KopG&T

Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde, Thesinge en omstreken

37e jaargang juni 2011

Geschiedenis en de kunst van het motoronderhoud

Een interview met Johan Langelo

 

In de knusse woonkamer van Johan Langelo en zijn vrouw Ellen zie ik allerlei verzamelingen nostalgische spulletjes zoals transistorradio's en blikken met filmsterren erop. Maar wat vooral de aandacht trekt is een collectie schaalmodellen van oldtimer racemotoren.
De geschiedenis in het algemeen en die van vintage motoren blijkt Johans hartstocht te zijn.

201106

Johan Langelo en zijn Kreidler (foto: Myla Uitham)

Eigenlijk wonen Johan en Ellen in Thesinge dankzij Johans passie voor oldtimers. Hij was lid van 'Keep Them Rolling', een vereniging van liefhebbers van oude militaire voertuigen. Deze club deed mee aan de roemruchte feestweek 2000 in Thesinge, en zo raakte hij gecharmeerd van ons dorp. Al in augustus dat jaar verkasten Johan en Ellen van Westeremden naar Thesinge. Hij had toen een oude Willys Jeep uit 1942. 'Ik ben van huis uit wel opgeleid in de techniek', vertelt Johan, geboren stadjer en nu werkzaam in de automatisering, 'maar via  modelbouw en interesse in gemotoriseerd spul, samen met een belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog, was ik bij de KTR beland.' In Thesinge verflauwde de passie wat. Maar het oldtimerbloed bleef kruipen. 'In 2008 nam mijn schoonvader me mee naar een demo van oude racemotoren in Anjum; een demo is een show met daaraan gekoppeld een wedstrijd', vervolgt hij, 'maar zo'n wedstrijd is niet al te fel, het gaat erom wie het regelmatigst goede rondetijden neerzet.'
Ze hoorden dat er een mooie Minarelli, een Italiaanse racer, te koop was, een 50cc-er uit 1971.
'Ik was er direct verliefd op, kocht hem en zocht een club.'
Hij ontdekte het RMM (Rijdend Motorsport Museum). 'Deze vereniging opereert in de drie noordelijke provincies, in tegenstelling tot de twee landelijke clubs. Ik werd lid en moest in september 2008 in Kolham gelijk aan de bak', grijnst hij. 'Daar was ik nog niet echt aan toe, het racen zelf was een kunst die ik nog niet beheerste en de techniek faalde ook nog al eens: de Minarelli was niet optimaal afgesteld. Ik verscheen de eerste keer met knikkende knieën aan de start.'
Er moest gesleuteld worden; schoonpa, Johan en zijn eigen vader, van beroep eerste monteur, gingen aan de slag in de schuur. Ze vervingen koppeling, vertanding en uitlaat. 'In 2009 kon ik uiteindelijk maar drie van de tien demo's uitrijden. Ook bleken de onderdelen voor de Minarelli schaars. Minarelli was eigenlijk meer een fabrikant van motorblokken dan van frames.'
Zijn schoonvader was inmiddels ook aangestoken en had een Kreidler gekocht. Dat bleek heel wat handiger: onderdelen genoeg en betrouwbaarder. Ook hij ging deelnemen aan de demo's.

Brommer?
Ik vraag even of dit niet eigenlijk brommers zijn. Johan antwoordt: 'Nee, wettelijk hebben brommers een motorinhoud van maximaal 49 cc en mogen ze niet harder dan 40 km/h kunnen. Deze machines rijden wel 130 tot zelfs 200 kilometer per uur en de motoren zijn zo opgevoerd, dat ze pas rond de 14000 toeren goed presteren. Technisch: door een roterend inlaatsysteem en extraspoelpoorten t.o.v. een gewone tweetakt. Verder zijn de frames en alle onderdelen extreem licht en zien ze er, met hun kuipen, echt uit als motoren.'
Doorvragen leert dat er vele klassen zijn: naast 50 cc (ouder dan 1972) ook nog 125, 250, 350 en 500 cc (ouder dan 1965), 125 cc-oud en Rigid-Webb (ouder dan 1949), Kreidlercuppers ('68-'71) en zijspannen (tot 1965). Dat cc (kubieke centimeters) staat voor de inhoud van het deel van de cilinder waarin de zuiger beweegt: hoe meer cc's, hoe krachtiger de motor.
De enthousiastelingen maken de (van oorsprong) luchtgekoelde motoren ook nog wel eens watergekoeld, waardoor ze nog beter presteren. Gek genoeg wordt hier bij de wedstrijd wat betreft de punten niet naar gekeken. 'Maar', meent Johan, 'de echte liefhebber vindt origineel en ouderwets belangrijker dan snel!'

Een nieuwe machine
Schoonpa's aanwinst was duidelijk een groter succesnummer dan de Minarelli, dus ging Johan ook op zoek naar een Kreidler. 'Ik vond er een, maar die moest flink worden opgeknapt; ik sleutelde toen nog niet zo veel, maar dat kwam nu echt op gang. Het motorblok liet ik reviseren, het frame, de wielen enzovoort deden we zelf.'
In 2010 verscheen Johan met zijn Kreidler op de demo's, de Minarelli werd afgestoten. Het racen zelf bleef eerst nog moeilijk. Johan: 'Je denkt als je ze ziet: "dat doe ik wel even", maar vooral keihard de bochten in wou toch nog niet.' Evengoed won hij dat jaar twee bekers en werd zesde in het eindklassement.
Johans familie is trouwens flink betrokken: 'Pa filmt alles en is onze eerste monteur ter plaatse, Ellen maakt foto's en geeft morele ondersteuning, schoonmoeder zorgt voor de broodjes en de koffie en schoonvader doet zelf mee.' Een echte familiehobby dus.

De vereniging
De club, zo vertelt Johan, is een hechte gemeenschap: 'Iedereen helpt elkaar met sleutelen, onderdelen en tips. Het zijn allemaal vrijwilligers'. En dat zo'n demo ook een hoop werk is: een locatie zoeken (meestal een industrieterrein), de baan - zo'n 1500 meter - uitzetten met strobalen en hekken, de wedstrijddag in goede banen leiden en dan weer alles afbreken en opruimen. 'En weet je wat zo leuk is?' vraagt Johan, 'er komen allerlei lui, sommigen met complete autobussen met trailers en anderen, zoals ik, met de motor achterin de auto.'
Deze verenigingen trekken trouwens ook oud-coureurs zoals de bekende (inter)national Cees van Koeveringe en de meervoudig wereldkampioen Jan de Vries; zij gaan op latere leeftijd lekker 'demo-en' om te blijven genieten van de spanning, het gegier en de benzinegeuren.
Johan vervolgt: 'Een leuke anekdote is nog dat vorig jaar in Veendam tijdens de defiléronde mijn toerenteller lostrilde en aan de draden bleef hangen. Pissig ging ik terug naar het rennerskwartier waar mijn vader al gearriveerd was. "We knippen de toerenteller eraf, zonder kan je ook rijden!" zei Langelo senior. Dus zonder toerenteller en met een flinke dot gas ging ik de baan weer op.'
Het RMM bestaat nu vijf jaar en telt zo'n honderd leden. Het seizoen loopt van april tot september. Op een demo komen soms meer dan honderd belangstellenden af, die naast de race ook de machines en hun berijders van dichtbij kunnen bekijken en spreken. 's Ochtends is er een training, 's middags worden door de aanwezige cc-klassen de manches (elk vijf rondes) verreden.
De toegang is gratis en er is altijd catering aanwezig. Een leuk doel dus voor een nostalgisch dagje uit.

Een oproep
Tenslotte wil Johan nog graag een oproep doen. 'De leden willen natuurlijk het liefst zoveel mogelijk zelf meedoen, maar er zijn best veel helpers nodig: baancommissarissen (die aanwijzingen geven, opletten en vlaggen bij onraad) en tijdwaarnemers. De laatsten zitten in een caravan achter de computer om te klokken. Als er mensen zijn die door dit verhaal denken: 'Ja, dat lijkt me leuk om daar als vrijwilliger aan mee te doen', dan zijn ze van harte welkom in deze wereld van oud technisch vernuft. Aanmelden kan bij Johan (johellen@home.nl) of via de website http://www.rijdendmotorsportmuseum.nl/ .
Daar vind je ook de agenda van dit seizoen. In juli zijn er demo's in Veendam en Nij Pekel.
Kom eens kijken en wie weet krijg je zin om mee te doen!

Jan Ceulen