Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

36e jaargang november 2010
 

Gediplomeerd oppas-opa
 

Met de komst van koelkast, wasmachine, stofzuiger, en vooral dankzij de kant-en-klare maaltijden en de magnetron is de vrouw in het huishouden overbodig geworden. Er rest nog slechts één vrouwenbastion te beslechten: de verzorging van de kinderen.

Nu ja, zo zou in de jaren 80 een feministisch stukje kunnen beginnen, waarbij natuurlijk in bovenstaande wel even hier en daar man en vrouw moet worden verwisseld.

Hoe dan ook, sinds in veel gevallen de partners beiden werken is de oppas op de

 
   

Henk Vliem; de gekwalificeerde oppas-opa (Foto: Margriet de Haan)

kinderen van tijd tot tijd een probleem, met name als de kids nog niet leerplichtig zijn. Dit is onderkend in het vorige kabinet, en het resultaat waren gastouderbureaus, gastouders en de mogelijkheid dat opa en oma (tegen vergoeding) oppasten. Op zich werkte de regeling goed, behalve dan dat die zo ongelooflijk fraudegevoelig was. Zo herinner ik me uit de krant een verhaal waarbij een bureau wat vrouwen belde om als bijverdienste op wat kinderen te passen. Er werden dan kinderen opgevoerd, het bureau incasseerde de vergoeding, en de vrouwen kregen ook wat. Er kwam verder geen kind aan te pas; die moesten nog geboren worden of zo. Een ander verhaal was opa&oma met veel kinderen, en nog heel veel meer kleinkinderen. Ze pasten 24 uur per dag op, 365 dagen per jaar. Dat tikt aan.
Goed, de hele regeling is dus op de schop gegaan. Het komt erop neer dat alleen gekwalificeerde bureaus erkend worden die werken met gekwalificeerde oppassers. Een opa of oma is dat niet, tenzij deze zich ook kwalificeren. Het maakt dus voor de overheid niet uit of je op de kleinkinderen past, of op die van vreemden. Alleen bij kwalificatie is een kinderopvangtoeslag mogelijk. Het is nu hier dat Henk Vliem (Garmerwolde) zich op deze materie gestort heeft.

Hoe kwam je erachter welke de eisen zijn voor kwalificatie?
“Mijn gastouderbureau, Koba (Den Haag), waarschuwde me ruim van te voren en stuurde de nieuwe eisen toe. Verder zijn die ook te vinden op de website van de overheid (Binnenlandse zaken). En er is ook voorlichting van het Implementatiebureau Kinderopvang 2010 (overheid). Dat bureau heeft uitgebreide folders en brochures, zowel voor de ouders, de gastouders(=oppassers) als de gastouderbureaus. Het komt erop neer dat je als gastouder minstens MBO-2 niveau moet hebben (of halen) in de Helpende Zorg en Welzijn. Er zijn diploma’s die direct kwalificeren (zoals bijvoorbeeld de PABO), maar een ingenieurstitel (de oude Ir) is dat niet. We waren het erover eens dat zo’n vooropleiding wel eens handig is bij kwesties als Lego, lekke tuutbekers of instortende babywiegjes. Dus zodoende ben ik de cursus gaan volgen.”

Hoeveel tijd vergt dat nu, wat zijn de kosten, waren er veel aspiranten, hoe was de m/v verhouding, enzovoort?
“De cursus is deels via internet. Via het gastouderbureau kom je op internet-lesblokken. De toets is ook via internet en natuurlijk geeft het voldoening als er voldoende gescoord wordt. Dat vergt ongeveer zeven avonden. Daarnaast zijn er nog twaalf avonden les in een klas.” Henk heeft gekozen voor de gastouderacademie in Drachten, omdat deze al een tijd actief is. Er zijn wel meer opleidingen, o.a in de stad, maar die waren nog maar net (of nog niet) begonnen met het geven van zo’n opleiding. Het punt is dat de eisen voor het diploma in de loop van het jaar steeds veranderden, en de inschatting van Henk was dat een ‘ervaren’ instituut zich beter kon aanpassen dan een opleiding waar alles nog in oprichting was. Ook omdat je de kwalificatie dit jaar moest halen.
“Die klassikale lessen waren leuk, en heel anders dan vroeger. De opdrachten worden verdeeld over groepjes. Je doet zelf één zo’n opdracht voor het groepje, en de overige opdrachten tik je over van de anderen. Verder waren de eisen aan het Nederlands verbazingwekkend hoog: minstens HAVO, maar er zijn ontsnappingsroutes.
De kosten waren iets van € 400, en de groep was ongeveer 30 personen. Waaronder één man.”

Dat is een vette 3% !! Bij de andere groepen ook zo’n mega-score?
“Dat zou best kunnen, want op de voorlichting waren iets van 120 personen, waaronder een paar niet-vrouw.”

Jij en je vrouw Joke passen alleen op de kleinkinderen, niet op die van anderen. Wou Joke ook naar de cursus of had die iets van: dat is ongeveer zoiets als een cursus “hoe doe ik een deur open?”
“Ja, Joke vond het onzin dat je je nog eens moest kwalificeren als je zelf al kinderen had opgevoed. Maar ook zonder diploma kun je natuurlijk altijd oppassen, alleen is er dan geen vergoeding van rijkswege.”

Is er nog controle op het aantal kinderen waarop wordt gepast?
“Ja, er is controle. Je moet je inschrijven bij een erkend gastouderbureau en opgeven: de leeftijd, adressen en namen van de kinderen, plus het aantal uren. Aldus is die constructie van 24 uur per dag voor 365 dagen per jaar niet meer mogelijk.”

Je vertelde dat na diploma er nog een GGD-controle komt (ik meen door een vroegere dorpsbewoonster, Geesje) of het verblijf wel veilig genoeg is. Natuurlijk moeten hal en woonkamer autoluw zijn, met zebra-strepen in de hal en stoplichten in de woonkamer. Maar zijn er nog andere aanpassingen nodig?
“Ja, het is Geesje Santing. De controle op opa’s en oma’s vond ze ook wel erg ver gaan, maar ja, het hoort erbij. Geesje krijgt ook de namen en adressen van de kinderen waar op gepast wordt. En verder wordt gekeken naar stopcontacten, traphekjes en of de slaapplaatsen voor het grut in orde zijn. Het gastouderbureau controleert dit overigens ook allemaal.”

Kinderen zijn oh zo lief, maar goeie hemel wat een onbenullen. Je vertelde dat je ook een EHBO cursus moest halen. De zaak is dat kinderen met gemak de straat oprennen, daar wat platter onder een auto vandaan komen, om vervolgens de hond aan de oren te trekken. Die geeft een corrigerend knauwtje, waarna wat vingers of een handje missen. Niet veel wijzer geworden slepen ze daarna de kat aan de staart door het huis, die met kracht protesteert door haar/zijn 20 nagels in te zetten. Hoever gaat die EHBO tegenwoordig?
“Nou, het is de normale EHBO die wel wat is toegespitst op kinderen. Zo is er een bepaalde greep om iemand te helpen die zich verslikt heeft en geen adem meer kan krijgen. Dat geeft bij kinderen gauw gekneusde ribben, en kinderen leg je daarom over de knie en klop je op de rug. Bij baby’s moet mond-op-mond beademing heel voorzichtig. En er is speciale aandacht voor brandwonden.”

Een wat gerelateerd probleem zijn de verrassende eetgewoontes van kinderen.
Het broodje gaat er met moeite in, maar eenmaal in de tuin zuigen ze tevreden op wat naaktslakken. Het geheel wordt met smaak weggespoeld met afwasmiddel uit een rondslingerende fles. Is er nog aandacht voor vergiftigingen?

“Ja, gevaarlijke flessen moeten achter slot en grendel en bij de EHBO zit een stukje : “wat te doen als . . .”

Is er nog aandacht voor omgang met en de rapportage aan de ouders?
“Jazeker, de omgang en de rapportage zit in de cursus. Je spreekt met de ouders dingen af over het opvoedingspatroon, zoals tafelmanieren. En je maakt bijvoorbeeld ook afspraken of kinderen op de fiets naar school gaan, of met de auto gebracht worden. De corrigerende tik is een non-onderwerp. Verder loopt de WA verzekering via het bureau. En als je al die poppenkast niet wilt: het kan natuurlijk zonder.”

Over opvoeding zijn bibliotheken volgeschreven. Wat komt er aan de orde in de cursus?
“Iets ja, maar niet zo uitgebreid. We zijn geen orthopedagogen.”

Het trof mij bijzonder dat je vertelde dat jullie als geslaagde cursisten een belofte aflegden om zorgvragen naar eer en geweten tegemoet te komen. Wat nu met een zorgvraag als: “Opa, ik wil perse graag een ijsje?”
“Ja, die belofte is misschien wat veel van het goede voor kinderen. Maar aan de andere kant kun je met zo’n diploma bijvoorbeeld ook in een bejaardentehuis aan de slag.
En aha: een ijsje!! Als opa&oma er zin in hebben krijgen de kinderen er ook een.”

Karel Drabe