|
| |
De onderstaande
informatie is afkomstig uit
informatiemateriaal van de Hervormde Kerk
Garmerwolde. Meer informatie over de kerk is te vinden op de foto-site van J.
Knottnerus: Oude
Groninger Kerken in beeld
|
 |
|
De kerk, van oorsprong een rooms-katholieke, stamt uit de tweede helft van de 13e
eeuw. Het is een prachtig voorbeeld van de Groninger Romano-Gothiek. De
losstaande toren is in dezelfde tijd gebouwd. De toren ligt niet in de aslijn
van de kerk.
Het grondplan was een
kruiskerk met alle gevels recht gesloten.
In 1594 werd de oude parochiekerk in gebruik genomen door de protestanten. Alles wat aan de rooms-katholieke eredienst herinnerde, werd verwijderd, behalve
de piscina.
|
Vooringang
(Foto: Ed Welling) |
|
|
| |
|
De beschilderde gewelven werden gewit.
Rond 1830 was de toestand van de kerk en de toren slecht. De toren werd in 1841
hersteld.
Ondanks de herstelwerkzaamheden aan de kerk in 1845, bleek deze tien
jaar later nog steeds in zeer slechte staat en niet meer te voldoen voor de
eredienst. Het plan rees om de hele kerk af te breken en een nieuwe te bouwen
naar ontwerp van architect J. Maris (o.a. de ontwerper van de kerk in Farmsum en
het Scholtenshuis in Groningen).
Vanwege geldgebrek werd in overleg met de
Commissaris van de Koning in 1859 besloten een deel van het schip af te breken.
De overgebleven T-vormige ruimte bleek ook niet te voldoen. Daarom werden in
1886 de noorder- en zuiderarm afgesloten met houten wanden. |
| |
|
Dit bleef zo tot de
restauratie tussen 1941 en 1943. Op het kerkhof zijn de muurresten van de
oorspronkelijke bouwvorm nog te herkennen.
De kerk is opgetrokken uit baksteen.
|
|
 |
|
|
Muurresten van de oorspronkelijke bouwvorm
(Foto: Ed Welling) |
|
| |
|
Hiervan gaan 20 lagen op 1.86 meter,
waarbij de afmeting van de steen 31 x 8,5 cm bedraagt.
De gevels zijn in Vlaams
verband gemetseld. De Romano-Gothische stijl kan herkend worden aan de
rolstaven, de gekoppelde velden met vlechtingen, boogfriezen, colonnetten,
kepervlechtingen en rondsstaafprofielen. Dit alles is rijkelijk aanwezig bij
deze kerk. Voor de meeste kapiteellijsten en de zuiltjes van de nissengalerij van de
sluitgevel is gebruik gemaakt van Bremer steen.
Het dak is thans belegd
met rode pannen, waarschijnlijk waren het daarvoor zwart verglaasde pannen en
bestond de oorspronkelijke dakbedekking uit rode langwerpige holle en bolle
pannen; monniken en nonnen genaamd.
De hoeken van het
kerkgebouw zijn versterkt door dubbele beren. De oorspronkelijke muren zijn 1.10
tot 1.20 m. dik. Dit is o.a. bij de hoofdingang nog te zien. In 1981 is er een
voegrestauratie uitgevoerd.
|
| |
 |
|
De toren met zadeldak
heeft een rondbogige zuidingang en bezit in het bovengedeelte aan alle vier
zijden rondbogige galmgaten, t.w. aan west- en oostzijde twee, aan noord- en
zuidzijde drie.
In de toren hingen twee klokken.
|
Losse toren
(Foto: Ed Welling) |
|
|
| |
Op
de gewelven in de noorderdwarsarm, de plaats van het Maria altaar, vinden we
schilderingen met Maria als hoofdpersoon.
De mogelijkheid voor restauratie van de muurschilderingen wordt onderzocht.
Ook het 'herengestoelte'
met opengewerkt opzetstuk waarin het wapen van Julssingh is het bekijken waard.
In de kerk bevinden zich
veel hardstenen grafzerken met gebeeldhouwde wapens en randversieringen van de
borgheren en dames, nl. van de Tackenborgh en de Gelmersma borg.
Joffer Bawe de Mepsche, overleden 1613, de hovelingen Everhardt, overleden 1646
en Rudolf de Mepsche overleden 1657. Ook van de predikant Harmannus Sebastiani,
die 95 jaar oud overleed, na 60 jaar predikant te zijn geweest en 6 vrouwen
overleefd te hebben. Een schitterend gedicht siert zijn grafsteen:
' Wat is werelds vals bedrijf,
Ick bracht 't aen 't 6 wijf,
en meende 't waer gewonnen.
Nu ben ick kout en stijf,
hieronder legt mijn lijf,
als van de doodt verslonne'.
Deze grafsteen is te vinden aan de westkant van de ingang.
Van Pompejus de Valcke, overleden in 1727 en zijn vrouw Anna Lucia Julsingh,
overleden in 1740 is er een grafzerk.
In het koor, in de noordwand is de piscina nog aanwezig, een zandstenen bekken,
met complete gootsteen, die via de muur in een beestenkop uitmondt, een soort
spuwer. Boven de piscina hing een keteltje met twee tuiten. Voor de Mis waste de
pastoor zijn handen met water uit de ene tuit, na de Mis met water uit de
andere. Het waswater stroomde door de goot naar buiten, vandaar het gezegde:
Gods water over Gods akker laten stromen.
Het avondmaalzilver stamt
uit 1838 en bestaat uit 2 bekers en een kan, een blad van 34,2 x 23,8 cm en twee
bladen van 27 x 19,3 cm. Het is geschonken door Ds. P. Mees, predikant in
Garmerwolde van 1824 tot 1847.
Het opschrift van de bekers luidt: Donavit Ecclesiae Jesu-Christi quae est in
Garmerwolde. P. Mees, v.d.m. anno 1838. Dit betekent: P. Mees, verbini divini
minister heeft (dit) gegeven aan de kerk van Jezus Christus, die in Garmerwolde
is.
Het orgel van de kerk
| |
|
|
|
Op 18 december
1848 werd door kerkvoogden en notabelen van de Hervormde gemeente van
Garmerwolde een overeenkomst gesloten met de orgelmaker Petrus van Oeckelen voor
de bouw van een nieuw orgel, dat fl. 5000,-- zou kosten. Het nieuwe orgel
verving een fraai 17-eeuws instrument.
|
|
 |
|
|
Kerkorgel
(Foto: Ed Welling) |
|
|
|
De ingebruikname vond plaats op 21 april 1851. Het werd ingewijd door de leraar
G. Benthen Reddingius, 'geëxamineerd' en voor het eerst bespeeld door jonkheer
S.W. Trip.
Toen van Oeckelen het orgel maakte, was de kerk nog in de originele staat: een
kruiskerk. In 1859 werd het betreurenswaardige besluit genomen het koor af te
breken waardoor de ruimte aanzien werd verkleind en het orgel een muur tegenover
zich kreeg.
Tijdens de Tweede wereldoorlog werd de kerk gerestaureerd. Ook het orgel werd
onderhanden genomen en in die tijd verdween de Fagot 16' en de Trompet 8'. Er
vonden veranderingen plaats m.b.t. de windvoorziening en de toonhoogte, die nu
een 1/2 toon boven normaal is.
Vanaf 1973 is gepoogd een restauratie van het orgel te bewerkstellingen. Toen al
waren de windladen door de uitdrogende werking van de kerkverwarming totaal lek
geworden.
De inmiddels overleden orgeladviseur Klaas Bolt uit Haarlem schreef in zijn
rapport van 1974: 'Het orgel van Garmerwolde kan als één der belangrijkste en
fraaiste orgels uit de 19-eeuw in het Noorden van Nederland worden aangemerkt.
Dit geldt zowel het uiterlijk als de klank. Het is dan ook van het grootste
belang dat dit orgel behouden blijft. Het bevindt zich echter in een toestand
die een restauratie dringend noodzakelijk maakt.
Offertes van de orgelmaker Mense Ruiter werden toen, voorzien van begrotingen,
opgestuurd naar de Rijksdienst voor de Monumentenzorg met het verzoek om
subsidie. Het is er echter nooit van gekomen.
De toestand van het orgel is er de laatste decennia natuurlijk niet beter op
geworden en een restauratie werd nu absoluut noodzakelijk.
Daarom werd er in 1988 een orgelcommissie gevormd die de restauratie zou
voorbereiden en begeleiden.
Tot orgeladviseur voor de restauratie werd aangesteld de heer Jan Jongepier uit
Leeuwarden.
Op 1 april 1995 werd de eerste fase van de orgelrestauratie officieel gestart.
De restauratie werd door de kerkvoogdij opgedragen aan Mense Ruiter Orgelmaker
BV te Zuidwolde (Gr.).
Het orgel zou in een zodanige staat worden gebracht dat het weer goed
bespeelbaar is en ettelijke jaren zijn taak zou kunnen vervullen. Het lag in de
bedoeling in een latere fase de in de oorlog verdwenen stemmen (Fagot 16' en
Trompet 8') weer in het orgel te installeren.
De commissie besloot echter er naar te willen streven dit reeds tijden de eerste
fase te realiseren. Het daarvoor benodigde bedrag fl. 73.000,-- werd in vele
acties bijeengebracht.
Nu de twee stemmen weer zijn aangebracht en het gerestaureerde orgel een tijdje
is bespeeld, is het duidelijk dat nog enkele onderhoudsbehoeftige delen van het
orgel, die in een latere fase aan de beurt zouden komen, een onmiddellijke
restauratie noodzakelijk maken. Dit betreft de mechanieken van de toetsen van de
manualen en het pedaal, die hinderlijk en luidruchtig 'klapperen', zodat de
orgelrestaurateur hier aan het werk moet. Deze tegenslag moet financieel worden
opgevangen, hetgeen betekent, dat er ongeveer fl. 45.000,-- moet worden
opgebracht en daarmee is de commissie reeds begonnen. Enkele Stichtingen hebben
al enkele duizenden guldens geschonken, maar er is nog zeer veel geld nodig. (Orgelrestauratiecommissie
Garmerwolde, Gironummer 69 333 80 p/a Thesingerweg 15, 9797 TG Garmerwolde)
De dispositie van het orgel
|
Manuaal C-F'''
Prestant 8'
Bourdon 16'
Prestant disc. 16'
Gedakt 8'
Octaaf 4'
Nagthoorn 4'
Octaaf 2'
Quint gedekt 3'
Mixtuur 3-4 sterk bas/discant
Fagot 16' (bas en discant)
Trompet 8' (bas en discant)
|
|
Bovenwerk
Prestant 8'
Viola da Gamba 8'
Holfluit 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Fluit 4'
Carillon 3 sterk
Woudfluit 2'
Vox Humana 8'
|
|
Pedaal C-d'
aangehangen
Speelhulpen
Manuaal koppel,
verdeeld in bas en discant
Pedaalkoppel
|
|
|