. Maar nu weigeren beiden te betalen.
Op 11 oktober 1839 is ds. Buisman overleden, na een lang
ziekbed. Het leven van ds. Buisman ging bepaald niet over rozen,
behalve dat hij de Afscheiding - en de conflicten daarmee
gepaard gaande meemaakte - overleed zijn eerste vrouw
(Folkerdina van Borssum) op 23 jarige leeftijd in 1830. Vier
jaar later (1834) overleed zijn tweede vrouw (Elisabeth
Janssonius), op jeugdige leeftijd. De predikant met beide
echtgenotes ligt begraven op het kerkhof in Thesinge.
Geen vijandige kampen
Toch kunnen
we concluderen dat de verstandhouding tussen de Hervormde
gemeenteleden Thesinge en de Afgescheidenen niet werd gespleten
in twee vijandige kampen. De schulden en de leningen van
Hervormden aan Afgescheidenen of omgekeerd, bleven ondanks de
Afscheiding op de oude voet voortgang vinden. Ook op het gebied
van het sociale leven was er tenminste in bepaalde opzichten
geen breuk te constateren. Zo bleef een ieder wonen waar hij of
zij woonde en dat betekende dat Afgescheidenen en Hervormden in
Thesinge vaak naast elkaar leefden. De bij het reglement 'der
nabuurdiensten' (noaberplicht) ingestelde verplichting om de
naaste buren bij te staan bij nood, ziekte en dood, waaraan men
zich op straffe van geringe boetes kon onttrekken, werden over
het algemeen trouw vervuld zonder onderscheid des persoons.
Opmerkelijke overeenkomsten
Eigenlijk
waren de Thesingers altijd al min of meer Samen op Weg, als ik
dat zo mag zeggen. Om te beginnen met de jaartallen (hervormde
kerk 1786, gereformeerde kerk 1876), de cijfers komen terug. Ook
wat betreft de vakanteperiode van beide gemeenten. Er preekte
vaak een dominee uit de stad. Bij de Hervormde waren dat meestal
professoren: Leertouwer - hij werd later rector-magnificus van
de (oudste) universiteit van Leiden, Labuschagne, Roscam Abbing,
v.d. Woude. In de jaren '’70 van de vorige eeuw, toen Thesinge
geen eigen predikant had, ging regelmatig 's middags een dominee
voor, weliswaar niet uit Ten Boer, maar wel uit de burgerlijke
gemeente Ten Boer, nl. Woltersum. Hij stamde nog uit de tijd dat
je kon zien dat het een dominee was. Ds. Molenaar kwam dan per
fiets met zijn lange jas en zijn hoed op voor de dienst naar
Thesinge. Iedereen groetend, of men kerkelijk was of niet. Bij
de Gereformeerden, meestal ook predikanten uit de Stad: Broek,
Hommes, Schoep, Scholten. Ds. Van Wijk (gereformeerd) mocht je
niet storen, als hij zijn preek maakte, hij liep door het land
(de grazige weiden van Schutter) om zijn preek te maken, dan zag
hij niets en niemand. Maar op zondagmorgen preekte hij zonder
papier, en zag hij iedereen. Toen er in de jaren '60 een
parttime-predikant werd benoemd bij de hervormde gemeemte
Garmerwolde-Thesinge, kwam ze in de Gereformeerde pastorie te
wonen. Ds. Jonkvrouwe van Lynden. Toen de pastorie van de
hervormde gemeente te Thesinge werd verkocht, kwam daar later
een gereformeerd gezin wonen (Willem en Liefke Plijter-Ridder).
Daarvoor hadden er trouwens ook al Ridders gewoond, maar die
waren hervormd, Siebolt en Jetta Ridder-Schutter.
In 1965 ging de hervormde gemeente Thesinge een combinatie aan
met de hervormde gemeente Garmerwolde. Er was om de week dienst
in Thesinge. Totdat op 1 januari 1999 de 14-daagse diensten in
de Felicitaskerk van Thesinge eindigden, want op die datum
ontstond de Samen op Weg gemeente.
Graag zou ik deze zomer in twee afzonderlijke artikelen
(Hervormd./Gereformeerd) nog eens dieper willen ingaan op beide
kerkgenootschappen. Dan komt Garmerwolde ook aan bod.
Veel informatie kreeg ik van mijn vader Hendrik van der Woude.
De dag na het tekenen van de Akte is hij plotseling overleden
Jakob van der Woude