kinderen van tijd tot tijd een probleem,
met name als de kids nog niet leerplichtig zijn. Dit is onderkend in het
vorige kabinet, en het resultaat waren gastouderbureaus, gastouders en
de mogelijkheid dat opa en oma (tegen vergoeding) oppasten. Op zich
werkte de regeling goed, behalve dan dat die zo ongelooflijk
fraudegevoelig was. Zo herinner ik me uit de krant een verhaal waarbij
een bureau wat vrouwen belde om als bijverdienste op wat kinderen te
passen. Er werden dan kinderen opgevoerd, het bureau incasseerde de
vergoeding, en de vrouwen kregen ook wat. Er kwam verder geen kind aan
te pas; die moesten nog geboren worden of zo. Een ander verhaal was opa&oma
met veel kinderen, en nog heel veel meer kleinkinderen. Ze pasten 24 uur
per dag op, 365 dagen per jaar. Dat tikt aan.
Goed, de hele regeling is dus op de schop gegaan. Het komt erop neer dat
alleen gekwalificeerde bureaus erkend worden die werken met
gekwalificeerde oppassers. Een opa of oma is dat niet, tenzij deze zich
ook kwalificeren. Het maakt dus voor de overheid niet uit of je op de
kleinkinderen past, of op die van vreemden. Alleen bij kwalificatie is
een kinderopvangtoeslag mogelijk. Het is nu hier dat Henk Vliem (Garmerwolde)
zich op deze materie gestort heeft.
Hoe kwam je erachter welke de eisen zijn
voor kwalificatie?
“Mijn gastouderbureau, Koba
(Den Haag), waarschuwde me ruim van te voren en stuurde de nieuwe eisen
toe. Verder zijn die ook te vinden op de website van de overheid (Binnenlandse
zaken). En er is ook voorlichting van het Implementatiebureau
Kinderopvang 2010 (overheid). Dat bureau heeft uitgebreide folders en
brochures, zowel voor de ouders, de gastouders(=oppassers) als de
gastouderbureaus. Het komt erop neer dat je als gastouder minstens MBO-2
niveau moet hebben (of halen) in de Helpende Zorg en Welzijn. Er zijn
diploma’s die direct kwalificeren (zoals bijvoorbeeld de PABO), maar een
ingenieurstitel (de oude Ir) is dat niet. We waren het erover eens dat
zo’n vooropleiding wel eens handig is bij kwesties als Lego, lekke
tuutbekers of instortende babywiegjes. Dus zodoende ben ik de cursus
gaan volgen.”
Hoeveel tijd vergt dat nu, wat zijn de
kosten, waren er veel aspiranten, hoe was de m/v verhouding, enzovoort?
“De cursus is deels via
internet. Via het gastouderbureau kom je op internet-lesblokken. De
toets is ook via internet en natuurlijk geeft het voldoening als er
voldoende gescoord wordt. Dat vergt ongeveer zeven avonden. Daarnaast
zijn er nog twaalf avonden les in een klas.” Henk heeft gekozen voor de
gastouderacademie in Drachten, omdat deze al een tijd actief is. Er zijn
wel meer opleidingen, o.a in de stad, maar die waren nog maar net (of
nog niet) begonnen met het geven van zo’n opleiding. Het punt is dat de
eisen voor het diploma in de loop van het jaar steeds veranderden, en de
inschatting van Henk was dat een ‘ervaren’ instituut zich beter kon
aanpassen dan een opleiding waar alles nog in oprichting was. Ook omdat
je de kwalificatie dit jaar moest halen.
“Die klassikale lessen waren leuk, en heel anders dan vroeger. De
opdrachten worden verdeeld over groepjes. Je doet zelf één zo’n opdracht
voor het groepje, en de overige opdrachten tik je over van de anderen.
Verder waren de eisen aan het Nederlands verbazingwekkend hoog: minstens
HAVO, maar er zijn ontsnappingsroutes.
De kosten waren iets van € 400, en de groep was ongeveer 30 personen.
Waaronder één man.”
Dat is een vette 3% !! Bij de andere
groepen ook zo’n mega-score?
“Dat zou best kunnen, want op
de voorlichting waren iets van 120 personen, waaronder een paar
niet-vrouw.”
Jij en je vrouw Joke passen alleen op de kleinkinderen, niet op die van
anderen. Wou Joke ook naar de cursus of had die iets van: dat is
ongeveer zoiets als een cursus “hoe doe ik een deur open?”
“Ja, Joke vond het onzin dat
je je nog eens moest kwalificeren als je zelf al kinderen had opgevoed.
Maar ook zonder diploma kun je natuurlijk altijd oppassen, alleen is er
dan geen vergoeding van rijkswege.”
Is er nog controle op het aantal
kinderen waarop wordt gepast?
“Ja, er is controle. Je moet
je inschrijven bij een erkend gastouderbureau en opgeven: de leeftijd,
adressen en namen van de kinderen, plus het aantal uren. Aldus is die
constructie van 24 uur per dag voor 365 dagen per jaar niet meer
mogelijk.”
Je vertelde dat na diploma er nog een
GGD-controle komt (ik meen door een vroegere dorpsbewoonster, Geesje) of
het verblijf wel veilig genoeg is. Natuurlijk moeten hal en woonkamer
autoluw zijn, met zebra-strepen in de hal en stoplichten in de woonkamer.
Maar zijn er nog andere aanpassingen nodig?
“Ja, het is Geesje Santing.
De controle op opa’s en oma’s vond ze ook wel erg ver gaan, maar ja, het
hoort erbij. Geesje krijgt ook de namen en adressen van de kinderen waar
op gepast wordt. En verder wordt gekeken naar stopcontacten, traphekjes
en of de slaapplaatsen voor het grut in orde zijn. Het gastouderbureau
controleert dit overigens ook allemaal.”
Kinderen zijn oh zo lief, maar goeie hemel wat een onbenullen. Je
vertelde dat je ook een EHBO cursus moest halen. De zaak is dat kinderen
met gemak de straat oprennen, daar wat platter onder een auto vandaan
komen, om vervolgens de hond aan de oren te trekken. Die geeft een
corrigerend knauwtje, waarna wat vingers of een handje missen. Niet veel
wijzer geworden slepen ze daarna de kat aan de staart door het huis, die
met kracht protesteert door haar/zijn 20 nagels in te zetten. Hoever
gaat die EHBO tegenwoordig?
“Nou, het is de normale EHBO
die wel wat is toegespitst op kinderen. Zo is er een bepaalde greep om
iemand te helpen die zich verslikt heeft en geen adem meer kan krijgen.
Dat geeft bij kinderen gauw gekneusde ribben, en kinderen leg je daarom
over de knie en klop je op de rug. Bij baby’s moet mond-op-mond
beademing heel voorzichtig. En er is speciale aandacht voor brandwonden.”
Een wat gerelateerd probleem zijn de
verrassende eetgewoontes van kinderen.
Het broodje gaat er met moeite in, maar eenmaal in de tuin zuigen ze
tevreden op wat naaktslakken. Het geheel wordt met smaak weggespoeld met
afwasmiddel uit een rondslingerende fles. Is er nog aandacht voor
vergiftigingen?
“Ja, gevaarlijke flessen moeten achter
slot en grendel en bij de EHBO zit een stukje : “wat te doen als . . .”
Is er nog aandacht voor omgang met en de rapportage aan de ouders?
“Jazeker, de omgang en de
rapportage zit in de cursus. Je spreekt met de ouders dingen af over het
opvoedingspatroon, zoals tafelmanieren. En je maakt bijvoorbeeld ook
afspraken of kinderen op de fiets naar school gaan, of met de auto
gebracht worden. De corrigerende tik is een non-onderwerp. Verder loopt
de WA verzekering via het bureau. En als je al die poppenkast niet wilt:
het kan natuurlijk zonder.”
Over opvoeding zijn bibliotheken
volgeschreven. Wat komt er aan de orde in de cursus?
“Iets ja, maar niet zo
uitgebreid. We zijn geen orthopedagogen.”
Het trof mij bijzonder dat je vertelde
dat jullie als geslaagde cursisten een belofte aflegden om zorgvragen
naar eer en geweten tegemoet te komen. Wat nu met een zorgvraag als:
“Opa, ik wil perse graag een ijsje?”
“Ja, die belofte is misschien
wat veel van het goede voor kinderen. Maar aan de andere kant kun je met
zo’n diploma bijvoorbeeld ook in een bejaardentehuis aan de slag.
En aha: een ijsje!! Als opa&oma er zin in hebben krijgen de kinderen er
ook een.”
Karel Drabe