Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

25e jaargang oktober 1999


Als stenen konden spreken ...

In het dorpje Noorddijk ligt op een omgracht kerkhof een van oorsprong middeleeuwse kerk. De kerk is om en nabij het jaar 1250 gesticht. Van het oorspronkelijk romano-gotische bouwwerk zijn alleen de zijmuren van het schip nog aanwezig. Er kunnen nog nissen met siermetselwerk in het muurwerk worden waargenomen, evenals twee door rondstaven omlijste portalen van toegangspoorten in de noord- en zuidmuur.

De muren waren oorspronkelijk hoger en eindigden in meloengewelven; de ramen waren daarentegen kleiner, dit is nu aan de buitenkant nog goed te zien. De kerk was toen kleiner en had de omvang van het tegenwoordige schip. Opmerkelijk is het forse formaat kloostermop dat hier voor de bouw gebruikt werd. 
 

okt1999-01.jpg (55551 bytes)
De patroon van kerk en parochie was de heilige Stefanus, diaken en martelaar van het eerste uur. De eeuwenoude kerk van Noorddijk. (Foto: Henk Remerie)
Als de stenen van het kerkje in Noorddijk konden spreken zouden ze het volgende kunnen verhalen ...

De Middeleeuwen
De geschiedenis van Noorddijk is nauw verweven met die van Middelbert, Engelbert en Westerbroek. Oorspronkelijk vormde de regio van deze dorpen - oudtijds Drenterwold, Oosterwold of Wold genaamd - een moerassig veengebied ten oosten van de rivier de Hunze. Omstreeks de periode 950-1000 werd dit gebied vanuit de oude wooncentra westelijk van de Hunze ontgonnen en gekoloniseerd. Uit de noordelijkste nederzetting groeide het kerspel Noorddijk. Middeleeuws Noorddijk lag in het uiterste noordoosten van het bisdom Utrecht. De kerspelgrens met Zuidwolde, de waterloop Zuidwending, vormde tevens de grens met het bisdom Munster. Hetzelfde gold voor de scheidslijn met Garmerwolde, de Kardingermaar. Verder markeerde de Woldweg door Ruischerbrug de zuidgrens met Middelbert en de rivier de Hunze de westgrens met Groningen. Later werd het Van Starkenborgkanaal de nieuwe grens met de Stad. De regio Wold viel onder het Gorecht (Go en Wold, het gericht van Selwerd); aanvankelijk gold in dit rechtsgebied het gezag van de bisschop van Utrecht, die ook wereldlijk heer was. Deze situatie was de Groninger Stadsregering een doorn in het oog. Zij slaagde er in 1392 in het Gorecht, via een pachtconstructie, van het bisdom over te nemen en er vanaf die tijd zelf de lakens uit te delen. Ook kerkelijk drukte de pachter van het Gorecht zijn stempel op Noorddijk. Gedurende vier eeuwen waren de plaatselijke kerkvoogden prominente bestuurders, die veelal nauwe betrekkingen met Groningen onderhielden.

Reformatie
Bij Tractaat van Reductie in 1594 kwam voor Stad en Lande het einde van "de olde Catholiycke religie" en het begin van "de gereformeerde religie". De eerste predikant van Noorddijk was D. Joannes Meyer, aldus vermeld in de acta van de eerste provinciale synode, d.d. 14 juli 1595. Ds. Meyer was, samen met zijn collega Henricus Petri uit Haren, afgevaardigde bij de eerste synode vanwege het Gorecht.
Ook in het kerkgebouw kwam verandering. Rond 1550 werd de kerk met een koor uitgebreid. De vierzijdige koorruimte is opgebouwd uit stenen die bij verlaging van de schipmuren en afbraak van de oude koorwand beschikbaar kwamen. Ook de grote spitsboogvensters dateren uit die periode.

Toren
In 1648 legde juffer Anna Maria Ulgers, telg uit een Gronings regentengeslacht, de eerste steen voor de huidige toren. Het bouwwerk, dat een voorganger van hout verving, werd opgetrokken uit baksteen en voorzien van natuurstenen banden (speklagen). De aanneemsom bedroeg maar liefst f 6.000,-. Zes jaar later, in 1654, kreeg de toren een uurwerk en twee koperen wijzerplaten. De grote luidklok werd in 1660 gegoten door Willem Jacobus de Vrij. In 1714 kwam er een kleinere luidklok bij. De robuuste toren is bijna twintig meter hoog en wordt bekroond door een piek met twee bollen en een adelaar als windvaan.

Gebrandschilderde ramen
In 1766 werd de kerk opgeluisterd met vijf gebrandschilderde ramen van glas in lood. Ze zijn vervaardigd door glazenier Petrus van der Veen en tonen de wapens van de, naar we aannemen, gulle gevers. De koorramen zijn gewijd aan de toenmalige kerkvoogden, aan de predikant en aan de kerkenraadleden. Op het kerkenraadraam staat de kerk met toren anno 1765 afgebeeld. Het vijfde raam was tot 1825 centraal in het koor te zien en was voorzien van het Groninger stadswapen.

Bataafse Republiek
Tijdens de Bataafse Republiek (1795-1806), geschoeid op de leest van de Franse revolutie, schudden de Gorechters het stadse juk eindelijk af. Na een bestuurlijk interim kwam het in 1811 tot de formatie van de gemeente Noorddijk, waarvan de componenten, deels c.q. geheel, waren: Noorddijk, Oosterhogebrug, Noorderhogebrug, Selwerd, Paddepoel, Ruischerbrug, Middelbert, Euvelgunne, Engelbert, Roodehaan en Waterhuizen. In Ruischerbrug, aan de Woldweg, was het raadhuis van de gemeente Noorddijk gevestigd.
Dezelfde Bataafse vrijheid van 1795 en de nieuwe overheidsvoorschriften inzake de "voormaals heerschende" gereformeerde (hervormde) kerk gaf in 1798 de katholieke minderheid van Noorddijk aanleiding kerk en pastorie te vorderen. Zij kreeg van de kerkenraad echter nul op het rekest.

Pieter Boeles
Van de kleine veertig predikanten die tot dusverre een ambtsperiode in Noorddijk hebben vervuld, spant qua diensttijd dr. Pieter Boeles de kroon. Deze opmerkelijke theoloog, taalgeleerde en publicist was hier van 1827 tot 1870 predikant en bracht het anno 1853 zelfs tot president van de landelijke hervormde synode.

In 1992 kwam een verloren gewaand manuscript van hem boven water, het Idioticon Groninganum, ofwel het eerste woordenboek van het Gronings. Dit werk van ds. Boeles - hij werd in 1875 bij de ingang van de kerk begraven - werd in maart 1997 alsnog uitgegeven. Uit een brief geschreven aan zijn vrouw en zoon Willem, 24 juli 1953, okt1999-02.jpg (57332 bytes)
blijkt dat ds. Boeles het meermalen speet, De gerestaureerde ingang. (Foto: Henk Remerie)

dat hij geen andere standplaats gekregen had, maar nadien was hij zeer blijde dat het zo gekomen is, want hij had zich er stellig niet zo gelukkig gevoeld als te Noorddijk.

Het kerkinterieur
De kansel van Noorddijk uit 1840, die ds. Boeles jarenlang zal hebben betreden, is een neoklassiek pronkstuk. Uit de vormgeving spreekt duidelijke verwantschap met de klassieke bouwkunst zoals die door de Grieken en Romeinen is ontwikkeld.Voor de somma van f 649,50 leverde A.M. Cramwinkel deze kansel, die geldt als de origineelste en meest monumentale neoklassieke kansel van de provincie.

Het koor is in 1840 of daaromtrent met witmarmeren vloertegels geplaveid. Gelijktijdig heeft men toen de daar aanwezige grafstenen verwijderd. Alleen de zerk van Onko baron van Rehden bleef bewaard; deze werd tegen de zuidelijke koorwand opgesteld. Het middenschip werd belegd met tegels van Bremer zandsteen. Onder de banken werd over de zeldzame maar kwetsbare plavuizenlaag uit 1634, een houten vloer gelegd. In 1894 werd een stucplafond aangebracht onder het 16e eeuwse balkenplafond. Eenvoudige rozetten sieren deze overwelving. De kerkbanken in het schip zijn van eiken- en grenenhout en dragen een negentiende eeuws stempel, met zwarte knoppen en paneeltjes aan de zijden van het middenpad. De verlichting bestaat uit een geelkoperen kaarsenkroon in het koor uit ca. 1800 en een uitbundige kroonluchter uit 1890 centraal in het schip. Een zeventiende-eeuws offerblok staat opgesteld bij de preekstoel. Een van de ruim tachtig offerblokken die Nederland telt.

Orgel
Het orgel is gebouwd in 1864 door Petrus van Oeckelen, destijds orgelmaker te Glimmen. Eigenlijk is het instrument qua vorm en qua klank wat te fors voor deze kleine kerk. Wijzigingen van betekenis zijn er in de loop van de jaren niet aangebracht. Restauratie van het monumentale orgel ligt trouwens wel in het verschiet: sterke vervuiling, houtworm en de tand des tijds hebben het orgel aangetast.

Stadsdeel Noorddijk
Eind 1968 werden de gemeenten Hoogkerk en Noorddijk opgeheven en op 1 januari daarop als stadsdelen bij Groningen gevoegd. Dit was een uitvloeisel van de Tweede Nota over de ruimtelijke ordening in Nederland (1966). Voor het kerkdorp Noorddijk had deze overgang ingrijpende gevolgen. Op het grondgebied verrezen de wijken Lewenborg en Ulgersmaborg, kreeg Oosterhogebrug er een stuk nieuwbouw bij, werden het Stadsgewestpark en het Bevrijdingsbos aangelegd en vormen de woonkernen Drielanden en Zilvermeer thans de jongste aanwinsten. Van de kersverse stadswijk Ruischerwaard behoort de huizenstrook langs het Damsterdiep (die huizen met ijzeren trappen) kerkelijk nog tot Noorddijk.

Restauratie
De meest recente restauratie van het Noorddijker kerkje vond plaats van 1995-1997. Daarbij is het karakter van het complete 19e eeuwse interieur behouden gebleven. Wel werd de bruikbaarheid van het gebouw door nieuwe voorzieningen, zoals centrale verwarming, een keukenblokje en een toilet, verbeterd. De verdwenen windvaan van het koor met het wapen van de familie Wichers is gereconstrueerd en herplaatst. De vier blanco ramen hebben sinds de restauratie ook een glas in lood structuur. Het omgrachte kerkhof met o.a. een fors gietijzeren grafmonument met obelisk van de familie Boeles en een opvallend monument met opengeslagen bijbel, vervaardigd voor K. Homan, werd onlangs ook opgeknapt. Op de westgevel van de toren is het voormalige wapen van Noorddijk aangebracht. De kleine luidklok, gegoten in 1714 is in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. In 1996 werd een nieuwe tweede luidklok door het Noorddijker echtpaar Boering geschonken.

 

Noorddijk nu
De Stefanuskerk van Noorddijk verschaft al ruim vier eeuwen onderdak aan de hervormden ter plaatse. In 1976 gingen zij een combinatie aan met de kerkelijke gemeente van Middelbert, sinds 1982 voortgezet onder de naam Oosterhunze.

okt1999-02A.jpg (55907 bytes)
De stadsrandgemeente Oosterhunze houdt haar diensten volgens een vast rooster in Noorddijk en Middelbert. 

De verdere bebouwing van het wegdorp bestaat uit enkele boerderijen en een voormalige pastorie. De huidige predikant woont in een nieuwere woning aan de Noorddijkerweg.
Het voormalige raadhuis, gebouwd in 1907 en in 1948 verbouwd door onder meer een toevoeging van een verdieping, staat in Ruischerbrug en wordt bewoond door een particulier. In het midden van de voorgevel staan het gemeentewapen en een kleine dakkapel met wijzerplaat. Ook de poldermolen Noordermolen, gebouwd in 1888 hoort bij Noorddijk. Deze molen werd recentelijk van een nieuwe rietkap voorzien en is prachtig gelegen in het stadsgewestplan. Het moerassig veengebied dat rondom de eerste millenniumwisseling ontgonnen werd, kan men nu weer bewonderen.

Als stenen konden spreken ...
Sinds de aanleg van het Boer Goensepad leidt mijn fietsroute naar het werk door het dorpje Noorddijk met zijn mooi middeleeuwse kerkje en opvallende grafmonumenten. Onlangs, tijdens de korenronde op 17 oktober, mocht ik naast de geboden koorzang ook het rijke 19e eeuwse interieur bewonderen. Een cultuurgoed van eeuwenlang kerkelijk leven in Noorddijk. Als stenen konden spreken zouden ze verhalen over lief en leed, oorlog en vrede, het bieden van een schuilplaats en een plaats van godsdiensttwisten.

Ook nu kan men in het kerkje terecht bij lief en bij leed. De Stefanuskerk staat mede ter beschikking van de gemeente Groningen als ruimte voor de burgerlijke voltrekking van huwelijken. Tevens vormt het kerkgebouw bij (niet-kerkelijke) uitvaartplechtigheden een passende entourage.

Eeuwen geleden gebouwd, eeuwenlang een baken in het landschap, na de restauratie klaar voor de 21e eeuw.

Roelie Karsijns-Schievink

Bronnen:

De Stefanuskerk van Noorddijk (Harry Oostland)

Monumenten in Nederland _ Groningen (Ronald Stenvert)

Kerken in Groningen (Ada van Deijk)