Wie geniet er niet in het voorjaar van de
uitbundig bloeiende bloesems aan de rand van het maar en de honderden crocussen in het
grasland voor de boerderij?
Ze bezien hun verhuizing naar Bedum als positief, maar het is toch wel met een beetje pijn
in het hart dat ze Thesinge en hun boerderij verlaten. Titia komt van een boerderij op
Achter-Thesinge, Nico werd op de Bovenrijgerweg geboren, waar zijn broer nog altijd de
boerderij bestiert. Sinds 1966, na hun trouwen, hebben ze aan de Kerkstraat 11 gewoond.
Bijna een kwart eeuw dus en altijd met veel plezier. Ze kregen drie dochters: Marja,
Jeanet en Alina.
Alina woont aan de Molenhorn in Thesinge, de andere twee dochters elders in de provincie
Groningen. Toen het huis leeg was, zijn ze er gedrieën doorheen gelopen, want ja, voor
hen was het ook een definitief afscheid van het ouderlijk huis. Maar, zo concludeerden ze,
ze hebben er een prachtige jeugd gehad.
Landelijk uitzicht
Een paar dagen na de verhuizing bezoek ik de familie Schutter in hun nieuwe huis, waar
het er uit ziet alsof ze er al maanden wonen. Alles heeft een plek, er is geen verhuisdoos
meer te zien.
Aan de wand hangt een formidabele uitvergroting van de boerderij, gemaakt door de bekende
Groninger landschapsfotograaf Hans Sas, een cadeautje van hun dochters.
Ik krijg een complete rondleiding en het moet gezegd: het is een bijzonder mooi en ruim
appartement met een bescheiden tuin en landelijk uitzicht. De plek doet denken aan
Thesinge, aan de rand van het dorp, maar toch ben je binnen vijf minuten in hartje Bedum.
Uitzicht op de weg van Thesinge naar Bedum hebben ze ook, want Nico heeft me al aan zien
komen en staat in de deur te wachten.
Ze zijn blij dat ze deze stap gezet hebben dus, want al het werk in en om zo'n groot huis
is toch wel wat zwaar als de jaren gaan tellen. En er is tenslotte méér als werk alleen.
Het afgelopen jaar verloor Nico twee broers kort na elkaar. Het idee dat een van hen
alleen in de grote boerderij zou achterblijven, beïnvloedde ook de beslissing om te
verhuizen.
Het nieuwe huis is onderhoudsarm, er is veel kunststof gebruikt. Een mooie ruime badkamer,
zo'n luxe kende de boerderij niet.
Nee, ze hebben geboft met het huis en de plek, vinden ze beiden en ik kan hen geen
ongelijk geven.
Van dingen die voorbijgaan
In al die jaren dat ze in Thesinge woonden, hebben ze heel wat zien komen en gaan;
veel dingen zijn veranderd en veranderen nog steeds. Het meest in het oog springend is het
snelle veranderingsproces in de veeteelt en de landbouw; de mechanisering. Maar ook het
verdwijnen van de drukte en bedrijvigheid uit het dorp, met de ondergang van de kleine
winkeltjes en bedrijven. Vroeger werkte iedereen in het dorp: bij de boer, in de winkel,
als timmerman, schilder of in de smederij.
De hoorn van Jan Vegter die klonk als de club van vlastrekkers bij elkaar geroepen moest
worden, de bel van de groenteboer, de lucht van het vuur en de slagen van de voorhamer van
de smid, moeders die hun brood bij een van de drie bakkers haalden, boerenarbeiders die
je tussen de middag tegenkwam als de school uitging ... Zo ongeveer alles wat wij alleen
uit de feestweek kennen; het was een vertrouwd beeld.
Titia kwam op de fiets van Achter-Thesinge naar school en bleef tussen de middag altijd in
het dorp bij de familie Winter eten. Nico daarentegen kwam lopend van de Bovenrijgerweg,
op klompen, die keurig in een rij onder de kapstok stonden: de kleintjes voor- en de
groteren achteraan. Tussen de middag ook weer lopend naar huis om even te eten en dan weer
terug naar school.
Na de school bleef Nico eerst nog een poos helpen op de boerderij, maar in 1961 kwam hij
bij het Nederlands Rundvee Stamboek te werken. Hij werd er inspecteur in Drente en later
ook in Groningen. Dat werk deed hij graag; het was een vrij beroep, je reisde veel,
ontmoette veel mensen en kwam in allerlei situaties.
Titia ging wat verder van huis, zij kwam te werken bij een dokter in Zeeland, maar trok
later toch weer terug naar het noorden en werkte nog enige tijd bij de NAK (Nederlandse
Aardappel- en Graan Keuringsdienst) in Groningen.
Kerk en leefbaarheid
De kerk had een centrale rol in het dorpsleven; vooral door de kerk was je bij het
dorpsleven betrokken en via de kerk vonden ook de meeste activiteiten plaats.
Dat gold ook voor Nico en Titia, die o.a. actief waren in het zangkoor, de kerkenraad, de
bouwcommissie van de kerk, de kerkkrant, oud-papierophaaldienst, als jeugdouderling, de
vrouwengespreksgroep en als hulpkoster. "Na het ter kerke gaan, praatte je vroeger
buiten voor de kerk nog gezellig een poosje na in groepjes," vertelt Nico.
"Tegenwoordig wil iedereen weer snel naar huis en er zijn ook steeds minder mensen in
de kerk. Dan mis je toch veel aan contact."
Daarnaast was Nico zeer actief in de provinciale geitenfokvereniging, maar ook in de
Thesinger konijnenfokvereniging, die o.a. keuringen en tentoonstellingen organiseerde in
café Molenzicht.
Titia was meer dan dertig jaar vrijwilliger bij het Nederlandse Rode Kruis; voor de
bloedbank hield ze o.a. de administratie bij. In die tijd werd er nog niemand medisch
gekeurd; een kort vraaggesprek, waarin mensen moesten beantwoorden welke ziekten ze
allemaal doorgemaakt hadden, volstond. Ondenkbaar tegenwoordig.
De konijnenfokvereniging verdween, evenals de vrouwengespreksgroep; de gymnastiek voor
ouderen is (in Thesinge) niet meer, de belangstelling voor de kerk is tanende, de binding
via de kerk is niet meer zo groot. Hoe zit het dan met de leefbaarheid?
Bijzonder dorp
Nico Schutter is vol lof over Thesinge en zijn huidige bewoners. Mensen hebben hun
huizen er netjes bij staan, er wordt veel opgeknapt. Ook de actieve rol van de Vereniging
voor Dorpsbelangen roemt hij. We worden de laatste jaren zeer goed geïnformeerd middels
nieuwsbrieven en uitnodigingen voor inspraak en daardoor word je als dorpeling ook
betrokken bij het dorp en alles wat er leeft. Maar ook verbeteringen in het dorp, zoals
een betere bestrating en dergelijke. Ondanks het verscheiden van veel clubjes en
verenigingen, zie je toch weer nieuwe dingen ontstaan, bijvoorbeeld toneelgroep De Rijge,
De Wingerd, een café waar je van tijd tot tijd ook kunt eten. Als het nodig is, komt
iedereen op de been, getuige de vrij recente feestweek, maar ook de actie "Wie doun
t zulf".
Daarom blijven Titia en Nico Schutter toch ook nog een beetje verbonden met het dorp.
Nico komt er in de wintermaanden elke donderdagavond om naar de damclub te gaan, die hij
zelf hielp oprichten vlak na de oorlog en waarvan hij nog voorzitter is.
Titia blijft voorlopig zingen in het koor en ze blijven lid van Dorpsbelangen.
Maar hoe het moet met de leefbaarheid en de verkeersveiligheid als de barre wintermaanden
weer beginnen, weten we nog niet. De bak met zand naast de til werd - zodra de vorst haar
intrede deed - stipt door Nico bediend, zodat er niemand slipte op de brug. Nog zo'n
vertrouwd beeld: wie er vroeg bij was, werd door hem persoonlijk goeiemorgen gewenst of
uitgezwaaid. Heel wat generaties scholieren en hardwerkende dorpelingen heeft hij zo
veilig helpen vertrekken.
Met de tijd mee
Dat doet ook de familie Schutter. Als senioren zijnde, rust je tegenwoordig niet meer
uit na een arbeidzaam leven; nee, je staat nog middenin de maatschappij. Titia volgt in
haar nieuwe woonplaats een cursus "Word" voor de computer en Nico wendt zijn
kennis en ervaring aan bij de fokstudieclub in Ten Boer. Ze helpen nog geregeld op de
boerderij van hun schoonzoon en dochter bij het aardappels sorteren en een klusje heeft
een van de kinderen altijd wel.
Omdat er minder "moet" in en om het nieuwe huis, verwachten ze wel meer vrije
tijd te krijgen. Daarmee lijken ze wel raad te weten. Vaker uitgaan, een korte vakantie
misschien, op bezoek bij familie en kennissen ... Hoezo, meer vrije tijd?
We hopen dat ze zich snel thuis zullen voelen in Bedum, maar Thesinge niet vergeten en
wensen hen veel plezier in hun nieuwe leven en omgeving!
Susan de Smidt