Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

27e jaargang mei 2001


Van beklemming tot verhuren, een eeuwenoude geschiedenis

In de feestweek van mei vorig jaar werd hij door veel mensen bezocht in verband met de landbouwtentoonstelling: de boerderij aan de Lageweg nummer 13. Het ernaast gelegen fietspad (in 1998 geopend) werd naar hem genoemd, omdat het pad over zijn land liep; we hebben het over de boerderij van Marinus Goense.
Tot voor kort woonde dominee Sytze Ypma er met zijn gezin; na hun vertrek naar Terschelling werd de boerderij opnieuw verhuurd aan Gert Groothoff en Jeanette Joling.

Ofschoon hij zelf tegenwoordig in Bedum woont, kun je boer Goense nog regelmatig op of rond de boerderij aantreffen; op zijn knieŽn in de tuin waar hij aardappels en groenten poot of al schoffelend. Zijn 83 jaren zijn hem beslist niet aan te zien en hij is nog een tamelijk druk bezet man.

Marinus en Catharina Goense aan het melken in het land anno 1972. (Foto Fam. Oosterhuis)

Behalve zijn bezigheden op de boerderij, gaat hij ook nog een aantal malen per week biljarten en klaverjassen. Hij won tweemaal achter elkaar een derde prijs bij de biljartcompetitie in Bedum, getuige twee glimmende bekers op de televisie in zijn woonkamer. Omdat hij nog veel weet over de geschiedenis van zijn boerderij en allerlei documenten in bezit heeft, zochten wij hem op in Bedum, waar hij een gerieflijk huis op 't mooiste plekje van het dorp heeft. Uitzicht op de Walfriduskerk (ook wel bekend als "de schaive toor'n") en een mooie, oude boerderij; en rondom het huis een royale (moes)tuin. Overbodig hem te vragen naar het geheim van zijn vitale ouderdom.

Van klei naar klei
Marinus Goense werd in 1918 geboren in een monumentale boerderij in 's Heerenhoek (vlakbij Borssele) in Zeeland. Hij groeide op als boerenzoon, samen met zijn twee jaar jongere broer Pieter. In 1940 was hij als soldaat gelegerd op verschillende plekken, onder andere in Den Haag en in de buurt van Amsterdam, waar een wereld voor hem open ging. Hij hield wel van wat verandering. Hij kreeg contact met een aantal dienstkameraden die uit Groningen kwamen en waar hij het direct goed mee kon vinden.
Na de oorlog moest er over de toekomst van de ouderlijke boerderij beslist worden. Zijn broer en hij wilden beiden wel boer worden, maar er was te weinig grond in Zeeland voor hen samen. Een makelaar in Zeeland wees hem op een boerderij in het Groningse Thesinge, gelegen in Klunder vlak voor het Maar en tegen de huidige Eemshavenweg aan (deze boerderij werd eind zestiger jaren afgebroken). Zo begonnen hij en zijn vrouw Catharina Vermue, met wie hij inmiddels was getrouwd, in 1950 een nieuw leven in Thesinge.

Omdat zich de kans voordeed tot verbeteren met een grotere boerderij met meer land, verhuisden ze in 1964 nog eens; maar nu niet zo ver: naar de boerderij aan de Lageweg 13.
Hun boerenbedrijf bestond voornamelijk uit akkerbouw; daarnaast hadden ze ook wat melkkoeien en jongvee. Tot 1978 (toen de melktank en daarmee het mechanisch melken zijn intrede deed) molken zij hun koeien met de hand. Later hadden ze ook schapen; maar ook paarden, de echte werkpaarden (van die zwaargebouwde, goeiige Belgen), maakten deel uit van de levende have.
Wat betreft de akkerbouw begonnen ze met suikerbieten, die via een contract met een zaadfirma verbouwd werden op ťťn hectare grond. Suikerbieten werden in Zeeland niet verbouwd en ze bleken een goede opbrengst te hebben. Ze werden speciaal voor de zaadwinning verbouwd, zodat er later weer plantbieten geleverd konden worden. Zo wist de familie Goense hun bedrijf langzaam maar zeker uit te bouwen. In die tijd werd veel gewerkt via deze contracten; zo verbouwden ze ook spinazie, gras en koolzaad; alles speciaal voor de zaadwinning.
Later kwam daar nog blauw maanzaad, tarwe, gerst, haver en vlas bij. Maar het vlas werd nooit zo als het in Zeeland was, dat gedijde daar weer beter.
Overigens heeft Goense nooit heimwee naar Zeeland gehad. Gevraagd naar de verschillen tussen beide provincies weet hij alleen de taal en het feit dat er in Zeeland meer dijken en water zijn, te noemen. Voor het overige zijn er veel overeenkomsten; in het landschap, maar ook in de volksaard.
Nog elk jaar bezoekt hij zijn broer, die nog altijd op de ouderlijke boerderij in 's Heerenhoek woont.

Een monument?
De boerderij op nummer 13 staat er al eeuwenlang. Ik heb er de gemeente-archieven niet op nageslagen, maar zeker al vanaf 1700. Het woonhuis heeft vroeger uitgekeken op Ten Boer.
Het voorhuis van de boerderij. (Foto: Wolter Karsijns)

 In 1845 is er een tamelijk ingrijpende verbouwing geweest en werd de boerderij op een iets andere plek herbouwd.
Waarschijnlijk heeft vanaf die tijd het woonhuis uitzicht gekregen op de stad en is er nooit meer iets fundamenteel veranderd aan het huis. Toen de familie Goense het huis kocht, lag er op de schuur nog een rieten dak. Het riet ligt er nog steeds, verscholen onder de huidige golfplaten. De balken die nu nog in de grote schuur zitten, stammen uit het jaar 1700. Binnen in het woonhuis vind je mooi gestucte plafonds, trapjes om niveauverschillen te overbruggen en deuren, prachtig ingelegd met verschillende kleuren glas-in-lood.
Het kleinere schuurtje rechts, dat losstaat van de boerderij, had oorspronkelijk de functie van koetshuis. Er zitten heden ten dage nog een paar prachtige oude deuren in, die als een soort harmonica openvouwen. Uiteraard staat er ook rechts van het huis, maar meer naar achteren, nog een oude stookhut, waarin vroeger de was werd gedaan.
In 1980 werd de boerderij op de lijst van Monumentenzorg geplaatst. Een hele eer, maar voor Marinus Goense een bedenkelijke, aangezien je dan als eigenaar aan vele bepalingen en beperkingen vastzit. Zo zou hij bijvoorbeeld weer ronde baanderdeuren moeten maken in plaats van rechthoekige, wat tot gevolg had dat hij minder makkelijk met een hoog opgetaste hooiwagen naar binnen kon rijden. Niet praktisch voor een boer, die in die tijd toch ook al economisch denken moest. Hij reisde tot twee keer toe persoonlijk naar Den Haag om op het Ministerie van Landbouw bezwaar te maken tegen de officiŽle status van monument en kreeg voor elkaar dat de boerderij weer van de lijst afgehaald werd.

Een beklemde meier
Toen Goense in 1963 eigenaar werd, werd hij de zevende - en tevens laatste - beklemde meier van de grond, waarop de boer≠de≠rij lag. Dit beklemrecht, dat eigenlijk alleen in de provin≠cie Groningen voorkomt, houdt het recht van gebruik in van aan een ander toebehorende grond waarop een behuizing, tegen betaling van een jaarlijks terugkerende (vaste) som gelds, die meestal door de gebruiker rond midwinter voldaan werd. Volgens overlevering vaak onder het genot van een borreltje. Een meier is de zetboer of rentmeester die de behuizing beheert c.q. gebruikt. Er werd twee keer beklemming betaald: een bedrag van
f 2,50 aan de diaconie en een bedrag van f 10,- aan de hervormde kerk.

 

De familie Goense achter de boerderij. (1993)

Later kwam daar nog een derde beklemming bij en moest een bedrag van maar liefst f 40,- betaald worden en wel aan de erven van de weduwe P. Dijksterhuis, een zekere familie Oudman (ten tijde van boer Goense een collega-boer in Stits≠werd). Met grond waarop beklemming lag, kon je ook niet zomaar alles doen, herinnert Goense zich.
Veranderingen moesten aangevraagd worden en voor de toestemming daarvoor betaalde je dan ook weer, een soort leges waarschijnlijk.
In de beklemmingsboekjes wordt overigens van een vaste "huursom" gesproken. Hiervan werd in een schriftje met potlood nauwkeurig administratie bijgehouden en precies deze twee schriftjes met daarin alle betalingen van alle beklemde meiers vanaf 1796 tot 1965 heeft Goense nog in zijn bezit, evenals een paar oude notariŽle akten opgemaakt voor de verkoop van het huis. Zo valt goed na te gaan welke families er achtereenvolgens het huis hebben bewoond:
1796-1816  Gerrit Harms
1816-1850  Thomas Klasens Grashuis
1850-1871  R. Van Bruggen
1871-1906  H. Dijksterhuis, later P. van Dijken, wed. H. Ubens Dijksterhuis
1906-1947  Bouwman?
1947-1964  J. Wouda (geen eigenaar)
1964-1994  M. Goense

In 1965 betaalde Marinus Goense voor de laatste maal zijn beklemrecht en kocht toen dit recht met een som van bijna f 2000,- af.

Tot 1994 woonden en werkten ze op de boerderij; daarna ver≠huisde hij met zijn vrouw naar Bedum, waar ze zelf een huis hadden laten bouwen. Catharina Goense-Vermue overleed er in 1996, na een huwelijk dat bijna vijftig jaar heeft geduurd.
Van de boerderij zelf kan Goense nog geen afstand doen; zoals gezegd vind je hem er nog regelmatig aan het werk. De grote schuur wordt ook wel door anderen gebruikt; o.a. door Nico Groothoff, die er een aantal machines heeft staan. Maar ook voor meer publieke doeleinden; zoals de grote tentoonstelling van vorig jaar, waar misschien nog wel een vervolg op komt. Zo blijft deze historierijke plek en boerderij mogelijk ook nog voor een volgende generatie bewaard ...

 Susan de Smidt