|
Met
name zijn initiatieven en prestaties gedurende zijn stage in Kenia, waar
hij een lokaal netwerk in Keniaanse kunst heeft opgezet, waren erg
opgevallen.
Het lijkt me duidelijk dat dit klinkt als een klok, en verder weinig
toelichting behoeft, behalve dan - wat mij betreft - de kunsthandel in
Kenia. Ik weet niet hoe het u vergaat als u zoiets leest, maar Kenia is
bij mijn weten een straatarm land, en "kunsthandel in Kenia"
komt bij mij over in de trant van bijvoorbeeld "bananenhandel op de
zuidpool". Er is geen enkele reden om eraan te twijfelen, maar bij
mij wil dan maar niet een lichtje gaan branden of enig begrip dagen.
Nu is Kenia ver weg, maar Hein Verbree (zoon van de familie Verbree aan de
Dorpsweg - er zijn weer jonge poezen zag ik op het bord aan hun oprit) is
een stuk dichter bij de hand, en het leek me aardig om naar aanleiding van
die prijs eens wat meer te weten te komen over die raadselachtige
(groot)handel in kunst in Kenia.
Stages
In de driejarige opleiding is elk jaar een ruime stageperiode van tien
weken. In het tweede jaar liep Hein stage bij Karibu African Art, een
winkel/groothandel in Afrikaanse kunst in de Folkingestraat. De eigenaar
en Keniaanse echtgenote betrekken sinds ongeveer tien jaar kunst en
kunstnijverheid uit Kenia en omringende landen. In het tweede jaar was de
stage voornamelijk in München, omdat daar jaarlijks een grote
internationale beurs wordt gehouden op dat gebied. Echter, in het derde
jaar was de stage bij een tussenhandelaar in Kenia. Dat is overigens een
bijzondere stagelocatie.
In Kenia heeft Hein vrij veel foto's gemaakt, en met wat hij erbij
vertelde begon het dan eindelijk bij mij te leven. Ik herinner me een foto
van een hellinkje met wat gras erop, waar - zo op het eerste gezicht -
echt heel weinig over te vertellen valt. Maar er is wel degelijk wat aan
de hand met dat hellinkje ergens in het noorden van Kenia, want onder dat
gras zit speksteen. Dat is een grappig soort witte steen die wat vettig
aanvoelt. Het is enigszins te vergelijken met droge zeep – dat voelt ook
een beetje glibberig (de steen heet in het Engels dan ook zeepsteen). De
steen wordt met de hand uitgehakt en daarna wordt er thuis van alles van
gemaakt. Bijvoorbeeld kaarsenstandaards, schaakstukken, asbakken, schalen,
borden ... maar ook een olifant (in 't klein natuurlijk) of een
gestileerde vogel. Kortom, kunst en kunstnijverheid, waarbij ik maar aan
de lezer overlaat waar kunst eindigt en kunstnijverheid begint.
Het uithakken en bewerken wordt veelal door de man gedaan; de echtgenote
neemt de allerlaatste afwerking (het polijsten) voor haar rekening.
Behalve speksteen wordt er ook hout bewerkt; in die streek is het vooral
olijfhout. Dat worden dan houtsnijwerkjes, zoals slalepels, speelgoed,
enz.
Voor het ebbenhouten snijwerk moet een mens volgens Hein naar de kust. Ook
daar kwam hij in contact met de makers, en zo is het hem gelukt een
netwerk van leveranciers te vinden waar ook daadwerkelijk van werd
gekocht. Het is misschien een beetje te vergelijken met het idee achter de
Max Havelaar koffie: er wordt zonder tussenpersonen direct van de maker
gekocht.
Het is mij inmiddels duidelijk geworden dat het allemaal handwerk is en
dat de kunstukjes gewoon thuis en vaak door de hele familie worden
gemaakt. Sommige van die werkjes zijn echt heel bewerkelijk. Het doet mij
denken aan wat ik ooit eens hoorde over het maken van een sarong in
Indonesië, want uit dat land ken ik de spullen wat beter (een sarong is
een doek, die door de vrouwen om zich heen wordt gewikkeld). In de tijd
dat het technisch niet mogelijk was om een katoentje in een fabriek te
bedrukken, werd de stof uitgespreid en met was ingesmeerd. Met een naald
werd dan een patroon uitgegraveerd, waarna de vrijliggende stof werd
behandeld met een kleurstof. En dit werd elke keer voor een andere kleur
of ander patroon herhaald. Het vergt veel oefening en geduld, en het
resultaat kan schitterend zijn, ook omdat het de onregelmatigheden heeft
van handwerk. Het laat zich raden wat zulk handwerk anno nu zou kosten als
dat in Nederland werd gedaan.
Duidelijk zal zijn dat Hein op zoek was naar handwerk; en voor een klein
gedeelte was het mogelijk dit direct bij de families aan te kopen. Voor
het overige moest dat op bestelling, waarbij de helft werd aanbetaald en
de rest van het bedrag werd uitbetaald bij oplevering. En dan was hij er
nog niet, want na het ophalen (dat vergt al gauw een reis van acht uur
heen en acht uur terug) moest het nog in passende kistjes gereed gemaakt
worden voor verzending. Mijn indruk is dat Hein in die tijd een stel
autobanden en een paar schoenzolen heeft versleten.
Hein Verbree werkt nu bij die stage plaats, Karibu African Art, in de
Folkingestraat. Als u er langs gaat – en dat is wel leuk - kunt u zien
wat er zoal handgemaakt wordt, want dat is veel en véél meer (en niet
alleen gemaakt van hout of speksteen) dan hier boven genoemd is.
Karel
Drabe |