Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

25e jaargang november 1999


CDDG, een unieke hulpdienst in Groningen-stad

Wat is de CDDG? Een aantal mensen heeft er wel eens iets over gelezen in de krant of gezien op het nieuws van SBS 6. Om het naadje van de kous te weten te komen, ben ik gaan praten met de voorzitter en medeoprichter van de Centrale Dokters Dienst Groningen. Hier volgt zijn verhaal.

Het begin:
Om tot een beschrijving van de inhoud van de CDDG te komen, moet men eigenlijk eerst iets van de voorgeschiedenis weten. In Groningen (stad) zijn 76 huisartsen werkzaam, verdeeld over negen groepen (waaronder Lewenborg; hier zijn dr. Rutgers en dr. Benneker zelf werkzaam). 

 foto-01.jpg (35519 bytes)
Wim Benneker op weg naar een patiŽnt ...

Het werk overdag is geen probleem wat werkdruk betreft en is dan ook niet veranderd. Wat wel een grote druk op ons legde, waren de diensten. De full-timers draaiden elke week een avond- en nachtdienst en elke vier week een weekenddienst van zaterdagmorgen acht uur tot maandagmorgen acht uur. Het was dan vaak moeilijk om `s maandags weer gewoon aan het werk te gaan. Je leven werd geregeerd door de telefoon. Een tweede bijkomend punt is de vergrijzing, die langzamerhand gaat optreden. En wat daar nog bijkomt: het is steeds moeilijker om jonge huisartsen aan te trekken; die vinden het niet aantrekkelijk om zoveel diensten te moeten draaien. Deze situatie is heel lang zo geweest. Maar als je het goed beschouwd is het natuurlijk onzin dat er elke avond en elk weekend negen artsen dienst doen in een stad met 160.000 inwoners. Als je er goed over na gaat denken, moet dat natuurlijk efficiŽnter kunnen.

Hoe zijn jullie op dit idee gekomen?
In Rotterdam was men al begonnen met dit systeem. Het systeem houdt in dat `s avonds, `s nachts en in de weekenden alle artsen gaan samenwerken en de diensten op een efficiŽnte manier gaan indelen.
Rotterdam heeft alleen ervaring met deelgemeenten. Een hele stad was geheel nieuw. Als eerste werd er een enquÍte gehouden onder alle artsen. In eerste instantie reageerde 50% positief, 25% een beetje positief en 25% negatief.Het was dus belangrijk om met een goed onderbouwd plan te komen. Er is toen een concreet iets op papier gezet en in 1998 voorgelegd aan alle huisartsen. Toen bleek dat 80% voor was. Op den duur ging iedereen mee; want het nadeel was, dat - als je niet meedeed - je veel meer diensten moest draaien. Omdat het allemaal nieuw was, wilde het ziekenfonds er nog geen investeringen in doen. De kosten moesten door de artsen zelf gedragen worden en waren f 10.000,- per persoon.

In september 1998 is de knoop doorgehakt en werd de vereniging opgericht met Wim Benneker als voorzitter.

Hoe werkt de CDDG nu precies?
De dokterspost is gevestigd aan het Damsterdiep in het huisartsenlaboratorium. Elke avond om vijf uur gaat onze dienst in. De post wordt dan bezet door twee zeer ervaren assistentes, twee artsen en een achterwacht (achterwacht wil zeggen dat deze opgeroepen wordt als het nodig is). Tegen elf uur wordt het vaak wat rustiger en vertrekt een assistente. In de weekenden werken er overdag drie assistentes en drie artsen.
Als er een telefoontje binnenkomt, voert de assistente alvast alle gegevens in en vraagt naar de aard van de klachten. De arts kan dan precies op de computer zien wat er aan de hand is en bepaalt de te volgen strategie: de klacht wordt telefonisch afgehandeld, de patiŽnt komt naar de post of er volgt een huisbezoek. Alle gegevens van de patiŽnt die tijdens de dienst genoteerd worden, worden via intranet naar de eigen huisarts gestuurd. Maar eigenlijk is dat nog ouderwets. We zijn naar Engeland geweest, waar ze al heel ver zijn met dit systeem en ook een ontzettend goed computersysteem hebben, het zogenaamde call management system. Hierbij kunnen computers gewoon met elkaar gegevens over en weer uitwisselen. Het is de bedoeling dat dit hier ook ingevoerd wordt. Dan heb je alle gegevens direct bij de hand, wat bijvoorbeeld handig kan zijn bij chronische ziekten zoals suikerziekte. Natuurlijk moet dit een ontzettend goed beveiligd systeem zijn, om inbraak te voorkomen.

Hoe gaat het nu in de praktijk?
Ik kan er alleen nog maar positief over zijn. Er zijn een heel groot aantal dingen verbeterd en prettiger geworden.
Nu ben je met twee mensen `s nachts, wat erg fijn is om te overleggen. Wat verder ook "leuk" is voor de arts is dat je veel meer interessante dingen ziet tijdens de dienst. Je gaat alleen bij de ernstige gevallen op huisbezoek; maar er zijn meer, door het grote gebied. De nachten en weekenden die je draait zijn drukker, maar je kunt de volgende dag vrij nemen om te gaan slapen. De frequentie van een nachtdienst is een keer per maand, dus je collega's kunnen je patiŽnten de volgende dag wel overnemen. Het positieve ervan is dat er meer collegialiteit is ontstaan, je werkt veel meer samen. Bovendien is het beroep aantrekkelijker geworden voor jongere artsen. Tegenwoordig is het gewoon een baan en hebben ze geen zin meer om 24 uur per dag, zeven dagen per week klaar te staan, wat ook logisch is. Op deze manier reduceer je de diensten tot een acceptabel aantal, te weten een keer per maand avonddienst, een keer per maand nachtdienst en zes delen per jaar weekenddienst. Nieuwe artsen die in Groningen komen werken, moeten hieraan deelnemen.

Auto
De auto speelt een cruciale rol in dit alles. Het is een Chrystler Voyager, die bestuurd wordt door een ambulance-chauffeur. Deze kan helpen als het nodig is en kent bovendien alle wegen in de stad. 

 

foto-02.jpg (36557 bytes)
De auto van de Centrale Dokters Dienst Groningen. (Foto: Henk Remerie)

Verder zijn er onder andere een laptop en modem aanwezig, zodat er gegevens opgevraagd cq verstuurd kunnen worden naar de eigen huisarts. En er kan alvast een ambulance opgeroepen worden als het nodig is. 

Breidt het zich ook nog uit?
Er zijn een aantal criteria om mee te mogen doen. Ten eerste de afstand: wettelijk is vastgelegd dat de huisarts binnen 15 minuten aanwezig moet zijn. Wij hebben dit getest met vier taxi's die vertrokken vanaf het Damsterdiep. De grens is getrokken tot waar deze kunnen komen. Zo is Haren er nu bijgekomen voor de nacht.
Op het platteland geldt dit ook en daar speelt nu nog iets anders, namelijk geld. De huisartsen moeten dit zelf nog financieren en dan wordt het een stuk duurder. Bovendien zijn de afstanden daar veel te groot.

Ging alles meteen van een leien dakje?
Nee, er waren natuurlijk wat aanloopmoeilijkheden. Wat wel snel ging was de bekendheid onder de mensen. We hebben in heel Groningen kaarten laten verspreiden en bij de artsen neergelegd.
Het computersysteem had eerst nog wel eens moeilijkheden en ook de telefoon was overbelast. Maar vanaf 1 april betrekken we een nieuw onderkomen met meer lijnen en dan gaan we ook echte spoedlijnen openen. Er is veel belangstelling uit het hele land; bijna alle grote steden gaan alop deze manier te werk. Om voor mezelf te spreken: ik blijf nog wel `s nachts bij hele zieke eigen patienten komen die in de terminale fase verkeren. Daar heb je zo'n band mee opgebouwd, dat laat je niet aan een vreemde over.

Al met al is iedereen er zeer tevreden over.

Detta van der Molen