Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

26e jaargang augustus 2000

  Edelachtbare, of zoiets

"Ik vind het leuk om met mensen om te gaan. Liefst in hun eigen woonomgeving. Daar leer je de mensen het beste kennen. Door, zoals in Thesinge het geval was, een week lang intensief met de bewoners op te trekken in een voor hen ook bijzondere week. Je speelt met hen een vijftigerjaren-rol waar je, naar­mate de feestweek vordert, ingroeit. Je begroet de deftige dominee en mevrouw op hun dagelijkse ronde. Je bestraft een petroleumventer zonder vergunning. Je staat in de timmermans­werkplaats een kozijn te timmeren en je timmert aan de weg bij de diverse nieuwsmedia. Allemaal mooie herinneringen. En toen in Garmerwolde. Meespelen in een groots opgezet historisch schouwspel. Daar moest ik mij aan mijn op papier gezette rol houden. Een rol als eerste burger die langskomt bij twee losbandige borgheren. Vervoerd in een draagkoets en getooid met een grote pruik. Ook aan dit optreden, en de voorbereidingen daarvan, bewaar ik goede herinneringen. Gelukkig vergezelt mijn vrouw mij graag terwijl ik deze uitstapjes in de gemeente maak."

Aan het woord is burgemeester J.D. Alssema. Sinds 1 september 1997 aangesteld als eerste burger van de gemeente Ten Boer. Bij de vraag wat zijn officiële aanspreektitel is, weet hij het antwoord niet. Edelachtbare, of zoiets. Zijn levensgeschiedenis is een klein succesverhaal. Joop Alssema wordt geboren in de stad Groningen. Na vier jaar verhuist het boerengezin naar Doezum in het Westerkwartier.
Om het boerenbedrijf gaande te houden, moeten de drie kinderen ook meewerken.
Op zijn achtste staat de kleine Alssema om zes uur op. Koeienmelken. Om vier uur, na schooltijd, snel weer naar huis. Meehelpen op de boerderij. Hij deed het graag. De melkervaring heeft hij onlangs nog even gedemonstreerd in Thesinge. Hij is het nog niet verleerd. Maar hij was, volgens hem, toen niet de beste!

. alsema.jpg (24476 bytes)
Bij de overdracht van Koningsheert op 3 oktober 1997. (Foto: Henk Remerie)

Aan de slag
Werken heeft Alssema dus al vroeg geleerd. Na de ambachtschool gaat hij aan de slag als timmermansknecht bij een klein aanne­mersbedrijf. Het timmermansvak in al zijn facetten heeft hij daar geleerd. Door avondstudies groeit zijn kennis op het gebied van economie, leidinggeven en het runnen van een (aan­nemers)bedrijf. Het aannemersbedrijf waar hij dan werkzaam is groeit ook mee. Van vijfentwintig naar vierhonderd medewer­kers. Van een plaatselijk bedrijf naar een bedrijf met (in­ter)nationale betrekkingen. Daardoor bestaat de behoefte om weg te gaan niet. Steeds weer is er in het snelgroeiende bedrijf een uitdagende functie beschikbaar, waar Alssema zijn kennis en ervaring kwijt kan. Dertig jaar heeft hij bij dit bedrijf gewerkt. De laatste tijd als bedrijfsleider. Een veeleisende baan, waar menigeen genoeg uitdaging aan heeft. Alssema heeft nog meer interesses...

De politiek
Tijdens zijn studie economie ontdekt Alssema wat de invloed van de overheid is op het functioneren van het bedrijfsleven. Allerlei regels van bovenaf die de groei van de zelfstandig ondernemer belemmeren. Hij bezoekt een vergadering van zijn partij, het Gereformeerd Politiek Verbond, en vraagt zich hardop af wat zijn partij op dit gebied aan veranderingen wil en kan bewerkstelligen. Dat valt op en hij wordt benaderd om wat werk te doen voor de partij. Verkiezingsfolders rondbrengen. Daarna wordt hij al gauw afdelingssecretaris van de partij. Vervolgens wordt hij verkozen als raadslid van de toenmalige gemeente Aduard. Hij is lid van Provinciale Staten. En wordt wethouder van de gemeente Zuidhorn. Je mag wel spreken van een nauwe betrokkenheid bij de politiek. In 1994 is hij 70% wethouder en 50% bedrijfsleider. Zo'n combinatie houd je niet jarenlang vol. Vooral de combinatie politiekbedrijfsleven is zwaar. Je moet dan een keuze maken. Fulltime in de politiek of volledig in het bedrijfsleven.

Een vacature
In de staatscourant medio januari 1997 verschijnt een advertentie: "Burgemeester gevraagd in Ten Boer". Alssema schrijft een brief van drie regels en zijn Curriculum Vitae naar de toenmalige minister van binnenlandse zaken, Dijkstal. In mei wordt bekend dat hij de functie mag bekleden. "Zodoende kwam ik in Ten Boer," vertelt Alssema. "Binnen veertien dagen moest ik beginnen in Ten Boer, maar dat wilde ik niet. Eerst fatsoenlijk afscheid nemen van het bedrijf waar ik dertig jaar heb gewerkt. Na overleg met de Provincie en de toenmalige loco-burgemeester Boon kon dit gerealiseerd worden. Op 1 september 1997 ben ik begonnen." Niet lang daarna vestigt het gezin Alssema zich aan de Roggeneed in Ten Boer.

De week van een burgemeester

Doorgaans op maandagmorgen naar het gemeentehuis om de collegestukken door te nemen. Maandagmiddag tweewekelijks overleg met de politie en brandweer. En op dinsdagmiddag vergaderen met de wethouders. Dat zijn de vaste punten. De helft van de werktijd wordt op het gemeentehuis doorgebracht, de andere helft buitenshuis. Op het provinciehuis, in Den Haag en in de Regio.
Op allerlei gebieden wordt de deskundigheid en inbreng van Alssema verwacht.
Ruimtelijke ordening, politie en brandweer, algemeen bestuur van de gemeente (personeel), milieu, verkeer en vervoer, recreatie en toerisme. Heel veel vergaderen en praten dus. Het fijne van al dat vergaderen is dat je nooit iets alleen hoeft te bedenken, veel samen doen. Het nadeel is wel dat al die vergaderingen de snelle uitvoering van een plan belemmeren. En daar kan de burgemeester eigenlijk niet goed tegen. Hij houdt van adequaat reageren en uitvoeren. Een voordeel is wel dat je als "hogere" bestuurder wel meer in de melk te brokkelen hebt.
Vooral als raadslid heeft Alssema zich wel eens gefrustreerd gevoeld. Hij zei dan weleens tegen zijn vrouw, na een langdurig vergadertraject: "Ik heb het gevoel dat ik er kilometers energie in gestopt heb en ik zie maar een millimeter rendement."
Maar het burgemeestersleven bestaat gelukkig niet alleen uit vergaderen. Bezoekjes namens de koningin bij een huwelijksjubileum en het uitreiken van lintjes behoren ook tot zijn takenpakket.

Hoe ziet u de toekomst van de gemeente Ten Boer?
"De gemeente Ten Boer is een prachtige gemeente. Ik houd van het platteland. Alles is wat kleinschaliger en je kunt concreet iets doen. Je bent niet anoniem, er zijn korte overleglijnen. Ten Boer heeft een grote verscheidenheid aan dorpen en mensen. Je ziet in de kleinere dorpen meer sociale betrokkenheid, daarvoor is het grootste dorp Ten Boer eigenlijk al weer wat te groot. Een groot deel van de bevolking bestaat uit forenzen. De agrarische bedrijfstak biedt in onze gemeente de meeste werkgelegenheid. Er moet regelmatig wat worden gebouwd in de kleine dorpen om wat doorstroming van de bevolking te krijgen. Maar het moet wel passen in de structuur en grootte van het dorp.
Op het gebied van recreatie en toerisme wordt gewerkt aan een toeristisch profiel van de gemeente Ten Boer. Wat is het bijzondere aan onze gemeente? Dat is het kloosterverleden waarvan de restanten nog waar te nemen zijn in Garmerwolde, Thesinge, Wittewierum en Ten Boer. En de diverse (voormalige) borgen en steenhuizen met hun geschiedenis. Er is een plan in ontwikkeling om deze aspecten in kaart te brengen en onder de aandacht te brengen bij mensen die hierin geïnteresseerd zijn. Je bereikt daarmee een selecte groep, geen massatoerisme. Dat is niet ons doel. De diverse fietspaden en vaarwateren bieden goede recreatieve mogelijkheden. Ook voor de inwoners.
Ik voorzie een goede toekomst voor onze gemeente. Er kan gebruik worden gemaakt van regionale overlegorganen en instan­ties, waarin wij ook participeren. Daarbij denk ik o.a. aan de economische en landschappelijke ontwikkelingen van het (plat­telands)gebied in onze regio. Als regio kunnen we plannen ontwikkelen en toepassen in de diverse gemeenten, uitgaande van een gezamenlijke visie. Op deze manier hoeft elke gemeente niet zelf het wiel uit te vinden."

En de eigen toekomst?
"Ik heb het erg naar de zin in deze gemeente. Heb veel plezier in het werken voor en met de mensen. Het is prachtig werk. Veel afwisseling, elke dag wat anders. Veel avonden worden in beslag genomen door vergaderingen en bezoeken aan de diverse verenigingen voor Dorpsbelangen.
Een aangename kant van publieke verplichtingen is dat ik samen met mijn vrouw concerten, uitvoeringen en o.a. een internationaal dansfestival in Warffum mag bezoeken. Ik heb nog zo'n vijftien jaar te gaan voordat ik van mijn A.O.W. kan genieten. Het is de vraag of ik als burgemeester van een grotere gemeente aan de slag zou kunnen gaan of een andere bestuurlijke functie zou kunnen bekleden.
Mijn lidmaatschap van het GPV - die overigens samen met de RPF een nieuwe partij, de Christen Unie, zal gaan vormen - kent zijn beperkingen. Een ongeschreven regel is dat de verdeling van de kamerzetels in de Tweede Kamer een afspiegeling moet zijn van de burgemeesterszetels in den lande. Dat  betekent dat er ongeveer zeven GPV'ers burgemeesterszetels beschikbaar zijn. Op provinciaal niveau heb ik al een functie bekleed als Statenlid. En ik stap niet van mijn politieke principes af om promotie te maken in de politiek. Mijn levensbeschouwing is mijn drijfveer om me in te zetten voor de sociaal zwakkeren en om onrechtvaardigheid te bestrijden."

Zoals het Asielzoekerscentrum?
"Ja, daar noem je wat. Op 2 september 1997, ik was een dag burgemeester, word ik benaderd door het COA. Of ik wel eens had nagedacht over de vestiging van een asielzoekerscentrum. Nou, daar had ik nog niet over nagedacht, maar ik beloofde dat wel te gaan doen, samen met mijn medebestuurders. Honderd dagen daarna sta ik in de Tiggelhal aan zo'n zeshonderd mensen uit te leggen waarom er een asielzoekerscentrum in Ten Boer zal komen.

 Ik kan je wel vertellen dat ik daar erg tegenop heb gezien.
Achteraf viel het mee. De kritiek op het besluit was begrijpelijk. Ook ik ben een democraat in hart en nieren. Maar een feit was en is dat je de verantwoordelijkheid als inwoner en gemeente van Nederland moet nemen. Je doet het, of je doet het niet. En als je het doet, doe het dan goed. Wij hebben toen gekozen voor een vijfjarige vestiging van een wat groter asielzoekerscentrum. Dat heeft als voordeel dat dit centrum zelfsupporting is. Het personeel is in dienst van het COA en het beroep dat je op vrijwilligershulp vanuit de (kleine) gemeente moet doen, is niet te groot. Zelf heb ik er geen spijt van dat de vestiging is doorgegaan. Natuurlijk zijn er vervelende dingen gebeurd. Tegen deze incidenten is direct hard opgetreden. Er is een duidelijk signaal afgegeven. Dit wordt niet gepikt! Maar ook mooie dingen zijn gesignaleerd. Mijn zoon van twintig (hij woont nog thuis, lekker goedkoop) sport regelmatig met een groep asielzoekers en andere dorpsgenoten. De kinderen uit het AZC hebben zwemles gehad in de Blinkerd, doen mee aan het schoolvoetbaltoernooi in Woltersum. Tijdens de multiculturele feestavond hebben de bewoners van het AZC zich gepresenteerd op het gebied van kookkunst, dansen en kleurige kledij."

Ontspanning
In het leven van Alssema is gelukkig ook tijd voor ontspanning. Muziek van o.a. de grote Johan Sebastiaan Bach - wiens sterfdag op 28 juli werd herdacht - wordt veelvuldig beluisterd. Thuis en in de auto op weg naar een vergadering in Den Haag. Van muziek geniet hij als toehoorder, zelf is hij niet muzikaal. Verder kan hij zich uitleven in het timmerwerk. Timmeren in het huis van zijn onlangs getrouwde dochter in Kampen. Ook het huis van zijn in Groningen wonende zoon is door vader en zoon grotendeels opgeknapt. Dan zie je, in tegenstelling tot het bestuurlijke werk, direct wat er uit je handen komt. Bij mooi weer stapt hij op de fiets en maakt samen met zijn vrouw recreatieve tochtjes door het Groninger landschap. Als ze op vakantie gaan, nemen ze de fietsen mee. En in het werk van burgemeester vindt hij gelukkig zoveel ontspanning dat hij, Deo Volente, nog jaren vooruit kan. Tot zolang spreken wij hem aan met: Edelachtbare, of zoiets ...

Roelie Karsijns-Schievink