Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde Thesinge en omstreken

36e jaargang maart 2011
 


'Het is goed voor Van Oeckelen en het is goed voor mij'
 

G.J. (Jan) Pelleboer is een bekende verschijning in Garmerwolde. Een groot deel van het land dat tussen het dorp en de stad Groningen ligt behoort tot zijn bedrijf, maar het eind van de akker verdwijnt vandaag in de mist. Hij mag er graag naar kijken vanuit zijn karakteristieke oude boerderij, die stamt uit het einde van de 19e eeuw. Met zijn zesentachtig jaar is hij nog altijd kerngezond, iets waar hij zeer bewust mee bezig is. Zijn geheim: visolie, olijfolie en zo weinig mogelijk dierlijke vetten.
 

Daarbij probeert hij elke dag een uurtje zijn dagelijkse rondje te fietsen, om lichamelijk fit te blijven. 'Je moet conditie houden, afharden. Als je een kamerplantje wordt, heb je geen weerstand.'

 

 
   

De heer Pelleboer speelt iedere zondagmiddag op het kerkorgel. (Foto: Magriet de Haan)

Het verlies van zijn vrouw is een grote klap voor hem geweest, maar hij is vastberaden om tenminste honderd te worden.
' Het verlies van mijn vrouw, was niet alleen het verlies van een goede levenspartner, maar ook van iemand die mee dacht over de bedrijfsvoering. Voor haar trouwen was zij vele jaren presidente van de Plattelandsvrouwen in HoogKeppel. Toen ze weg was had ik geen enkele ervaring met wat er bij het aanrecht allemaal moest gebeuren.
Maar in bepaalde dingen ben ik weer sterker geworden.'
Pelleboer is geboren op 24 juli 1924
in de wijdse polder Mastenbroek, uit een boerengeslacht. Vader en moeder hadden vier jongens en twee meisjes, allen voorbestemd voor het boerenleven. En zoals gebruikelijk was in die tijd, werkten de kinderen al gauw mee op de boerderij, waar pa en ma een veertigtal koeien hadden. 'Met een jaar of twaalf, dertien, ging je melken, en dan liep je met het juk door het land met veertig liter melk. En toen wij volwassen werden, gingen de werknemers weg en namen wij het werk over. Het hoorde er gewoon bij, je werd boer en dat wist je. Bij ons was 99 procent van de mensen boer, dus je dacht er niet zo over na dat je iets anders zou kunnen gaan doen.'
In 1956 trouwde Pelleboer en ging hij met zijn vrouw bij Hasselt wonen, waar ze een van de eersten waren om een nieuwe boerderij te beginnen op het nieuw ingepolderde land, met tweeŽntwintig koeien en een melkmachine. 'Het was moeilijk want er viel weinig uit het land (het waren veenweiden) te halen. Zeven natte jaren deden ons besluiten om het in Groningen te zoeken.' En zo trok het echtpaar naar Middelstum, waar ze meer succes hadden. Ze zijn er 26 jaar gebleven, en de laatste van hun vier kinderen werd hier geboren. In Middelstum bestierde Pelleboer het bedrijf op zijn eigen manier, die net even anders was. Zo had hij als een van de weinigen een eenmansbedrijf en hield hij zich als een van de eersten bezig met mechanisatie. 'Maar het hebben van een eenmansbedrijf heeft ook zo z'n nadelen: je staat er wel alleen voor. Toen ik in 1974 onderuit ging, tja, ik weet ook niet precies wat er aan de hand was, moest het bedrijf wťl door. We zaten midden in de verbouwing van de melkstal, en mijn kinderen hebben het afgemaakt. Ik heb ze alles geleerd. Met z'n vieren, de jongste was toen negen jaar, hebben ze in zes weken, in de schoolvakantie, een nieuwe melkstal en een melklokaal opgebouwd. En zo heb ik mijn kinderen geleerd om zelfstandig te werken en aan te pakken, en daar hebben ze nu nog profijt van.'
Toen de kinderen de deur uit gingen heeft Pelleboer zijn boerderij in Middelstum verkocht en verhuisde het echtpaar in 1989 naar Garmerwolde. Daar stapte hij over op akkerbouw. 'We verbouwden koolzaad, bieten en gerst, en vijf jaar aardappels. Maar naast de vette jaren waren er ook magere, en op een gegeven moment besloot ik het land te verhuren voor de maÔsteelt.'
Ondanks dat Pelleboer voorbestemd was om boer te worden, is er nog iets anders dat zijn leven voor een belangrijk deel inhoud gegeven heeft. Hoewel hij ook hier niet zelf voor gekozen heeft, is het orgelspelen een grote passie voor hem geworden. 'Mijn broer had orgelles en die ging 's avonds studeren. Ik lag dan in de beddenkast, ik zag het licht van de olielamp, dan kneep ik mijn ogen zo dicht dat ik de lichtstralen zag, en ik vond het geweldig! Toen mijn broer in dienst ging, zei mijn vader: "Nu ga jij het leren", dat was een bevel!' Het harmonium dat hij thuis bespeelde had geen pedaal, maar hij wilde dat wel graag, dus bouwde hij er zelf een, met allerlei onderdelen zoals vliegertouw. In Staphorst werd het harmonium cadeau gedaan aan de gemeente van Hasselt, waar een loods stond die als noodkerk dienst deed omdat de Stefanuskerk gerestaureerd werd. 'Helaas is hij daar met de loods verbrand, hij is met het vuur ten hemel gestegen. En ik heb hem zalig verklaard', grapt Pelleboer. 'Ik heb ook een idool, dat is Feike Asma, die in de oorlog in Elburg concerten gaf. Daar ging een wereld voor ons open!'

In Middelstum bespeelde Pelleboer vijfentwintig jaar lang het kerkorgel. Maar toen hij vijfenzeventig werd vond hij het tijd om ermee te stoppen. 'Je moet ophouden als je nog goed bent, om jezelf te beschermen. Ik had daar al die jaren met veel genoegen gespeeld, maar als je niet meer hoeft dan gaat je spel achteruit. Toen ben ik weer harmonium gaan spelen, en toen het zich voordeed heb ik dit instrument gekocht.' Hierbij doelt Pelleboer op het enorme orgel dat in de woonkamer van de boerderij staat en waar hij graag een registertje of twintig van opentrekt. De liefde voor het orgelspelen zit diep bij Pelleboer. Voor zijn eigen genoegen speelt hij iedere zondag buiten de dienst om op het orgel van de kerk in Garmerwolde. Ook zet hij zich in voor de restauratie van het orgel. 'Het is goed voor Van Oeckelen (zo heet het orgel) en het is goed voor mij. Het orgel speelt zwaar, maar ik wil het blijven bespelen.'

Sabine Hoes