G&T2013

Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde, Thesinge en omstreken

45e jaargang - mei 2019 
 

Een oorverdovende stilte

201905a

Herbert kijkt vanuit zijn fraai aangelegde tuin, waarin nog welvogelgekwetter
is te horen, uit over het oorverdovend stille Groningseweidelandschap
(foto Koos van de Belt)


Toen Herbert Koekkoek laatst vanaf de Lageweg dwars door de velden naar zijn boerderij op Bovenrijge liep, een wandeling van zo'n drie kwartier, zag hij een kieviet en twee scholeksters. Van oudere boeren hoort hij regelmatig dat vijftig jaar geleden in de Groningse weilanden horen en zien je verging in de lente. Gekrijs, gefluit, gekwetter en gefladder van alle kanten, het wemelde van de grutto's, kievieten, scholeksters en veldleeuweriken. Herbert: 'Dat je dacht, kan het niet een beetje minder? Maar nu, nu was het oorverdovend stil.'

De weidevogels zijn vrijwel verdwenen uit Nederland. Hoe komt dat? Is dat erg? En is er wat aan te doen? Een dag na de presentatie van een rapport van de VN, waaruit blijkt dat op korte termijn 15 procent van alle soorten (planten en dieren) uit zal sterven tenzij er nu radicaal wordt ingegrepen, zoek ik Herbert Koekkoek op in zijn prachtige stokoude boerderij aan de Bovenrijgerweg. Hij zet zich in voor het behoud van weidevogels in Noord-Groningen en wij Garmerwolders en Thesingers wonen midden tussen die weilanden.

Bioloog en kunstenaar
Herbert (71) heeft biologie gestudeerd in Nijmegen en onderzocht voor zijn afstuderen de ecologie van ongewerveld kleingedierte in het water: bloedzuigers, libellen en de larven van vliegen, muggen en kevers; oftewel de aanwezigheid van deze dierkens in relatie tot de waterkwaliteit. Hij ging lesgeven op scholen en leidde daarna aan de universiteit van Nijmegen en later Groningen eerstegraads biologieleraren op. Rond zijn vijftigste, met alwéér een reorganisatie in het verschiet, gooide hij ineens het roer om. Hij wilde dingen uit zijn handen laten komen, volgde een lascursus en begon stalen objecten te maken. Met succes, hij kon vanaf het begin zijn kunstwerken verkopen en werkt nu nog steeds als ijzerkunstenaar. Maar al vanaf zijn jeugd – hij groeide op bij Vught op een landgoed dat zijn vader beheerde – en tijdens zijn werk als bioloog was en bleef hij gefascineerd door de natuur. Vandaar zijn inzet om te redden wat er nog te redden is in ons rechtgestreken en platgewalste landje.

Cynisch of moedig voorwaarts?
Terwijl ikzelf nogal moedeloos word van de teloorgang van de natuur wereldwijd, wil Herbert daar nog niet aan: 'Vooral voor mijn eigen gemoedsrust wil ik niet cynisch zijn.' Want hij vindt dat hij, door zich in te zetten voor een deelprobleem op een klein stukje aarde, positieve dingen voor zichzelf en zijn omgeving kan doen. 'Ik weet dat alles, de politiek, het Europese landbouwbeleid met zijn subsidies, alleen maar gericht is op meer, en dan vooral op meer geld. De boeren zijn de klos; met al die regels, te lage prijzen voor eerlijk voedsel en die subsidies zitten ze ook vaak klem. Maar tegelijk merk ik dat ze het meestal goed begrijpen. Een enkeling schampert over de dinosauriërs en dat niemand die toch mist, maar als ze een beetje nadenken en zien hoe alles nu achteruitgaat zijn ze heel blij dat ik kom. En ze kunnen ook de kennis die ik heb door mijn achtergrond en die ik nu nog steeds bijspijker – ik heb de afgelopen tijd nog drie proefschriften doorgewerkt – niet even binnenhalen, ze hebben het druk genoeg. Maar ze worstelen wel met vragen als: hoe kan ik beter natuurherstel uitvoeren en hoe valt dat te combineren met mijn bedrijfsvoering?'

Is het erg?
Zijn weidevogels belangrijk? Zijn ze niet ook een product van menselijk handelen? Tenslotte heb je zonder landbouw geen weilanden. Dat ligt gecompliceerd, maar feit is dat gevogelte dat eerder op de toendra's en de steppen leefde in de loop der eeuwen Nederland heeft ontdekt als een paradijsje met zijn kruidenrijke, sappige en uitgestrekte weides. Dat laatste vinden weidevogels fijn, ze willen graag een riant uitzicht en daarom komt een aantal ervan nu voornamelijk in Nederland voor. Scholeksters zijn eigenlijk waddenvogels, maar hebben ook belangstelling ontwikkeld voor lekkere kruidenrijke weides. En in de natuur hangt alles met alles samen: planten trekken insecten aan die voedsel zijn voor vogels, roofdieren eten weer vogels en de mens, die geniet ervan (en eet misschien ook eens een eitje of vogeltje).
De mens als onderdeel en aanjager van de evolutie, dat kun je accepteren, maar dan wel graag aanjagen op een verstandige, bescheiden manier. 'We vliegen hier in Nederland aardig uit de bocht', ziet Herbert. 'Door de ruilverkaveling, de intensieve bemesting en een zeer eenzijdige grassoort (Engels raaigras) krijg je nu weer andere dieren op je weilanden: ganzen. Dat zijn dan, naast kraaien en meeuwen, de nieuwe weidevogels. Maar een stuk lastiger met hun kaalvraat en hun onbescheiden bergen poep.'
Ruilverkaveling en andere efficiëntie-gekte deden de bosjes en boompjes langs de sloten verdwijnen. Een veel te drastische verlaging van het grondwater (hier deels vanwege de bodemdaling door de aardgaswinning, maar vooral zodat de boeren met steeds zwaardere machines het land op kunnen) droogde de bovenste grondlaag uit. Met een dramatisch gevolg voor het leven in die toplaag: dat verdwijnt of trekt zich terug naar een diepere laag en dan kunnen de vogels er niet meer bij. Zonder bodemleven geen vogels. En ja, dat alles is ook jammer voor de mens, want een mooie en levendige natuur is toch heel wat gezonder en rustgevender dan die saaie industriële grasvlaktes? Het verdwijnen van de weidevogels uit Nederland is dus kwalijk.
Herbert vervolgt: 'Dan gaan ze het verlies van de natuurlijke weilanden compenseren met georganiseerde natuur, zoals de Oostvaardersplassen. Laatst reed ik langs de Biesbosch over een dijk. Links van me aangelegde 'wilde' natuur, rechts bollenvelden (de meest bespoten akkers van Nederland) tot aan de horizon. Het was werkelijk bizar! Veel beter is, dat boerenland en natuur een geheel vormen en zo voor een afwisselend landschap zorgen, niet in geïsoleerde vakjes. Wat me ook is opgevallen: vijfentwintig jaar geleden stonden natuurbeschermers en boeren met de koppen tegen elkaar. En nu staan ze met de rug naar elkaar en is er die rabiate scheiding tussen natuur en boerenland. Gelukkig wil Carola Schouten (de minister van landbouw) graag naar een natuur-inclusieve landbouw: een situatie waarin natuur en landbouw naast en met elkaar bestaan. De realiteit is momenteel (ook wereldwijd) vooral natuur-exclusief, met een strikte scheiding tussen natuurgebieden en landbouwgrond.'

201905b

In de luwte van hun boerderij is het voor Herbert en Nellian genieten
van de vroege voorjaarszon (foto Koos van de Belt)

Schouwen
Wat doet Herbert precies?
Een aantal agrarische natuurverenigingen (clubs van boeren en burgers die zich inzetten voor natuurbeheer, zoals het welbekende Ons Belang)zijn samengegaan in het Collectief Midden-Groningen (CMG) om de problemen wat centraler en grootschaliger aan te pakken. Een aantal leden is schouwer. Die controleren of de boeren zich aan de afspraken waarvoor ze subsidie krijgen houden. Zo is Garmerwolder Piet van Zanten schouwer voor akkerranden (bloemen! bekend van het Boer Goensepad!) en bekijkt Herbert Koekkoek tussen Thesinge en Delfzijl het land van boeren die meedoen aan weidevogelbeheer. In onze directe omgeving is daar op dit moment geen subsidie meer voor beschikbaar, omdat men het als een verloren zaak beschouwt. Herbert legt dat weidevogelbeheer uit: 'Die boeren stemmen hun maaibeleid af op de weidevogels. Ze verhogen het waterpeil op plekken waar ze een toename van weidevogels kunnen verwachten. Ook zaaien ze een deel van een weiland in met kruiden die aantrekkelijk zijn voor insecten. En ze bemesten hun land met vaste mest om het aantal rode regenwormen te verbeteren.'
Grinnikend: 'Als ik aankom zie ik er eerder uit als een ambtenaar met een stapeltje papieren onder mijn arm dan als collega-boer. Maar ik ben overal van harte welkom. Dat doet me goed, helpt tegen het cynisme en geeft hoop dat er misschien toch nog wat te redden valt. Veel boeren worden er zelf ook hopeloos van: we doen er alles aan, maar het helpt niets … Intussen weet ik alles van regenwormen en kruiden en hoop zo de boeren te kunnen helpen. Bijvoorbeeld door ze te wijzen op een sloot waar ze aan beide kanten land hebben. Als ze daar het water met een simpel schot verhogen worden de velden vochtiger, wat kruiden bevoordeelt en het gras wat terugdringt.'
Herbert vervolgt: 'Dit is een van de grootste problemen: opgejaagd door de ratrace naar nog meer melk (terwijl we al sinds de jaren zestig een overschot hebben en de melkprijs structureel te laag is) heeft men overal het eiwitrijke Engelse raaigras gezaaid. Dat is zodenvormend en sluit de grond af. Vroeger hadden we hier ook pollenvormend gras met ruimte voor kruiden; de vogels kunnen dan ook makkelijker bij de wormen. Die kruiden bloeien om beurten en trekken insecten aan, het voedsel voor de weidevogels. Daarnaast haalden de vogels ook insecten uit de inmiddels vrijwel geheel verdwenen bosjes langs de sloot- en weideranden. En weet je wat het leuke is? Die kruiden zijn een apothekerskast voor de koeien. Een hoop stoffen, zoals bijvoorbeeld magnesium, graasden ze vroeger zelf, nu moeten ze het via voedselsupplementen krijgen. En door zo'n gezond dieet werkt de spijsvertering beter en is de melkproductie nauwelijks lager en de koe gezonder.'
Herbert laat me een lange lijst zien waarop hij de kruiden die het goed doen op de Groninger klei heeft geordend, met hun betekenis voor de koe. 'En wat betreft die regenwormen: die hebben veel meer aan de ouderwetse stalmest dan aan die moderne vloeibare gier. Daarnaast blijkt het, nota bene omwille van het milieu, door de overheid afgedwongen injecteren van gier al helemaal de pest voor het bodemleven.'
Hij vertelt dat er wat proefprojecten lopen, een viertal weides is ingezaaid met een kruidenrijk mengsel, een vijfde wordt 'doorgezaaid', dat wil zeggen dat er vóór het inzaaien niet geploegd of gefreesd wordt. Bij het frezen wordt de bodem namelijk nogal verstoord en moet je telkens weer opnieuw beginnen. Opgetogen: 'En die projecten betalen de boeren voor een deel zelf!' Ook is hij erg blij met steun van de hogeschool in Leeuwarden (Van Hall Larenstein) die graag meewerkt aan een onderzoek naar waarom sommige proefweides soms niet lekker willen groeien – mogelijk door de te rijke Groninger klei. Een gedegen wetenschappelijk onderzoek blijkt financieel (nog) niet te realiseren, overheidsgeld is vooralsnog moeilijk aan te boren. Maar de CMG laat zich niet op de kop zitten en gaat het toch uitvoeren.
Als boeren een stuk land (tijdelijk) niet gebruiken kunnen ze dat nat maken, met pompen of door het af te graven, om er zo weer kruidenrijk weiland van te maken. Plas-dras heet dat. Zo kunnen de vogels gemakkelijker aan insecten en wormen komen. Want eerlijk is eerlijk, de koeien en de trekkers hebben natuurlijk wel last van die natte zooi, dus het is lastig om zomaar productieland te verdrassen.

Verbetering
Ten slotte heeft Herbert nog wat goed nieuws: 'Er is ook wel wat verbeterd hoor. Door het schonere oppervlaktewater zie je bepaalde vogels weer meer, zoals de aalscholver, de lepelaar en de ijsvogel. In onze omgeving is de bruine kiekendief ook helemaal terug en zelfs de velduil broedt hier soms weer. Ook de ooievaar is, dankzij een broedprogramma in Overijssel, goed terug in ons land.
Petje af voor Herbert zijn werk. Tegen de somberheid en het cynisme schouwt hij zich een slag in de rondte, wie weet horen we over een paar jaar, althans rond onze dorpen, weer het blije en altijd weer ontroerende gekwetter van onze gevederde lotgenoten. Weidevogels dankzij de mens, die net op tijd inzag dat ze moesten blijven.

Jan Ceulen