Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

27e jaargang april 2001


De nostalgie van draadloos

Dit stukje gaat over de verzameling oude radio's van Geert Ottens in Garmerwolde. Oorspronkelijk was het de bedoeling hierover te schri­jven in het afgelopen kerstnummer van de GT, dat als thema had: de voor- en nadelen van allerlei moderne technieken.

Zoals te verwachten was, valt er heel wat te mopperen: denk bijvoorbeeld aan pinnen in de regen, het gedonder als drie maal de foute pincode wordt ingetoetst, en te kleine knopjes op het mobieltje.

Geert Ottens repareert al z'n oude toestellen zelf. Hier is ie aan het solderen. (Foto: Henk Remerie)

Maar er zijn natuurlijk ook prettige dingen: er is altijd geld te halen, met het mobieltje ben je overal bereikbaar, enzovoort. .
Het leek de GT-redactie aardig om eens aan de hand van oude radio's na te gaan wat vroeger zoal de strubbelingen waren met - en de zegeningen van - een radio in - zeg - de jaren 1930. Maar door plaatsgebrek in de desbetreffende GT is het er indertijd niet van gekomen. Echter: wat in het vat zit, verzuurt niet en gelukkig was er deze maand wel ruimte.

Op bezoek
De familie Ottens woont in het tweede huis na de kalkovens aan de Rijksweg. Een kolossale New Foundlander was - samen met zijn echtgenote - het gezelschap van die avond. Na het kopje koffie werd ik al gauw mee naar boven genomen, waar een verzameling van 150 (u leest het goed: honderdvijftig!) oude radio's is geherbergd. En daar zitten echt schatjes bij. Zo zult u bij een radio uit omstreeks 1945 tevergeefs zoeken naar de zender Hilversum. U moet zoeken naar "Herrijzend Nederland".
Het werd mij spoedig duidelijk dat dit een heel gezellige avond zou gaan worden: anode- en kathodespanning, afstemkring, Mexicaanse hond, inductie, buizen c.q. lampen (dit ga ik natuurlijk niet uitleggen; weet echter dat met een buis niet gewoon een stuk slang of buis bedoeld wordt, en evenmin wordt met een lamp de gewone gloeilamp bedoeld), amplitude- en frequentiemodulatie, enzovoort.
Maar niet veel mensen hebben er aardigheid in om er op deze manier over te praten. Daarom komen er nu andere zaken aan de orde, zoals bijvoorbeeld: Hoe is de verzameling begonnen?

Geen bewust besluit
Het begin van de huidige verzameling is nooit een bewust besluit geweest. De oorsprong ligt in de eerste jaren na de oorlog toen de wens bestond om een radio aan te schaffen. Tegenwoordig ga je daarvoor gewoon naar de winkel, maar in die tijd had dat weinig zin omdat er vrijwel niets te krijgen was.
Die verhalen over de eerste jaren na de oorlog herinner ik me ook van mijn moeder. Als je in die jaren de pech had - zoals mijn moeder - dat je een pan nodig had om eten te koken, dan kon je met 10, 25 of zelfs 100 gulden (indertijd een gigantisch kapitaal, maar ja hoe kook je anders eten?) zwaaien, maar dat hielp allemaal niets. Het wás er gewoon niet.
De ontdekking van Geert was dat er wel allerlei onderdelen te verkrijgen waren; overigens voornamelijk via vrienden en kennissen. Dat er nog onderdelen waren, was trouwens een mirakel op zich, want in de oorlogstijd vorderde de bezetter alle radio's. Dat kon zeer effectief, omdat elke bezitter van een radio of televisie geregistreerd werd. (Deze registratie is slechts een paar jaar geleden afgeschaft toen de kijk- en luisterbijdrage is komen te vervallen.) Het gebrek aan radio's was mede de reden waarom de draadomroep, de voorloper van de huidige kabel, is ontstaan.
Schema's van het elektronische gedeelte waren wel makkelijk te verkrijgen en zo was het mogelijk uit allerlei restanten een radio te bouwen. Dat was weliswaar een heel bescheiden radiotje met een heel bescheiden geluidje, maar toch. Heel wat anders dan de seismische dreun die soms uit een GT Opeltje met een kamikaze bestuurder komt! Met enig geduld waren er nog wel meer onderdelen te vinden; zodat er een extra versterkertrap gebouwd kon worden en er wat meer geluid uit kwam. Op die manier heeft Geert Ottens zelfs een televisie gebouwd, met een beeldscherm van ongeveer 10 bij 10 cm. Het beeldscherm was afkomstig van een overtollige radarinstallatie.
Geleidelijk aan raakte het in brede kring bekend dat dit soort spullen bij Geert Ottens in goede handen waren en kwamen mensen er ook ongevraagd mee aanzetten. Wat dacht u van een losse luidspreker met hooi?
Zo kwam er meer en meer. En dan wordt het ook leuk om zo'n radio in de oorspronkelijke staat te herstellen. En tja ... zo ontstaat dan min of meer onopgemerkt een verzameling.

Oude radio's
Radio's - bedoeld voor de huiskamer! - waren te koop vanaf ongeveer 1918. In die tijd waren er heel wat fabrikanten. In Nederland had je natuurlijk Philips;

Er zitten schatjes bij! (Foto: Henk Remerie)

maar ook Erres, Reska (gevestigd in Pekela) en bijvoorbeeld een fabriek met een hele mooie Nederlandse naam: Nederlandse Seintoestellen Fabriek (fabriceerde ook nogal wat voor de marine). Ikzelf was nieuws­gierig naar een radio van Philips die voor Philips de grote doorbraak was - in elk geval was de consument er dol op. Het was een radio waarbij de knop - waarmee je de zenders afzocht - moeilijker ging als je in de buurt van een zender kwam. En als je de knop verder draaide, sprong die terug naar de zender die net gepasseerd was. Daar kijkt tegenwoordig niemand meer van op, maar het was de eerste radio die - zeg maar - "terug reageerde" op een mens. Zoiets als een poes die kopjes geeft, als u begrijpt wat ik bedoel. Hoe moeilijk dit tech­nisch was, mag misschien blijken uit het feit dat deze radio pas in 1938 of '39 te koop was.

Beurzen
Zoals u duidelijk zal zijn, vindt Geert Ottens oude radio's leuk; evenals zijn echtgenote trouwens. Wat het nog leuker maakt is dat er heel wat mensen zijn die dit óók leuk vinden. Zo is er de "Nederlandse Vereniging van Historische Radio's" die vier keer per jaar een beurs organiseert. Dat is een drukke markt, waar wel 200 tot 250 kramen staan, en waar je van alles kunt ruilen, kopen en verkopen. Die uitwisseling maakt het trouwens een stuk makkelijker om een wat onttakelde radio in oude staat te herstellen. Zoals met alle restauraties, kun je erover van mening verschillen hoever je hierin moet gaan. Er zijn mensen die het hele chassis opnieuw moffelen.
Ottens en echtgenote gaan er graag heen; waarbij mij trouwens opviel dat zij precies wist wat hij nog graag zou willen vinden. Dat deed bij mij de vraag rijzen of het misschien (inmiddels?) een gezamenlijke hobby is, maar ik ben helaas vergeten dat vraagje even op scherp te zetten.
Een beurs die - voor de liefhebber natuurlijk - ook de moeite waard is, is de "Techno Nostalgica" in Emmen. Deze is wat breder: naast radio's zijn er apparaten op het gebied van naviga­tie, radar en toestellen van allerlei soort (bijvoorbeeld fototoestellen).

Voor het overige is bij Geert Ottens nog alles welkom (radio's, pick-ups, schakelmateriaal, lichtknopjes, enzovoort). Het criterium is weliswaar "voor de oorlog", maar persoonlijk verstout ik mij te denken dat hij op een bandrecorder uit - zeg 1954 - geen nee kan zeggen ...

 Karel Drabe