Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

33e jaargang februari 2008
 

Roelie Dijkema-Oomkens

50 jaar toneelspelen bij VIOD
 


In 2008 bestaat Toneelvereniging VIOD (Voorts Is Ons Doel) 70 jaar en speelt Roelie Dijkema 50 jaar bij VIOD. Daarom vinden we het leuk om te horen waar haar liefde voor het toneelspelen uit voortkomt.

Jouw liefde voor toneel is groot, hoe is dit begonnen?
“Als 16 jarig meisje zat ik op de Rijks HBS in Groningen. Daar speelde ik één keer per jaar mee in een toneelstuk. Ik was lid van de reciteervereniging Demostenes. In Zuidwolde, waar ik met mijn ouders woonde, speelde ik bij drie verschillende verenigingen in drie verschillende toneelstukken. Bij Moeke Vaatstra, wat voorheen Hekma heette: bij de muziek, bij het NUT en bij het Staatspensioen, wat nu ANBO heet.
Mijn voorliefde voor het toneel is in die jaren ontstaan. Het was altijd leuk en het kostte mij weinig moeite om snel een toneelstuk te kunnen instuderen ook niet naast mijn huiswerk. Drie verschillende stukken was ook geen probleem.”

Speelden je ouders ook toneel?
“Niet dat ik weet, misschien heel vroeger. Voor mij is de liefde voor het toneel echt op de HBS begonnen.”

Wat was je eerste rol en hoe heb je dat ervaren?
“Ik was een fee, en het toneelstuk heette: “De klok sloeg twaalf”. De uitvoering van de HBS werd gehouden in Huize Maas. Het was een jaarlijkse uitvoering. Dit was altijd echt feest en heel gezellig.”

 
   

" Zolang ik het kan onthouden blijf ik toneelspelen"
 (Foto: Jack de Jong)

Waarin ben je veranderd op het toneel in de loop van de jaren?
“Eerst had ik altijd jonge meisjes rollen, later moekerollen en nog later omarollen. Je kunt als oma ook geen jonge meisjesrollen meer spelen, dat spreekt minder aan; het moet ook een rol zijn die bij je past. Dit seizoen heb ik een rol als moeder en buurvouw; dat is een mooie rol.

Zijn er meerdere spelers die al lang bij VIOD spelen? En hoe is de rolverdeling?
“Er zijn binnen ons groepje 7 mensen die 25 jaar of langer meespelen. Het is dus een hele hechte club spelers. Af en toe komt er een nieuwe speler bij, soms melden ze zichzelf aan. Je wilt ook graag dat als, er een nieuwe speler bij komt, er ook een rol voor hem/haar is en dat iemand dan elk jaar mee kan spelen.
Meestal kiezen we een blijspel in drie bedrijven. Vroeger speelden we drie bedrijven en daarna nog een éénakter maar dat werd te laat. Het was dan meestal pas rond 1.00 uur ‘s nachts afgelopen.”

Is er veel veranderd met het instuderen en repeteren door de jaren heen?
“Vroeger waren de schoolmeesters regisseur: dhr. Van der Molen, dhr. Tiemes, dhr. Schuring, dhr. v.d. Laan. En nu al weer een groot aantal jaren Arend Kampen. Als je geen regisseur hebt, wil het ook niet. Je hebt toch iemand nodig, die zegt hoe je het moet doen. En die overwicht heeft.
Mensen hebben nu veel meer bezigheden naast toneelspelen: sporten en andere activiteiten. Eerder ging men echt voor het toneel maar dat is wel een beetje veranderd.”

Naar wat voor rol gaat je voorkeur uit?
“Ik houd van rollen waarin ik me mag laten horen, bij wijze van spreken met de vuist op tafel slaan. Dus pittige rollen, kwade rollen. Dit jaar mag ik echt mijzelf zijn in deze rol.”
En vind je dat leuk? “Ja heel leuk!” We moeten het maar gaan bekijken, Roelie wil er nu niet teveel over vertellen.:

Hoe kiezen jullie een toneelstuk uit?
“Vroeger zochten we bij de winkel van Mulder in de stad toneelstukken uit en lazen dit; soms was het iets, soms was het niets. Je zocht uit een catalogus verschillende stukken en kreeg een zichtzending toegestuurd. En las ongeveer twaalf boekjes. Later kwamen de toneelstukken uit Alkmaar en nu worden ze op internet opgezocht. Een paar jaar geleden ben ik gestopt als lid van de leescommissie.
Soms zie je tijdens het repeteren dat een stuk toch niet loopt, of niet past bij een aantal spelers; dan moet je alsnog met een ander stuk beginnen.”

Hoe komen jullie aan decor en kleding?
“Het decor wordt gemaakt door onze mannelijke toneelspelers, dat lukt altijd wel. De ruimte is beperkt en daardoor heb je minder mogelijkheden. De toneelkleding wordt gehuurd bij ADO in Eelde en het geluid wordt verzorgd door Bertus Kol. Versterking van het geluid is ook wel nodig om de stemmen van de toneelspelers goed te kunnen horen achter in de zaal.”
 

Over welk stuk bent je het meest tevreden?
“Het mooiste stuk tot nu toe was “Beeld van een man” met Napoleon.
Ik was Josefien, de huishoudster, en had het beeld van Napoleon stuk laten vallen. Dat kon natuurlijk niet. Gerrit Boer had de rol van Janus, de huisknecht, en zou Napoleon als beeld spelen. En moest dus lange tijd als standbeeld stilstaan op een sokkel.
De butler kwam langs met hapjes; Gerrit stond daar als standbeeld en pakte stukjes kaas van de schaal. Gerrit mopperde wat; niemand snapte waarom. Later bleek hij een gat in zijn broekzak te hebben, waardoor hij geen kaas uit het vuistje had. Er werd veel om gelachen.

 
    Roelie (derde van rechts op de onderste rij) speelde in 1946 op de Rijks HBS eem fee in het toneelstuk "De klok sloeg twaalf".

Een andere anekdote
“Bij de muziekvereniging in Zuidwolde speelde ik eens een jong meisje. De man, waar ik tijdens het stuk mee aanpapte, was in het echt 10 jaar ouder. Van zijn vrouw mochten we het stuk niet meer spelen; ze vond het toch iets te gek worden: haar man met een veel jongere vrouw als tegenspeler. Je speelt op het publiek, hun reactie. Als de reactie goed is, word je heel warm van binnen en dan gaat het spelen veel beter.
Ik speel liever een blijspel. In “Wat veurbie is, is weg” had ik een verkeerde man, wat niet mocht van mijn moeder. Ik liep weg met deze jongen en kwam terug met een baby op de arm. Eigenlijk was het heel zielig. Kom ik op het toneel met die baby op de arm, begint het publiek op de eerste rij te lachen.
In het stuk “Zai hait Stientje” kreeg ik als Stientje de eerste avond de stoerste mannen aan het huilen. Dan ga je zelf ook, de tranen liepen me over de wangen. De tweede avond zat de jeugd te lachen, dan is het moeilijk spelen.”

Heb je een tip voor beginnende acteurs?
“Jezelf geven, je rol goed kennen, luisteren naar de regisseur en niet eigenwijs zijn. De regisseur vertelt hoe hij het wil hebben. Een beetje natuurlijke aanleg en talent is erg handig. In de rol ben je een ander.”

Met wie zou je nog graag eens willen spelen?
Roelie moet lang nadenken, dan zegt ze: ”Andre van Duin.” Vanwege zijn gekke humor en dat je nooit weet wat hij gaat zeggen.

Wat maakt het toneelstuk in 2008 anders dan andere stukken?
“Dat ik de hoofdrol van Poekie Boomkens gekregen heb en dat het door Henri Schijf helemaal op de personen geschreven is. Bijzonder knap! Er zit veel humor en liefde in.
Daarom ook de naam “Natuurlijke liefde zonder lintje”. Ik wil voor mijn bijdrage aan het toneel geen lintje; ik vind het gewoon mooi om te doen.”

Is spelen voor kinderen ook anders?
“Vroeger kwamen er veel kinderen, de hele klas; nu ongeveer twaalf. Het is leuk om de reacties uit de zaal te horen, hoe het overkomt.”

Ga je ook bij andere stukken kijken?
“In Garmerwolde bij Wester (voorheen de Rederijkers). Het ene jaar spelen ze binnen, het andere jaar een openlucht spel. Bij de Rijge ga ik ook kijken, en bij W.W.K. natuurlijk.
In de begin periode bij het toneel was het moeilijk om de zaal voor één avond te vullen; er kwamen 50 á 60 mensen. In die tijd was de TV enorm in opkomst en mensen bleven thuis.
Later nam de belangstelling toe en konden we twee avonden voor een volle zaal spelen. De laatste jaren spelen we tenminste drie avonden.”

Hoe ziet de dag eruit voor het optreden?
“‘s Morgens gaan we naar het café om het toneel klaar te maken en bloemetjes op de tafels te zetten. Zeg maar de zaal klaarmaken. Ik ben nooit zenuwachtig, ik ken de tekst wel uit mijn hoofd. Ik ben wel wat onrustig, met een onbestendig gevoel in het lijf.
Ik ben om 18.30 uur al in café Molenzicht. Eerst de schmink die aangebracht wordt en later de kaartverkoop.”

Heb je ook rituelen, net als bekende toneelspelers?
“Nee, daar ben ik te nuchter voor; daar geloof ik niet zo in.
Dus geen koffer met allemaal dingetjes van thuis in de kleedkamer.”

Hoelang denk je door te gaan met toneelspelen?
“Zolang ik het kan onthouden. Het zou ook leuk zijn als VIOD nog lang blijft bestaan. Er zijn nu twaalf leden waarvan er tien spelen; dat is een kleine groep. Dit seizoen bestaat VIOD 70 jaar; als er in de toekomst wat jeugd bijkomt, kan de vereniging ook gezond honderd worden.“
Roelie, we hopen nog lang van jouw toneelspelen te kunnen genieten.

Hetty van Linge


 

Natuurlijke liefde zonder lintje
 

Toneelverainen V.I.O.D. te Taisn speult: Bliedspul ien drij bedrieven deur Henri Schijf  opdroagen aan vrouw Dijkema-Oomkens ter ere van heur vieftig joarig jubileum ien 2008 bie toneelverainen V.I.O.D. ien Taisn.

De avond wordt geopend door Arend Kampen, de regisseur. We gaan een bijzonder en uniek toneelstuk zien. Bijzonder omdat Roelie Dijkema-Oomkens 75 jaar is geworden en al 50 jaar toneel speelt bij V.I.O.D. En uniek aangezien het toneelstuk speciaal voor haar is geschreven door Henri Schijf, een inwoner van Thesinge. De hoofdthema’s zijn Roelie, een camping in Thesinge en natuurlijk de liefde. Veel elementen zijn verweven met zaken die in het dorp spelen of gespeeld hebben. Alle personages in het stuk hebben een mooie variant van hun eigen naam gekregen.

Het toneelstuk begint met Poekie Boomkes (Roelie). Zij zit met haar toneelboekje voor zich en kent de rol nog niet goed; ze moet nog studeren. Toen Poekie 50 jaar geleden bij het toneel begon, was ze jong en aantrekkelijk. Maar, zoals ze zelf zegt, wordt die schoonheid beetje bij beetje uitgegumd.
Haar zoon Eduard (Hans van den Brand) is een losbandige vrijgezelle zoon van 54 jaar en woont nog bij haar in huis. Zijn moeder vindt dat hij maar eens aan de vrouw moet. Volgens Poekie is Eduard “niet schier” en wordt zijn schoonheid ook al een beetje uitgegumd. Eduard vindt zelf dat hij charisma en aantrekkingskracht heeft en daarmee zeker wel een vrouw kan verleiden.
Eduard vindt het geweldig dat zijn moeder een halve eeuw bij het toneel speelt. Eigenlijk wil hij wel iets leuks voor zijn moeder bedenken, maar hij weet niet wat. En moeder Poekie wil er helemaal niets van weten.

Zus van Zanten (Trijn van der Meulen-Dijkstra) woont bij Poekie op kamers.
Zij is schooljuf, vrijgezel en al jaren verliefd op Eduard; maar die ziet het niet. Zus weet te vertellen dat er op het voetbalveldje in Thesinge een camping komt en wel een naturistencamping! Het plan komt van Jaap Zwart, de voorzitter van toneelvereniging VIDO (Joop Blaauw) en Betty Netelenbos, een makelaar “uit de stad” (Ina Tel). Zij is een vlotte dame en heeft vroeger bij Eduard in de klas gezeten. Betty is gescheiden en ziet Eduard wel zitten. Als ze elkaar ontmoeten en Betty voor haar gevoelens uitkomt, raakt Eduard de kluts kwijt.

Tussendoor moet er ook nog gerepeteerd worden voor de jubileumuitvoering van toneelvereniging VIDO. De regisseur van VIDO, Paul Bokma (Andries van der Meulen), heeft een oogje op Saskia Boomkens (Greet Blokzijl-Boer), de dochter van Poekie, en dat is niet bevorderlijk voor het repeteren. Paul loopt als een zenuwpees over het toneel te springen. Hoe moet hij zijn liefde voor Saskia aan haar kenbaar maken, als er serieus gerepeteerd moet worden?

Saskia vindt het maar niks dat er een camping komt, het lijkt wel een tweede Pieterburen.
En als dan ook nog blijkt dat het een naturistencamping wordt, is het hek van de dam.
“Straks kruipt iedereen op de oude Germania om een glimp van de camping op te vangen”.
Saskia is er fel tegen. Zus heeft inmiddels een glaasje te veel op en vindt het wel grappig als de campinggasten in hun blootje door het dorp zouden lopen!
Ze is helemaal in de stemming en probeert nog eens aan te pappen met Eduard, maar die weet zich geen raad met de avances. Zus vertelt aan Eduard dat zij vroeger operazangeres wilde worden, maar niet goed genoeg kon zingen. Dan pakt Eduard zijn trekzak en begeleidt Zus bij het zingen van een mooi liefdeslied.

 
   

"Dastoe der laifste bist' (Foto: Jack de Jong)

De burgemeester, Rikus Poot (Jakob van der Woude), komt bij Poekie op bezoek.
“Waaraan heb ik uw bezoek te danken”, vraagt Poekie. De burgemeester wil Poekie voordragen voor een koninklijke onderscheiding. Maar daar voelt zij weinig voor: “Nergens voor nodig. Doe maar gewoon. Ik heb liever dat iedereen mij accepteert, want ik ben ook maar gewoon.”

Vervolgens komt de huisarts, Christiaan Friesinga (Harrie Blokzijl), bij Poekie om te zien hoe het met haar gaat. Ze maakt zich veel te druk. Als de huisarts haar bloeddruk meet, blijkt die veel te hoog. Poekie moet het rustig aan doen, maar dat lukt niet want de regisseur en de andere spelers komen binnen om te repeteren.

De camping wordt uiteindelijk door de burgemeester afgeblazen: een naturistencamping in Thesinge, dat kan echt niet. Hij heeft een verordening gevonden, waarin staat dat men alleen bloot in het eigen huis mag rondlopen en niet in het openbaar.

Betty en Jaap passen de plannen aan en gooien het over een andere boeg. Er komt een woonzorgcomplex in Thesinge voor 70 plussers. En daar heeft Poekie wel oren naar.

 

 
   

Het toneelstuk met Thesinge als inspiratiebron en een speciale sterrol voor de jubilerende Poekie Boomkens, in wiens naam de oplettende lezer opvallende gelijkenis herkent met die van Roelie (Dijkema) Oomkens! (Foto: Jack de Jong)

De dokter en zijn vrouw Janine (Jannie Sibma- ten Cate) komen vertellen dat zij de praktijk verkocht hebben aan twee jonge mannen, beide huisarts. Hij begint samen met zijn vrouw een camping in Frankrijk. Saskia vindt het geweldig, dan kan ze toch nog kamperen. Inmiddels is de liefde tussen haar en Paul ontloken. Saskia maakt al plannen om de huwelijksreis in Frankrijk door te brengen. Ook Eduard en Zus hebben elkaar gevonden en zijn zichtbaar verliefd.

Wat een jubileum! En iedereen is gelukkig. Poekie heeft een lieve schoondochter en schoonzoon gekregen. De burgemeester is blij dat er geen camping is gekomen,  Jaap gaat met Betty verder door het leven en de dokter ziet zijn droom in vervulling gaan, hij heeft een camping in Frankrijk.

Tot slot zingen alle spelers onder begeleiding van Eduard samen met het publiek nog éénmaal het lied “Dastoe der laifste bist”.
Een mooi einde van een heel leuk toneelstuk en een gezellige avond bij VIOD. Natuurlijk ontbrak de tombola en de muzikale omlijsting van Piet Beukema niet.

Hetty van Linge

 

En dan is er nog de bedenker en de schrijver van het stuk!


Een toneelstuk schrijven, dat is nog heel wat anders dan zomaar een verhaal. Hoe doe je dat en hoe is het zo gekomen? Omdat we daar benieuwd naar waren, zochten we Henri Schijf op.
 

Wie is Henri?
Henri Schijf, sinds 1987 woonachtig in Thesinge, woont in een prachtige oude boerderij aan de rand van het dorp. Als je Thesinge (via de Schutterlaan) verlaat en je zou vergeten de bocht te nemen, rij je recht bij hen het pad op.
Zijn vrouw Marina heeft regelmatig een aantal (klein)kinderen over de vloer en bakt de lekkerste én de mooiste taarten van Groningen!
Dochters Lidwine, Jet, Olga en Sophie zijn inmiddels uitgevlogen.
Henri is na een lang werkzaam leven met pensioen en lijkt een nieuwe bestemming te hebben gevonden; namelijk het schrijven van toneelstukken.

 

 
   

Roelie Dijkema en Henri Schijf (foto: Jack de Jong)

Hoe is dat zo gekomen?

Tijdens de feestelijke bijeenkomst in augustus vorig jaar ter gelegenheid van het slaan van de eerste paal van ons nieuwe dorpshuis, raakte Henri aan de praat met Hans van den Brand, een van de spelers van VIOD. Omdat hij zelf vroeger (o.a. als student) veel aan toneel en cabaret deed, is zijn belangstelling voor toneel nooit weggeweest. Op zijn vraag hoe het ging met het toneel en of er al een nieuw stuk op stapel stond, vertelde Hans hem dat er wel een stuk ingelezen werd. Vanwege dat bijzondere, dubbele jubileum zouden ze er echter graag iets speciaals van willen maken, en vooral Roelie in het zonnetje willen zetten, maar hoe?
De precieze inhoud van de rest van het gesprek gaan we hier niet uit de doeken doen. Het slot van het liedje was dat Henri niets kon beloven, maar wel wilde proberen een stuk speciaal voor deze gelegenheid te schrijven.

Van stookhut tot schrijvershuisje
De stookhut naast de boerderij was toevallig net gerenoveerd en daar trok hij zich terug. Hij bracht er steeds meer tijd door en al gauw heette het “het schrijvershuisje”.
Hij sprak een paar avonden een en ander door met Hans. Vervolgens bedacht en schreef hij in ongeveer 2 maanden het toneelstuk in drie bedrijven. Voor de tien acteurs van VIDO, die allemaal een passende rol moesten krijgen. Met ons eigen dorp als inspiratiebron en een speciale sterrol voor de jubilerende Poekie Boomkens, in wiens naam de oplettende lezer opvallende gelijkenis herkent met die van Roelie (Dijkema) Oomkens!

Wel ff wennen
Voor de spelers van VIOD was het wel even wennen, zo’n totaal ander stuk.
Niet meer een grappig, degelijk of geniepig typetje neerzetten, maar veel meer iets van jezelf laten zien, dat is een hele omslag! Er knaagde zeker in het begin dan ook een flinke twijfel of het publiek dit wel mooi zou vinden en of er wel humor in zat.
Op de eerste avond bleek al snel dat het publiek er zeer enthousiast op reageerde. Behalve voor de spelers en de regisseur was dit zeker voor de schrijver een hele opluchting. Het was immers zijn eerste toneelstuk en dan meteen ook nog voor een jubileumvoorstelling.
Ook was het een hele kluif om alles kloppend te krijgen; of iedereen een beetje aan bod kwam, hoe de verhaallijnen liepen, wie er wanneer moest opkomen, om het geheel van begin tot eind sprankelend en boeiend te laten zijn. Zo belandden tijdens het schrijven heel wat scènes in de prullenbak, maar het schrijvershuisje bleef staan.
Een geslaagd experiment dus, voor herhaling vatbaar. Henri belooft niets, maar misschien wil hij het ooit nog wel eens proberen. Al was het maar omdat het kleine stookhutje zo’n vertrouwde omgeving geworden is!

Susan de Smidt

Dou mor gewoon
 

t Is zotterdag 16 febewoarie 2008: dé toneeloavend van V.I.O.D.! n Halle specioale oavend, dij tot Roelie heur verdraait volledeg boeten heur om regeld is. Nou ja … boeten heur om … z’het ondertussen al wel ontdekt dat heur femilie nuigd is. Mor wieder? Ze wol t ja stomme geern waiten …

t Bliekt apmoal prima regeld te weden. Direct bie binnenkomst worden w’opvongen deur n poar doames dij ons n toaveltje aanwiezen. Noast de veule òfgevoardegden (twij per verainen, der is ja nait meer roemte), zitten d’r ook hal wat òl-Thaisners.
t Stuk zulf bliekt n mooi stuk en der wordt din ook meerdere moalen helderop laagd. De schriever het zuch echt inleefd in Roelie: as moeke en oma, toneelspeulster, verwoed koarter (“Dij twij bekers bennen veur mie!”), Dörpsbelangen, Thomasvaer en Pieternel, enz. enz. “En dat neem je mie nait of! Ik dou t groag … Rust roest; ik mout in bewegen blieven.”

Noa n stoande ovoatsie wordt het tied veur de extroa’s. Nee, gain lintje van de keuningin; doar doi je Roelie gain plezaaier met. Dou mor gewoon, din doi j’al gek genogt. Zai holdt het laiver bie de boeren; net as in t koartspel: doar is n boer ook meer weerd as de keuningin.
As eerste kommen heur baaide zeuns op t toneel, verkled as Thomasvaer en Pieternel. Ook de “keuningin” komt op de proppen en hangt heur n grode medaille om noamens ale kiender en klaainkiender.
Doarnoa is t woord aan börgmeester. Zoas altied wait ze weer prima op de situoatsie in te speulen. En as bliek van wardeern langt ze Roelie noamens de gemainte n mooi schilderij tou; plus n bos bloumen, in oranje tinten …

 

 
   

En wat het dij veur moois? n Roelie Diekema wizzelbokoal, mokt deur Herbert Koekkoek. n Joarleks oet te rieken vrijwillegerspries veur ain dij veul veur t dörp doan het. (Foto: Jack de Jong)

Din komt Menco van der Berg, noamens Dörpsbelangen. En wat het dij veur moois? n Roelie Diekema wizzelbokoal, mokt deur Herbert Koekkoek. n Joarleks oet te rieken vrijwillegerspries veur ain dij veul veur t dörp doan het. Noadat ale V.I.O.D. metwaarkers heur n roos aanboden hebben en wie met nkander n van olds bekend laid zongen hebben, gait t even mis. Arend Kampen wait nait wat of e der aan het; Roelie budt nog aan om hom te helpen … “Mor dat mag ja nait? Ik mag mie ja naargens met bemuien?”

En noa even wachten, kommen der twij – strak in t pak stoken – bodyguards binnen. Op de vout volgd deur “Hare Majesteit de Koningin”! En wat het ze bie zuch? Nait ain … gain twij … mor drij lintjes! (“k Vuil mie net Jan Roos!”, zegt Roelie.) Plus n echte Grunneger molleboon, aan n ketje.

 

 

 
   

Heur baaide zeuns op t toneel, verkled as Thomasvaer en Pieternel. (Foto: Jack de Jong)

En noa even wachten, kommen der twij – strak in t pak stoken – bodyguards binnen. Op de vout volgd deur “Hare Majesteit de Koningin”! En wat het ze bie zuch? Nait ain … gain twij … mor drij lintjes! (“k Vuil mie net Jan Roos!”, zegt Roelie.) Plus n echte Grunneger molleboon, aan n ketje.

En din is t toch echt doan en ken Roelie zuch tussen de gasten mengen. Tied om nog even gezelleg noa te koarten …
Ondertussen is der gain ain lintjedroager woar zoveul aandacht aan besteed is! Want zeg nou zulf: wèl ken der bogen op n specioal veur heur schreven toneelstuk? En n joarleks oet te rieken Roelie Diekema pries? As dat gain bewies is, dat t dörp wies met heur is …

Hillie Roamokker

 
   

De “keuningin” komt op de proppen en hangt heur n grode medaille om noamens ale kiender en klaainkiender. (Foto: Jack de Jong)