Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

26e jaargang februari 2001

Een warm hart ...

Er zijn in onze maatschappij helaas nog steeds kinderen die om de een of andere reden niet bij hun eigen ouders kunnen wonen. Gelukkig zijn er mensen die deze kinderen op knnen en wllen vangen. Janny Bakker (44) uit Garmerwolde is n van hen. Ze onderhoudt al jaren contacten met pleegzorg en draait sinds kort ook mee als crisisgezin.

Wat is dat: een crisisgezin?
Janny: "Je krijgt n een telefoontje met de vraag: kunnen we het n brengen? Als je erin toestemt, staat nog diezelfde dag de kinderbescherming of de justitie plus n van de pleegcentrale met het kind bij je voor de deur. De ouders weten niet waar het wordt geplaatst, het adres blijft geheim.
Als het eerst naar de dokter moet, gaan ze ermee heen. Zijn er geen gebreken? Dan kan het naar het crisisgezin.
 

 

 
Janny Bakker zet haar huis en hart open voor kinderen in nood ... (Foto: Henk Remerie)

Je moet er eerst een cursus voor volgen en krijgt allerlei praktische trainingen.
Je wordt helemaal gescreend om te kijken waar je het geschiktst voor bent. Daarna komen al je gegevens in een kaartenbak. Ik krijg altijd kinderen die iets meegemaakt hebben, daar heb ik voor gekozen.
Ze halen een kind maar niet z uit huis; meestal is zo'n gezin al langere tijd gevolgd. Er kunnen allerlei oorzaken voor zijn, bv. ziekte, werkeloosheid, alcohol, drugs .... Op een gegeven moment besluiten ze: N kan het niet langer, n moeten we echt ingrijpen.

Veiligheid en geborgenheid
Er zijn drie soorten pleegzorg:
- tijdelijke opvang
- perspectief biedend/zoekend
- langdurig
Het gaat in de meeste gevallen om justitile kinderen of om gezinnen, waarvan een ouder door bv. ziekte of overlijden is weggevallen. Pleegzorg is echt voor het knd; je moet in de huid van het kind kunnen kruipen om het te helpen. Dn kun je het kind pas veiligheid en geborgenheid geven.
Bij een crisisplaatsing gaat het om twee keer zes weken. De eerste zes weken blijft het - als het even kan - bij jou; de tweede periode kan het eventueel naar een ander gezin. Er is -  indien nodig - altijd hulp op de achtergrond; in mijn geval komt de begeleidster elke week even langs. Dat is wel prettig, dan kun je meteen even bijpraten.
In die twaalf weken wordt bekeken wat er met het gezin en/of het kind aan de hand is en wat er aan gedaan kan worden. In hoeverre zijn de ouders bereid om mee te werken? Kan het kind weer naar huis? Moet het naar een ander gezin? Of blijft het in het crisisopvanggezin?
In dat geval wordt de opvang omgezet in gericht perspectief zoekend.

Overlevingsdrang
Je moet creatief zijn, flexibel ... en tegen een stootje kunnen. De meeste pleegouders zijn met z'n tween: man/vrouw, man/man, vrouw/vrouw ... het maakt niet uit; maar ik doe het alleen.
Alf is op 12 december bij ons gekomen en inmiddels 4 jaar geworden. Hij heeft nog een zusje van bijna 3 en een broertje van net 5. De eerste keer dat de kinderen elkaar weer hebben gezien, was met Alf z'n verjaardag. We zijn met z'n allen - hulpverleners, pleegouders en kinderen - naar Mac Donald geweest. De tweede keer was met de verjaardag van z'n broertje. Toen zijn we - zonder hulpverleners - naar de Apekooi geweest. Nu gaan we naar elkaar: elke drie weken moeten de kinderen elkaar zien. Dat vinden wij - de pleegouders - belangrijk.
De kinderen zijn heel erg aan elkaar gehecht, hebben een sterke band met elkaar. Het is goed voor hen te weten dat de anderen ook goed opgevangen worden, te zien waar ze wonen. Juist kinderen die veel meegemaakt hebben, tonen die overlevingsdrang.
Ze zijn alledrie super netjes - t, voor kinderen van hun leeftijd - en ruimen bv. hun speelgoed altijd keurig netjes op. Alf drft nu ook eens iets te laten liggen. Ik hou toch wel van hem. Janny wordt niet boos, ook niet als ie per ongeluk in z'n broek plast.
't Is ook een uitproberen: Hoe ver kan ik gaan? Hou je nog wel van me? (Hij is natuurlijk ook gewoon een kleuter: probeert hoever ie kan gaan.)

Verlatingsangst
Hij heeft een enorme verlatingsangst. Middenin z'n spel komt ie soms ineens bij me en zegt: Ik wist even niet waar je was. Je moet alles uitleggen, duidelijke afspraken maken. Vertellen dat je weliswaar weggaat, maar ook terugkomt!
Hij heeft nu een veilig gevoel, een vaste structuur en durft zelfs kattekwaad uit te halen ... 's morgens komt ie bij m'n bed en zegt: Kom er maar eens uit!
Die liefde ... daar doe je het voor. Ik hoop dat de energie die ik er n in stop er later weer uitkomt." 

Waarom zitten ze niet in n gezin?
Soms heeft een kind zoveel meegemaakt, dat ze beter apart kunnen worden opgevangen. Bovendien: waar plaats je meteen drie kinderen? Wie kan dat aan?
Als ze komen, hebben ze niets: alleen de kleren die ze aan hebben. Ik heb heel veel kleren gekregen. Alf vindt het prachtig om iets uit die zak te zoeken. Dat een kind zo blij kan zijn met een zak kleren ... dat is heel leuk om dat samen te delen. Daar doe je het ook voor; dat geeft jezelf ook rijkdom, rijkdom in je hart.
In het begin zei Alf: Ik ben zo blij dat ik bij jouw ben ... jij bent Janny, h? Het is een heel makkelijk kind en slaapt 's nachts rustig door. Hij is klein maar dapper.
Laatst zei hij tegen mij: "Jij bent mijn moeder." Toen heb ik geantwoord: "Ja hoor, ik ben nu jouw moeder ..." Je moet het n voelen als jouw kind, niet als ... o, morgen gaat ie weer weg.
Misschien kunnen de kinderen mettertijd wel weer terug naar huis; met wat hulp aan de ouders. Je weet maar nooit. Ze zijn alledrie super netjes en hebben dus wel wat geleerd." Niet zeuren ...
De elfjarige Marc is er aan gewend dat ie z'n moeder moet delen en vindt het heel gewoon dat ie tijdelijk een broertje heeft. Hij maakt er weinig woorden aan vuil. Natuurlijk hebben ze weleens ruzie ... dat is toch heel normaal? En dat Alf t.z.t. weer weggaat, vindt ie best ... maar alln als alles goed voor hem is geregeld. Anders blijft ie maar.

Dat is toch prachtig!
Ook dochter Petra (bijna 20) staat er helemaal achter en zegt: "Ik vind het hartstikke mooi dat dit allemaal gedaan wordt voor zulke kinderen. Ons contact is heel sterk, lekker knuffelen en zo. Die liefde, die dat joch je geeft ... dat is toch prachtig! Ik heb al tegen m'n moeder gezegd: Als jij straks met Marc op schoolreis gaat, blijf ik wel thuis en zorg voor Alf. Dat joch verdient het om goed opgevangen te worden. Hij doet zo z'n best ... daar doe je ook iets voor terug.
Hij vertrouwt me volkomen. Dat vind ik zo leuk. Ik heb hem ook bij me op de brommer gehad ... niet hard natuurlijk ... ik zit dan zelf achterop en hij op het zadel, dan kan ik hem zo vastpakken. Hij was helemaal niet bang." Je hebt de ouders erbij ...
Ze is duidelijk dol op haar kleine broertje en moedert over hem als een grote zus. "Dat heb ik trouwens ook nog met Alexander. Ik vind het hartstikke leuk om nog eens iets van hem te horen."
Janny: "We woonden toen in Hoogezand. Het is begonnen met naschoolse opvang; niet omdat de ouders van Alexander niet thuis waren, maar omdat ze de opvoeding niet aankonden. Het nadeel in zo'n geval is wel dat ze dichtbij wonen en je de ouders er ook bij hebt. Daar moet je wel mee leren omgaan: op de gekste tijden stonden ze bij me voor de deur ...
Later is het omgezet in pleegzorg en heeft ie nog ongeveer een jaar bij ons gewoond. We hebben heel wat met hem beleefd; eigenlijk was dt al een echte crisisopvang."

Dat mag van de zuster
Petra:"Ik weet nog heel goed dat Marc bij ons kwam ... Toen ik op school vertelde dat ik een broertje kreeg, wilden ze me niet geloven. Dat kon niet: m'n moeder had geen dikke buik. Maar ik zei: Die haal ik op in het ziekenhuis, dat mag van de zuster. Ik was negen!
Ik zeg wel eens plagend tegen Marc: Wat dacht je toen jij kwam? Als klein jonkje. Ik was negen, hoor. En jij kreeg alle aandacht!"
Recht op eigen identiteit
Janny:"Marc is niet in m'n buik gegroeid ... maar dat is dan ook alles. Hij is wel mjn kind; k ben z'n moeder.
Hij is niet geadopteerd; ik vind dat ieder kind recht heeft op z'n eigen identiteit. De vader van Marc heeft nog drie oudere kinderen bij een andere vrouw: een drieling, twee meisjes en een jongen. (Die zitten ook in pleeggezinnen.) Marc weet het al heel lang, maar heeft ze kortgeleden voor het eerst ontmoet. Dat was een heel emotioneel moment. (Ze toont een foto van hun viertjes; je kunt duidelijk zien dat ze familie van elkaar zijn: Marc lijkt op hen.)

Tot zover de lotgevallen van de familie Bakker. Ze wonen weliswaar niet groot, maar er huist veel liefde ... en dat voelt een kind.

Hillie Ramaker-Tepper