|
|
|
Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en
omstreken
32e jaargang december 2006 |
|
Spelenderwijs
|
|
In de donkere dagen rondom
midwinter en speciaal in de kersttijd hebben we behoefte aan warmte en
gezelligheid. Rondom de Kerst wordt dan ook veel gespeeld. Het dit jaar
door de redactie gekozen kerstthema “Spelen” is vanuit deze gedachte
geboren. In deze kerstkrant vertellen mensen (van jong tot oud) over
het plezier wat ze aan –samen- spelen beleven. Spelen kun je op heel
veel manieren: spelletjes spelen, musiceren, een hobby uitoefenen.
Spelen bevordert het saamhorigheidsgevoel en is bovendien een leuk
tijdverdrijf.
|
“Spelen, wat voor
kinderen goed is, is voor volwassenen nog beter “(Loesje)
Van spelen wordt je wijs en van spelen groeit het vertrouwen in
je eigen talenten. Daar hoef je helemaal niet jong voor te zijn.
Spelenderwijs groeit een mens groter. Door spelen leer je eigen
krachten en zwakten kennen. Spelenderwijs ontdek je de grenzen
en je beperkingen. De één is goed in woordspelletjes, de ander
wint altijd met hardlopen en verspringen. Dat kan betekenen dat
de pionnen door de kamer vliegen als je verliest met
Mens-erger-je-niet of Ganzenborden, maar dat je veel plezier
beleeft aan een computerspelletje waarbij een snelle reactie
belangrijk is. Of dat je baalt als je met je maat verliest met
een potje klaverjassen, maar dat je andersom een kick krijgt van
een goed verlopen wedstrijd poolbiljarten. It’s all in the
keeme, om met Fredje Bouma te spreken.
Spelers gevraagd
Ook het samenstellen van deze krant is een spel. Want wat is
schrijven meer dan spelen met letters, woorden en begrippen? Er
zijn regels bedacht voor de spelling (welke met regelmaat worden
veranderd) maar binnen deze regels kan iedere schrijver eigen
verhalen bedenken. Ook de fotografen spelen met beelden. Hun
creativiteit en hun perspectief op zaken in onze dorpen kunt u
elke maand weer bewonderen. De eindredacteur en de drukker
spelen met de indeling met de opmaak van de artikelen. Een
samenspel, waarbij veel spelers nodig zijn. Speelt u/jij mee? We
hebben behoefte aan mensen met een beetje –speel- tijd om ook in
2007 maandelijks een G&T uit te laten komen!
Roelie Karsijns-Schievink
|
|
Meer dan een spelletje doen: Bewegen voor Ouderen
En ook goed voor de lachspieren
|
|
Wekelijks staat
docente Bea Fokkema voor een groep vitale 55-plussers uit
Garmerwolde en Thesinge. “Meer Bewegen voor Ouderen is echt veel
meer dan een spelletje doen. Je bent hier in een gezellige groep
serieus met je lichaam bezig.” |
|
 |
| |
|
Samen bewegen en spelen is leuker. (Foto: Henk
Remerie) |
|
|
Bea vertelt enthousiast over
de lessen en het belang van bewegen.
Samen bewegen is leuker
“Bewegen is belangrijk, want rust roest. De norm is een half uur per dag
bewegen. Dat is goed voor je gezondheid, je blijft er fit bij en het
werkt ook preventief. Want wie veel beweegt, kan langer zelfstandig
blijven functioneren. Vergelijk het maar met autorijden: als je dat
ontwent, durf je na een tijd ook niet meer achter het stuur. Je kunt
natuurlijk best thuis in je eentje oefeningen doen. Maar in de praktijk
komt het daar meestal niet van. Het is ook veel leuker om in het
groepsverband te doen.”
Hoe ziet zo’n les eruit?
“We beginnen met een uitgebreide warming up om de gewrichten los te
maken en het lichaam voor te bereiden op het vervolg. Dan volgen tien
minuten bewegen op muziek. Het volgende onderdeel bestaat uit oefeningen
gericht op balans en reactiesnelheid. Daarbij worden ook nieuwe
vaardigheden aangeleerd. We werken bijvoorbeeld met ijshockeysticks,
ballen, hoepels of stokken. Altijd besteden we aandacht aan loop- en
tiltechnieken en een goede houding. Dan is het alweer tijd voor de
cooling down met een aantal rustige oefeningen. Het lesuur wordt
afgesloten met een spel. Het programma kan staand of zittend worden
afgewerkt en iedereen werkt op zijn eigen niveau en in zijn eigen tempo
De lessen zijn bedoeld voor dames en heren van 55 jaar en ouder.”
Plezier
“Alle gewrichten worden losgemaakt, ook het kaakgewricht. Dat laatste
doen we door veel te lachen. En na het sporten drinken we gezamenlijk
een kopje koffie of thee en praten we na. Als afsluiting van het jaar
hebben we altijd een spelmiddag met een diner. Bewegen voor Ouderen is
écht veel meer dan op een stoel zitten en oefeningen doen.”
Meer
Bewegen voor Ouderen, iedere donderdagmiddag van 14.15 tot 15.15 uur in
het gymnastieklokaal aan de W.F. Hildebrandstraat in Garmerwolde. Wilt u
meer weten of u aanmelden? U kunt bellen met Bea Fokkema, tel. 541 46
63.
Anne
Benneker
|
|
Kemen
|
|
Niet dat
vroeger alles beter was, maar er waren iets meer zekerheden in het
leven. Zo kon je er donder op zeggen dat een kind door het dolle heen
was als hij van Sinterklaas een spel kreeg. Hele gezinnen kwamen zo
dobbelend, kaartend en ganzenbordend de winter door. Maar tegenwoordig
is niets meer zeker, en zelfs dat niet, geloof ik…
Een kind hoeft niet meer tot
Sinterklaas te wachten om een spel te krijgen. Of hij krijgt het zó wel,
of hij heeft genoeg geld om het zelf te kopen. Maar de spellen zijn niet
meer wat ze waren. In de eerste plaats heet het geen spel meer maar
‘game’, op z’n Engels. Je speelt ook niet gewoon, maar je gaat ‘kemen’,
en wel op de spelcomputer.
Het rare is dat de meest bloederige en gewelddadige games het populairst
zijn. Wie de meeste voetgangers doodrijdt of tegenstanders overhoop
schiet, maakt kans op bonuspunten. De oorlogs-, misdaad-, hooligan- en
andere agressieve games zijn niet aan te slepen. Canis Canem Edit (‘hond
eet hond’) is een game die als doel heeft het weg of dood pesten van
andere kinderen. Het werd in de vakliteratuur bekroond met 4 sterren
(van de 5). In Litice ben je een SS-officier die zoveel mogelijk
verzetsstrijders tegen de muur moet zetten en doodknallen. Dit spel is
gebaseerd op het waar gebeurde bloedbad tijdens WO-II in het
gelijknamige Tsjechische dorpje.
Maar er is nog hoop: er is
een ouderwets bordspel uitgekomen dat niet alleen het hele gezin weer
rond de tafel krijgt, maar blijkbaar ook erg spannend is. Het Grote
Taalspel, werkt nog met een bord, dobbelstenen, fiches, kaartjes, en
test de taalkennis van de deelnemers. Weg met die kerstkalkoen:
doppinda’s op tafel, het spel uitgelegd en kemen maar!
Fredje
Bouma
|
|
Meisjesvoetbal
|
|
Bij
GEO hebben we sinds de zomervakantie 2006 een meisjesteam.
Vroeger moesten de meisjes altijd bij de jongens in een team.
Maar nu dus niet meer.
Het is heel gezellig in het team. We spelen goed samen en
iedereen krijgt vaak de bal. Onze trainster heet Jantje en ze
doet het heel leuk. De coach heet Jacob en is de vader van een
van de meisjes.
We trainen altijd op
de maandag en donderdag. ‘s Maandags om 18.15 uur en donderdag
om 17.45 uur. We doen met de training verschillende oefeningen.
Gewoon overschieten, op het doel schieten of anders. Als je niet
tegen kou of regen kunt moet je niet op voetbal gaan. Want ook
dan gaat de training gewoon door.Tijdens de wedstrijden doen we
meestal beter ons best dan met de training. En als er bij ons in
de wedstrijd gescoord wordt gaat er een soort alarm af. We
hebben al een paar keer gewonnen maar in het begin ook wel wat
verloren. Dat komt omdat we toen nog maar net een team waren.
Zelf sta ik in middenvelder, ik moet helpen verdedigen maar ook
helpen aanvallen. Dat is best zwaar want je rent de hele tijd
heen en weer. Maar ik vindt het wel heel leuk!
Lisa v.d. Weert
|
|
 |
|
|
Tips voor de 2 populairste spellen
|
|
Top 2
bordspellen:
1.
Monopolie
2. Kolonisten van Catan
|
|
Tips voor monopolie:
1. Probeer heel
Groningen te krijgen (er gaat niks boven Groningen).
2. Het begin is belangrijk, mijn tactiek is meestal zuinig aan, maar dat
blijkt niet echt te helpen. probeer dus gelijk zoveel mogelijk straten
te krijgen.
3. Mocht er een klein kind meespelen, probeer zo handig mogelijk te
ruilen, kinderen kennen de waarde van straten niet zo goed (ja, ik weet
het, heel gemeen dus alleen in hoge nood).
Tips voor Catan:
1. Als je dorpen
neer moet zetten in het begin, probeer dan óf bij elke grondstof te
staan, óf je probeert te schatten wat het schaarst word.
2. Je kunt natuurlijk ook kijken wat het meeste in omloop is, en daar je
huis neerzetten.
3. Ridderkaarten zijn meestal niet zo gelieft. Toch zijn ze wel handig.
Drie van die kaarten en je hebt twee punten; ontwikkelingskaarten kopen
dus.
Ik hoop dat jullie er wat aan
hebben, veel plezier!
Nanda-Devy v.d. Veen
|
|
Tactisch spel
|
|
Alweer voor de
veertiende keer zal er tussen kerst en oud en nieuw een
poolbiljarttoernooi gehouden worden in Café Molenzicht in Thesinge.
Ieder jaar is dit een groot evenement waarin maximaal 24 deelnemers mee
kunnen spelen. De donderdagavond is de vaste speelavond voor leden van
de poolbiljartclub Thaisner Steuters, maar tussen de feestdagen in is
iedereen welkom op woensdag 27 december. De kroeg zal vast weer stampvol
zijn met spelers en publiek. Henk Tammens uit Thesinge is de
initiatiefnemer van dit toernooi en heeft met hulp van verschillende
mensen de organisatie in handen. Hij vertelt met enthousiasme over de
club en het spel.
|
 |
De “Thaisner Steuters”. (Foto: Wolter Karsijns)
|
|
“Elke
donderdagavond van september tot en met april is van de 11 vaste
spelers een groot deel aanwezig. Er wordt een onderlinge
competitie gespeeld gedurende het seizoen volgens het “best of
five” systeem. Alle leden spelen tegen elkaar. Voor een
recreantenclub hebben we een aardig niveau. Het is een kroegspel
en is makkelijk te leren. Het kan op alle niveaus gespeeld
worden maar waar het op aan komt is vooral inzicht en
concentratie. Het is een tactisch spel waarin een beginnend
speler het van een routinier zou kunnen winnen. Het is
makkelijker te leren dan gewoon biljart en biedt meer
mogelijkheden. Henk Bats is sinds jaar en dag onze
hoofdscheidsrechter en Arjan Balkema houdt met mij de
administratie van de wedstrijden bij. |
|
 |
We zijn zeker
ook een gezelligheidsclub. Eens per jaar gaan we “potverteren” en dat
betekent een uitje naar allerlei verschillende gelegenheden door de
jaren heen.”
De uitslag van het pooltoernooi 2006 leest u in de volgende G&T.
Truus Top
|
|
Toneelspel; hobby of passie
|
|
Sinds mijn 16e
jaar speel ik al toneel. Ik begon in mijn geboortedorp Zuidwolde. Soms
speelde ik in één winter in 3 toneelstukken tegelijk; voor UNO-ANIMO
(muziekvereniging ), ’t NUT en in het STAATSPENSIOEN. Toen ik in 1958
door mijn huwelijk in Thesinge kwam te wonen ben ik lid geworden van
V.I.O.D.
Toneelspelen is heerlijk, je
kunt je helemaal uitleven in een rol. Het liefst speel ik blijspelen,
want op het toneel gaat lachen me beter af dan huilen. Toch hebben we in
het verleden wel eens een toneelspel gespeeld bv. ”Zai hait Stientje”.
Als je dan voor in de zaal de stoerste mannen zoals Anjes Kampen (de
vader van Arend ) hoort snikken, dan ga jezelf ook. Na afloop zei iemand
tegen mij “Rotmeid, ik kom hier om te lachen, maar jij laat mij huilen”.
Dan weet je dat je je rol goed gespeeld hebt.
Het is een heerlijk gevoel als je greep hebt op het publiek, ook met een
blijspel. Dan geef je je helemaal en ben je na afloop totaal leeg. Je
moet de batterij dan eerst weer opladen.
De rollen die ik speel zijn met mijn leeftijd meegegroeid. In het begin
speelde ik jonge meisjes rollen, toen moeder en nu oma of die van
roddelende buurvrouw, wat me ook goed afgaat.
In 2008 bestaat V.I.O.D. 70 jaar en ben ik 50 jaar lid. Er staat dus een
feestje aan te komen.
Dit jaar hebben we weer een pracht stuk uitgezocht namelijk “Wat ’n
smiesterd”. Het stuk is vanuit het Duits in het Drents vertaald door
Gombald en Ten Velde. Tijdens de repetities lopen de tranen ons vaak
over de wangen van het lachen. Dat belooft dus wat. De opvoeringen zijn
op 3 ( rookvrij ), 10 en 17 februari 2007.
V.I.O.D.is een hecht clubje, net één familie. Dat heb ik vernomen toen
mijn man Tonny ongeneeslijk ziek werd. Allen leefden mee en daar heb ik
veel steun aan gehad.
Ik hoop dat ik nog vele jaren
bij V.I.O.D. kan blijven spelen. Zolang er nog een rol voor mij in het
stuk zit en mijn gezondheid het toelaat, blijf ik doorgaan.
Roelie
Dijkema
|
|
Spel….
(uit de
Dikke van Dale)
|
|
0
(en), 1. bezigheid die zonder enig praktisch nut , alleen om
haars zelfs wil, tot vermaak of ontspanning wordt verricht,
waarbij enig competitie-element of verbeelding is betrokken: de
oudste spelen zijn werpspelen en het spelen met poppen; de
spelen der jeugd, een spel met blokken, met lucifers; al de
grondtrekken van het spel zijn reeds in dat der dieren
verwezenlijkt (Huizinga); de ”aardigheid” van het spel verzet
zich tegen elke analyse of logische interpretatie; vooral een
dergelijke ontspanning die aan zekere regels is gebonden, bv.
knikkeren, hinkelen, hockey en andere balspelen: ieder spel
heeft regels, de regels van het spel zijn volstrekt bindend en
onbetwijfelbaar (Huizinga); |
|
 |
|
|
spelen met
geestelijke activiteit, zoals kaartspel, dammen, schaken; -als
vertoning: brood en spelen; -als manifestatie en wedstrijd: de
Olympische Spelen; de categorieën strijd en spel zijn in de archaïsche
(oudste tijdperk van beschaving) cultuur ongescheiden…
En dan nog een hele waslijst
met woorden en uitdrukkingen met spel: woordspel, minnespel, vrij spel,
buiten spel, toneelspel, wagenspel, grof spel, zuiver spel, spelbreker,
spelbederver, spelboek, spelcomputer; al dan niet gelukkig in het spel,
hoog spel spelen, alles op ’t spel zetten, het is maar spel, spel van
kat en muis, spel der natuur, wind en golven, zon en schaduw, krachten,
gebaren, eind van het spel.
Wie op ” Spel” Googelt vind
maar liefst tien pagina’s met spelverwijzingen!
Wikipedia, de vrije internet encyclopedie, zegt:
Een spel is een activiteit
waaraan één of meerdere mensen deelnemen en waarin wordt geprobeerd één
of meer vaardigheden of talenten ten volle te benutten of te vergroten.
In het meervoud is spellen: spel als spelmateriaal, zoals
gezelschapsspellen, computerspellen….
En spelen: het spel als bezigheid, lichamelijke activiteit:
behendigheidsspelen, balspelen,….
Een spel wordt over het algemeen voor het plezier van de deelnemers
gespeeld, alhoewel een doel van het spel ook kan zijn bepaalde
vaardigheid of kennis te vergroten. Over het algemeen is men het er over
eens dat mensen in staat zijn puur om het plezier te spelen; als het op
dieren aankomt zijn dierpsychologen geneigd aan te nemen dat het spel
puur ter studie geldt.
Sommige spellen kunnen door één persoon worden gedaan, maar over het
algemeen gaan twee of meer personen in een spel met elkaar de competitie
aan. Er bestaan echter ook spellen waarbij de deelnemers niet tegen
elkaar strijden, maar moeten samenwerken om het spel tot een goed einde
te brengen. Filosoof David Kelly omschrijft een spel als ”een vorm van
recreatie die bestaat uit een verzameling regels die een doel aangeven
dat moet worden bereikt en de toegestane middelen om het te bereiken.”
Dat dit niet alle vormen van spel beschrijft geeft de filosoof
Wittgenstein aan als hij zegt dat het begrip ”spel” niet kan worden
gedefinieerd en een Stephen Linhart zegt: ”Mensen zeggen dat je moet
kiezen tussen spelen of het echte leven. Ik denk dat de claim dat er een
scheiding is tussen die twee, erg gevaarlijk is.”
Veel vakgebieden houden zich
bezig met de studie van het spel, zoals antropologie, economie,
speltheorie, statistiek, informatica/kunstmatige intelligentie,
pedagogiek en ludologie (= leer of theorie van het spel, afgeleid van
het Latijn: ludus = spel).
Spelattracties, spelverhuur,
Oudhollandse spelen
Of dit alles
Handelsonderneming de Ryke, een samenvoeging van Harry en Aafke Middel,
tot voor kort in Thesinge gevestigd, voor ogen stond toen zij met
spelletjes begonnen is de vraag.
Als ik Harry vraag wat hij met spelletjes heeft, antwoordt hij dat het
de lol is, het samen leuk bezig zijn en dat spelletjes je jong houden!
Een belangrijk middel tegen veroudering dus, en misschien houdt het je
ook geestelijk langer fit!
Zijn vader is er ooit mee begonnen, met het zelf spelletjes bedenken,
maken, verhuren en verkopen. Toen Harry van school kwam, kon hij zo
instappen in het spelletjesbedrijf.
Inmiddels worden de spelletjes niet meer zelf gemaakt, daarvoor is de
Ryke te groot geworden. De productie is uitbesteed aan de
houtbewerkingsafdeling van TRIO Bedrijven, een werkvoorzieningschap in
Sappemeer.
De basis zijn de Oudhollandse spelen (zie van Dale), daarnaast is er
steeds meer vraag naar spelletjes die verwijzen naar bekende cartoons,
zoals die van Disney. Met Koninginnedag verzorgde de Ryke o.a. een
zeephelling, luchtkussen en diverse andere, grotere gezelschapsspelen.
Suikerspinnen, popcorn en schietspelen behoren ook tot hun
mogelijkheden; het is compleet kermis!
Voor een aantal televisieprogramma’s, zoals Paul de Leeuw en Big
Brother, leverde de Ryke ook spelonderdelen .
Gevraagd naar zijn ervaringen met de spelverhuur zegt Harry dat die
mensen die het hardst roepen een hekel aan spelletjes te hebben en het
kinderachtig vinden, vaak degenen zijn die later het fanatiekst meedoen.
Uiteraard helpt het ook een beetje als daarbij een pilsje gedronken
wordt. En inderdaad, een aantal avonden in t Jopje met spelverhuur aan
families en collega’s, bevestigt dat beeld. Is er in het begin nog
sprake van aarzeling, terughoudendheid; éénmaal begonnen komt het moment
waarop iedereen enthousiast bezig is en je je zwager opeens ook van een
andere kant leert kennen of ineens contact hebt met die anders altijd zo
stugge collega.
Tegen veroudering, ter lering, ontspanning en vermaak, voor de
verbroedering, wie durft er nog te zeggen dat spelletjes zinloos zijn?!
Harry in elk geval niet; als
ik hem vraag of hij nooit eens denkt: ”ik wil eens heel wat anders doen,
taxichauffeur worden of kok”, antwoordt hij met een stellig nee.
Alhoewel hij sinds 1 december op een ander adres gevestigd is (vanwege
de praktische reden dat er meer ruimte beschikbaar is), kunt u hem nog
heel lang bellen of mailen voor al uw spelwensen! (www.deryke.nl
06 47962971)
Ik wens u een gezellige
Kerst(vakantie) met veel spelletjes en plezier!
Susan de
Smidt
|
|
Paardrijden is in de mode
|
|
Paardrijden is in de
mode, mede dankzij de twee gouden plakken (in 2004 bij de
Olympische Spelen en in 2006 bij de Wereldkampioenschappen) van
Anky van Grunsven. Paarden hebben al eeuwen een grote
aantrekkingskracht. Vroeger werden paarden vooral gebruikt als
werkpaard. Daarvoor hebben we ze nu niet meer nodig. Hun kracht,
zachtheid en schoonheid blijven onveranderd een grote
aantrekkingskracht houden.
|
|
 |
| |
|
Leni Arends met haar paard
Querida (Foto: Henk Remerie) |
|
|
In de afgelopen 5 jaar steeg
het aantal actieve paardensport beoefenaars van 8 jaar en ouder met 16 %
(456.000) waarvan 80% vrouw is. De doorsnee is jong, onder de 20 jaar,
hoewel het aantal ouderen, ook boven de 50 jaar, is gestegen. Ook in
Garmerwolde en omstreken zie je velen (hoofdzakelijk meisjes)
paardrijden. Veel meisjes zijn op jonge leeftijd (6 / 7 jaar) al
ponyverzorgster.
Het merendeel rijdt recreatief. Meer dan de helft van de paardensport
beoefenaars is aangesloten bij een manege, wat nog steeds veruit de
belangrijkste plaats is om de sport te beoefenen. Het is dan ook
raadzaam de eerste lessen in een manege te nemen, waar je behalve leert
paardrijden ook leert hoe je met paarden om moet gaan. Dit kan heel wat
ongelukken schelen. Want per jaar zijn er ongeveer 75.000 ongevallen
waarvan er ruim 9000 in het ziekenhuis belanden.
Op de openbare weg weten de automobilist en (brom)fietser vaak niet hoe
ze horen te reageren als ze een ruiter te paard tegen komen. En
paardrijden in de buitengebieden wordt steeds populairder. De ruiter is
een mede-weggebruiker, maar zal als het mogelijk is in de berm gaan
rijden. Een paard is een vluchtdier dat snel kan schrikken. Meestal kan
de ruiter hier goed mee omgaan, maar het is altijd beter om het
schrikken te voorkomen door je snelheid te matigen, zeker 5 meter
afstand te houden, niet te toeteren of te knipperen met je lichten en
rustig met extra ruimte te passeren.
Er bestaan vele soorten paardensport. Ik noem er een paar. Zo heb je oa.
de dressuur, springsport, western, endurance, mensport, draf-en
rensport.
Zeer populair is de dressuur (weer dankzij Anky). De danspassen die het
paard uitvoert is vaak het resultaat van jarenlange training. Het paard
leert te luisteren naar de ruiter, de basis van het paardrijden. Hierbij
worden de been- en teugelhulpen zo verfijnd dat het lijkt of het paard
de gedachten van de ruiter kan lezen. De ruiter zit stil en het paard
danst.
De springsport is ook zeer populair. Ook in maneges worden springlessen
gegeven. Het vraagt wel durf als je over wat hogere balken en brede
obstakels springt.
In opkomst is het western rijden. Het ontstond rond de 19e
eeuw in Noord-Amerika, toen de vee-industrie een grote doorbraak maakte.
Het was de tijd van de echte cowboys. Vanwege het werk wat ze deden
hadden ze rustige paarden nodig, voor de lange afstanden die ze aflegden
een comfortabele rijstijl. Zo ontstond het western rijden, dat niets met
rodeo te maken heeft. De western ruiter herken je aan zijn natuurlijke
en ontspannen manier van rijden. Alle hulpen die worden gegeven zijn
licht en er wordt met losse teugel gereden. Veel mensen gebruiken
western rijden als basis voor buiten ritten. Ook bij de westernsport
bestaan verschillende onderdelen oa: cutting (het werken met koeien), en
reining (westerndressuur) met spins (snelle wendingen om de achterhand,
het paard draait daarbij om zijn achterbenen) en slidingstops, dit is
het door glijden met de achterhand terwijl de voorbenen doorlopen.
Bij de endurance gaat het om lange afstandritten dwars door de natuur.
Bij een wedstrijd worden er speciale routes uitgezet met een totale
lengte van 25 tot 160 km. Er wordt op tijd gereden maar het welzijn van
het paard staat voorop. De deelnemende paarden worden voor, tijdens en
na de rit gecontroleerd door een dierenarts.
De mensport houdt in: als koetsier met groom (bijrijder /helper van de
koetsier) rijden in een rijtuig, met 1,2,3 of 4 paarden. Er bestaan
verschillende soorten rijtuigen met 2 of 4 wielen. Je kunt in
wedstrijdverband mee doen aan dressuur rijden (verschillende figuren in
stap en draf) en aan vaardigheid waarbij een kegelparcours met ballen er
op wordt uitgezet. Het parcours moet in een bepaalde tijd worden gereden
zonder een kegel (met balletje) om te gooien. Dan heb je nog een
samengestelde wedstrijd. Dit is dressuur, vaardigheid en marathon.
Hierbij worden 3 trajecten met hindernissen gereden samen 15 km, waarbij
een minimum en maximum eindtijd geldt. De groom zorgt ondermeer voor de
balans van de wagen. Met een vierspan is het natuurlijk een spectaculair
gezicht.
De drafsport is weer een heel andere tak van de paardensport. Hiervoor
worden bepaalde paarden, dravers, gebruikt voor een licht wagentje met
twee wielen (sulky). Hierop zit de pikeur, die het paard in zuiver
regelmatige draf laat lopen. Dit is zeer belangrijk bij de drafsport. De
sulky heeft gewicht tussen de 3 en 28 kg. JanPeter Schaatsberg uit
Garmerwolde beoefent deze bijzondere tak van de paardensport. Hij traint
professioneel deze (ook bijzondere) paarden. Bij de rensport zit de
jockey met een klein zadeltje op het paard en moet er in een wedstrijd
een afstand tussen de 402 meter en de 2,4 km afgelegd worden. Het
gewicht van de jockey hoort onder de 47 kg. te liggen. Deze sporten
worden professioneel bedreven en gaat het om prijzengeld.
De Federatie Paardrijden Gehandicapten maakt mogelijk dat ook mensen met
een verstandelijke en/of fysieke beperking kunnen genieten van het
paardrijden, bijvoorbeeld ter ontspanning. Dit gebeurd in maneges die
aangesloten zijn bij de F.P.G. (zoals de Martini Manege). Ook als
therapeutische behandeling wordt het ingezet bv. in de revalidatie. De
verantwoordelijkheid ligt bij de fysiotherapeut.
Samenwerken met je paard. Welke tak van de paardensport je ook beoefent.
Daar gaat het om. Paarden verstaan geen mensentaal. Zij communiceren
onderling met lichaamstaal. Inzicht krijgen in de belevingswereld van
paarden en hun lichaamstaal. Dat is belangrijk als je paarden wilt
begrijpen. Paarden leren ons begrijpen als wij duidelijk naar hun toe
zijn met lichaamstaal. Dan kan wederzijds respect en vertrouwen
ontstaan. Het paard zal respect voor je hebben zonder er toe gedwongen
te worden. Het zal jou als leider zien en met je willen samenwerken. Dan
kun je genieten van je hobby…paardrijden
Leni
Arends
|
|
Paardrijden bij Marion Bennink
|
|
Zondagochtend ga ik
paardrijden bij Marion. Ze heeft vijf paarden en ze heten:
Pepper,
Mago, Fidora, Rober en Zebor.
Deze zondag wisten we nog niet wat we gingen doen. Ik had Pepper
en Mago al geborsteld. Toen kwam Mandy ze ging een buitenrit
maken. Dus wij gingen met haar mee ik ging op Mago en Mandy op
Fidora en Marion ging op Rober. We zijn langs de Bovenrijgerweg
geweest en toen over de Stadsweg waar we een stukje hadden
gedraafd. En toen kwamen we langs Leni en die gaat volgende keer
een buitenrit maken.
En we zijn ook nog in het dorp geweest en toen gingen we maar
weer terug. We hebben de paarden afgezadeld en ook nog de
stallen uitgemest, want dat hoort er natuurlijk bij. Daarna
hebben we een lekkere warme chocolademelk met slagroom
gedronken.
Hanna Boes
|
|

|
|
|
Ach mens. Erger je niet!
|
|
De zomervakantie was een
mooie droom, maar is allang voorbij. De blaadjes zijn allang van de
bomen, Sinterklaas zit ook alweer in zijn kasteel in Spanje en
kerstmannen staan weer in de etalages. De winter komt eraan en december
is een dure maand. ‘Waar gaat dit over?’ zult u allen denken.
Sinterklaas heeft ook dit jaar verschillende geschenken bezorgd. Bij
sommige zelfs een heus familiespel. Onder het mom van; het gezin moet en
zal een spelletje doen, ‘s avonds bij de cappuccino, kreeg menigeen een
bordspel. Maar welk spel moet dit jaar onder de kerst boom en wat is so
last season?
Nee, ik ben geen Consumentenprogramma die het leukste spel van het jaar
gaat kiezen, maar geeft toe: Mens-erger-je-niet is toch echt niet meer
van deze tijd (met alle respect voor de kampioen Mens-erger-je-nieten..)
Ik ben trouwens ook niet echt een spelletjesspeler, terwijl er toch een
kast vol spelletjes in de kamer staat. Maar dit geheel terzijde…
Ook merk dat er weinig mensen zijn die ook maar een beetje tijd hebben
voor een bordspel, ze zijn namelijk gewend aan de Monopolytoernooien van
vroeger, die duurden soms drie dagen. Daarom staat er tegenwoordig, heel
handig, de tijdsduur op de verpakking. Kun je het meteen in plannen in
je agenda.
Je moet natuurlijk ook een spelletje doen dat bij je past, dus geen
Nijntjes kwartet op je zeventiende (oké, alleen in verdoofde, extreme
gevallen). Enkele brugklassers wagen het er nog wel eens tikkertje in de
gangen te doen, maar die worden heel gauw afgestraft met een prullenbak
(leeggegooid over hun hoofd).
Het derde punt waar je op stuit is, wat mag en kan je met beperkte
middelen doen..? Graffiti spuiten is best leuk, maar een geschikte muur
op op te spuiten is daarbij geen overbodige luxe. Of als je fervent
bomenklimmer bent, is een behoorlijk boom best handig.
Eigenlijk is er maar één oplossing: maak een puzzel. Geschikt voor alle
leeftijden en bovendien kan je er mee kappen wanneer je wilt. Het is
niet echt meer van deze tijd, maar mocht je met cappuccino én een puzzel
betrapt worden, verstop dan de stukjes in je broekzak of
dichtstbijzijnde vaas…
Annemiek
Havinga
P.S. 13
oktober jongst leden was het Wereld Kampioenschap Mens-erger-je-nieten
in Hengelo. Meneer Karel A. Burgervoet was de
grote winnaar. Zo. Bent u meteen even bijgepraat.
|
|

|
|
Een lied uit de verzameling van Ellen Groot (www.compoundcue.nl)
|
|
Muziek maken
|
|
Zou ’t zelf spelen van muziek
nu veel voorkomen om van die regenachtige zondagmiddagen en zo af te
komen? De vraag is, achteraf gezien, misschien toch een beetje een domme
vraag geweest van mezelf. Wie z’n oor te luisteren legt weet al gauw dat
bij de meesten nu niet direct standaard de muziek op de muziekstandaard
staat. Maar aan de andere kant zijn spelletjes als scrabble nu ook niet
elke avond aan de orde. Vermoedelijk is numero 1 als tijdverdrijf de TV.
Daar kan ik nu over mee praten, sinds het rampzalige plan is uitgevoerd
om Nederland 1,2,3 niet meer analoog uit te zenden.
Een schotel was het enige alternatief, met als resultaat 2000 tv zenders
en 400 radio zenders. Ik zal tot het einde der tijden bezig zijn om hier
kijk op te krijgen. Goed, de tv dus maar uitgezet, en geprobeerd de
historie eens op te frissen.
Het was 200 jaar geleden in nette families helemaal niet abnormaal om om
de tafel te zitten en muziek te spelen. Er zijn nog van die schattige
muziekstandaardjes die op tafel kunnen staan. De blokfluit was razend
populair, en vandaar dat er eindeloos veel muziek voor geschreven is. In
het dagelijkse leven was gewoon zingen best normaal. De laatste jaren
zijn de zeemansliederen (Sjanti) uit de tijd van zeilschepen weer
bekend. Die Sjanti waren ook erg nuttig om het ritme aan te geven bij
het hijsen van de zeilen of bij het laden en lossen. Ook militairen
zongen onder het marcheren. Gek genoeg weet ik niet van vrouwelijke
varianten. Mij zijn geen liedjes bekend voor onder het afwassen of bij
het aardappelschillen. Maar natuurlijk zijn er wel de wiegeliedjes. Wie
is er niet toegezongen met “slaap kindje slaap”.
Maar hoe zit dat nu in 2006 ? Ik kwam er niet uit, en daartoe maar op
bezoek gegaan bij een muzikaal huis, dat van Roelf Stol. Hij was
dirigent van de Harmonie, Apenjagers, enzovoort, geridderd voor 40 jaar
buitengewone verdienste op dit gebied, en verhuisd. Nu wonen er ook weer
musici, nl. Wiro Jacobs en Ellen Groot (Majeur). Het was een uurtje
brainstormen, met vragen als: hebben we in Nederland misschien een
muziek-maak cultuur. In Engeland is het met kerstmis wel de gewoonte om
muziek te maken, en hééél, heel veel kerstmuziek is van Engelse komaf.
Elisabeth heeft ze eens verzameld en op hun website gezet
(www.compoundcue.nl; zie ook de illustratie). Haar ervaring is dat als
je een beginnetje geeft, heel veel mensen het wel kennen en mee kunnen
zingen. En in Ierland heb je de pubs. Daar is altijd wel iemand die een
instrument heeft meegenomen, en de rest zingt mee. Zo kennen we dat hier
niet echt. Heel misschien zou je Karaoke kunnen meetellen: doen alsof je
meezingt. Het is nog best wel populair. Verder niet te vergeten Idols.
Kortom, er gebeurt best wel wat op het gebied van zelf muziek maken,
maar niet zo veel dat bijvoorbeeld de GGZ een afkickcursus heeft voor
muziekverslaafden.
Karel
Drabe
|
|
Spelen met muziek en publiek
|
|
Op zijn dertiende
stond Reini Boer uit Thesinge alleen voor 150 man publiek muziek
te draaien met disco “First Move”. “In Garmerwolde was een feest
ter gelegenheid van een uitwisseling van de PJG met een duitse
jongerenvereniging. “Ik had nog geen microfoonervaring en toch
liep het gesmeerd. Vanaf mijn twaalfde had ik dit afgekeken van
de oprichters van “First Move”: Menno Ritsema, Pieter Hofman,
Jan Boss en Henk Groothof. |
|
 |
| |
|
Sake Heidema en Reini Boer. (Foto: Wolter
Karsijns) |
|
Daarvoor was ik al in
het café van Ria van der Toorn bij optredens van Douwe Westra en
Peter Huizinga met de “The Magic Five” helemaal gek van het
draaien van muziek geworden. Daar heb ik nu nog singles van in
mijn bezit!”
“First Move”
Deze naam voor de disco is bedacht door Kees Boer. De
jeugdvereniging van de Gereformeerde kerk had een budget tot de
beschikking gekregen in 1982 om de benodigde apparatuur aan te
schaffen voor een disco. Er werden twee platenspelers
aangeschaft waar de jongens zelf een meubel omheen bouwden. Zij
waren behoorlijk technisch en sloten een versterker aan op de
stereotoren van Menno. Er is zelfs een officieel keuringsrapport
opgemaakt door Jan Derk Slagter voordat er een optreden werd
toegestaan. De disco in “Ons Trefpunt is een begrip sinds bijna
25 jaar. Er wordt momenteel over nagedacht hoe dit volgend jaar
in november gevierd zal worden.
Kinderdisco
Heel wat
jeugd in Thesinge is groot geworden met de kinderdisco op
vrijdagavond. De disco heeft zeker meegewerkt aan onderlinge
binding tussen de jeugd in het dorp. Reini vindt deze avonden
zelf ook leuk om te doen. “Kinderen zingen engelse teksten van
top-veertig nummers mee zonder dat ze weten waar ’t over gaat.
En als je K3 of kabouter Plop draait dan zingt en danst het
volkje spontaan mee. Er moet geld bij voor de kinderdisco maar
het is natuurlijk wel werken aan de toekomst. Voor de jeugddisco
draaien we een heel ander repertoire. Sake Heidema is mijn vaste
maat en met hem samen maken we er een leuke avond van”. Reini
heeft zelf een brede smaak wat muziekkeuze betreft. Top veertig
nummers, zestiger jaren muziek, maar ook Groningse artiesten
draait hij graag. Hij kan niet echt één bepaald nummer noemen.
Het zijn er teveel om op te noemen.
Vrijwilligerswerk
“Sake is
penningmeester en krijgt jaarlijks kascontrole door de
jeugdraad. “First Move” bedruipt zichzelf volledig. Het geld wat
overblijft wordt besteed aan nieuwe materialen of aan
vervanging. Het materiaal van tegenwoordig bestaat uit twee
cd-spelers,een lap-top met een groot geheugen zodat er gewerkt
kan worden volgens de bekende term uit de muziekwereld: “U
vraagt en wij draaien”. Er zijn vier luidsprekers, een
mengpaneel om muziek in elkaar over te laten lopen, een
lichtorgel, stroboscoop, roboscan-spiegel die op geluid reageert
met verschillende vormen. Voordat er gedraaid kan worden zijn we
zeker twee uur bezig met de opbouw en de verlichting. Vroeger
werd de apparatuur met tractor en kar van Ritsema naar de
locaties gebracht om ’s avonds te spelen en dan ging ik er op de
brommer achteraan. Dat is nu beter geregeld met al die kwetsbare
spullen. Het is voor de disc-jockeys puur vrijwillligerswerk.
Reserveringen
In de loop
van de jaren is het bezoekersaantal door mond tot mond reclame
fors toegenomen. Reini heeft wel op schuurfeesten voor
zeshonderd man gedraaid. Voor volgend jaar staan er alweer wat
reserveringen gepland. Gemiddeld zijn er met “First Move” naast
de dorpsdisco zo’n 10-20 optredens. “Als het een feest in een
café is dan wil de kroegbaas natuurlijk ook een goeie omzet
maken. Voor ons is het spel met het publiek heel bepalend voor
de sfeer. We proberen het volk op de dansvloer te krijgen door
geschikte nummers te draaien van een zelfde soort. Als het aan
pauzeren toe is draaien we even een beroerd nummer tussendoor
zodat iedereen van de vloer en naar de bar gaat. Je moet ’t alle
partijen tenslotte naar de zin maken!”
 |
|
Muziekwereld
Naast een volledige werkweek als proces-operator is
Reini de hele week ’s avonds en vrijwel het hele weekend
druk bezet. Als “First Move” geen optreden heeft dan
werkt hij ook wel samen met “The Magic Five” en
daarnaast wordt hij nogal eens gevraagd om te helpen
opbouwen en afbreken bij grote evenementen zoals de
KEI-week en Op Roakeldais. In de muziekwereld weet men
hem wel te vinden voor allerlei hand- en spandiensten.
Door zijn contacten met o.a. een muziekverhuurbedrijf
valt er nog wel eens iets te regelen. Vrije tijd blijft
er nauwelijks over want de doordeweekse avonden zijn
bezet met biljart in Garmerwolde, poolbiljart in
Thesinge en voetbaltraining. Op zaterdag is hij soms
scheidsrechter bij GEO-jeugd of volgens rooster
ochtendcoördinator en ’s middags voetbalt hij zelf in
GEO3. Een groot zilveren feest in november 2007 lijkt
mij voor het dorp een mooi vooruitzicht.
Truus Top
|
|
|
|
Kaartspelletjes
|
|
Sinds mensenheugenis
worden er kaartspelletjes gespeeld, één daarvan is klaverjassen.
Nu is klaverjassen bij de jeugd niet zo vreselijk populair,
pokeren is momenteel meer in. Aan de hoeveelheid informatie die
op internet te vinden is zou je helemaal niet zeggen dat het
niet zo populair is.
Wie gaat googlelen
vindt 209.000 pagina’s, oa met cursussen, online spelen enz.
|
|
 |
| |
|
De jongste klaverjassers van “de Soos”: Peter
Veelen en Riëtte v.d. Molen. (Foto: Henk Remerie) |
|
|
Een hele mooie site om te
leren klaverjassen is: Appie Soft AS Klaver. Ook kan men online
klaverjassen, je zou dus zeggen kansen genoeg om het te leren.
Toch heeft “de Soos” in Garmerwolde geen ledenstop, integendeel, we
kunnen best meer mensen gebruiken. Hoe komt het eigenlijk dat het niet
populair is? Vind men het te oubollig of saai of………? Misschien ligt het
wel aan de naam “Soos”, dat een ouderwets imago heeft. Dat dit niet
terecht is blijkt wel uit de leeftijdopbouw van de leden, van 22 tot 80
jaar. Met twee van de jongste leden heb ik een interview gehad over het
klaverjassen.
Als eerste het verhaal van Peter Veelen, oud 33 jaar en sinds anderhalf
jaar wonend in Garmerwolde op Dorpsweg nr 12. Peter is de nieuwe buurman
van een aantal fervente klaverjassers, de van der Molens. Toen bekend
werd dat Peter graag mocht klaverjassen is hij snel overgehaald om lid
te worden van de “Soos”. Een tweede reden om lid te worden was om mensen
uit het dorp te leren kennen.
Peter heeft het spelletjes doen van huis uit mee gekregen. Elke
zaterdagavond werd er monopolie of risk gespeeld. Wanneer opa en oma
kwamen oppassen werd er altijd geklaverjast. Later werd er gespeeld met
ouders en oudste broertje.
Peter is begonnen met leren klaverjassen toen hij twaalf jaar was. Naast
het klaverjassen speelt hij ook veel computerspelletjes. In zijn
studententijd heeft hij veel geschaakt en natuurlijk ook klaverjassen.
De komende feestdagen worden er ook weer veel spelletjes gedaan, is de
verwachting. Wel weer iets om je op te verheugen, aldus Peter.
Riëtte van der Molen is met
haar 22 jaar het jongste lid van de “Soos”.
Ze heeft zelf opgeschreven waarom ze spelletjes doen zo leuk vindt.
Hieronder volgt haar verhaal:
Spelletjes!!
Op spelletjes ben ik altijd al dol geweest en nog steeds ben ik er
altijd voor in. Computerspelletjes zijn erg verslavend en erg leuk, maar
ik blijf het gezelliger vinden om met meerdere mensen een spel te
spelen. De gezelligheid die er omheen hangt spreekt me erg aan.
Vroeger als kind werd ik al veel geconfronteerd met spelletjes. Als
klein kind heb ik veel gesjoeld en ook bij het noten schieten met Pasen
was ik present zodra ik de kogel vast kon houden.
Als kind heb je alleen een probleem, van veel spelletjes begrijp je nog
niets. Hoe het bijvoorbeeld precies werkte met het geld inzetten bij
noten schieten was mij niet altijd duidelijk. Ook de rest van de regels
begreep ik niet altijd. Mij ging het om het gooien met die kogel en dan
zoveel mogelijk noten van de lijn afschieten (waar dan ook)!
Zo heb ik vroeger ook veel mensen zien klaverjassen. Ik zat er dan als
kind bij en probeerde vaak de spelregels te ontdekken. Maar dit is bij
klaverjassen zeer lastig. De regels die ik bedacht, zoals het gooien op
kleur, op plaatje, enz. werden allemaal één voor één verbroken. Het leek
voor mij een spel zonder regels en iedereen gooide maar wat bij en pakte
af en toe het stapeltje van tafel.
Toen ik een jaar of zestien, zeventien was gingen mijn ouders een poging
doen om mijn zus en mij te leren klaverjassen. Dit omdat je toch echt
vier mensen nodig hebt en dat we dan thuis ook meer zouden kunnen gaan
klaverjassen.
Het was geen gemakkelijk spel om te leren en mijn zus en ik hadden
allerlei spiekbriefjes op tafel liggen. Hierop stonden de punten die
kaarten waard waren en de waarde van de troefkaarten. Na veel open
spelletjes gespeeld te hebben en veel op de briefjes gekeken te hebben,
zijn de regels bij ons doorgedrongen en zijn we er toch achtergekomen
dat het spel wel degelijk regels heeft en dat het niet zomaar een
kwestie van bijgooien is. Thuis ontstonden competities met inleg waarmee
we uiteindelijk dan weer iets met zijn allen van zouden doen.
Toen ik nog maar net de regels een beetje goed kon toepassen van het
spel, hadden ze bij de kaartclub “de Soos” waar mijn ouders en mijn opa
toen kaartten, één speler tekort. Ik mocht toen meedoen, want het is
altijd nog leuker om te spelen dan om een staand nummer te hebben. De
overige spelers moesten toen nog een hoop geduld hebben, maar het is
allemaal gelukt. Ik ben daar toen blijven hangen en doe nu alweer zo’n
vijf jaar mee. Het is een van mijn favoriete spelletjes geworden tot nu
toe, het blijft een spel dat elke keer weer anders is en waarbij
strategie en een dosis geluk nodig is!, aldus Riëtte van der Molen.
Detta van
der Molen
|
| Alle illustraties in dit artikel
zijn gemaakt door Tineke Meirink uit Garmerwolde. Haar werk is te zien
op
http://www.tinekemeirink.nl |