Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

28e jaargang oktober 2002
 

Kunst en kunstnijverheid in Kenia

Begin september, toen Nederland weer terug was van vakantie, stond er een leuk berichtje in verschillende regio kranten zoals De Gezinsbode, Eemslander, enz. Hein Verbree (uit Garmerwolde) had uit handen van staatssecretaris Nuis van Onderwijs een prijs ontvangen.
 

Voor diegenen die dit ontgaan is, of vergeten zijn waar het nu over gaat, even een korte samenvatting van de berichten in de kranten. Hein volgde aan het alfa-college de MBO-opleiding "internationale handel/groothandel". Dat ging naar tevredenheid z'n gangetje tot ineens de wind in de zeilen blies.

         

Hein Verbree in de winkel in de Folkingstraat
(Foto: Henk Remerie)

Met name zijn initiatieven en prestaties gedurende zijn stage in Kenia, waar hij een lokaal netwerk in Keniaanse kunst heeft opgezet, waren erg opgevallen.

Het lijkt me duidelijk dat dit klinkt als een klok, en verder weinig toelichting behoeft, behalve dan - wat mij betreft - de kunsthandel in Kenia. Ik weet niet hoe het u vergaat als u zoiets leest, maar Kenia is bij mijn weten een straatarm land, en "kunsthandel in Kenia" komt bij mij over in de trant van bijvoorbeeld "bananenhandel op de zuidpool". Er is geen enkele reden om eraan te twijfelen, maar bij mij wil dan maar niet een lichtje gaan branden of enig begrip dagen.
Nu is Kenia ver weg, maar Hein Verbree (zoon van de familie Verbree aan de Dorpsweg - er zijn weer jonge poezen zag ik op het bord aan hun oprit) is een stuk dichter bij de hand, en het leek me aardig om naar aanleiding van die prijs eens wat meer te weten te komen over die raadselachtige (groot)handel in kunst in Kenia.

Stages
In de driejarige opleiding is elk jaar een ruime stageperiode van tien weken. In het tweede jaar liep Hein stage bij Karibu African Art, een winkel/groothandel in Afrikaanse kunst in de Folkingestraat. De eigenaar en Keniaanse echtgenote betrekken sinds ongeveer tien jaar kunst en kunstnijverheid uit Kenia en omringende landen. In het tweede jaar was de stage voornamelijk in München, omdat daar jaarlijks een grote internationale beurs wordt gehouden op dat gebied. Echter, in het derde jaar was de stage bij een tussenhandelaar in Kenia. Dat is overigens een bijzondere stagelocatie.
In Kenia heeft Hein vrij veel foto's gemaakt, en met wat hij erbij vertelde begon het dan eindelijk bij mij te leven. Ik herinner me een foto van een hellinkje met wat gras erop, waar - zo op het eerste gezicht - echt heel weinig over te vertellen valt. Maar er is wel degelijk wat aan de hand met dat hellinkje ergens in het noorden van Kenia, want onder dat gras zit speksteen. Dat is een grappig soort witte steen die wat vettig aanvoelt. Het is enigszins te vergelijken met droge zeep – dat voelt ook een beetje glibberig (de steen heet in het Engels dan ook zeepsteen). De steen wordt met de hand uitgehakt en daarna wordt er thuis van alles van gemaakt. Bijvoorbeeld kaarsenstandaards, schaakstukken, asbakken, schalen, borden ... maar ook een olifant (in 't klein natuurlijk) of een gestileerde vogel. Kortom, kunst en kunstnijverheid, waarbij ik maar aan de lezer overlaat waar kunst eindigt en kunstnijverheid begint.
Het uithakken en bewerken wordt veelal door de man gedaan; de echtgenote neemt de allerlaatste afwerking (het polijsten) voor haar rekening. Behalve speksteen wordt er ook hout bewerkt; in die streek is het vooral olijfhout. Dat worden dan houtsnijwerkjes, zoals slalepels, speelgoed, enz.
Voor het ebbenhouten snijwerk moet een mens volgens Hein naar de kust. Ook daar kwam hij in contact met de makers, en zo is het hem gelukt een netwerk van leveranciers te vinden waar ook daadwerkelijk van werd gekocht. Het is misschien een beetje te vergelijken met het idee achter de Max Havelaar koffie: er wordt zonder tussenpersonen direct van de maker gekocht.

Het is mij inmiddels duidelijk geworden dat het allemaal handwerk is en dat de kunstukjes gewoon thuis en vaak door de hele familie worden gemaakt. Sommige van die werkjes zijn echt heel bewerkelijk. Het doet mij denken aan wat ik ooit eens hoorde over het maken van een sarong in Indonesië, want uit dat land ken ik de spullen wat beter (een sarong is een doek, die door de vrouwen om zich heen wordt gewikkeld). In de tijd dat het technisch niet mogelijk was om een katoentje in een fabriek te bedrukken, werd de stof uitgespreid en met was ingesmeerd. Met een naald werd dan een patroon uitgegraveerd, waarna de vrijliggende stof werd behandeld met een kleurstof. En dit werd elke keer voor een andere kleur of ander patroon herhaald. Het vergt veel oefening en geduld, en het resultaat kan schitterend zijn, ook omdat het de onregelmatigheden heeft van handwerk. Het laat zich raden wat zulk handwerk anno nu zou kosten als dat in Nederland werd gedaan.
Duidelijk zal zijn dat Hein op zoek was naar handwerk; en voor een klein gedeelte was het mogelijk dit direct bij de families aan te kopen. Voor het overige moest dat op bestelling, waarbij de helft werd aanbetaald en de rest van het bedrag werd uitbetaald bij oplevering. En dan was hij er nog niet, want na het ophalen (dat vergt al gauw een reis van acht uur heen en acht uur terug) moest het nog in passende kistjes gereed gemaakt worden voor verzending. Mijn indruk is dat Hein in die tijd een stel autobanden en een paar schoenzolen heeft versleten.

Hein Verbree werkt nu bij die stage plaats, Karibu African Art, in de Folkingestraat. Als u er langs gaat – en dat is wel leuk - kunt u zien wat er zoal handgemaakt wordt, want dat is veel en véél meer (en niet alleen gemaakt van hout of speksteen) dan hier boven genoemd is.

Karel Drabe