Froukje
van der Veen, Bauke Haak, Douwe Westra, Jaap de Vries, Jaap ter Borg
hebben toen onder meer zaterdags een zakcentje bij Johan verdiend. De
laatste die tot voor kort regelmatig hielp was Thom, de oudste zoon van
Corrie en Renger de Vries.
De laatste tien jaar, langer nog wel, zie je de klandizie afnemen en, om
toch genoeg inkomen te verkrijgen, de wijk groter worden. Vandaag
Thesinge en Garmerwolde, morgen Ten Post en Garrelsweer en dan nog
Westerbroek. Dat is ons werkterrein tegenwoordig en de werkdagen zijn
nog korter ook.’
Dat afnemen
van de klantenkring
is niet de reden van het stoppen. Op 20 mei wordt Johan 65 en hij had
graag door willen gaan tot het moment dat hij 45 jaar in het vak zou
zitten om dan een streep te zetten onder zijn carrière. Zijn gezondheid
zorgt er echter voor dat het echtpaar heeft besloten dat een jaar eerder
te doen. Jammer?
‘Nou het is gewoon beter het zo te doen’, spreekt hij nuchter.
Voor de ouderen
in de dorpen is het de zoveelste
voorziening die verloren gaat. Met het verdwijnen van Johan uit het
straatbeeld verdwijnt naast de winkel voor melkproducten e.d., ook het
postkantoor en sommige ouderen pinden er hun geld, soms met hulp van
Johan als ze niet op de pincode konden komen. Voor die mensen is het
vertrek van de Mollema’s een verarming en vergroot dat hun
afhankelijkheid van anderen. Dat vinden Johan en Aaltje misschien wel
het aller vervelendste van het stoppen.
Onwillekeurig
hield het
echtpaar ook een oogje in het zeil. ‘Dat doe je niet met opzet, dat gaat
gewoon zo. Je komt langs je klanten en de gordijnen zijn nog dicht, wat
niet gebruikelijk is. Dan ga je soms even kijken. Menigmaal was er wat
aan de hand, daar heb ik wel voorbeelden van en niet allemaal leuke.
Daarnaast werd je in de begin jaren ook wel gevraagd om even te helpen
met het verplaatsen van de wasketel of de vuilnisbak aan de straat te
zetten.’
Opvolging is er niet
De kar zal een
andere bestemming moeten vinden en dat
wordt lastig. De inhoud moet verkocht, de grote vriezer leeg. Het is
niet zomaar afgerond.
En dan ... Het zwarte gat? daar zijn we helemaal niet bang voor,
al zal Aaltje alle contacten wel gaan missen. De eerste tijd is er nog
veel te doen. Natuurlijk zullen er vast wel dagen komen waar we even
moeten verzinnen wat we gaan doen, maar dat zien we wel. We zullen onze
draai moeten vinden en dat kost even tijd, uiteindelijk komt er altijd
wel wat op je weg. Het lijkt ons heerlijk om straks de dag te beginnen
aan de tafel, met de krant voor je neus en rust om je heen.’
‘En vrijwilligerswerk?’‘
Ik word nu al benaderd of het niet wat voor mij is om dit of dat te gaan
doen’, zegt Johan, ‘maar dat wil ik juist niet. Ik wil best eens een
vrijwilligersklus doen, maar niet gebonden zijn aan vrijwilligerswerk.’
Een begrijpelijk standpunt na zo’n lange staat van dienst met zo’n vaste
regelmaat, lijkt mij.
De datum
van het
afscheid is bij Johan en Aaltje al wel bekend, maar daar laten ze nog
even niets over los. ‘Het duurt niet lang meer, dan krijgt iedereen op
een gelijk moment bericht wat de laatste dag wordt dat wij onze ronde
zullen doen. Dat lijkt ons een verstandige manier van doen, dat voorkomt
onduidelijkheid en vragen.’
Die laatste dagen zullen niet gemakkelijk worden, daar zijn ze beiden al
wel voor gewaarschuwd. Het is het paar gegund dat het een mooi afscheid
wordt, met bloemen bijvoorbeeld en zo nu en dan een traan. En dan op
naar een nieuwe toekomst met een kopje thee, de krant op tafel en een
lege dag voor je.
Pluc Plaatsman