Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

36e jaargang september 2010
 

De geschiedenis van ons huis
 

De Historische commissie in Thesinge verzocht ooit aan dorpsgenoten de geschiedenis van een huis of van een Thesinger familie vast te leggen. Misschien is dit verhaal alvast een mooie voorzet. De informatie kreeg ik vooral van mevrouw Hoeksema-van der Woude en haar neef Jakob van der Woude die ook nog onderzoek deed via het archief in Groningen en bij de gemeente Ten Boer. Met hem heb ik een wandeling gemaakt over de begraafplaats waar zijn ouders en voorouders en veel familieleden begraven liggen. Ook mevrouw Aagje Schutter van Bovenrijge en haar broer Nico Schutter uit Bedum hielpen mij aan informatie, evenals de familie Eisse Groothoff van de Schutterlaan. Daarbij kon ik het Boerderijenboek over de gemeente Ten Boer en Overschild van P.W. Pastoor inzien en heb daar gegevens uit overgenomen.
 

Ons huis
In 1979, vlak voor de sneeuwwinter, kochten wij ons huis in Thesinge aan de Molenweg. Wij, Bertho en Truus Top-Hettinga, vielen voor de plek, de vrijheid rondom en de grote tuin met de mogelijkheid om zelf te verbouwen en bij te bouwen.

 

 
   

Harmke van der Woude met kinderen v.l.n.r.: Hendrik, Grietje en Harm in de appelhof. (uit het fotoalbum van Jakob van der Woude)

Bovendien was het qua afstand naar het werk voor ons beiden er mooi tussenin. Bertho werkte in Appingedam en ik in Groningen. Dat we er na ruim 30 jaar nog steeds tot genoegen wonen is iets wat je van te voren niet kunt bedenken. Natuurlijk was ons bekend dat de jonge mensen waar wij het huis van kochten er negen jaar hadden gewoond. Dit was het echtpaar Bolt die naar Onstwedde zijn verhuisd vanwege hun werk. Daarvoor woonde er de weduwe van Jakob van der Woude; Harmke van der Woude-Woldhuis. Zij was de moeder van Hendrik, Harm en Grietje. Hendrik van der Woude was de vader van Jakob en Rikus van der Woude. Met Hendrik van der Woude heb ik vaak gesproken over de periode waarin hij met zijn beide ouders en later alleen met moeder in het huis heeft gewoond. Hij vertelde graag over zijn jonge jaren op deze plek. In 2005 is hij overleden, maar bij navraag kom ik in contact met zijn zus, mevrouw Grietje Hoeksema-van der Woude, die in Ten Boer woont.

Familiegeschiedenis
Jakob en Harmke van der Woude-Woldhuis begonnen in 1917 hun gehuwd bestaan op Tútenbörg, het boerderijtje aan het Maar, Schutterlaan 1, waar Jelle van Zanten met zijn vrouw Menna en kinderen woonde van 1956 tot 2008. Jakob heeft hier eerst korte tijd alleen gewoond nadat hij terugkeerde van een periode werken in Amerika. Blijkbaar heeft hij daar wat geld aan overgehouden zodat hij zich een boerderij kon veroorloven. Op deze boerderij werden vier kinderen van der Woude geboren. Twee van hun kinderen liggen in een klein grafje met een eenvoudig steentje op de begraafplaats in Thesinge: Grietje, die door de Spaanse griep is overleden en Harm, die met een hartafwijking niet in leven kon blijven. De zonen Hendrik en daarna weer een Harm werden ook geboren op Tútenbörg. Na vijf jaar op deze boerderij ruilden zij met Eisse Groothoff, die het huis aan de Molenweg in 1904 heeft laten zetten. Waarom deze ruil tot stand is gekomen, is niet helemaal zeker. Volgens de verhalen wilde Jakob wat kleiner gaan wonen en werken, maar er wordt ook gezegd dat opoe van der Woude het contact met mensen erg miste en zich veel gelukkiger voelde dichter bij het dorp aan de Molenweg. “De huizen hadden toen nog geen nummers”, vertelt de jongste dochter uit het gezin, Grietje, die vijf jaar na Harm werd geboren. “Mijn moeder sprak altijd over Harm 1 en Grietje 1. Ik weet nog dat ik dat wel raar vond, maar later begreep ik dat het blijkbaar voor onze ouders zeer belangrijk was dat de namen, na het overlijden van een kind, toch doorgegeven werden aan de later geboren kinderen.”

Bouw

Rond 1904 liet Eisse Groothoff, de grootvader van Eisse Groothoff van de Schutterlaan, het huis bouwen toen hij trouwde met Hendrikje Frankruyter. In dit huis werden begin vorige eeuw vijf kinderen geboren. Drie zonen - Menno, Piet en Nicolaas - en daarna nog tweelingdochters Trientje en Annie. Beide dames zijn nu 94 jaar oud en Trientje Oomkes-Groothoff woont in een aanleunwoning van Bloemhof in Ten Boer. Zij kan zich de verhuizing als zesjarig kind nog wel herinneren. Dit vertelt ze aan Aukje Groothoff, de vrouw van Eisse, die tante tegen haar moet zeggen. Ook wil ze bij bezoek uit Thesinge heel graag de verhalen over haar geboortedorp horen. Met haar man heeft zij jaren in Garmerwolde gewoond en na zijn pensionering zijn ze naar de stad verhuisd. De laatste tien jaar is zij weer in de buurt terug. Zus Annie woont in Groningen. Hun drie broers zijn overleden.

Jongste dochter
Mevrouw Grietje Hoeksema-van der Woude woont nu in Ten Boer in een gezellig huisje en nog zelfstandig. Met wat hulp van haar kinderen en de Thuiszorg bevalt ’t haar erg goed en kan zij zich op 84-jarige leeftijd nog goed redden. Zij was getrouwd met Jacob Hoeksema die tien jaar geleden is overleden. Samen woonden zij in Loppersum en kregen drie kinderen waarvan de oudste, een dochter, op 27-jarige leeftijd is overleden. Haar beide zonen wonen met hun gezinnen in Ten Boer en Loppersum. “Ik heb mijn man wel in Thesinge leren kennen. Ik weet het nog precies. Hij kwam vlak na de oorlog op Smidshoek langsgefietst met nog een paar jongens uit Loppersum en daar wandelde ik wat met vriendinnen. Daar hebben wij kennis gemaakt en was de verkering een feit. Later ben ik ook in een huishouding in Loppersum gaan werken. Wij zijn getrouwd in 1948. Dat was een moeilijke tijd omdat er nog veel op de bon was en er niet veel geld verdiend werd.

 
   

Oma Harmke van der Woude voor het koeienschuurtje in 1965. (uit het fotoalbum van Jakob van der Woude)

De oorlogstijd was voor mijn moeder ook zwaar. Vader was al overleden in ’37 en zij moest zich redden met drie kinderen en haar inwonende vader. Ik herinner me uit de oorlog dat er brandbommen op ons erf terecht kwamen. De angst die we toen hadden was verschrikkelijk. Later zijn er nog bommen onschadelijk gemaakt. Bij dit lossen van bommen door de Duitsers die op de vlucht waren voor de geallieerden is een jongetje op Achter-Thesinge omgekomen.
Mijn moeder heeft tot 1970 aan de Molenweg gewoond. Mijn broer Hendrik trouwde met Hillechien Swart en heeft haar later in huis genomen. Zij woonden toen in de boerderij aan de Thesingerlaan 1 en na vijf jaar is zij in ’75 naar Bloemhof verhuisd. Zij is daar in ’80 overleden. Mijn broer Harm is geëmigreerd naar Canada en bleef ongehuwd.”

Grote appelhof
Grietje Hoeksema-van der Woude wil heel graag nog eens een kijkje nemen in t hoes van mien Moe” zoals zij het noemt. Op een avond haal ik haar op en lopen we eerst de tuin door. De oude appelbomen herinnert zij zich nog goed. Heerlijke zoete en zure Groninger kroon en ook een goudrenet. Het schuurtje wijst zij aan als koestal en weet dat daarachter het “hoeske” stond. Nu is dit een klompenhok met daarachter een slaapkamer en is het schuurtje met het huis verbonden. Op de plek waar toen de voordeur zat met het stoepje, wat nu niet meer in gebruik is maar er nog wel ligt, werden de spaarzame familieportretten gemaakt. De kinderen hebben naast de voordeur met een scherp voorwerp hun initialen in de stenen gekrast. vdW staat er al meer dan een halve eeuw. Ook de regenton was op de plek waar nu een houten exemplaar staat. Opoe van der Woude was een gezelligheidsmens en hield van veel aanloop. Kinderen kwamen er appeltjes halen en de postbode kreeg er altijd een kop koffie. “Wij hadden volgens mij zes koeien en wat kippen. Naast ons woonde de familie Dering en die hielden zilvervossen en hadden ook een levensmiddelenwinkel aan huis. Mijn vader is slechts zestig jaar geworden en moeder was toen nog maar vierenveertig! Zij scheelden 16 jaar in leeftijd.”

Binnenshuis
De indeling van het huis is volledig veranderd. De entree is nu aan de achterkant en we lopen dus via de stal het huis binnen. In de huidige keuken waren bedsteden en een kelder met ook daarboven een bedstee. Om gezondheidsreden mocht Grietje daar niet liggen, want het was te vochtig. In de kelder stonden geweckte groenten en fruit op de planken en soms een gepekeld stuk vlees. In de “opkamer” zat men alleen als er visite kwam en eigenlijk was de keuken aan de dorpskant de meest bewoonde ruimte. Destijds werd hier gegeten en gekookt en zat opoe Harmke er eigenlijk altijd met haar gezin aan de hoge tafel. Men had toen niet zoveel ruimte nodig…
Grietje herkent erg weinig in het huis, maar weet nog wel dat aan de haken die nu nog in de balken zitten worsten hingen om te drogen. Sterke herinnering heeft zij ook aan de gereformeerde lagere school en het loopje langs de begraafplaats. “Als kind gingen we hier altijd op een drafje langs, zeker als het donker was. Mijn broer Hendrik trok de klompen uit ter hoogte van de begraafplaats en rende op kousenvoeten naar huis!”
De zolder boven het hele huis was opslag- en hooizolder. Nu zijn er twee slaapkamers en hadden de drie zonen Top in het huis ieder een eigen kamer. Met de woonwensen van nu vraag je je af hoe er geleefd is met vijf personen in zo’n kleine ruimte beneden.

 Truus Truus Top-Hettinga