|
| |
|
De oude geschiedenis van Garmerwolde en Thesinge
Het
oudste mij bekende spoor van bewoning komt uit een opgraving bij het
aanleggen van een nieuwe gasleiding in 1998 in de Fledderbosserpolder
aan de overkant van het Damsterdiep. Deze polder ligt in wat vroeger
bekend stond als Hydene, Heidenschap of Heidenschapper eed. Bij de
opgraving werd o.a. aardewerk, speelgoed (een soort damsteentjes) en
gebruiksgereedschap aangetroffen uit het begin van de jaartelling.
Dit is vorig jaar tentoongesteld in het gemeentehuis. Deze
vondst is bijzonder belangwekkend omdat vele historici van mening zijn
dat "het Wold" (grofweg het gebied tussen Selwerd/Bedum en het
Eemskanaal) vóór de ontwatering en ontginning omstreeks de 12de eeuw
niet permanent werd bewoond.
De opgraving lag aan een oud
riviertje, dat uitkwam op de "Oude Kwens", die via de
Kleisloot (verdwenen in het Eemskanaal) uitkwam op de vroegere grote
rivier de Fivel. Uit deze en andere vondsten werd door het Academisch
Research Centrum, dat de opgravingen verrichtte, geconcludeerd dat aan
de (hoge) oevers van riviertjes in dit gebied mensen woonden die
voornamelijk
leefden van landbouw, veeteelt en visserij. Niet duidelijk is of de
streek ook bewoond is gebleven.
Opkomst
Christendom
In
de tijd van de Carolingers (Karel de Grote en zijn voorvaders) werd
een deel van de Ommelanders tot het Christendom bekeerd; o.a. dankzij
Bonifatius, de bij Dokkum vermoorde eerste abt van een klooster in Fulda
en Liudger, de eerste bisschop van Munster. Daarbij of daarna verwierven
de kloosters in Werden (bij Essen) en Fulda (ook in Duitsland) vele
onroerende goederen in de Ommelanden, waarvan nog een paar registers
zijn bewaard. Die registers zijn de oudste schriftelijke bronnen
waaruit blijkt van het bestaan van heerden, gehuchten, dorpen en streken
in de Ommelanden. De registers zijn geschreven vanaf 802 tot ongeveer
1050 na Chr.
Hierin
komen voor de namen Walthuson (Woltersum?), Wierem, Astulseshem (Atlesheim,
Aldusfashem), Bederawalda (Bederwolde?), Stederawalda (Steerwolde),
Amuthariowalda en Hewrterawalda (Emmerwolde of Emderwolde en
Hemerterwolde?). De oudste vermelding is die van Wierem en Astulseshem (Oldersum).
Conflicten
De
eerste schriftelijke berichten uit het land zelf beginnen te verschijnen
nadat de Bisschop van Utrecht in het begin van de 11de eeuw van de
Duitse keizer Hendrik van Saksen goederen had verkregen in Drente,
waaronder de "Villa Gruoninga" en Selwerd, het Goorecht en
Thrianterwolda (Drenterwolde; dat is het huidige gebied van Kolham,
Middelbert, Engelbert, Ruischerbrug, Lewenborg, Noorddijk, Beijum en
Noorderhogebrug).
Garmerwolde
grensde aan Drenterwolde en hoorde tot een ander Bisdom. Dat leidde al
spoedig tot conflicten; vooral na de aanleg van de Wolddijk, de
Sidewendena (Zuidwending) en de Borgwal, waardoor "het Wold"
zowel tegen overstromingen vanuit de zee (bij stormvloed in het brede
Reitdiep) als vanuit Drente (bij overstroming van de Hunze) werd
beveiligd.
De Drenterwoldjers kregen hierdoor juist méér last van het water en
staken de Borgwal af en toe door. De conflicten werden in eerste
instantie op de vuist en met het zwaard beslecht, maar na tussenkomst
van kerkelijke prelaten kwam soms een regeling tot stand, die op schrift
werd gesteld. Mogelijk waren dit soort conflicten - gecombineerd met de
mogelijkheid om goedkoop aan ontginbaar land te komen - de aanleiding
dat in het Wold kloosters werden gevestigd. Als eerste in Thesinge,
later in Wittewierum, vervolgens in Ten Boer, daarna in Sint Annen en
tenslotte nóg één in Thesinge. Dat waren achtereenvolgens "Germania"
in Thesinge (in 1182?), "Bloemhof" in Wittewierum (1213), de
abdij van "de Buyre" of "Ten Buyre", het
nonnenklooster "Klein Adwert" in Sint Annen en het
nonnenconvent van St. Agnes, of de "Geestelijke Maagden",
in Thesinge. (Het convent van St. Agnes was geen zelfstandig klooster
maar een "uithof" van het Olde Convent in Groningen.)
Waterbeheersing
Door
de kloosters werd bewerkstelligd dat er wetten kwamen die golden in heel
Stad en Lande, waarin de waterbeheersing werd geregeld. Voor het
stroomgebied van de Fivel en Drenterwolde werd hierin het voortouw
genomen door Bloemhof en de Buyre. De Buyre was een dochterklooster van
Thesinge, dat mogelijk tot stichting hiervan overging omdat de oude
wierde van de Buyre in dit belangrijke gebied (Fivelingo) lag, met de
bedoeling om ook hier een vinger in de pap te krijgen. Thesinge lag
evenals Sint Annen in het stroomgebied van de Hunze en het Reitdiep. Het
grondgebied van de kerspelen of kluften Garmerwolde en Ten Boer lag
deels in dit gebied en deels in het gebied binnen Hunsingo dat
vierendeel heette, omdat het uit vier delen bestond; één daarvan was
de Roggeneed. Het gedeelte dat binnen Fivelingo lag omvatte het
Bouwerschap, het Heidenschap aan de zuidoostoverzijde en de Ten
Boerster en de Garmerwoldster eed aan de noordzijde van het Damsterdiep.
Deze zijleden waren onderdelen van het grotere Scharmer zijlvest dat
ongeveer samenvalt met het gebied dat aan de zuidzijde door de Borgwal
werd beveiligd. Het vierendeel behoorde later tot het Winsumer en
Schaphalster zijlvest, dat aan beide zijden van de Wolddijk lag. (Er
zijn ook andere namen voor dezelfde gedeelten in zwang of in zwang
geweest.)
Eedmannen
Bij
de totstandkoming van de nieuwe waterwetten waren ook de bewoners van de
landerijen vertegenwoordigd. Bij een akte van 1301 wordt door de
rechters,
genoemd "athaman van de Aftersilfestinge" (eedmannen van het
Achterzijlvest) een geschil beslecht tussen de ingelanden van
Garmerwolde met die van Ten Boer, de Roggeneed en "Hemthrawalda",
waarbij de Garmerwolders klaagden dat ze niet alleen de feitelijke en
financiële verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de Burgwal
tussen "Poptahalge et Sidewendene" wilden dragen, maar dat
de andere partijen hieraan moesten meewerken en betalen. De Roggeneed
behoorde toen grotendeels(?) tot een z.g. voorwerk van Bloemhof.
Op initiatief van o.a. Eppo Stithenga werd besloten dat elk van de
genoemden (met uitzondering van Hemthrawalda) telkens voor één jaar
die zorg op zich zouden nemen. (Eppo S. was een belangrijke
grondbezitter
uit Garmerwolde, die in 1285 als zodanig wordt genoemd in de Kroniek
van Bloemhof.)
Harm
Buter
Rijksweg 73 Ten Boer
050-3022336
|
|