En dat
opknappen kost geld, veel geld, want ik ben niet zo'n doe-het-zelver die
daar zelf veel aan kan meehelpen. Nooit geweest trouwens, dat zie je ook
wel aan de staat waarin het huis verkeert. Destijds, in 1973, heb ik het
gekocht van de erven van timmerman Gerard Groeneveld. Toen was het huis
al in een 'niet al te beste staat' en sinds die tijd is het eigenlijk
alleen maar achteruit gegaan.
En omdat ik moet leven van de AOW komt die twee ton er ook niet. Dus heb
ik besloten om dit huis te verkopen en dan van de opbrengst in de
toekomst ergens elders in Groningen misschien een nieuw (wel goed
bewoonbaar huis) aan te schaffen. Voorlopig ga ik echter eerst huren. En
dan zie ik wel weer. Ik heb me al een jaar geleden ingeschreven bij 'Wierden
en Borgen'. Een huisje in Bedum leek me wel wat. Daar heb ik ook
vrienden wonen, dus vandaar. Maar van Wierden en Borgen hoorde ik niets
meer, daarom ben ik onlangs eens gaan informeren bij de
woningbouwvereniging in Slochteren. En waratje: daar kon ik meteen
terecht. Ik kon meteen een woning huren aan de Twee Kerspelenweg in
Slochteren, pal achter het bejaardenhuis, aan deze kant van Slochteren
als je langs het Slochterdiep het dorp binnenrijdt. Dus die woning huur
ik nu al. En ik ben zodoende ook al druk bezig met verhuizen. Omdat die
nieuwe woning flink wat kleiner is dan ik nu heb, moet ik wel wat
spullen kwijt. Dat zie je wel aan de uitstalling hier buiten. En
hierbinnen heb ik nog meer. Het is ongelofelijk wat je allemaal
tegenkomt als je dit huis leeghaalt. Op de zolder lagen bijvoorbeeld nog
heel veel spullen/gereedschappen van de vorige eigenaar. Dat is nu ook
te koop. Hoewel: veel daarvan is al verkocht. En wat ik niet verkoop en
ook niet mee wil nemen, blijft gewoon achter. Want ik heb met de nieuwe
eigenaar afgesproken dat hij dat overbodige huisraad enzovoort er gratis
bij krijgt. De nieuwe eigenaar is aannemer Piet Hofstee (en zijn vrouw)
uit Thesinge. Die gaat het huis eerst grondig strippen en vervolgens
renoveren.”
Hoe kwam je destijds in Garmerwolde terecht?
“Dat is een heel verhaal”, zegt Johnny. “Ik ben in de oorlogsjaren
(1943) in Appingedam geboren. Mijn vader had daar toen een slagerij. Een
paar jaar later heeft mijn vader die slagerij verkocht en vervolgens een
woonboot gekocht. Die kwam in het Schildmeer te liggen. Zodoende heb ik
in Tjuchem op de lagere school gezeten. De lagere school heb ik echter
afgemaakt in Leek, want mijn vader had daar inmiddels werk bij een
slager gevonden. En het hele gezin verhuisde dus met de woonboot van het
Schildmeer naar het Leeksterdiep. Na een poosje hield pa de boot voor
gezien en kocht hij een huis in Nienoord. Daar heb ik tot mijn
vijftiende gewoond. Daarna verhuisden we naar Ameland. Dat kwam nogal
onverwacht want mijn vaders broer, die op Ameland een slagerij had,
overleed plotseling en mijn neef was nog veel te jong om toen al de
slagerij voort te zetten. Mijn vader heeft dus als het ware tien jaar in
die slagerij 'waargenomen'. Een leuke tijd daar op Ameland, vooral 's
zomers met al die toeristen. 's Winters werkte ik in de slagerij en 's
zomers deed ik cafetaria-werk. Daar op Ameland heb ik ook mijn (inmiddels
ex-) vrouw Martje ontmoet. Zij werkte daar bij een hotel en ze kwam uit
Thesinge. Verder heb ik in die jaren natuurlijk ook nog in militaire
dienst gezeten: bij de commando's, gelegerd helemaal in Brabant. Aan die
diensttijd heb ik nog een aantal leuke herinneringen over, onder andere
deze: in de zware winter van 1963 kon ik drie maand niet naar de kazerne
omdat ik op Ameland vast was komen te zitten: wegens het vele ijs voeren
er toen geen veerboten meer. Het leger wilde me wel met een helikopter
komen oppikken, maar daar had ik geen zin in: hoogtevrees zogezegd.
Een paar jaar later zou mijn pa weer naar Groningen gaan (omstreeks
1966). Mijn neef was inmiddels oud genoeg om de slagerij zelfstandig te
kunnen runnen. Pa kocht dus een huis in Groningen, maar daar heeft hij
zelf niet van kunnen genieten. Vlak voor de verhuizing overleed mijn
vader op Ameland. Mijn moeder en ik zijn na zijn begrafenis wel naar
Groningen verhuisd. Mijn oudste zuster woonde al in Drachten en mijn
andere zus bleef op Ameland. In Groningen had ik eerst een baantje bij
“Cafetaria Succes”: in de keuken als kok. Leuk werk: dat koken. Nu nog,
trouwens. Ik kook nog steeds zelf. Bij die cafetaria ben ik maar kort
gebleven, ik kon een baan krijgen bij 'Simmeren Non Ferro-metalen'. En
daar heb ik ruim dertig jaar gewerkt, tot aan de eeuwwisseling ongeveer.
Zwaar werk daar bij Simmeren: rollen lood van 100 kilo per stuk werden
met een heftruck op de vrachtwagen geladen, maar moesten dan bij de
klant met de hand weer afgeladen worden. Soms wel tien rollen per
levering. Daar werd je wel sterk van, kun je wel zeggen. (Johnny laat
een foto zien waarop hij een rol lood van 100 kilo tot op borsthoogte
optilt. Hij was toen 55, staat erbij). In 2000 kreeg ik te maken met
ziekte (suiker) en raakte ik in de WAO en vervolgens in de WW.
Zoals al gezegd ben ik in 1973 met mijn gezin vanuit de stad in
Garmerwolde komen wonen. Ik was toen al een paar jaar getrouwd en we
hadden al drie kinderen. We zochten toen een vrijstaand huis buiten de
stad. Garmerwolde was eigenlijk gewoon toeval, het had net zo goed een
ander klein dorpje in de buurt van Groningen kunnen zijn. In Garmerwolde
is ons vierde kind geboren. Inmiddels zijn de kinderen (één dochter en
drie zoons) alweer jaren de deur uit en heb ik ook al een kleinzoon
(Noah) en een kleindochter (Iris).
En nu verhuis ik dus naar Slochteren. Best jammer eigenlijk. Ik heb hier
altijd met veel plezier gewoond. De mensen zijn hier vriendelijk:
iedereen groet en zwaait altijd. En ik ook.”
Tenslotte
Johnny wil graag
via deze G&T iedereen de groeten doen en tot ziens wensen. “Ik blijf
hier immers wel in de buurt,” zegt hij. “Langs het Slochterdiep ben je
in tien minuten in Slochteren. Een prachtig landschap, daar langs het
Slochterdiep en omgeving. Trouwens, het hele Noorden is prachtig om met
de motor rond te toeren. Dat doe ik dan ook veel. Verder mag ik graag
vissen en bootjevaren op het Schildmeer. En verder moet je natuurlijk
een beetje geluk hebben en gezond blijven. Je gezondheid is het
allerbelangrijkste.”
Henk
Vliem