|
We zijn weer terug, zonder
ongelukken, met onderweg maar één echt negatieve reactie (we mochten van
een politieagent in Marokko een stad niet in met de auto’s),heel veel
nieuwe indrukken en een goed doel dat ons een heel goed gevoel gaf. Het
was geweldig.
Jolijn en ik samen in de auto ging prima en als groep heeft iedereen op
zijn/haar manier z’n eigen steentje bijgedragen om er een goede reis van
te maken.
|
Tot aan Zuid–Spanje
(Gibraltar) in ongeveer 48 uur. Flink doorgesjeesd dus, want we
moesten een bepaalde boot halen om goedkoper over te kunnen
varen naar Marokko. Bij de grens Spanje-Marokko, aan de andere
kant van de Straat van Gibraltar, meteen uren oponthoud. |
|
 |
|
|
|
Lieske op de school in Tumani Tenda (Foto: familie Mandama) |
|
Het paspoort van een van de groepsleden was niet in orde.
Overigens buiten zijn schuld. Op de ambassade van Mauritanië
hadden ze zijn oude visum voor dit land uit z’n paspoort
gescheurd bij het verstrekken van het nieuwe visum. Gevolg: 1
bladzijde minder in zijn paspoort en 1 los blaadje. Dit werd
door Marokko niet geaccepteerd en na uren bleek de enige
oplossing te zijn om naar de Nederlandse ambassade in Madrid te
gaan voor een vervangend paspoort. Ongeveer 1500 km. terug over
water (Straat van Gibraltar) en land. Twee mensen en één auto
zijn terug gegaan ,de vier andere auto’s zijn doorgereden. Na
vier dagen hebben we elkaar weer in Marrakech ontmoet.
Willekeur bij de grens
De grensovergang Spanje – Marokko was trouwens, ook zonder dit
paspoort gedoe, afschuwelijk. Honderden, meest arme mensen -
waaronder veel lichamelijk gehandicapten en ouderen, allemaal
bepakt en bezakt met vage handelswaar die niet alleen in de hand
meegezeuld werd, maar ook vaak was vastgebonden op het lichaam
onder de kleding - komen lopend, sjouwend, kreupelend vanuit
Spanje door een soort gekooid gangpad naar het Marokkaanse
grensstuk. Hier is de kooi weg, maar er is een smal pad tussen
berg en douanehuisjes waar tussendoor gelopen moet worden. Wie
hier vanaf wijkt, wordt letterlijk teruggeknuppeld. Ook wordt er,
naar het lijkt volkomen willekeurig, door douanebeambten van
alles afgepakt. Hierdoor veel geschreeuw, gehuil en gekrijs.
Daartegenover de auto’s met overduidelijk valse buitenlandse
nummerborden, die gewoon door mogen rijden.
Geparkeerde ezels
Maar goed, na uren zijn we dus in Marokko met vier auto’s. In
ieder openbaar gebouw een foto van de koning. Zelfs in de Mac
Donalds, die we allen in het uiterste noorden van Marokko zijn
tegengekomen. Gezien het soort auto’s dat hier geparkeerd stond
leek het ons iets voor de beter verdienende Marokkaan. In
Marokko zijn we door het Rifgebergte en het Atlasgebergte via
Fez naar Marrakech gereden. Prachtige natuur maar een heel arme
bevolking, gekleed op een manier die in onze ogen bijna
middeleeuws aandeed. Een indruk die nog versterkt werd door de
vele karren met ezeltjes ervoor die gebruikt werden voor
transport van van alles en nog wat. Als er bij een dorp markt
was, zag je op de parkeerplaats geen auto’s maar geparkeerde
ezels. De markt is hier trouwens de plek om al je inkopen te
doen en om andere mensen te ontmoeten.
Van de “buurtbus”, meestal een oud mercedesbusje, werd veel
gebruik gemaakt. Hier kunnen meer mensen in dan wij voor
mogelijk houden. Wel 30! Op het dak zitten dan ook nog de nodige
geiten en kippen. Vrachtauto’s zijn ook bijzonder. Iedere
vrachtauto vanaf Marokko t/m Gambia kan twee keer zoveel
vervoeren als een Nederlandse vrachtauto van dezelfde grootte.
Gewoon vrachtwagen vol en bovenop het dak nog zo’n zelfde
lading.
Kashba met oude
ambachten
Fez is in dit arme gebied een hele mooie welvarende stad. De
kashba (oude ommuurde stad) is heel bijzonder. Er wordt nog echt
gewerkt en gewoond. Veel oude ambachten worden hier nog
uitgeoefend. Je vindt hier bv nog koperslagers, touwdraaiers,
smeden en leerlooiers. Stinken dat laatste, vreselijk. Deze
kashba is op de werelderfgoedlijst geplaatst.
Vanaf Fez richting Marrakech, waar de hele groep weer bij elkaar
komt met een nieuw tijdelijk paspoort.
Marrakech vonden Jolijn en ik minder modern dan we hadden
gedacht, maar wel welvarend. De temperatuur was er in november
tussen de 20 en 25 graden met eeuwige sneeuw op de bergen in de
verte. Vanuit Marrakech gaan mensen skieën, heel apart vonden we
dat.
Na Marrakech wordt het landschap steeds vlakker en zanderiger.
Via de Westelijke Sahara, een omstreden woestijngebied dat nu
bij Marokko hoort, kom je in Mauritanië. In Dakhla, een stad in
het zuiden van Marokko waar je door een stuk woestijn heen rijdt
maar die aan zee ligt, ontmoetten we onze gids voor de woestijn
in Mauritanië. De woestijngidsen zijn allemaal traditioneel
gekleed in wapperende witte of lichtblauwe lange gewaden. Nog
zonder de om het hoofd gewonden doek, maar dat gebeurde meteen
in de woestijn tegen het zand. Vriendelijk ogende mannen zien er
dan meteen woest uit. Het traditionele woestijngewaad werd door
onze gids na een dag wel verwisseld voor een spijkerbroek met
shirt, maar toen we eenmaal de woestijn uit waren, na een dag of
zes, wel weer aangetrokken.
|
Niemandsland
De
grensovergang tussen Marokko en Mauritanië is trouwens
behoorlijk spectaculair. Tussen de twee landen ligt een stuk
niemandsland van 3 tot 5 km. In dit geval betekent niemandsland
ook dat niemand er wat aan doet, terwijl toch behoorlijk wat
auto’s en vrachtauto’s hier de grens overgaan. |
|
 |
|
|
|
Tocht door de woestijn in Mauritanié
(Foto: familie Mandama) |
Een echte weg is er
niet, wel een soort zand/kuilen/rotsen spoor waar je - ondanks
dat er bijna niet overheen te rijden valt - toch niet te veel
moet afwijken, want dan kom je in de landmijnen terecht. Ook
niet zo leuk. Naast deze “weg” zie je allemaal autowrakken
liggen.
Hoe ze wrak zijn geworden is onbekend. Maar goed, ook deze
grensovergang is gelukt en na douanecontrole en wat smeergeld
zijn we Mauritanië binnengereden. Douanecontroles heb je vanaf
dat je Marokko binnenrijdt t/m Gambia trouwens echt niet alleen
bij de grens, maar overal in al deze landen. Daarnaast ook heel
veel politiecontroles. Het houdt de reis wat op, maar echt
problemen hebben we er nooit mee gehad. Soms moesten we wel
betalen om verder te mogen rijden.
De woestijn in Mauritanië vonden wij qua natuur verreweg het
mooiste van de hele reis. Zoveel verschillende soorten zand,
verrassende plantengroei, af en toe zelfs een boom, hoge
zandduinen en ook nog superstoer autorijden. En dan de wijdse
leegheid en de zwarte donkere nacht met geweldige sterrenhemel,
prachtig. Wat ik verder heel bijzonder vond van de woestijn is
dat het een soort maatschappelijk/cultureel niemandsland is,
waar een moslimman wel over van alles en nog wat kan praten met
een vrouw wat buiten de woestijn meteen weer verdwijnt.
De woestijn uitkomen was echt even wennen en omschakelen naar “normaal”.
Na de woestijn door naar Nouakchot, de hoofdstad van Mauritanië.
Een eenvoudige maar redelijk uitziende stad, redenerend vanuit
Afrikaanse begrippen. Mauritanië is een arm land, maar mensen
hebben wel te eten. Na Nouakchot nog een dag rijden naar
Senegal. Een dag omdat de weg nogal slecht is, maar niet omdat
het zoveel kilometers zijn.
Zwart Afrika
En dan Senegal. Wat
meteen opvalt: Dit is “zwart Afrika” en hiervoor is “wit Afrika”.
De sfeer hier is zo anders dan in Marokko en Mauritanië, terwijl
Senegal en Gambia ook overwegend islamitisch zijn. Hier zie je
naast mannen ook weer vrouwen alleen op straat, zowel heel
modern als traditioneel gekleed. Het straatbeeld is druk,
levendig, gezellig en kleurig. In Senegal zijn de meeste mensen
lang, slank en heel erg zwart. Prachtige vrouwen zie je er. Je
vraagt je af waarom er niet meer model zijn in de westerse
modewereld. In Mauritanië hebben de mensen trouwens ook een
lengte die vergelijkbaar is met die in Nederland, dit in
tegenstelling tot Marokko waar iedereen veel kleiner is. Het
landschap in Senegal is savanneachtig en vlak. Apart zijn de
baobapbomen, maar het stuk waar wij doorgereden zijn vonden we
uiteindelijk wat saai. De eerste stad waar we in Senegal kwamen
was Port St Louis. Een stad waar je bij een aantal huizen de
Frans koloniale invloed nog kan zien. Een stad in Afrika heeft
meestal wel een of twee doorgaande wegen die geasfalteerd zijn
maar al de andere wegen en straten zijn van zand, zowel de
winkelstraten als de woonwijken. En woonwijken bestaan heel vaak
uit heel veel erg simpele huisjes/hutjes.
Dakar
In
Senegal op naar Dakar, de hoofdstad. Een grote stad met een echt
modern centrum en echt niet moderne armoedige buitenwijken. Hier
zijn we nog met de hele groep in een hoerentent terechtgekomen.
Daar schijn je heen gebracht te worden als je een gids vraagt
naar een uitgaansplek waar een band speelt. Wisten wij veel.
Gelukkig zijn we meer mensen tegengekomen die op dit gebied net
zo onbenullig waren als wij.
Dan na Senegal, Gambia. Het eerste Engels en niet Frans
sprekende land na Spanje. Eigenlijk kun je niet zeggen na
Senegal, Gambia want Gambia wordt omsloten door Senegal. Het is
een langgerekt stuk land, vanaf zee het binnenland in, aan
weerszijden van de rivier de Gambia. Gambia is ongeveer zo groot
als Groningen, Friesland en Drenthe samen. De breedte aan beide
kanten van de rivier is ooit bepaald door een schot van een
kanon. De Engelsen die hier toentertijd de dienst uitmaakten
wilden niet alles aan de Fransen geven die het omliggende land
beheersten. Ze hebben toen vanaf een oorlogsschip op de rivier
kanonskogels afgeschoten en bepaald dat de grens dáár kwam waar
de kanonskogel landde,want de grootte van dat stuk was door de
Engelsen te beheersen.
Gambia is groener dan Senegal en her en der enigszins bossig. De
kuststrook aan de zuidkant van de rivier heeft een heel mooi
strand met palmbomen. Hier staan de hotels voor de meest uit
West-Europa afkomstige toeristen. Ze zijn bijna allemaal van
buitenlanders. Engelsen, Skandinaviërs, Duitsers en de duurste
is van Kadaffi van Libië. De werknemers komen wel uit Gambia en
rondom de hotels zijn activiteiten die aan het toerisme
gerelateerd zijn. Toerisme zorgt dus nog wel voor enige
Gambiaanse inkomsten. Verder is er wat landbouw, hoofdzakelijk
voor eigen gebruik. Gambia heeft dus niet veel werkgelegenheid
en is een arm land. Toch is de grond niet onvruchtbaar.
Tumani Tenda
Het dorp wat ons einddoel was, Tumani Tenda, en waaraan wij de
goederen in de auto’s en de auto’s zelf hebben geschonken is een
agrarische gemeenschap met weinig/geen geld, maar wel met een
goede school met regionale uitstraling. Waarmee ik bedoel dat
door deze school heel veel kinderen in de regio naar school gaan
en ook in staat zullen zijn om voortgezet onderwijs te gaan
volgen. Mits er natuurlijk voor dit onderwijs geld is en blijft
komen. In ieder geval hebben wij er met jullie hulp en die van
anderen en natuurlijk met de hulp van de geweldige automonteurs
die met ons mee waren, voor kunnen zorgen dat auto’s en goederen
allemaal in Tumani Tenda zijn aangekomen en dat het dorp na
verkoop van de auto’s en bepaalde goederen en geld, dat
geschonken is, tussen de 10.000 en 15.000 euro zal kunnen
besteden aan allerlei dingen die nodig zijn voor goed onderwijs
en een goede school. De hulpgoederen die niet voor verkoop
bedoeld waren, zijn met heel veel enthousiasme en dank aanvaard
en zullen zeker een goede bestemming krijgen. We verlieten
Tumani Tenda dan ook met een heel voldaan gevoel.
Terugkijkend op onze
lange rit (zo’n 7500 km) door een deel van Afrika zijn er twee
dingen waarvan we voor dit deel van de wereld overtuigd zijn
geraakt.
1. Het wordt tijd voor een goede afvalverwerking, want o wat
ligt er overal veel zooi.
2. Afrika heeft kennis/onderwijs nodig om zich in deze wereld te
kunnen handhaven
Wat betreft onszelf, we vonden het fantastisch om dit meegemaakt
te hebben.
Lieske en Jolijn Mandema |
|