Bij dat onderzoek heb ik
voornamelijk geleerd welke bronnen van belang zijn voor een dergelijk
onderzoek en hoe je dat verder kunt uitwerken. Veel is wel bekend, maar
uiteindelijk moet je het hoe en wat zelf uitvinden.
Toen ik het onderzoek had afgerond, kwam ik in contact met de commissie
die bezig was met het samenstellen van het boerderijenboek
Middelstum-Kantens. Het deel dat ik uitgezocht had heb ik ingeleverd en
hen aangeboden nog een aantal boerderijen uit te zoeken.
Bij dat onderzoek was me opgevallen dat de Atlas van de kloostergoederen
van Siemens een aantal fouten bevat en besloot de Kloostergoederen van
Ten Boer zelf in kaart te brengen.
Dit is een project van jaren geworden waarbij ik eigenlijk nooit het
gevoel had dat het op korte termijn klaar moest zijn. Dat kon trouwens
ook niet want er moet immers ook nog gewerkt worden.
Ik beschouw het onderzoek eigenlijk als een hobby waarbij je een grote
legpuzzel maakt, met als complicatie dat je stukjes ook nog eens zelf
moet opzoeken. Het mooiste is dan, dat je eens een stukje vindt, soms op
een onverwachte plaats, waardoor plotseling een groot deel van de puzzel
kompleet wordt.
De keuze Ten Boer en Overschild heeft alles te maken met je
praktijkgebied. Je raakt aan dat gebied gehecht en krijgt oog voor de
schoonheid en de eigenaardigheden van het landschap.
De combinatie Ten Boer en Overschild is uit praktische overwegingen
ontstaan. De landbouwvereniging Overschild had eveneens het voornemen
een boek uit te geven. Daar de gemeente Ten Boer zich vroeger uitstrekte
tot en met Luddeweer en ook het Heidenschap onder deze gemeente viel zou
er een overlapping zijn. Het verzamelen van gegevens was al in een
vergevorderd stadium, waarom zou je Overschild er dan niet bijnemen.
Voordat u bij het project betrokken was hadden de leden van de
Boerderijencommissie al veel gegevens uit allerlei archieven en het
Kadaster verzameld. Heeft uzelf ook nog veel aan brononderzoek gedaan?
Zo ja, heeft u nog verrassende ontdekkingen gedaan?
Ze waren nadat ze het besluit genomen hadden een boek samen te stellen
enthousiast begonnen, maar moesten stoppen door tijdgebrek en vooral ook
doordat ze bronnen onderzochten die hen niet de volledige informatie
verstrekten waardoor ze vastliepen.
Op een of andere manier ben ik in contact gekomen met Cor Bolhuis, die
het doodgelopen onderzoek weer op wilde pakken. Ik heb hem toen
voorgesteld een systematisch onderzoek op te zetten zoals ik dat gedaan
had bij mijn vorige onderzoek. Het advies is opgevolgd en met groot
enthousiasme is een grote commissie opnieuw aan het werk gegaan, die
enorm veel gegevens heeft verzameld op het Kadaster en het Rijksarchief.
Deze commissie van noeste werkers heeft de basis van het onderzoek
gelegd. Voor mijzelf bleven de laatste puzzelstukjes over die de
geschiedenis moesten completeren. Een groot deel ervan was op het
Gemeentehuis wel te vinden.
De leukste verrassing voor mij was een vondst die kwam uit aantekeningen
uit een oude familiebijbel. Deze aantekeningen brachten de geschiedenis
van een boerderij bijna 200 jaar verder terug.
Kunt u iets vertellen over de opzet van de boerderijbeschrijvingen wat
betreft de aanpak en inhoud? Bent u opvallende zaken tegen gekomen?
Ons boek bestaat eigenlijk uit twee delen. Het eerste deel is de
beschrijving van de kloostergoederen, waarbij een reconstructie is
gemaakt van de bezittingen van de verschillende kloosters in 1595 en
daarnaast de geschiedenis van de afzonderlijk boerderijen. Deze
geschiedenis wordt beschreven tot 1830, de invoering van het Kadaster.
In het tweede deel worden alle boerderijen besproken in de gemeente Ten
Boer en in Overschild. De boerderijen die ooit kloosterbezit waren
worden verder vanaf 1830 beschreven en de boerderijen die niet tot
kloostergoederen behoorden vanaf 1750 of mogelijk nog eerder.
Het boek bevat veel illustraties vooral kaarten, maar ook minuutplans,
en verder veel foto’s. Waarom heeft u gekozen voor zoveel
kaartmateriaal?
Veel mensen, ikzelf ook, zijn visueel ingesteld. Een verhaal met alleen
jaartallen en veel namen wordt al gauw saai. Bovendien zijn sommige
dingen met behulp van een kaart of een foto veel sneller uit te leggen.
De wereld is trouwens ook niet statisch, maar er is veel dynamiek en dat
is met kaarten zichtbaar te maken. Bij Overschild bijvoorbeeld worden
kaarten getoond die op drie verschillende periodes aangeven: 1830, 1960
en 2005.
In Groningen zijn al veel boerderijboeken geschreven: waarin
onderscheidt dit boek zich van de andere?
Bij de uitgave van een dergelijk boek probeer je iets nieuws te brengen.
Voor het Boerderijenboek Ten Boer-Overschild zijn van alle boerderijen
luchtfoto's gemaakt. De bedrijven, voornamelijk veehouderijen, hebben
een groot oppervlakte. Wij willen graag het hele bedrijf laten zien waar
de eigenaren best trots op mogen zijn.
Een andere bijzonderheid is dat we de geschiedenis van erg veel
bedrijven vanaf 1600 hebben kunnen beschrijven. Veel generaties hebben
in 400 jaar geprobeerd hier hun kost te verdienen.
Uniek zijn de kwartierstaten van een aantal personen die we in het boek
hebben opgenomen. De voorouders, vijf generaties, van deze mensen komen
allemaal voor in het boek. Met recht kun je zeggen dat deze families
diepgeworteld zijn in het beschreven gebied. Van één van hen zijn er
zelfs 200 voorouders in het boek vermeld!
Wilt u verder nog iets kwijt over de totstandkoming van het boek?
Het kostte heel veel werk en heel veel tijd, maar door samenwerking is
het toch iets moois geworden. Daar zijn we met elkaar best trots op.
Wat wordt uw volgende project?
Als me de tijd gegeven wordt, misschien na een korte pauze,
waarschijnlijk toch wel weer iets over dit mooie gebied.
Hartelijk dank en succes met de laatste loodjes.
Riet van Eerden-Wigchering
Coördinator namens de
Stichting Boerderijenboek