Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

30e jaargang januari 2005
 

Denken en doen
 

Schaken is een bordspel voor twee personen, waarbij de ene speler met wit speelt en de ander met zwart. Aan het begin van het spel hebben beide spelers zestien stukken: één koning, één dame, twee torens, twee lopers, twee paarden en acht pionnen. Heel veel mensen denken waarom is schaken eigenlijk een sport. Het antwoord hier op is heel gemakkelijk. Hardlopen doe je met je benen, schaken met je hersenen. De verbinding met het voetbal is in dit licht bezien dan ook wel een beetje logisch.
 

In ieder geval wel voor Gerard Sewüster. Hij is elke woensdagmiddag in de weer met de basisschooljeugd.
Vanaf groep drie kunnen de kinderen schaak of damles krijgen in De Til; na anderhalf uur min of meer stilzitten worden de pionnen in de dozen opgeborgen en worden de voetbalschoenen aangetrokken.

  

 

 

Gerard Sewuster en Michiel Ritsema bekijken het “schaakhuiswerk”. (Foto: Wolter Karsijns)
 

De kinderen verwisselen het schaakbord voor het groene gras op het sportveldje of, in de winterperiode, voor de gymzaal in Garmerwolde. Gerard woont alweer een jaar of dertien in Thesinge. Samen met Klazien, zoon Robbin (8) en dochter Anniek (6) bewoont hij het huis met de serre op de hoek van de Kerkstraat. Sinds de geboorte van de kinderen werken Gerard en Klazien elk wat minder dagen per week bij de IBG groep in Groningen.”Een bewuste keuze. Zo heb ik twee dagen per week, op de woensdag en de vrijdag, wat meer tijd voor mijn kinderen. En die neem ik dan ook”.

Van huis uit een dammer

“Als kind damde ik vaak met zijn moeder op momenten dat ik me verveelde. Ondanks dat zij het druk had met een gezin van acht kinderen nam ze hiervoor de tijd. Nu dam ik eenmaal per jaar tijdens de Ten Boerster sportrecreade. De Damclub 'Thesinge en Omstreken' organiseert in deze week damwedstrijden. In mijn studententijd maakte ik kennis met het schaakspel. Toen ik van andere ouders van De Til vernam dat de kinderen zich vaak op woensdagmiddag vervelen, kwam bij mij het idee boven om hieraan iets te doen”. Hij gaat activiteiten ontplooien waar hijzelf, en dat is belangrijk voor de motivatie, ook erg veel plezier aan beleeft. In oktober 2003 begint Gerard met het dammen en schaken in De Til. Hij regelt met het team een ruimte, scharrelt wat dam- en schaakmateriaal bij elkaar, stuurt een uitnodiging aan de doelgroep en wacht af. “Ik heb me een starttermijn van acht weken gegeven. Loopt het dan nog niet goed, dan stop ik er weer mee”. De eerste keer komen er drie kinderen. Al gauw breidt zich dit aantal uit tot een vijftiental. Genoeg reden om door te gaan. Inmiddels is er degelijk spelmateriaal aangeschaft dat op de schoolzolder wordt bewaard.


Schaken is niet moeilijk

In eerste instantie kiezen de meeste kinderen voor het damspel, maar na een paar weken vinden ze het schaakspel toch spannender. Het heeft ook wel wat: stukken met namen als koning, dame, torens en hun mooie vormen spreken toch wat meer tot de verbeelding dan de term dambrik. Alle kinderen vanaf groep drie kunnen het leren. Nadat de beginselen zijn bijgebracht leren ze het meeste van zelf doen. Veel partijtjes spelen. Leren van je fouten én van je tegenstander. Natuurlijk hoort er ook theorie bij het spel. Dat brengt Gerard de kinderen bij. De afgelopen herfst heeft een docent van de Stichting SO-ON zes lessen verzorgd. Ook kregen de kinderen toen een theorieboekje. Gerard kon even de kunst afkijken van een “professional”. Hij bemerkte dat hij daar niet veel voor onder deed. “Wat belangrijk is dat de kinderen er plezier in hebben. Talent en inzicht is mooi meegenomen maar motivatie brengt de jonge spelers vanzelf op een bepaald niveau. Het is leuk om te zien dat sommige kinderen voor schooltijd in het klaslokaal naar een schaakbord lopen om samen te schaken. Ze steken elkaar aan. Des te meer je speelt, des te meer mogelijkheden je ontdekt. Zoon Robbin heeft inmiddels opa, Klazien en zusje Anniek schaken geleerd. Opa is amper in beeld of hij wordt door zijn kleinzoon geschaakt voor een partijtje. Je merkt trouwens wel dat kinderen die veel thuis oefenen door partijtjes te spelen tegen hun vader of moeder of tegen de computer zich sneller ontwikkelen dan degenen die het spel maar één keer per week spelen”.
 

Schoolschaken
De al eerder genoemde stichting SO-ON (Schaakontwikkeling en opleiding Noord Nederland) organiseert naast het geven van schaaklessen ook schoolschaakwedstrijden. Vijf kinderen (Jori Noordenbosch, Jaap Bosma, Robbin Sewüster, Nanda Devi vd. Veen en Michiel Ritsema) zijn sinds de kerst druk bezig om zich op deze competitie voor te bereiden.

 

 

 

V.l.n.r.: Jaap Bosma, Michiel Ritsema, Gerard Sewüster, Jori Noordenbosch, Robbin Sewüster en Nanda Devi vd. Veen zijn sinds de kerst druk bezig om zich op de schoolschaakwedstrijden voor te bereiden.(Foto: Wolter Karsijns)
 

“We oefenen ook nog op vrijdagmiddag na schooltijd. De kinderen krijgen huiswerk mee waar ze zo’n anderhalf uur per week mee kwijt zijn. Spelsituaties worden besproken, huiswerk wordt overhoord, redelijk intensief dus. Eind januari is de eerste wedstrijd. Best spannend. Want sommige scholen doen al jaren mee. Wij beginnen nog maar net. Maar misschien winnen we wel en mogen we uiteindelijk meedoen aan de Nederlandse Kampioenschappen in Nijmegen!” glundert Gerard. Altijd positief blijven toch?

Van schaakmat naar de groene wei

Op dit moment besteedt een bekende zorgverzekeraar veel aandacht aan “bewegen”. Het is belangrijk dat mensen, ook kinderen, in beweging komen en niet voor het beeldscherm van de TV of PC blijven hangen. Zo komen we op de tweede activiteit waarmee Gerard zichzelf en de kinderen bezighoudt. Voetballen. “Toen zoon Robbin op voetbal ging werd ik al snel daarna benaderd door GEO of ik jeugdleider wilde worden. Veel plezier hadden mijn team en ik niet aan de eerste wedstrijden. Verliezen met 20-0; 24-1 is niks aan. Net zoals bij schaken is bij voetbal veel oefenen erg belangrijk. Dus wat doe je op de woensdagmiddag na schaakles? Naar het sportveldje. Je doet wat schietoefeningen, gaat hardlopen, geeft wat tactische tips en splitst de schooljeugd in vier groepen. Ingedeeld naar leeftijd. Want die grote jongens van tien zijn natuurlijk geen partij voor de kinderen van zes jaar. En dan maar spelen. Lekker bewegen en intussen wat voetbalervaring en spelvreugde opdoen. Je mag altijd meedoen, zelfs op laarzen. Al zijn voetbalschoenen wat handiger op het soms gladde grasveld”. Het oefenen heeft resultaat. “Bijna alle jongens zijn mede hierdoor lid geworden van GEO. De meiden laten het er wat bij zitten. Ook in de voetbalcompetitie kan het F-team zich inmiddels beter weren. In de winterperiode geef ik training in de gymzaal van Garmerwolde voor alleen het F-team. Maar zo gauw het weer het toelaat gaan we met zijn allen weer naar buiten en gaat de Thesinger jeugd weer in beweging op het sportveldje”.

Subsidie

Iets organiseren kost geld. Voor schaken en dammen zijn borden, schaakstukken en dambrikken nodig. Bij voetbal zijn ballen en een paar doelnetten onontbeerlijk. Daarvoor heeft Gerard subsidie aangevraagd bij Dorpsbelangen Thesinge. Nooit geschoten is altijd mis was daarbij de gedachte. Tot Gerards verbazing en verrassing werd de subsidieaanvraag gehonoreerd. Mij (RKS) verbaast het niets. Waar vindt je nog zo’n enthousiasteling die zich elke woensdagmiddag vrijwillig inzet voor de dorpsjeugd. Die dit bovendien allemaal in zijn eentje organiseert en uitvoert? Dat verdient ondersteuning van het dorp, want je geeft de kinderen iets mee. Schaken verleer je nooit en van bewegen wordt je fit. Samen spelen is pas fijn, vooral als dat gebeurt onder begeleiding van een stimulerende ouder. Gerard verwacht met deze activiteiten door te gaan zolang zijn kinderen nog op de basisschool zitten. Daarna ziet hij wel weer. In de tussentijd: spelen maar!

Roelie Karsijns-Schievink