Het
verlies van zijn vrouw is een grote klap voor hem geweest, maar hij is
vastberaden om tenminste honderd te worden.
' Het verlies van mijn vrouw, was niet alleen het verlies van een goede
levenspartner, maar ook van iemand die mee dacht over de
bedrijfsvoering. Voor haar trouwen was zij vele jaren presidente van de
Plattelandsvrouwen in HoogKeppel. Toen ze weg was had ik geen enkele
ervaring met wat er bij het aanrecht allemaal moest gebeuren.
Maar in bepaalde dingen
ben ik weer sterker geworden.'
Pelleboer is geboren op 24 juli 1924
in de
wijdse polder
Mastenbroek,
uit een
boerengeslacht.
Vader en moeder hadden vier jongens en twee meisjes, allen voorbestemd
voor het boerenleven. En zoals gebruikelijk was in die tijd, werkten de
kinderen al gauw mee op de boerderij, waar pa en ma een veertigtal
koeien hadden. 'Met een jaar of twaalf, dertien, ging je melken, en dan
liep je met het juk door het land met veertig liter melk. En toen wij
volwassen werden, gingen de werknemers weg en namen wij het werk over.
Het hoorde er gewoon bij, je werd boer en dat wist je. Bij ons was 99
procent van de mensen boer, dus je dacht er niet zo over na dat je iets
anders zou kunnen gaan doen.'
In 1956 trouwde Pelleboer
en ging hij met zijn vrouw bij Hasselt wonen, waar ze een van de eersten
waren om een nieuwe boerderij te beginnen op het nieuw ingepolderde
land, met tweeëntwintig koeien en een melkmachine. 'Het was moeilijk
want er viel weinig uit het land (het waren veenweiden) te halen. Zeven
natte jaren
deden ons
besluiten om het in Groningen te zoeken.' En zo trok het echtpaar
naar Middelstum, waar ze meer succes hadden. Ze zijn er 26 jaar
gebleven, en de laatste van hun vier kinderen werd hier geboren. In
Middelstum bestierde Pelleboer het bedrijf op zijn eigen manier, die net
even anders was. Zo had hij als een van de weinigen een eenmansbedrijf
en hield hij zich als een van de eersten bezig met mechanisatie. 'Maar
het hebben van een eenmansbedrijf heeft ook zo z'n nadelen: je staat er
wel alleen voor. Toen ik in 1974 onderuit ging, tja, ik weet ook niet
precies wat er aan de hand was, moest het bedrijf wél door. We zaten
midden in de verbouwing van de melkstal, en mijn kinderen hebben het
afgemaakt. Ik heb ze alles geleerd. Met z'n vieren, de jongste was toen
negen jaar, hebben ze in zes weken, in de schoolvakantie, een nieuwe
melkstal en een melklokaal opgebouwd. En zo heb ik mijn kinderen geleerd
om zelfstandig te werken en aan te pakken, en daar hebben ze nu nog
profijt van.'
Toen de kinderen de deur uit gingen heeft Pelleboer zijn boerderij in
Middelstum verkocht en verhuisde het echtpaar in 1989 naar Garmerwolde.
Daar stapte hij over op akkerbouw. 'We verbouwden koolzaad, bieten en
gerst, en vijf jaar aardappels. Maar naast de vette jaren waren er ook
magere, en op een gegeven moment besloot ik het land te verhuren voor de
maïsteelt.'
Ondanks dat Pelleboer voorbestemd was om boer te worden, is er nog iets
anders dat zijn leven voor een belangrijk deel inhoud gegeven heeft.
Hoewel hij ook hier niet zelf voor gekozen heeft, is het orgelspelen een
grote passie voor hem geworden. 'Mijn broer had orgelles en die ging 's
avonds studeren. Ik lag dan in de beddenkast, ik zag het licht van de
olielamp, dan kneep ik mijn ogen zo dicht dat ik de lichtstralen zag, en
ik vond het geweldig! Toen mijn broer in dienst ging, zei mijn vader:
"Nu ga jij het leren", dat was een bevel!' Het harmonium dat hij thuis
bespeelde had geen pedaal, maar hij wilde dat wel graag, dus bouwde hij
er zelf een, met allerlei onderdelen zoals vliegertouw. In Staphorst
werd het harmonium cadeau gedaan aan de gemeente van Hasselt, waar een
loods stond die als noodkerk dienst deed omdat de Stefanuskerk
gerestaureerd werd. 'Helaas is hij daar met de loods verbrand, hij is
met het vuur ten hemel gestegen. En ik heb hem zalig verklaard', grapt
Pelleboer. 'Ik heb ook een idool, dat is Feike Asma, die in de oorlog in
Elburg concerten gaf. Daar ging een wereld voor ons open!'
In Middelstum
bespeelde Pelleboer vijfentwintig jaar lang het kerkorgel. Maar toen hij
vijfenzeventig werd vond hij het tijd om ermee te stoppen. 'Je moet
ophouden als je nog goed bent, om jezelf te beschermen. Ik had daar al
die jaren met veel genoegen gespeeld, maar
als je
niet meer hoeft dan gaat je spel achteruit.
Toen ben ik weer harmonium gaan spelen, en toen het zich voordeed heb ik
dit instrument gekocht.' Hierbij doelt Pelleboer op het enorme orgel dat
in de woonkamer van de boerderij staat en waar hij graag een registertje
of twintig van opentrekt. De liefde voor het orgelspelen zit diep bij
Pelleboer. Voor zijn eigen genoegen speelt hij iedere zondag buiten de
dienst om op het orgel van de kerk in Garmerwolde. Ook zet hij zich in
voor de restauratie van het orgel. 'Het is goed voor Van Oeckelen (zo
heet het orgel) en het is goed voor mij. Het orgel speelt zwaar, maar ik
wil het blijven bespelen.'
Sabine Hoes