KopG&T 

Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde, Thesinge en omstreken

37e jaargang mei 2011

Dorpshuisbeheerder Simon Veninga

'Altijd bok staan voor je klant'


Klaarstaan voor zijn klanten.
Simon Veninga deed het zijn hele leven lang. Als kapper, als ober, en meer dan 32 jaar als cafébaas en beheerder van café en later Dorpshuis De Leeuw in Garmerwolde. Per 1 juni stopt hij als dorpshuisbeheerder. 'Het is tijd om afstand te nemen.' Tijd ook om terug te kijken op een druk en arbeidzaam leven van een man die niet kan stilzitten.

Kapper in de caravan
'Ik was in mijn werk altijd onder de mensen', zegt Simon (76) in de huiskamer van zijn woning aan de Hildebrandstraat in Garmerwolde. Het dorp waar hij is geboren en getogen en voor altijd wil blijven. Ooit woonde hij twee jaar in Woltersum, maar hij kwam weer terug naar zijn dorp. Lekker dicht bij de stad, waar hij toen werkte als kapper in de chique herenkapsalon Meijer aan de Grote Markt. 'Het was een echte elitezaak, er kwamen onder anderen veel professoren. Sommige klanten lieten zich wel twee keer per dag scheren, ze hadden hun eigen scheerkwast in onze zaak.' In de jaren zeventig begon Simon voor zichzelf, als ambulant kapper. Met een caravan ging hij naar Ten Boer, Thesinge, Woltersum, en natuurlijk Garmerwolde. De zaken gingen goed; de klanten stonden in de rij als Simon aankwam met zijn caravan. 'Het was wel even wennen. In de stad werden de mensen gewoon op de beurt af geholpen. Kinderen ook. Maar op het platteland ging dat anders. Kinderen moesten oudere mensen voor laten gaan. Dat vond ik maar niets. Kinderen zijn toch ook klant. Er was ook een rijke boer, die vond dat hij altijd als eerste geholpen moest worden. Maar zo werkte dat niet bij mij. 'Din pazen wie mekoar nait', zei die boer boos en ging weg. Na een paar weken kwam hij terug op een woensdagmiddag, toen er allemaal kinderen zaten. Dus vertrok hij weer. Maar uiteindelijk is hij toch klant geworden.'

Cafébaas
Naast zijn werk als kapper werkte Simon in zijn vrije uren altijd in de horeca. 'Met een groepje obers bedienden we overal in de provincie. Ik ben op heel wat plaatsen geweest.' In Garmerwolde werd hij uiteindelijk cafébaas, van toen nog café De Leeuw. Dat café had achtereenvolgend een aantal verschillende eigenaars en Simon beheerde voor hen het café. Maar toen het café opgekocht dreigde te worden door een seksbaas, kwamen de gemeente en Dorpsbelangen in actie. Uiteindelijk werd in 1987 de Stichting Dorpshuis Garmerwolde opgericht. Simon kreeg het verzoek beheerder van het nieuw opgerichte Dorpshuis te worden. En dat is hij dus bijna 25 jaar gebleven. Daarnaast was hij ook nog jarenlang voorzitter van Dorpsbelangen, GEO en de visclub.

Simon Veninga

Simon Veninga aan het werk in Dorpshuis de Leeuw
(foto: Margriet de Haan)

Goed schoonhouden
'Of het nu een café is of een dorpshuis, je moet het draaien alsof het je eigen zaak is', vindt Simon. 'Voor mij is netheid het eerste punt in de horeca. De eerste indruk is heel belangrijk. Als een klant ziet dat de wc of keuken niet schoon zijn, dan haakt hij af. Goed schoonhouden, daar ben ik dus heel precies in. Het verschil zit hem in de klandizie. Bij een café moet je maar zien of er klanten komen. Bij een dorpshuis weet je vooraf dat er mensen komen. Bruiloften en partijen, begrafenissen, dat gaat allemaal op afspraak. En je hebt natuurlijk de clubs, zoals het zangkoor, de dansclub, de plattelandsvrouwen. Dat vind ik altijd erg leuk en gezellig om te doen. Die clubs leveren vaak ook weer nieuwe klanten op door mond-tot-mondreclame.'

Gezellige rokers
Wat ziet Simon als de belangrijkste verandering in de horeca? 'Je ziet in de hele horeca toch wel een teruggang. Dat heeft voor een deel te maken met de crisis. Maar het komt ook doordat mensen minder dan vroeger grote bruiloften geven. Ze kiezen er vaker voor met een kleinere groep uit eten te gaan.' En het rookverbod heeft ook zijn gevolgen. 'Rokers zijn de gezelligste klanten', weet Simon. 'Daar verdien je het meest aan, vooral in de kleine uurtjes. Die stuurde je dan ook nooit weg. Vroeger liepen de avonden van het zangkoor of de dansclub, maar ook vergaderingen van Dorpsbelangen wel eens flink uit. Het werden soms gewoon grote feesten, zo'n dansclub ging door tot vier uur in de nacht. Toen de rokers naar buiten moesten, of naar het voorgedeelte van het Dorpshuis, werd het minder gezellig. Maar je kunt het rookverbod niet van alles de schuld geven hoor, de tijden zijn ook anders.'

Smeuïge caféverhalen
Wie zo lang in het horecavak zit, kan natuurlijk veel vertellen… Al twinkelen zijn ogen als hij zegt: 'Ik heb zo veel meegemaakt', verwacht van Simon geen smeuïge verhalen over wat zich allemaal in De Leeuw heeft afgespeeld. Voor hem geldt: een café, daar moet je niet over praten. 'Ik zou er een boek over kunnen schrijven, maar dat doe ik maar beter niet', lacht hij. 'De cafétijd was een mooie tijd. Er waren toen nog echt grote partijen en daarvoor huurden we dan een kok in. Een enorm dikke man was dat. Een heel goede kok ook; hij ging zelfs met koninklijke bezoeken mee naar het buitenland om daar te koken. In de keuken van de Leeuw was het bij zulke partijen een grote drukte. Ik zie nog die enorme pan met erwtensoep voor me, de preien stonden er rechtop in.'

Een vak apart
Kapper en cafébaas, het is allebei een vak apart, vindt Simon. 'Je bent altijd onder de mensen. Daar moet je wel van houden. Maar ik heb graag veel mensen om me heen. Je leert ook veel mensen kennen. Toen ik nog in de kapsalon werkte, maakten we er met collega's een sport van uit te vissen wat de klanten deden. Er was er één, een echte heer, altijd keurig in het pak, bij wie we daar niet achter kwamen. Tot die op een dag zei: 'Nu ga ik met pensioen, en jullie weten nog steeds niet wat ik heb gedaan.' Wat bleek? Hij werkte bij de inlichtingendienst! In de kapsalon en in het café moet je ook met iedereen kunnen omgaan. Dat wil niet zeggen dat je het altijd iedereen naar de zin kunt maken. Zoals mijn baas in de kapsalon altijd zei: 'Als er van de honderd klanten tien de pest aan je hebben, dan doe je het goed.'

Eén uitzondering
Altijd bok staan, klaarstaan voor de klant, hoe laat op de avond het ook is. Dat uitgangspunt was al die jaren heilig voor Simon. Met één uitzondering: zijn vrouw Mannie, die jarenlang met hem meewerkte in De Leeuw. In 1990 werd ze getroffen door een ernstige hersenbloeding. Ze zou nooit meer de oude worden, ze bleef halfzijdig verlamd en kon niet meer lopen en praten. Later kreeg ze bovendien kanker en uiteindelijk stierf ze in 1999 aan een hersentumor. 'Ik wilde niet dat Mannie naar een verpleeghuis ging. Daar was ze ook geen mens voor. Tot het einde toe heb ik haar thuis verzorgd, en ik ben heel blij dat ik dat hebben kunnen doen. Met de ambulante kapsalon ben ik gestopt toen ze ziek werd. Maar ik ben wel blijven werken in het Dorpshuis en dat is goed geweest. Want zoals de dokter in het ziekenhuis ook zei: iemand 24 uur per dag verzorgen, dat houdt geen mens vol. Als Mannie belde, liet ik alles liggen en ging meteen naar huis. We hebben nog goede jaren gehad. Mannie ging vaak mee naar De Leeuw, naar een toneelvoorstelling of het zangkoor. En al kon ze niet meer praten, sommige liedjes kon ze nog wel meezingen. Je zag haar dan genieten. Dat ze niet meer kon praten, was het moeilijkst. Je zult nooit weten wat ze allemaal had willen vertellen. Ik heb leren liplezen en kon goed met haar communiceren. Ik wist precies wat ze wilde zeggen, dat ze soms 'ja' zei en 'nee' bedoelde, en andersom. Maar sommige mensen dachten dat ze niet goed bij haar hoofd was en dat vond ze heel erg.'

Op de bank?
Beheerder van het dorpshuis: met in het winterseizoen bijna elke dag een activiteit en het schoonhouden erbij is dat bijna een volledige dagtaak. Wat gaat Simon met zijn vrije tijd doen? 'Ik ben graag bezig, stilzitten is voor mij het minst.' Toch zal het er nu af en toe van komen. De nieuwe houten tuinbank met inscriptie, een geschenk van de dansclub, staat al klaar. 'Ik weet niet of ik er vaak op zal zitten. Er is nog van alles te doen in huis en in de tuin. Dan heb ik nog wat knipklantjes en ga ik af en toe een avondje helpen in de bediening. Bij collega's, niet meer in De Leeuw. Want als je ergens weggaat, moet je je niet meer met de dingen bemoeien. Het is nu tijd om afstand te nemen. In mijn werk als beheerder en ook tijdens de ziekte van Mannie heb ik veel hulp gehad. Ik ga geen namen noemen, want ik wil niemand overslaan. Ik kijk met een goed gevoel op die 32 jaren terug. En voor de toekomst: ik heb niets te klagen, ik ben nog goed gezond. Stel dat ik er morgen niet meer zou zijn, dan heb ik een mooi leven gehad.'

Anne Benneker