Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

33e jaargang september 2007
 

"Ze hebben hem al!"   
 

Waarom gaat iemand een marathon lopen? Uit pure gekkigheid, natuurlijk. Malligheid of eerzucht of allebei. Ja, voor mensen als Stoffer Havinga uit Thesinge of Flip van 't Riet uit Garmerwolde spreekt het vanzelf: van die sterke jonge kerels, even in de veertig, met benen zo lang dat ze zowat tot mijn nek reiken. Die rennen even dik 42 kilometer en zetten een prachtige tijd neer, wind of geen wind: 4 uur 16, of 3 uur 50 zelfs. Maar wat moet een klein, oud ventje van bijna 71 daar nou tussen?

Maar ja, als je niet beweegt, en je eet zo graag als ik, en je lust ook wel een glaasje (of twee, of drie...), wat gebeurt er dan? Dan word je kogelrond en moddervet, en dat is geen gezicht, en ook bepaald niet gezond. Dus dan maar de weg op, in weer en wind, en wie houdt dat vol zonder doel? Zonder zijn grenzen te willen verleggen, zonder de uitdaging van het neerzetten van een prestatie?

 
    Bloemen bij de finish van De Groninger Stad Marathon in 4 uur 55 minuten 27 seconden! (Foto: Renee Bremer)

Ik niet. Dus na de zoveelste keer "Ze hebben hem al!" en mijn hijgend antwoord: "Maar mij nog niet!" dacht ik: laat eens wat zien! De Groningen Stad Marathon, op zondag 16 september. Nou, dat heb ik geweten!

De eerste helft, naar Haren en terug, dat gaat nog wel, zeker als je al een aantal maanden lang twee of drie keer in de week zo'n halve marathon gelopen hebt als trainingsronde. Rustig beginnen, vooral niet te snel, niet denken aan Stoffer of Flip, die natuurlijk de stad al zowat uit zijn als ik nog niet eens bij de ringweg ben, en vrolijk babbelen - eerst met twee Nederlandse dames van de Loopgroep Groningen, daarna met een jonge Engelse loopster uit Northampton, en toen met een Duitse uit Leer, die al haar elfde marathon liep. Overal applaudisserende mensen, hier en daar toejuichingen door bekenden... dat loopt lekker. Mooi langs de Hoornseplas en zo, en met een zacht windje in de rug weer richting Stad. Keurig op schema terug in de Herestraat: gestaag 9 kilometer per uur, want harder wil het op mijn leeftijd niet meer, en harder hoeft voor mij ook niet.
Maar 't werd wel steeds warmer, en dan blijkt de busbaan naar Kardinge voor menigeen al spoedig een moordenaar: aan de voet van de Martinitoren begint men nog welgemoed aan de tweede helft, maar op de brug over het Van Starkenborghkanaal, of het viaduct over de ringweg naar Kardinge, in de brandende zon, daar haakten sommigen toch af. Ik liep nog lekker door, en werd bij kilometer 25 opgevangen door mijn Renee, die van Kardinge af aan met me meefietste. Nog steeds gestaag lopend ging het kronkelend door Beijum en toen richting Zuidwolde, al moest ik de Duitse loopster Helga op dat stuk laten gaan: 22 jaar jonger dan ik, dat gaat tellen.
En toen kwam de slag, bij de brug in Zuidwolde. Daar gaat het parcours scherp naar links, en kreeg ik de wind schuin van voren, en twee kilometer verderop, in het open veld, pal tegen - en die wind bleef maar aanwakkeren: van windkracht vier naar vijf, van vijf naar zes... Renee ging naast me fietsen en probeerde me zoveel mogelijk uit de wind te houden, maar al gauw ging dat niet meer: we moesten recht tegen de Zuidwestenwind in, vele kilometers lang. En ja, dat scheelt je dan uiteindelijk toch een kwartier op je gewenste tijd - niet alleen mij, maar ook Stoffer en Flip: alle drie kwamen we ongeveer een kwartier later aan dan we gewild hadden, al zullen die sterke kerels niet, zoals ik, twee maal een paar honderd meter hebben moeten wandelen om nog vooruit te kunnen komen.
Na enthousiaste toejuichingen in Noorderhogebrug kwamen we weer in de stad - door mooie, groene delen waar ik nog nooit geweest was - en moesten nog even kronkelen door het Noorderplantsoen om de hele afstand vol te krijgen. En toen kon het niet meer mis gaan: Nieuwe Boteringestraat, Oude Boteringestraat, Vismarkt... Finish! Hiep hiep hoera: 4 uur 55 minuten 27 seconden! Finishfoto's, bloemen, vrienden om je op te vangen en te bewonderen - en wat dondert het dan nog dat mijn doorgezakte linkervoet pijn deed, of dat ik het een kwartiertje sneller had willen doen?

Een laatste flits van trots kwam twee dagen later, toen ik de uitslagenlijst bekeek: voor zover ik kon zien, was ik veruit de oudste deelnemer (wel tien jaar ouder dan alle anderen) en ik was lang niet als laatste aangekomen. Nogmaals: hiep hiep hoera! En nu maar hopen dat ik flink wat sponsorgeld heb binnengebracht voor de bouw van het Dorpshuis Thesinge - en al mijn sponsors natuurlijk bedankt voor hun gulle gaven, en de tientallen, misschien zelfs wel honderden vrijwilligers voor hun goede zorgen en hun enthousiasme! En tot slot nog een goede raad voor de organisatie: in september heb je in Nederland nu eenmaal vaak een straffe Zuidwestenwind, dus wissel de twee lussen van het parcours om. Als je eerst naar Zuidwolde en terug loopt, en daarna naar Haren en terug, heb je op de laatste, moeilijkste tien kilometer de wind achter en dat levert betere tijden op.

Rudy Bremer