Uit onderzoekingen blijkt dat het gebied waarin Garmerwolde ligt
een veengebied is geweest. Door invloed van de zee, de dijken waren
er nog niet, is hier de klei afgezet. Het veen is echter bijna
helemaal verdwenen, sporadisch komt er nog wat van aan de
oppervlakte. Zo kwam er bij graafwerkzaamheden op de Koningsheert
op enkel diepere plekken nog restveen naar boven. Dat veen is
vooral verdwenen door oxidatie. Door verdroging en invloed van de
mens werd het pakket steeds dunner.
Echter bij zeer oude gebouwen zoals de kerk van
Thesinge en waarschijnlijk van Garmerwolde, die gebouwd werden toen
het veen nog grotendeels aanwezig was, is het in de ondergrond nog
aanwezig. De bewoning van dit gebied is op gang gekomen ongeveer in
de 9e eeuw.
Op de plaats wat nu het dorp Garmerwolde is werden kleine heuvels opgeworpen om in dit natte gebied wel droge voeten te houden. Twee van die kleine heuveltjes (lage wierden) zijn te ontdekken. Tegenover de kerk (onder het woonhuis van Klunder) en daar waar de boerderij van Stollenga heeft gestaan (Koningsheert). In die lage heuvel van het woonhuis Klunder zijn vorig jaar de fundamenten van de voormalige pastorie (Weem) teruggevonden terwijl Stollenga op en in zijn terrein een middeleeuwse kan gevonden heeft. De ontginningen namen een aanvang in de 9e of 10e eeuw. Slechts enkele honderden jaren later was er blijkbaar zoveel welstand opgebouwd dat het de dorpelingen mogelijk werd een stenen kerk te bouwen.
Waarschijnlijk is toen een houten
voorganger afgebroken. Steen, zogenaamde kloostermoppen, was een
duur bouwmateriaal. Men moest wel over kapitaal beschikken om
zoiets te kunnen bouwen. Rond 1250 is er begonnen met de bouw in
een stijl die wij nu romano-gotiek noemen. 
Die kerk met toren staat er
gelukkig nu nog steeds al is in het midden van de 19e eeuw wel het
schip wegens bouwvalligheid afgebroken. In de eeuwen die volgden na
de bouw bleek de welstand aan te houden, de kerk werd in de eerste
helft van de 15e eeuw voorzien van plafondschilderingen en zo'n 100
jaar later werd de toren voorzien van een uurwerk. Aangezien de
kerk en toren een centrale plaats in die oude dorpsgemeenschappen
hadden, werd daar ook de tijd zichtbaar gemaakt waardoor het leven
geordend werd. Er kwam een uurwerk in de toren, de klok werd bij
ontij, rouw of vreugde geluid. Voor de diverse signalen werden
verschillende klokken gebruikt, terwijl bij het oproepen van de
gelovigen voor de kerkdienst het grote massieve geluid van de
grootste klok voortdurend over de velden klonk. Het uurwerk met de
daarbij behorende klokken waren zowel een kerk- als ook een dorps-
bezit. Slechts de zeer rijken en gestudeerden hadden een eigen
klok. De dorpsklok was ook echt een dorpsklok.
Garmerwolde heeft het geluk gehad dat zowel de kerk (3/4 deel), de
toren en ook het uurwerk de tijd heeft doorstaan. Door restauraties
en onderhoud staan beide gebouwen er redelijk voor. Zeer dringend
onderhoud vanwege bijvoorbeeld instortingsgevaar is niet
noodzakelijk.
Het uurwerk in de toren lijkt van hoge ouderdom te zijn. Dit is af
te leiden van de onderdelen die aanwezig zijn zonder dat ze nog een
functie voor de tijdmeting hebben.
Het uurwerk is opgebouwd in een smeedijzeren frame,
die waarschijnlijk stamt uit de 16e eeuw of uit de eerste helft van
de 17e eeuw. Door een slinger, aangedreven door een gewicht wordt
de tijd gemeten. In de vroegste periode van het uurwerk was het
echter geen slingeruurwerk, de tijdmeting ging door een zogenaamde
waag. De waag was een balk die in het midden was opgehangen aan een
haak. Op de uiteinden van de balk hingen gewichten. Door de waag
rond te laten draaien als een onrust, vloeiden de krachten naar de
buitenkant en kreeg het een versnelling. De tijd kon gemeten
worden. Door het toch wel enigszins primitieve karakter van die
meting liep het uurwerk altijd voor of achter.
Toen Chr. Huygens rond 1640 het slingeruurwerk uitvond kreeg de
wereld een veel nauwkeuriger instrument om de tijd te meten.
Garmerwolde ook, het uurwerk werd namelijk omgebouwd. Het oude uurwerk begon aan een tweede, veel nauwkeuriger leven. Dit nu is het aardige van het uurwerk, die geschiedenis is er nog aan af te lezen. De haak van de waagbalk is er nog zoals ook nog enkele andere onderdelen. Gelukkig vond de verbouwer het niet noodzakelijk om alle sporen van het eerder leven uit te wissen. Het uurwerk is in 1997 compleet gerestaureerd.
De bovenstaande informatie is verstrekt door:
Jan van Dijk
De foto's zijn gemaakt door:
Auke Kuipers