|
|
|
Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en
omstreken
33e jaargang februari 2008 |
|
Roelie Dijkema-Oomkens
50 jaar toneelspelen bij VIOD
|
|
In 2008 bestaat Toneelvereniging VIOD (Voorts Is Ons Doel) 70 jaar en
speelt Roelie Dijkema 50 jaar bij VIOD. Daarom vinden we het leuk om te
horen waar haar liefde voor het toneelspelen uit voortkomt.
|
Jouw liefde voor
toneel is groot, hoe is dit begonnen?
“Als 16
jarig meisje zat ik op de Rijks HBS in Groningen. Daar speelde
ik één keer per jaar mee in een toneelstuk. Ik was lid van de
reciteervereniging Demostenes. In Zuidwolde, waar ik met mijn
ouders woonde, speelde ik bij drie verschillende verenigingen in
drie verschillende toneelstukken. Bij Moeke Vaatstra, wat
voorheen Hekma heette: bij de muziek, bij het NUT en bij het
Staatspensioen, wat nu ANBO heet.
Mijn voorliefde voor het toneel is in die jaren ontstaan. Het
was altijd leuk en het kostte mij weinig moeite om snel een
toneelstuk te kunnen instuderen ook niet naast mijn huiswerk.
Drie verschillende stukken was ook geen probleem.”
Speelden je
ouders ook toneel?
“Niet dat
ik weet, misschien heel vroeger. Voor mij is de liefde voor het
toneel echt op de HBS begonnen.”
Wat was je eerste
rol en hoe heb je dat ervaren?
“Ik was een fee, en
het toneelstuk heette: “De klok sloeg twaalf”. De uitvoering van
de HBS werd gehouden in Huize Maas. Het was een jaarlijkse
uitvoering. Dit was altijd echt feest en heel gezellig.” |
|
 |
| |
|
" Zolang ik het kan onthouden blijf ik
toneelspelen"
(Foto: Jack de Jong) |
|
|
Waarin ben je veranderd op
het toneel in de loop van de jaren?
“Eerst had ik altijd jonge
meisjes rollen, later moekerollen en nog later omarollen. Je kunt als
oma ook geen jonge meisjesrollen meer spelen, dat spreekt minder aan;
het moet ook een rol zijn die bij je past. Dit seizoen heb ik een rol
als moeder en buurvouw; dat is een mooie rol.
Zijn er meerdere spelers die
al lang bij VIOD spelen? En hoe is de rolverdeling?
“Er zijn binnen ons groepje
7 mensen die 25 jaar of langer meespelen. Het is dus een hele hechte
club spelers. Af en toe komt er een nieuwe speler bij, soms melden ze
zichzelf aan. Je wilt ook graag dat als, er een nieuwe speler bij komt,
er ook een rol voor hem/haar is en dat iemand dan elk jaar mee kan
spelen.
Meestal kiezen we een
blijspel in drie bedrijven. Vroeger speelden we drie bedrijven en daarna
nog een éénakter maar dat werd te laat. Het was dan meestal pas rond
1.00 uur ‘s nachts afgelopen.”
Is er veel veranderd met het
instuderen en repeteren door de jaren heen?
“Vroeger waren de
schoolmeesters regisseur: dhr. Van der Molen, dhr. Tiemes, dhr. Schuring,
dhr. v.d. Laan. En nu al weer een groot aantal jaren Arend Kampen. Als
je geen regisseur hebt, wil het ook niet. Je hebt toch iemand nodig, die
zegt hoe je het moet doen. En die overwicht heeft.
Mensen hebben nu veel meer
bezigheden naast toneelspelen: sporten en andere activiteiten. Eerder
ging men echt voor het toneel maar dat is wel een beetje veranderd.”
Naar wat voor rol gaat je
voorkeur uit?
“Ik houd van rollen waarin
ik me mag laten horen, bij wijze van spreken met de vuist op tafel slaan.
Dus pittige rollen, kwade rollen. Dit jaar mag ik echt mijzelf zijn in
deze rol.”
En vind je dat leuk? “Ja
heel leuk!” We moeten het maar gaan bekijken, Roelie wil er nu niet
teveel over vertellen.:
Hoe kiezen jullie een
toneelstuk uit?
“Vroeger zochten we bij de
winkel van Mulder in de stad toneelstukken uit en lazen dit; soms was
het iets, soms was het niets. Je zocht uit een catalogus verschillende
stukken en kreeg een zichtzending toegestuurd. En las ongeveer twaalf
boekjes. Later kwamen de toneelstukken uit Alkmaar en nu worden ze op
internet opgezocht. Een paar jaar geleden ben ik gestopt als lid van de
leescommissie.
Soms zie je tijdens het
repeteren dat een stuk toch niet loopt, of niet past bij een aantal
spelers; dan moet je alsnog met een ander stuk beginnen.”
Hoe komen jullie aan decor
en kleding?
“Het decor wordt gemaakt
door onze mannelijke toneelspelers, dat lukt altijd wel. De ruimte is
beperkt en daardoor heb je minder mogelijkheden. De toneelkleding wordt
gehuurd bij ADO in Eelde en het geluid wordt verzorgd door Bertus Kol.
Versterking van het geluid is ook wel nodig om de stemmen van de
toneelspelers goed te kunnen horen achter in de zaal.”
|
Over welk stuk bent je het
meest tevreden?
“Het mooiste stuk tot nu toe
was “Beeld van een man” met Napoleon.
Ik was Josefien, de
huishoudster, en had het beeld van Napoleon stuk laten vallen. Dat kon
natuurlijk niet. Gerrit Boer had de rol van Janus, de huisknecht, en zou
Napoleon als beeld spelen. En moest dus lange tijd als standbeeld
stilstaan op een sokkel.
De butler kwam langs met
hapjes; Gerrit stond daar als standbeeld en pakte stukjes kaas van de
schaal. Gerrit mopperde wat; niemand snapte waarom. Later bleek hij een
gat in zijn broekzak te hebben, waardoor hij geen kaas uit het vuistje
had. Er werd veel om gelachen. |
|
 |
|
|
|
Roelie (derde van rechts op de onderste rij)
speelde in 1946 op de Rijks HBS eem fee in het toneelstuk "De
klok sloeg twaalf". |
Een andere anekdote
“Bij de
muziekvereniging in Zuidwolde speelde ik eens een jong meisje. De man,
waar ik tijdens het stuk mee aanpapte, was in het echt 10 jaar ouder.
Van zijn vrouw mochten we het stuk niet meer spelen; ze vond het toch
iets te gek worden: haar man met een veel jongere vrouw als tegenspeler.
Je speelt op het publiek, hun reactie. Als de reactie goed is, word je
heel warm van binnen en dan gaat het spelen veel beter.
Ik speel liever een blijspel.
In “Wat veurbie is, is weg” had ik een verkeerde man, wat niet mocht van
mijn moeder. Ik liep weg met deze jongen en kwam terug met een baby op
de arm. Eigenlijk was het heel zielig. Kom ik op het toneel met die baby
op de arm, begint het publiek op de eerste rij te lachen.
In het stuk “Zai hait
Stientje” kreeg ik als Stientje de eerste avond de stoerste mannen aan
het huilen. Dan ga je zelf ook, de tranen liepen me over de wangen. De
tweede avond zat de jeugd te lachen, dan is het moeilijk spelen.”
Heb je een tip voor
beginnende acteurs?
“Jezelf geven, je rol goed
kennen, luisteren naar de regisseur en niet eigenwijs zijn. De regisseur
vertelt hoe hij het wil hebben. Een beetje natuurlijke aanleg en talent
is erg handig. In de rol ben je een ander.”
Met wie zou je nog graag
eens willen spelen?
Roelie moet lang nadenken,
dan zegt ze: ”Andre van Duin.” Vanwege zijn gekke humor en dat je nooit
weet wat hij gaat zeggen.
Wat maakt het toneelstuk in
2008 anders dan andere stukken?
“Dat ik de hoofdrol van
Poekie Boomkens gekregen heb en dat het door Henri Schijf helemaal op de
personen geschreven is. Bijzonder knap! Er zit veel humor en liefde in.
Daarom ook de naam
“Natuurlijke liefde zonder lintje”. Ik wil voor mijn bijdrage aan het
toneel geen lintje; ik vind het gewoon mooi om te doen.”
Is spelen voor kinderen ook
anders?
“Vroeger kwamen er veel
kinderen, de hele klas; nu ongeveer twaalf. Het is leuk om de reacties
uit de zaal te horen, hoe het overkomt.”
Ga je ook bij andere stukken
kijken?
“In Garmerwolde bij Wester (voorheen
de Rederijkers). Het ene jaar spelen ze binnen, het andere jaar een
openlucht spel. Bij de Rijge ga ik ook kijken, en bij W.W.K. natuurlijk.
In de begin periode bij het
toneel was het moeilijk om de zaal voor één avond te vullen; er kwamen
50 á 60 mensen. In die tijd was de TV enorm in opkomst en mensen bleven
thuis.
Later nam de belangstelling
toe en konden we twee avonden voor een volle zaal spelen. De laatste
jaren spelen we tenminste drie avonden.”
Hoe ziet de dag eruit voor
het optreden?
“‘s Morgens gaan we naar het
café om het toneel klaar te maken en bloemetjes op de tafels te zetten.
Zeg maar de zaal klaarmaken. Ik ben nooit zenuwachtig, ik ken de tekst
wel uit mijn hoofd. Ik ben wel wat onrustig, met een onbestendig gevoel
in het lijf.
Ik ben om 18.30 uur al in
café Molenzicht. Eerst de schmink die aangebracht wordt en later de
kaartverkoop.”
Heb je ook rituelen, net als
bekende toneelspelers?
“Nee, daar ben ik te nuchter
voor; daar geloof ik niet zo in.
Dus geen koffer met allemaal
dingetjes van thuis in de kleedkamer.”
Hoelang denk je door te gaan
met toneelspelen?
“Zolang ik het kan
onthouden. Het zou ook leuk zijn als VIOD nog lang blijft bestaan. Er
zijn nu twaalf leden waarvan er tien spelen; dat is een kleine groep.
Dit seizoen bestaat VIOD 70 jaar; als er in de toekomst wat jeugd
bijkomt, kan de vereniging ook gezond honderd worden.“
Roelie, we hopen nog lang
van jouw toneelspelen te kunnen genieten.
Hetty van Linge
|
|
Natuurlijke liefde zonder lintje
|
|
Toneelverainen V.I.O.D. te Taisn speult: Bliedspul ien drij bedrieven
deur Henri Schijf opdroagen aan vrouw Dijkema-Oomkens ter ere van heur
vieftig joarig jubileum ien 2008 bie toneelverainen V.I.O.D. ien Taisn.
De avond wordt geopend door
Arend Kampen, de regisseur. We gaan een bijzonder en uniek toneelstuk
zien. Bijzonder omdat Roelie Dijkema-Oomkens 75 jaar is geworden en al
50 jaar toneel speelt bij V.I.O.D. En uniek aangezien het toneelstuk
speciaal voor haar is geschreven door Henri Schijf, een inwoner van
Thesinge. De hoofdthema’s zijn Roelie, een camping in Thesinge en
natuurlijk de liefde. Veel elementen zijn verweven met zaken die in het
dorp spelen of gespeeld hebben. Alle personages in het stuk hebben een
mooie variant van hun eigen naam gekregen.
Het toneelstuk begint met Poekie Boomkes (Roelie). Zij zit met haar
toneelboekje voor zich en kent de rol nog niet goed; ze moet nog
studeren. Toen Poekie 50 jaar geleden bij het toneel begon, was ze jong
en aantrekkelijk. Maar, zoals ze zelf zegt, wordt die schoonheid beetje
bij beetje uitgegumd.
Haar zoon Eduard (Hans van
den Brand) is een losbandige vrijgezelle zoon van 54 jaar en woont nog
bij haar in huis. Zijn moeder vindt dat hij maar eens aan de vrouw moet.
Volgens Poekie is Eduard “niet schier” en wordt zijn schoonheid ook al
een beetje uitgegumd. Eduard vindt zelf dat hij charisma en
aantrekkingskracht heeft en daarmee zeker wel een vrouw kan verleiden.
Eduard vindt het geweldig
dat zijn moeder een halve eeuw bij het toneel speelt. Eigenlijk wil hij
wel iets leuks voor zijn moeder bedenken, maar hij weet niet wat. En
moeder Poekie wil er helemaal niets van weten.
Zus van Zanten (Trijn van
der Meulen-Dijkstra) woont bij Poekie op kamers.
Zij is schooljuf, vrijgezel
en al jaren verliefd op Eduard; maar die ziet het niet. Zus weet te
vertellen dat er op het voetbalveldje in Thesinge een camping komt en
wel een naturistencamping! Het plan komt van Jaap Zwart, de voorzitter
van toneelvereniging VIDO (Joop Blaauw) en Betty Netelenbos, een
makelaar “uit de stad” (Ina Tel). Zij is een vlotte dame en heeft
vroeger bij Eduard in de klas gezeten. Betty is gescheiden en ziet
Eduard wel zitten. Als ze elkaar ontmoeten en Betty voor haar gevoelens
uitkomt, raakt Eduard de kluts kwijt.
Tussendoor moet er ook nog
gerepeteerd worden voor de jubileumuitvoering van toneelvereniging VIDO.
De regisseur van VIDO, Paul Bokma (Andries van der Meulen), heeft een
oogje op Saskia Boomkens (Greet Blokzijl-Boer), de dochter van Poekie,
en dat is niet bevorderlijk voor het repeteren. Paul loopt als een
zenuwpees over het toneel te springen. Hoe moet hij zijn liefde voor
Saskia aan haar kenbaar maken, als er serieus gerepeteerd moet worden?
|
Saskia vindt het
maar niks dat er een camping komt, het lijkt wel een tweede
Pieterburen.
En als dan ook nog
blijkt dat het een naturistencamping wordt, is het hek van de
dam.
“Straks kruipt
iedereen op de oude Germania om een glimp van de camping op te
vangen”.
Saskia is er fel
tegen. Zus heeft inmiddels een glaasje te veel op en vindt het
wel grappig als de campinggasten in hun blootje door het dorp
zouden lopen!
Ze is helemaal in de
stemming en probeert nog eens aan te pappen met Eduard, maar die
weet zich geen raad met de avances. Zus vertelt aan Eduard dat
zij vroeger operazangeres wilde worden, maar niet goed genoeg
kon zingen. Dan pakt Eduard zijn trekzak en begeleidt Zus bij
het zingen van een mooi liefdeslied. |
|
 |
| |
|
"Dastoe der laifste bist' (Foto: Jack de Jong) |
De burgemeester, Rikus Poot
(Jakob van der Woude), komt bij Poekie op bezoek.
“Waaraan heb ik uw bezoek te
danken”, vraagt Poekie. De burgemeester wil Poekie voordragen voor een
koninklijke onderscheiding. Maar daar voelt zij weinig voor: “Nergens
voor nodig. Doe maar gewoon. Ik heb liever dat iedereen mij accepteert,
want ik ben ook maar gewoon.”
Vervolgens komt de huisarts,
Christiaan Friesinga (Harrie Blokzijl), bij Poekie om te zien hoe het
met haar gaat. Ze maakt zich veel te druk. Als de huisarts haar
bloeddruk meet, blijkt die veel te hoog. Poekie moet het rustig aan
doen, maar dat lukt niet want de regisseur en de andere spelers komen
binnen om te repeteren.
|
De camping wordt
uiteindelijk door de burgemeester afgeblazen: een
naturistencamping in Thesinge, dat kan echt niet. Hij heeft een
verordening gevonden, waarin staat dat men alleen bloot in het
eigen huis mag rondlopen en niet in het openbaar.
Betty en Jaap passen
de plannen aan en gooien het over een andere boeg. Er komt een
woonzorgcomplex in Thesinge voor 70 plussers. En daar heeft
Poekie wel oren naar.
|
|
 |
| |
|
Het toneelstuk met Thesinge als inspiratiebron en
een speciale sterrol voor de jubilerende Poekie Boomkens, in
wiens naam de oplettende lezer opvallende gelijkenis herkent met
die van Roelie (Dijkema) Oomkens! (Foto: Jack de Jong) |
De dokter en zijn
vrouw Janine (Jannie Sibma- ten Cate) komen vertellen dat zij de
praktijk verkocht hebben aan twee jonge mannen, beide huisarts.
Hij begint samen met zijn vrouw een camping in Frankrijk. Saskia
vindt het geweldig, dan kan ze toch nog kamperen. Inmiddels is
de liefde tussen haar en Paul ontloken. Saskia maakt al plannen
om de huwelijksreis in Frankrijk door te brengen. Ook Eduard en
Zus hebben elkaar gevonden en zijn zichtbaar verliefd.
Wat een jubileum! En
iedereen is gelukkig. Poekie heeft een lieve schoondochter en schoonzoon
gekregen. De burgemeester is blij dat er geen camping is gekomen, Jaap
gaat met Betty verder door het leven en de dokter ziet zijn droom in
vervulling gaan, hij heeft een camping in Frankrijk.
Tot slot zingen alle spelers
onder begeleiding van Eduard samen met het publiek nog éénmaal het lied
“Dastoe der laifste bist”.
Een mooi einde van een heel
leuk toneelstuk en een gezellige avond bij VIOD. Natuurlijk ontbrak de
tombola en de muzikale omlijsting van Piet Beukema niet.
Hetty van Linge
|
|
En dan is
er nog de bedenker en de schrijver van het stuk!
Een toneelstuk schrijven,
dat is nog heel wat anders dan zomaar een verhaal. Hoe doe je dat en hoe
is het zo gekomen? Omdat we daar benieuwd naar waren, zochten we Henri
Schijf op.
|
|
Wie is Henri?
Henri
Schijf, sinds 1987 woonachtig in Thesinge, woont in een
prachtige oude boerderij aan de rand van het dorp. Als je
Thesinge (via de Schutterlaan) verlaat en je zou vergeten de
bocht te nemen, rij je recht bij hen het pad op.
Zijn vrouw Marina heeft regelmatig een aantal (klein)kinderen
over de vloer en bakt de lekkerste én de mooiste taarten van
Groningen!
Dochters Lidwine, Jet, Olga en Sophie zijn inmiddels uitgevlogen.
Henri is na een lang werkzaam leven met pensioen en lijkt een
nieuwe bestemming te hebben gevonden; namelijk het schrijven van
toneelstukken.
|
|
 |
| |
|
Roelie Dijkema en Henri Schijf (foto:
Jack de Jong) |
|
|
Hoe is dat zo gekomen?
Tijdens de feestelijke
bijeenkomst in augustus vorig jaar ter gelegenheid van het slaan van de
eerste paal van ons nieuwe dorpshuis, raakte Henri aan de praat met Hans
van den Brand, een van de spelers van VIOD. Omdat hij zelf vroeger (o.a.
als student) veel aan toneel en cabaret deed, is zijn belangstelling
voor toneel nooit weggeweest. Op zijn vraag hoe het ging met het toneel
en of er al een nieuw stuk op stapel stond, vertelde Hans hem dat er wel
een stuk ingelezen werd. Vanwege dat bijzondere, dubbele jubileum zouden
ze er echter graag iets speciaals van willen maken, en vooral Roelie in
het zonnetje willen zetten, maar hoe?
De precieze inhoud van de rest van het gesprek gaan we hier niet uit de
doeken doen. Het slot van het liedje was dat Henri niets kon beloven,
maar wel wilde proberen een stuk speciaal voor deze gelegenheid te
schrijven.
Van stookhut tot
schrijvershuisje
De stookhut naast
de boerderij was toevallig net gerenoveerd en daar trok hij zich terug.
Hij bracht er steeds meer tijd door en al gauw heette het “het
schrijvershuisje”.
Hij sprak een paar avonden een en ander door met Hans. Vervolgens
bedacht en schreef hij in ongeveer 2 maanden het toneelstuk in drie
bedrijven. Voor de tien acteurs van VIDO, die allemaal een passende rol
moesten krijgen. Met ons eigen dorp als inspiratiebron en een speciale
sterrol voor de jubilerende Poekie Boomkens, in wiens naam de oplettende
lezer opvallende gelijkenis herkent met die van Roelie (Dijkema) Oomkens!
Wel ff wennen
Voor de spelers
van VIOD was het wel even wennen, zo’n totaal ander stuk.
Niet meer een grappig, degelijk of geniepig typetje neerzetten, maar
veel meer iets van jezelf laten zien, dat is een hele omslag! Er knaagde
zeker in het begin dan ook een flinke twijfel of het publiek dit wel
mooi zou vinden en of er wel humor in zat.
Op de eerste avond bleek al snel dat het publiek er zeer enthousiast op
reageerde. Behalve voor de spelers en de regisseur was dit zeker voor de
schrijver een hele opluchting. Het was immers zijn eerste toneelstuk en
dan meteen ook nog voor een jubileumvoorstelling.
Ook was het een hele kluif om alles kloppend te krijgen; of iedereen een
beetje aan bod kwam, hoe de verhaallijnen liepen, wie er wanneer moest
opkomen, om het geheel van begin tot eind sprankelend en boeiend te
laten zijn. Zo belandden tijdens het schrijven heel wat scènes in de
prullenbak, maar het schrijvershuisje bleef staan.
Een geslaagd experiment dus, voor herhaling vatbaar. Henri belooft niets,
maar misschien wil hij het ooit nog wel eens proberen. Al was het maar
omdat het kleine stookhutje zo’n vertrouwde omgeving geworden is!
Susan de
Smidt |
|
Dou mor gewoon
t Is zotterdag 16 febewoarie
2008: dé toneeloavend van V.I.O.D.! n Halle specioale oavend, dij tot
Roelie heur verdraait volledeg boeten heur om regeld is. Nou ja … boeten
heur om … z’het ondertussen al wel ontdekt dat heur femilie nuigd is.
Mor wieder? Ze wol t ja stomme geern waiten …
t Bliekt apmoal prima regeld
te weden. Direct bie binnenkomst worden w’opvongen deur n poar doames
dij ons n toaveltje aanwiezen. Noast de veule òfgevoardegden (twij per
verainen, der is ja nait meer roemte), zitten d’r ook hal wat
òl-Thaisners.
t Stuk zulf bliekt n mooi stuk en der wordt din ook meerdere moalen
helderop laagd. De schriever het zuch echt inleefd in Roelie: as moeke
en oma, toneelspeulster, verwoed koarter (“Dij twij bekers bennen veur
mie!”), Dörpsbelangen, Thomasvaer en Pieternel, enz. enz. “En dat neem
je mie nait of! Ik dou t groag … Rust roest; ik mout in bewegen blieven.”
|
Noa n stoande
ovoatsie wordt het tied veur de extroa’s. Nee, gain lintje van
de keuningin; doar doi je Roelie gain plezaaier met. Dou mor
gewoon, din doi j’al gek genogt. Zai holdt het laiver bie de
boeren; net as in t koartspel: doar is n boer ook meer weerd as
de keuningin.
As eerste kommen heur baaide zeuns op t toneel, verkled as
Thomasvaer en Pieternel. Ook de “keuningin” komt op de proppen
en hangt heur n grode medaille om noamens ale kiender en
klaainkiender.
Doarnoa is t woord aan börgmeester. Zoas altied wait ze weer
prima op de situoatsie in te speulen. En as bliek van wardeern
langt ze Roelie noamens de gemainte n mooi schilderij tou; plus
n bos bloumen, in oranje tinten …
|
|
 |
| |
|
En wat het dij veur moois? n Roelie Diekema
wizzelbokoal, mokt deur Herbert Koekkoek. n Joarleks oet te
rieken vrijwillegerspries veur ain dij veul veur t dörp doan
het. (Foto: Jack de Jong) |
|
|
Din komt Menco van der Berg,
noamens Dörpsbelangen. En wat het dij veur moois? n Roelie Diekema
wizzelbokoal, mokt deur Herbert Koekkoek. n Joarleks oet te rieken
vrijwillegerspries veur ain dij veul veur t dörp doan het. Noadat ale
V.I.O.D. metwaarkers heur n roos aanboden hebben en wie met nkander n
van olds bekend laid zongen hebben, gait t even mis. Arend Kampen wait
nait wat of e der aan het; Roelie budt nog aan om hom te helpen … “Mor
dat mag ja nait? Ik mag mie ja naargens met bemuien?”
|
En noa even wachten,
kommen der twij – strak in t pak stoken – bodyguards binnen. Op
de vout volgd deur “Hare Majesteit de Koningin”! En wat het ze
bie zuch? Nait ain … gain twij … mor drij lintjes! (“k Vuil mie
net Jan Roos!”, zegt Roelie.) Plus n echte Grunneger molleboon,
aan n ketje.
|
|
 |
| |
|
Heur baaide zeuns op t toneel, verkled as
Thomasvaer en Pieternel. (Foto: Jack de Jong) |
|
En noa even wachten,
kommen der twij – strak in t pak stoken – bodyguards binnen. Op
de vout volgd deur “Hare Majesteit de Koningin”! En wat het ze
bie zuch? Nait ain … gain twij … mor drij lintjes! (“k Vuil mie
net Jan Roos!”, zegt Roelie.) Plus n echte Grunneger molleboon,
aan n ketje.
En din is t toch
echt doan en ken Roelie zuch tussen de gasten mengen. Tied om
nog even gezelleg noa te koarten …
Ondertussen is der gain ain lintjedroager woar zoveul aandacht
aan besteed is! Want zeg nou zulf: wèl ken der bogen op n
specioal veur heur schreven toneelstuk? En n joarleks oet te
rieken Roelie Diekema pries? As dat gain bewies is, dat t dörp
wies met heur is …
Hillie
Roamokker |
|
 |
| |
|
De “keuningin” komt op de proppen en hangt heur n
grode medaille om noamens ale kiender en klaainkiender. (Foto:
Jack de Jong) |
|