Het werk overdag is
geen probleem wat werkdruk betreft en is dan ook niet veranderd. Wat wel een grote druk op
ons legde, waren de diensten. De full-timers draaiden elke week een avond- en nachtdienst
en elke vier week een weekenddienst van zaterdagmorgen acht uur tot maandagmorgen acht
uur. Het was dan vaak moeilijk om `s maandags weer gewoon aan
het werk te gaan. Je leven werd geregeerd door de telefoon. Een tweede bijkomend punt is
de vergrijzing, die langzamerhand gaat optreden. En wat daar nog bijkomt: het is steeds
moeilijker om jonge huisartsen aan te trekken; die vinden het niet aantrekkelijk om zoveel
diensten te moeten draaien. Deze situatie is heel lang zo
geweest. Maar als je het goed beschouwd is het natuurlijk onzin dat er elke avond en elk
weekend negen artsen dienst doen in een stad met 160.000 inwoners. Als je er goed over na
gaat denken, moet dat natuurlijk efficiënter kunnen.
Hoe zijn jullie op dit idee gekomen?
In Rotterdam was men al begonnen met dit systeem. Het systeem houdt in dat `s avonds,
`s nachts en in de weekenden alle artsen gaan samenwerken en de diensten op een
efficiënte manier gaan indelen. Rotterdam heeft alleen ervaring
met deelgemeenten. Een hele stad was geheel nieuw. Als eerste werd er een enquête
gehouden onder alle artsen. In eerste instantie reageerde 50% positief, 25% een beetje
positief en 25% negatief.Het was dus belangrijk om met een goed onderbouwd plan te komen.
Er is toen een concreet iets op papier gezet en in 1998 voorgelegd aan alle huisartsen.
Toen bleek dat 80% voor was. Op den duur ging iedereen mee; want het nadeel was, dat - als
je niet meedeed - je veel meer diensten moest draaien. Omdat het
allemaal nieuw was, wilde het ziekenfonds er nog geen investeringen in doen. De kosten
moesten door de artsen zelf gedragen worden en waren f 10.000,- per persoon.
In september 1998 is de knoop doorgehakt en werd de
vereniging opgericht met Wim Benneker als voorzitter.
Hoe werkt de CDDG nu precies?
De dokterspost is gevestigd aan het Damsterdiep in het huisartsenlaboratorium. Elke
avond om vijf uur gaat onze dienst in. De post wordt dan bezet door twee zeer ervaren
assistentes, twee artsen en een achterwacht (achterwacht wil zeggen dat deze opgeroepen
wordt als het nodig is). Tegen elf uur wordt het vaak wat rustiger en vertrekt een
assistente. In de weekenden werken er overdag drie assistentes en drie artsen. Als er een telefoontje binnenkomt, voert de assistente alvast alle gegevens
in en vraagt naar de aard van de klachten. De arts kan dan precies op de computer zien wat
er aan de hand is en bepaalt de te volgen strategie: de klacht wordt telefonisch
afgehandeld, de patiënt komt naar de post of er volgt een huisbezoek. Alle gegevens van
de patiënt die tijdens de dienst genoteerd worden, worden via intranet naar de eigen
huisarts gestuurd. Maar eigenlijk is dat nog ouderwets. We zijn
naar Engeland geweest, waar ze al heel ver zijn met dit systeem en ook een ontzettend goed
computersysteem hebben, het zogenaamde call management system. Hierbij kunnen computers
gewoon met elkaar gegevens over en weer uitwisselen. Het is de
bedoeling dat dit hier ook ingevoerd wordt. Dan heb je alle gegevens direct bij de hand,
wat bijvoorbeeld handig kan zijn bij chronische ziekten zoals suikerziekte. Natuurlijk
moet dit een ontzettend goed beveiligd systeem zijn, om inbraak te voorkomen.
Hoe gaat het nu in de praktijk?
Ik kan er alleen nog maar positief over zijn. Er zijn een heel groot aantal dingen
verbeterd en prettiger geworden. Nu ben je met twee mensen `s
nachts, wat erg fijn is om te overleggen. Wat verder ook "leuk" is voor de arts
is dat je veel meer interessante dingen ziet tijdens de dienst. Je gaat alleen bij de
ernstige gevallen op huisbezoek; maar er zijn meer, door het grote gebied. De nachten en
weekenden die je draait zijn drukker, maar je kunt de volgende dag vrij nemen om te gaan
slapen. De frequentie van een nachtdienst is een keer per maand,
dus je collega's kunnen je patiënten de volgende dag wel overnemen. Het positieve ervan is dat er meer collegialiteit is ontstaan, je werkt veel
meer samen. Bovendien is het beroep aantrekkelijker geworden voor jongere artsen.
Tegenwoordig is het gewoon een baan en hebben ze geen zin meer om 24 uur per dag, zeven dagen per week klaar te staan, wat ook logisch is. Op deze manier
reduceer je de diensten tot een acceptabel aantal, te weten een keer per maand
avonddienst, een keer per maand nachtdienst en zes delen per jaar weekenddienst. Nieuwe artsen die in Groningen komen werken, moeten hieraan deelnemen.