Ik niet. Dus na de zoveelste keer "Ze hebben hem al!"
en mijn hijgend antwoord: "Maar mij nog niet!" dacht ik: laat eens wat
zien! De Groningen Stad Marathon, op zondag 16 september. Nou, dat heb
ik geweten!
De eerste helft, naar Haren en terug, dat gaat nog wel, zeker als je al
een aantal maanden lang twee of drie keer in de week zo'n halve marathon
gelopen hebt als trainingsronde. Rustig beginnen, vooral niet te snel,
niet denken aan Stoffer of Flip, die natuurlijk de stad al zowat uit
zijn als ik nog niet eens bij de ringweg ben, en vrolijk babbelen -
eerst met twee Nederlandse dames van de Loopgroep Groningen, daarna met
een jonge Engelse loopster uit Northampton, en toen met een Duitse uit
Leer, die al haar elfde marathon liep. Overal applaudisserende mensen,
hier en daar toejuichingen door bekenden... dat loopt lekker. Mooi langs
de Hoornseplas en zo, en met een zacht windje in de rug weer richting
Stad. Keurig op schema terug in de Herestraat: gestaag 9 kilometer per
uur, want harder wil het op mijn leeftijd niet meer, en harder hoeft
voor mij ook niet.
Maar 't werd wel steeds warmer, en dan blijkt de busbaan naar Kardinge
voor menigeen al spoedig een moordenaar: aan de voet van de Martinitoren
begint men nog welgemoed aan de tweede helft, maar op de brug over het
Van Starkenborghkanaal, of het viaduct over de ringweg naar Kardinge, in
de brandende zon, daar haakten sommigen toch af. Ik liep nog lekker
door, en werd bij kilometer 25 opgevangen door mijn Renee, die van
Kardinge af aan met me meefietste. Nog steeds gestaag lopend ging het
kronkelend door Beijum en toen richting Zuidwolde, al moest ik de Duitse
loopster Helga op dat stuk laten gaan: 22 jaar jonger dan ik, dat gaat
tellen.
En toen kwam de slag, bij de brug in Zuidwolde. Daar gaat het parcours
scherp naar links, en kreeg ik de wind schuin van voren, en twee
kilometer verderop, in het open veld, pal tegen - en die wind bleef maar
aanwakkeren: van windkracht vier naar vijf, van vijf naar zes... Renee
ging naast me fietsen en probeerde me zoveel mogelijk uit de wind te
houden, maar al gauw ging dat niet meer: we moesten recht tegen de
Zuidwestenwind in, vele kilometers lang. En ja, dat scheelt je dan
uiteindelijk toch een kwartier op je gewenste tijd - niet alleen mij,
maar ook Stoffer en Flip: alle drie kwamen we ongeveer een kwartier
later aan dan we gewild hadden, al zullen die sterke kerels niet, zoals
ik, twee maal een paar honderd meter hebben moeten wandelen om nog
vooruit te kunnen komen.
Na enthousiaste toejuichingen in Noorderhogebrug kwamen we weer in de
stad - door mooie, groene delen waar ik nog nooit geweest was - en
moesten nog even kronkelen door het Noorderplantsoen om de hele afstand
vol te krijgen. En toen kon het niet meer mis gaan: Nieuwe
Boteringestraat, Oude Boteringestraat, Vismarkt... Finish! Hiep hiep
hoera: 4 uur 55 minuten 27 seconden! Finishfoto's, bloemen, vrienden om
je op te vangen en te bewonderen - en wat dondert het dan nog dat mijn
doorgezakte linkervoet pijn deed, of dat ik het een kwartiertje sneller
had willen doen?
Een
laatste flits van trots kwam twee dagen later, toen ik de uitslagenlijst
bekeek: voor zover ik kon zien, was ik veruit de oudste deelnemer (wel
tien jaar ouder dan alle anderen) en ik was lang niet als laatste
aangekomen. Nogmaals: hiep hiep hoera! En nu maar hopen dat ik flink wat
sponsorgeld heb binnengebracht voor de bouw van het Dorpshuis Thesinge -
en al mijn sponsors natuurlijk bedankt voor hun gulle gaven, en de
tientallen, misschien zelfs wel honderden vrijwilligers voor hun goede
zorgen en hun enthousiasme! En tot slot nog een goede raad voor de
organisatie: in september heb je in Nederland nu eenmaal vaak een
straffe Zuidwestenwind, dus wissel de twee lussen van het parcours om.
Als je eerst naar Zuidwolde en terug loopt, en daarna naar Haren en
terug, heb je op de laatste, moeilijkste tien kilometer de wind achter –
en dat levert betere tijden op.
Rudy Bremer