Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

26e jaargang november 2000

 

Van dingen die voorbijgaan

Zoals in veel dorpen trekken ook in Thesinge de ouderen weg. Ze gaan naar een grotere plaats met meer voorzieningen; met het oog op de toekomst, als ze mogelijk eens minder mobiel zouden worden. Zo ook Nico en Titia Schutter, beiden geboren en getogen in Thesinge.

Prachtige jeugd

De vorige maand verhuisden zij naar een gerieflijk appartement in Bedum en verlieten hun statige, monumentale boerderij middenin - en tegelijk aan de rand van - het dorp. Bepalend voor het aangezicht van Thesinge als je uit stad over de til aankomt of over het water vanaf de Langelandstermolen.

.
De boerderij is verkocht aan een jong artsenechtpaar dat plechtig beloofd heeft zo min mogelijk aan het aanzicht te veranderen.

Wie geniet er niet in het voorjaar van de uitbundig bloeiende bloesems aan de rand van het maar en de honderden crocussen in het grasland voor de boerderij?
Ze bezien hun verhuizing naar Bedum als positief, maar het is toch wel met een beetje pijn in het hart dat ze Thesinge en hun boerderij verlaten. Titia komt van een boerderij op Ach­ter-Thesinge, Nico werd op de Bovenrijgerweg geboren, waar zijn broer nog altijd de boerderij bestiert. Sinds 1966, na hun trouwen, hebben ze aan de Kerkstraat 11 gewoond. Bijna een kwart eeuw dus en altijd met veel plezier. Ze kregen drie dochters: Marja, Jeanet en Alina.
Alina woont aan de Molenhorn in Thesinge, de andere twee dochters elders in de provincie Groningen. Toen het huis leeg was, zijn ze er gedrieën doorheen gelopen, want ja, voor hen was het ook een definitief afscheid van het ouderlijk huis. Maar, zo concludeerden ze, ze hebben er een prachtige jeugd gehad.

Landelijk uitzicht
Een paar dagen na de verhuizing bezoek ik de familie Schutter in hun nieuwe huis, waar het er uit ziet alsof ze er al maanden wonen. Alles heeft een plek, er is geen verhuisdoos meer te zien.
Aan de wand hangt een formidabele uitvergroting van de boerderij, gemaakt door de bekende Groninger landschapsfotograaf Hans Sas, een cadeautje van hun dochters.
Ik krijg een complete rondleiding en het moet gezegd: het is een bijzonder mooi en ruim appartement met een bescheiden tuin en landelijk uitzicht. De plek doet denken aan Thesinge, aan de rand van het dorp, maar toch ben je binnen vijf minuten in hartje Bedum. Uitzicht op de weg van Thesinge naar Bedum hebben ze ook, want Nico heeft me al aan zien komen en staat in de deur te wachten.
Ze zijn blij dat ze deze stap gezet hebben dus, want al het werk in en om zo'n groot huis is toch wel wat zwaar als de jaren gaan tellen. En er is tenslotte méér als werk alleen.
Het afgelopen jaar verloor Nico twee broers kort na elkaar. Het idee dat een van hen alleen in de grote boerderij zou achterblijven, beïnvloedde ook de beslissing om te verhuizen.
Het nieuwe huis is onderhoudsarm, er is veel kunststof gebruikt. Een mooie ruime badkamer, zo'n luxe kende de boerderij niet.
Nee, ze hebben geboft met het huis en de plek, vinden ze beiden en ik kan hen geen ongelijk geven.

Van dingen die voorbijgaan
In al die jaren dat ze in Thesinge woonden, hebben ze heel wat zien komen en gaan; veel dingen zijn veranderd en veranderen nog steeds. Het meest in het oog springend is het snelle veranderingsproces in de veeteelt en de landbouw; de mechanisering. Maar ook het verdwijnen van de drukte en bedrijvigheid uit het dorp, met de ondergang van de kleine winkeltjes en bedrijven. Vroeger werkte iedereen in het dorp: bij de boer, in de winkel, als timmerman, schilder of in de smederij.
De hoorn van Jan Vegter die klonk als de club van vlastrekkers bij elkaar geroepen moest worden, de bel van de groenteboer, de lucht van het vuur en de slagen van de voorhamer van de smid, moeders die hun brood bij een van de drie bakkers haal­den, boerenarbeiders die je tussen de middag tegenkwam als de school uitging ... Zo ongeveer alles wat wij alleen uit de feest­week kennen; het was een vertrouwd beeld.
Titia kwam op de fiets van Achter-Thesinge naar school en bleef tussen de middag altijd in het dorp bij de familie Winter eten. Nico daarentegen kwam lopend van de Bovenrijgerweg, op klompen, die keurig in een rij onder de kapstok stonden: de kleintjes voor- en de groteren achteraan. Tussen de middag ook weer lopend naar huis om even te eten en dan weer terug naar school.
Na de school bleef Nico eerst nog een poos helpen op de boerderij, maar in 1961 kwam hij bij het Nederlands Rundvee Stamboek te werken. Hij werd er inspecteur in Drente en later ook in Groningen. Dat werk deed hij graag; het was een vrij beroep, je reisde veel, ontmoette veel mensen en kwam in allerlei situaties.
Titia ging wat verder van huis, zij kwam te werken bij een dokter in Zeeland, maar trok later toch weer terug naar het noorden en werkte nog enige tijd bij de NAK (Nederlandse Aardappel- en Graan Keuringsdienst) in Groningen.

Kerk en leefbaarheid
De kerk had een centrale rol in het dorpsleven; vooral door de kerk was je bij het dorpsleven betrokken en via de kerk vonden ook de meeste activiteiten plaats.
Dat gold ook voor Nico en Titia, die o.a. actief waren in het zangkoor, de kerkenraad, de bouwcommissie van de kerk, de kerkkrant, oud-papierophaaldienst, als jeugdouderling, de vrouwengespreksgroep en als hulpkoster. "Na het ter kerke gaan, praatte je vroeger buiten voor de kerk nog gezellig een poosje na in groepjes," vertelt Nico. "Tegenwoordig wil iedereen weer snel naar huis en er zijn ook steeds minder mensen in de kerk. Dan mis je toch veel aan contact."
Daarnaast was Nico zeer actief in de provinciale geitenfokvereniging, maar ook in de Thesinger konijnenfokvereniging, die o.a. keuringen en tentoonstellingen organiseerde in café Molenzicht.
Titia was meer dan dertig jaar vrijwilliger bij het Nederlandse Rode Kruis; voor de bloedbank hield ze o.a. de administratie bij. In die tijd werd er nog niemand medisch gekeurd; een kort vraaggesprek, waarin mensen moesten beantwoorden welke ziekten ze allemaal doorgemaakt hadden, volstond. Ondenkbaar tegenwoordig.
De konijnenfokvereniging verdween, evenals de vrouwengespreksgroep; de gymnastiek voor ouderen is (in Thesinge) niet meer, de belangstelling voor de kerk is tanende, de binding via de kerk is niet meer zo groot. Hoe zit het dan met de leefbaarheid?

Bijzonder dorp
Nico Schutter is vol lof over Thesinge en zijn huidige bewoners. Mensen hebben hun huizen er netjes bij staan, er wordt veel opgeknapt. Ook de actieve rol van de Vereniging voor Dorpsbelangen roemt hij. We worden de laatste jaren zeer goed geïnformeerd middels nieuwsbrieven en uitnodigingen voor inspraak en daardoor word je als dorpeling ook betrokken bij het dorp en alles wat er leeft. Maar ook verbeteringen in het dorp, zoals een betere bestrating en dergelijke. Ondanks het verscheiden van veel clubjes en verenigingen, zie je toch weer nieuwe dingen ontstaan, bijvoorbeeld toneelgroep De Rijge, De Wingerd, een café waar je van tijd tot tijd ook kunt eten. Als het nodig is, komt iedereen op de been, getuige de vrij recen­te feestweek, maar ook de actie "Wie doun t zulf".
Daarom blijven Titia en Nico Schutter toch ook nog een beetje verbonden met het dorp.
Nico komt er in de wintermaanden elke donderdagavond om naar de damclub te gaan, die hij zelf hielp oprichten vlak na de oorlog en waarvan hij nog voorzitter is.
Titia blijft voorlopig zingen in het koor en ze blijven lid van Dorpsbelangen.
Maar hoe het moet met de leefbaarheid en de verkeersveiligheid als de barre wintermaanden weer beginnen, weten we nog niet. De bak met zand naast de til werd - zodra de vorst haar intrede deed - stipt door Nico bediend, zodat er niemand slipte op de brug. Nog zo'n vertrouwd beeld: wie er vroeg bij was, werd door hem persoonlijk goeiemorgen gewenst of uitgezwaaid. Heel wat generaties scholieren en hardwerkende dorpelingen heeft hij zo veilig helpen vertrekken.

Met de tijd mee
Dat doet ook de familie Schutter. Als senioren zijnde, rust je tegenwoordig niet meer uit na een arbeidzaam leven; nee, je staat nog middenin de maatschappij. Titia volgt in haar nieuwe woonplaats een cursus "Word" voor de computer en Nico wendt zijn kennis en ervaring aan bij de fokstudieclub in Ten Boer. Ze helpen nog geregeld op de boerderij van hun schoonzoon en dochter bij het aardappels sorteren en een klusje heeft een van de kinderen altijd wel.
Omdat er minder "moet" in en om het nieuwe huis, verwachten ze wel meer vrije tijd te krijgen. Daarmee lijken ze wel raad te weten. Vaker uitgaan, een korte vakantie misschien, op bezoek bij familie en kennissen ... Hoezo, meer vrije tijd?
We hopen dat ze zich snel thuis zullen voelen in Bedum, maar Thesinge niet vergeten en wensen hen veel plezier in hun nieuwe leven en omgeving!

Susan de Smidt