|
Schaken is een bordspel voor twee personen, waarbij de ene speler met
wit speelt en de ander met zwart. Aan het begin van het spel hebben
beide spelers zestien stukken: één koning, één dame, twee torens, twee
lopers, twee paarden en acht pionnen. Heel veel mensen denken waarom is
schaken eigenlijk een sport. Het antwoord hier op is heel gemakkelijk.
Hardlopen doe je met je benen, schaken met je hersenen. De verbinding
met het voetbal is in dit licht bezien dan ook wel een beetje logisch.
|
|
In
ieder geval wel voor Gerard Sewüster. Hij is elke woensdagmiddag
in de weer met de basisschooljeugd.
Vanaf groep drie kunnen de kinderen schaak of damles krijgen in
De Til; na anderhalf uur min of meer stilzitten worden de
pionnen in de dozen opgeborgen en worden de voetbalschoenen
aangetrokken. |
|
 |
|
|
|
Gerard Sewuster en Michiel Ritsema bekijken het
“schaakhuiswerk”. (Foto: Wolter Karsijns)
|
|
De
kinderen verwisselen het schaakbord voor het groene gras op het
sportveldje of, in de winterperiode, voor de gymzaal in
Garmerwolde. Gerard woont alweer een jaar of dertien in
Thesinge. Samen met Klazien, zoon Robbin (8) en dochter Anniek
(6) bewoont hij het huis met de serre op de hoek van de
Kerkstraat. Sinds de geboorte van de kinderen werken Gerard en
Klazien elk wat minder dagen per week bij de IBG groep in
Groningen.”Een bewuste keuze. Zo heb ik twee dagen per week, op
de woensdag en de vrijdag, wat meer tijd voor mijn kinderen. En
die neem ik dan ook”.
Van huis uit een dammer
“Als kind damde ik vaak met zijn moeder op momenten dat ik me
verveelde. Ondanks dat zij het druk had met een gezin van acht
kinderen nam ze hiervoor de tijd. Nu dam ik eenmaal per jaar
tijdens de Ten Boerster sportrecreade. De Damclub 'Thesinge en
Omstreken' organiseert in deze week damwedstrijden. In mijn
studententijd maakte ik kennis met het schaakspel. Toen ik van
andere ouders van De Til vernam dat de kinderen zich vaak op
woensdagmiddag vervelen, kwam bij mij het idee boven om hieraan
iets te doen”. Hij gaat activiteiten ontplooien waar hijzelf, en
dat is belangrijk voor de motivatie, ook erg veel plezier aan
beleeft. In oktober 2003 begint Gerard met het dammen en schaken
in De Til. Hij regelt met het team een ruimte, scharrelt wat
dam- en schaakmateriaal bij elkaar, stuurt een uitnodiging aan
de doelgroep en wacht af. “Ik heb me een starttermijn van acht
weken gegeven. Loopt het dan nog niet goed, dan stop ik er weer
mee”. De eerste keer komen er drie kinderen. Al gauw breidt zich
dit aantal uit tot een vijftiental. Genoeg reden om door te
gaan. Inmiddels is er degelijk spelmateriaal aangeschaft dat op
de schoolzolder wordt bewaard.
Schaken is niet moeilijk
In eerste instantie kiezen de meeste kinderen voor het damspel,
maar na een paar weken vinden ze het schaakspel toch spannender.
Het heeft ook wel wat: stukken met namen als koning, dame,
torens en hun mooie vormen spreken toch wat meer tot de
verbeelding dan de term dambrik. Alle kinderen vanaf groep drie
kunnen het leren. Nadat de beginselen zijn bijgebracht leren ze
het meeste van zelf doen. Veel partijtjes spelen. Leren van je
fouten én van je tegenstander. Natuurlijk hoort er ook theorie
bij het spel. Dat brengt Gerard de kinderen bij. De afgelopen
herfst heeft een docent van de Stichting SO-ON zes lessen
verzorgd. Ook kregen de kinderen toen een theorieboekje. Gerard
kon even de kunst afkijken van een “professional”. Hij bemerkte
dat hij daar niet veel voor onder deed. “Wat belangrijk is dat
de kinderen er plezier in hebben. Talent en inzicht is mooi
meegenomen maar motivatie brengt de jonge spelers vanzelf op een
bepaald niveau. Het is leuk om te zien dat sommige kinderen voor
schooltijd in het klaslokaal naar een schaakbord lopen om samen
te schaken. Ze steken elkaar aan. Des te meer je speelt, des te
meer mogelijkheden je ontdekt. Zoon Robbin heeft inmiddels opa,
Klazien en zusje Anniek schaken geleerd. Opa is amper in beeld
of hij wordt door zijn kleinzoon geschaakt voor een partijtje.
Je merkt trouwens wel dat kinderen die veel thuis oefenen door
partijtjes te spelen tegen hun vader of moeder of tegen de
computer zich sneller ontwikkelen dan degenen die het spel maar
één keer per week spelen”.
|
|
Schoolschaken
De al eerder genoemde stichting SO-ON (Schaakontwikkeling en
opleiding Noord Nederland) organiseert naast het geven van
schaaklessen ook schoolschaakwedstrijden. Vijf kinderen (Jori
Noordenbosch, Jaap Bosma, Robbin Sewüster, Nanda Devi vd. Veen
en Michiel Ritsema) zijn sinds de kerst druk bezig om zich op
deze competitie voor te bereiden. |
|
 |
|
|
|
V.l.n.r.: Jaap Bosma, Michiel Ritsema, Gerard Sewüster, Jori
Noordenbosch, Robbin Sewüster en Nanda Devi vd. Veen zijn sinds
de kerst druk bezig om zich op de
schoolschaakwedstrijden voor te bereiden.(Foto: Wolter Karsijns)
|
|
“We oefenen ook nog op vrijdagmiddag na schooltijd. De kinderen
krijgen huiswerk mee waar ze zo’n anderhalf uur per week mee
kwijt zijn. Spelsituaties worden besproken, huiswerk wordt
overhoord, redelijk intensief dus. Eind januari is de eerste
wedstrijd. Best spannend. Want sommige scholen doen al jaren
mee. Wij beginnen nog maar net. Maar misschien winnen we wel en
mogen we uiteindelijk meedoen aan de Nederlandse
Kampioenschappen in Nijmegen!” glundert Gerard. Altijd positief
blijven toch?
Van schaakmat naar de groene wei
Op dit moment besteedt een bekende zorgverzekeraar veel aandacht
aan “bewegen”. Het is belangrijk dat mensen, ook kinderen, in
beweging komen en niet voor het beeldscherm van de TV of PC
blijven hangen. Zo komen we op de tweede activiteit waarmee
Gerard zichzelf en de kinderen bezighoudt. Voetballen. “Toen
zoon Robbin op voetbal ging werd ik al snel daarna benaderd door
GEO of ik jeugdleider wilde worden. Veel plezier hadden mijn
team en ik niet aan de eerste wedstrijden. Verliezen met 20-0;
24-1 is niks aan. Net zoals bij schaken is bij voetbal veel
oefenen erg belangrijk. Dus wat doe je op de woensdagmiddag na
schaakles? Naar het sportveldje. Je doet wat schietoefeningen,
gaat hardlopen, geeft wat tactische tips en splitst de
schooljeugd in vier groepen. Ingedeeld naar leeftijd. Want die
grote jongens van tien zijn natuurlijk geen partij voor de
kinderen van zes jaar. En dan maar spelen. Lekker bewegen en
intussen wat voetbalervaring en spelvreugde opdoen. Je mag
altijd meedoen, zelfs op laarzen. Al zijn voetbalschoenen wat
handiger op het soms gladde grasveld”. Het oefenen heeft
resultaat. “Bijna alle jongens zijn mede hierdoor lid geworden
van GEO. De meiden laten het er wat bij zitten. Ook in de
voetbalcompetitie kan het F-team zich inmiddels beter weren. In
de winterperiode geef ik training in de gymzaal van Garmerwolde
voor alleen het F-team. Maar zo gauw het weer het toelaat gaan
we met zijn allen weer naar buiten en gaat de Thesinger jeugd
weer in beweging op het sportveldje”.
Subsidie
Iets organiseren kost geld. Voor schaken en dammen zijn borden,
schaakstukken en dambrikken nodig. Bij voetbal zijn ballen en
een paar doelnetten onontbeerlijk. Daarvoor heeft Gerard
subsidie aangevraagd bij Dorpsbelangen Thesinge. Nooit geschoten
is altijd mis was daarbij de gedachte. Tot Gerards verbazing en
verrassing werd de subsidieaanvraag gehonoreerd. Mij (RKS)
verbaast het niets. Waar vindt je nog zo’n enthousiasteling die
zich elke woensdagmiddag vrijwillig inzet voor de dorpsjeugd.
Die dit bovendien allemaal in zijn eentje organiseert en
uitvoert? Dat verdient ondersteuning van het dorp, want je geeft
de kinderen iets mee. Schaken verleer je nooit en van bewegen
wordt je fit. Samen spelen is pas fijn, vooral als dat gebeurt
onder begeleiding van een stimulerende ouder. Gerard verwacht
met deze activiteiten door te gaan zolang zijn kinderen nog op
de basisschool zitten. Daarna ziet hij wel weer. In de
tussentijd: spelen maar!
Roelie Karsijns-Schievink |
|