Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

34e jaargang februari 2009
 

Lieske en Jolijn weer veilig thuis

Nederland-Gambia met de auto en Gambia-Nederland rustig met het vliegtuig
 

We zijn weer terug, zonder ongelukken, met onderweg maar één echt negatieve reactie (we mochten van een politieagent in Marokko een stad niet in met de auto’s),heel veel nieuwe indrukken en een goed doel dat ons een heel goed gevoel gaf. Het was geweldig.
Jolijn en ik samen in de auto ging prima en als groep heeft iedereen op zijn/haar manier z’n eigen steentje bijgedragen om er een goede reis van te maken.

Tot aan Zuid–Spanje (Gibraltar) in ongeveer 48 uur. Flink doorgesjeesd dus, want we moesten een bepaalde boot halen om goedkoper over te kunnen varen naar Marokko. Bij de grens Spanje-Marokko, aan de andere kant van de Straat van Gibraltar, meteen uren oponthoud.

   

    Lieske op de school in Tumani Tenda (Foto: familie Mandama)

Het paspoort van een van de groepsleden was niet in orde. Overigens buiten zijn schuld. Op de ambassade van Mauritanië hadden ze zijn oude visum voor dit land uit z’n paspoort gescheurd bij het verstrekken van het nieuwe visum. Gevolg: 1 bladzijde minder in zijn paspoort en 1 los blaadje. Dit werd door Marokko niet geaccepteerd en na uren bleek de enige oplossing te zijn om naar de Nederlandse ambassade in Madrid te gaan voor een vervangend paspoort. Ongeveer 1500 km. terug over water (Straat van Gibraltar) en land. Twee mensen en één auto zijn terug gegaan ,de vier andere auto’s zijn doorgereden. Na vier dagen hebben we elkaar weer in Marrakech ontmoet.

Willekeur bij de grens

De grensovergang Spanje – Marokko was trouwens, ook zonder dit paspoort gedoe, afschuwelijk. Honderden, meest arme mensen - waaronder veel lichamelijk gehandicapten en ouderen, allemaal bepakt en bezakt met vage handelswaar die niet alleen in de hand meegezeuld werd, maar ook vaak was vastgebonden op het lichaam onder de kleding - komen lopend, sjouwend, kreupelend vanuit Spanje door een soort gekooid gangpad naar het Marokkaanse grensstuk. Hier is de kooi weg, maar er is een smal pad tussen berg en douanehuisjes waar tussendoor gelopen moet worden. Wie hier vanaf wijkt, wordt letterlijk teruggeknuppeld. Ook wordt er, naar het lijkt volkomen willekeurig, door douanebeambten van alles afgepakt. Hierdoor veel geschreeuw, gehuil en gekrijs. Daartegenover de auto’s met overduidelijk valse buitenlandse nummerborden, die gewoon door mogen rijden.

Geparkeerde ezels
Maar goed, na uren zijn we dus in Marokko met vier auto’s. In ieder openbaar gebouw een foto van de koning. Zelfs in de Mac Donalds, die we allen in het uiterste noorden van Marokko zijn tegengekomen. Gezien het soort auto’s dat hier geparkeerd stond leek het ons iets voor de beter verdienende Marokkaan. In Marokko zijn we door het Rifgebergte en het Atlasgebergte via Fez naar Marrakech gereden. Prachtige natuur maar een heel arme bevolking, gekleed op een manier die in onze ogen bijna middeleeuws aandeed. Een indruk die nog versterkt werd door de vele karren met ezeltjes ervoor die gebruikt werden voor transport van van alles en nog wat. Als er bij een dorp markt was, zag je op de parkeerplaats geen auto’s maar geparkeerde ezels. De markt is hier trouwens de plek om al je inkopen te doen en om andere mensen te ontmoeten.
Van de “buurtbus”, meestal een oud mercedesbusje, werd veel gebruik gemaakt. Hier kunnen meer mensen in dan wij voor mogelijk houden. Wel 30! Op het dak zitten dan ook nog de nodige geiten en kippen. Vrachtauto’s zijn ook bijzonder. Iedere vrachtauto vanaf Marokko t/m Gambia kan twee keer zoveel vervoeren als een Nederlandse vrachtauto van dezelfde grootte. Gewoon vrachtwagen vol en bovenop het dak nog zo’n zelfde lading.

Kashba met oude ambachten
Fez is in dit arme gebied een hele mooie welvarende stad. De kashba (oude ommuurde stad) is heel bijzonder. Er wordt nog echt gewerkt en gewoond. Veel oude ambachten worden hier nog uitgeoefend. Je vindt hier bv nog koperslagers, touwdraaiers, smeden en leerlooiers. Stinken dat laatste, vreselijk. Deze kashba is op de werelderfgoedlijst geplaatst.
Vanaf Fez richting Marrakech, waar de hele groep weer bij elkaar komt met een nieuw tijdelijk paspoort.
Marrakech vonden Jolijn en ik minder modern dan we hadden gedacht, maar wel welvarend. De temperatuur was er in november tussen de 20 en 25 graden met eeuwige sneeuw op de bergen in de verte. Vanuit Marrakech gaan mensen skieën, heel apart vonden we dat.
Na Marrakech wordt het landschap steeds vlakker en zanderiger. Via de Westelijke Sahara, een omstreden woestijngebied dat nu bij Marokko hoort, kom je in Mauritanië. In Dakhla, een stad in het zuiden van Marokko waar je door een stuk woestijn heen rijdt maar die aan zee ligt, ontmoetten we onze gids voor de woestijn in Mauritanië. De woestijngidsen zijn allemaal traditioneel gekleed in wapperende witte of lichtblauwe lange gewaden. Nog zonder de om het hoofd gewonden doek, maar dat gebeurde meteen in de woestijn tegen het zand. Vriendelijk ogende mannen zien er dan meteen woest uit. Het traditionele woestijngewaad werd door onze gids na een dag wel verwisseld voor een spijkerbroek met shirt, maar toen we eenmaal de woestijn uit waren, na een dag of zes, wel weer aangetrokken.

Niemandsland
De grensovergang tussen Marokko en Mauritanië is trouwens behoorlijk spectaculair. Tussen de twee landen ligt een stuk niemandsland van 3 tot 5 km. In dit geval betekent niemandsland ook dat niemand er wat aan doet, terwijl toch behoorlijk wat auto’s en vrachtauto’s hier de grens overgaan.

   

    Tocht door de woestijn in Mauritanié (Foto: familie Mandama)

Een echte weg is er niet, wel een soort zand/kuilen/rotsen spoor waar je - ondanks dat er bijna niet overheen te rijden valt - toch niet te veel moet afwijken, want dan kom je in de landmijnen terecht. Ook niet zo leuk. Naast deze “weg” zie je allemaal autowrakken liggen.
Hoe ze wrak zijn geworden is onbekend. Maar goed, ook deze grensovergang is gelukt en na douanecontrole en wat smeergeld zijn we Mauritanië binnengereden. Douanecontroles heb je vanaf dat je Marokko binnenrijdt t/m Gambia trouwens echt niet alleen bij de grens, maar overal in al deze landen. Daarnaast ook heel veel politiecontroles. Het houdt de reis wat op, maar echt problemen hebben we er nooit mee gehad. Soms moesten we wel betalen om verder te mogen rijden.
De woestijn in Mauritanië vonden wij qua natuur verreweg het mooiste van de hele reis. Zoveel verschillende soorten zand, verrassende plantengroei, af en toe zelfs een boom, hoge zandduinen en ook nog superstoer autorijden. En dan de wijdse leegheid en de zwarte donkere nacht met geweldige sterrenhemel, prachtig. Wat ik verder heel bijzonder vond van de woestijn is dat het een soort maatschappelijk/cultureel niemandsland is, waar een moslimman wel over van alles en nog wat kan praten met een vrouw wat buiten de woestijn meteen weer verdwijnt.
De woestijn uitkomen was echt even wennen en omschakelen naar “normaal”. Na de woestijn door naar Nouakchot, de hoofdstad van Mauritanië. Een eenvoudige maar redelijk uitziende stad, redenerend vanuit Afrikaanse begrippen. Mauritanië is een arm land, maar mensen hebben wel te eten. Na Nouakchot nog een dag rijden naar Senegal. Een dag omdat de weg nogal slecht is, maar niet omdat het zoveel kilometers zijn.

Zwart Afrika

En dan Senegal. Wat meteen opvalt: Dit is “zwart Afrika” en hiervoor is “wit Afrika”. De sfeer hier is zo anders dan in Marokko en Mauritanië, terwijl Senegal en Gambia ook overwegend islamitisch zijn. Hier zie je naast mannen ook weer vrouwen alleen op straat, zowel heel modern als traditioneel gekleed. Het straatbeeld is druk, levendig, gezellig en kleurig. In Senegal zijn de meeste mensen lang, slank en heel erg zwart. Prachtige vrouwen zie je er. Je vraagt je af waarom er niet meer model zijn in de westerse modewereld. In Mauritanië hebben de mensen trouwens ook een lengte die vergelijkbaar is met die in Nederland, dit in tegenstelling tot Marokko waar iedereen veel kleiner is. Het landschap in Senegal is savanneachtig en vlak. Apart zijn de baobapbomen, maar het stuk waar wij doorgereden zijn vonden we uiteindelijk wat saai. De eerste stad waar we in Senegal kwamen was Port St Louis. Een stad waar je bij een aantal huizen de Frans koloniale invloed nog kan zien. Een stad in Afrika heeft meestal wel een of twee doorgaande wegen die geasfalteerd zijn maar al de andere wegen en straten zijn van zand, zowel de winkelstraten als de woonwijken. En woonwijken bestaan heel vaak uit heel veel erg simpele huisjes/hutjes.

Dakar
In Senegal op naar Dakar, de hoofdstad. Een grote stad met een echt modern centrum en echt niet moderne armoedige buitenwijken. Hier zijn we nog met de hele groep in een hoerentent terechtgekomen. Daar schijn je heen gebracht te worden als je een gids vraagt naar een uitgaansplek waar een band speelt. Wisten wij veel. Gelukkig zijn we meer mensen tegengekomen die op dit gebied net zo onbenullig waren als wij.
Dan na Senegal, Gambia. Het eerste Engels en niet Frans sprekende land na Spanje. Eigenlijk kun je niet zeggen na Senegal, Gambia want Gambia wordt omsloten door Senegal. Het is een langgerekt stuk land, vanaf zee het binnenland in, aan weerszijden van de rivier de Gambia. Gambia is ongeveer zo groot als Groningen, Friesland en Drenthe samen. De breedte aan beide kanten van de rivier is ooit bepaald door een schot van een kanon. De Engelsen die hier toentertijd de dienst uitmaakten wilden niet alles aan de Fransen geven die het omliggende land beheersten. Ze hebben toen vanaf een oorlogsschip op de rivier kanonskogels afgeschoten en bepaald dat de grens dáár kwam waar de kanonskogel landde,want de grootte van dat stuk was door de Engelsen te beheersen.
Gambia is groener dan Senegal en her en der enigszins bossig. De kuststrook aan de zuidkant van de rivier heeft een heel mooi strand met palmbomen. Hier staan de hotels voor de meest uit West-Europa afkomstige toeristen. Ze zijn bijna allemaal van buitenlanders. Engelsen, Skandinaviërs, Duitsers en de duurste is van Kadaffi van Libië. De werknemers komen wel uit Gambia en rondom de hotels zijn activiteiten die aan het toerisme gerelateerd zijn. Toerisme zorgt dus nog wel voor enige Gambiaanse inkomsten. Verder is er wat landbouw, hoofdzakelijk voor eigen gebruik. Gambia heeft dus niet veel werkgelegenheid en is een arm land. Toch is de grond niet onvruchtbaar.

Tumani Tenda
Het dorp wat ons einddoel was, Tumani Tenda, en waaraan wij de goederen in de auto’s en de auto’s zelf hebben geschonken is een agrarische gemeenschap met weinig/geen geld, maar wel met een goede school met regionale uitstraling. Waarmee ik bedoel dat door deze school heel veel kinderen in de regio naar school gaan en ook in staat zullen zijn om voortgezet onderwijs te gaan volgen. Mits er natuurlijk voor dit onderwijs geld is en blijft komen. In ieder geval hebben wij er met jullie hulp en die van anderen en natuurlijk met de hulp van de geweldige automonteurs die met ons mee waren, voor kunnen zorgen dat auto’s en goederen allemaal in Tumani Tenda zijn aangekomen en dat het dorp na verkoop van de auto’s en bepaalde goederen en geld, dat geschonken is, tussen de 10.000 en 15.000 euro zal kunnen besteden aan allerlei dingen die nodig zijn voor goed onderwijs en een goede school. De hulpgoederen die niet voor verkoop bedoeld waren, zijn met heel veel enthousiasme en dank aanvaard en zullen zeker een goede bestemming krijgen. We verlieten Tumani Tenda dan ook met een heel voldaan gevoel.

Terugkijkend op onze lange rit (zo’n 7500 km) door een deel van Afrika zijn er twee dingen waarvan we voor dit deel van de wereld overtuigd zijn geraakt.
1. Het wordt tijd voor een goede afvalverwerking, want o wat ligt er overal veel zooi.
2. Afrika heeft kennis/onderwijs nodig om zich in deze wereld te kunnen handhaven
Wat betreft onszelf, we vonden het fantastisch om dit meegemaakt te hebben.

Lieske en Jolijn Mandema