G&T2013

Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde, Thesinge en omstreken

43e jaargang - juli 2017

Jagers

Beheren, beschermen, benutten

 

201707a

Aart en Gerrit Hofman met hun honden Jottem en Guus(foto Freek Mandema)


De broers Gerrit en Aart Holtman zijn jagers in de omgeving van Thesinge. Dat woord, jager, wil nog wel eens een wat negatief beeld oproepen bij mensen. Toch blijkt in een open gesprek met de twee broers dat hun doelen niet veel anders zijn dan die van andere natuurliefhebbers. Het woord plezierjacht is voor hen dan ook uit den boze! 'Een plezierjacht ligt in de haven!'

De basis van de jacht is voor hen dat het landschap in Nederland en zo ook de platte Groninger klei geen natuur-, maar een cultuurlandschap is. Dat wil niet zeggen dat het geen natuurwaarde heeft. Wat zij bedoelen is dat de mens een verantwoordelijkheid heeft om het cultuurlandschap te beheren en daarmee dus ook de natuurwaarde te behouden.
Gerrit: 'Als je niets doet ontstaat er een monocultuur van vos, kraai en meeuw, dus dieren die geen natuurlijke vijanden hebben.' Het beheren van de fauna, en daarmee het behouden van de diversiteit ervan, zien zij dan ook als een van de drie kerntaken van een jager. 'We hebben het bij de jacht over de drie B’s: beheren, beschermen, benutten.'

Beheren
Met beheren wordt bedoeld dat er zowel binnen als tussen soorten een goede balans wordt gecreëerd. Voor dat evenwicht in het geheel moeten individuen soms wijken. Gerrit geeft als voorbeeld de fazant. Fazanten zijn polygame vogels, wat betekent dat één mannetje met meerdere vrouwtjes paart. Als er te veel mannetjes zijn, dan gaat dit een probleem vormen voor de vrouwtjes, die dan te weinig rust krijgen, wat een negatieve invloed heeft op hun overleving. Het is daarom belangrijk dat er op een groep van zo’n vijf vrouwtjesfazanten één mannetje is. Toen het vroeger nog goed ging met de fazant kon het daarom helpen om een overschot aan mannetjes te schieten, zodat de vrouwtjes optimaal jongen konden grootbrengen. Bij de jacht op fazanten zien Gerrit en Aart het dan ook als not done om vrouwtjes te schieten. Beide benadrukken onafhankelijk van elkaar dat noch zijzelf, noch hun vader, in het verleden ooit een fazantenvrouwtje hebben geschoten.
Gerrit en Aart zien echter ook dat het momenteel niet zo goed gaat met de fazantenstand. Voor hen een reden om voorlopig te stoppen met de jacht op fazanten. In ieder geval totdat de aantallen weer omhoog gaan en er weer te veel mannetjes zijn. Op de vraag of zij denken dat door het stoppen met jagen de stand omhoog zal gaan zijn zij duidelijk: nee. 'Bij het beheren schieten we wat ons inziens noodzakelijk is. Als er weinig dieren van een soort zijn, dan hebben wij er geen enkel belang bij om de laatste dieren te schieten.'
De achteruitgang van fazanten en andere soorten wijten zij vooral aan de schaalvergroting in de landbouw, waardoor de variatie aan gewassen op een oppervlak kleiner is geworden en allerlei kleinschalige landschappelijke elementen, zoals rietsloten, wegvallen.

Beschermen
Het gebied rond Thesinge is geen natuurgebied. Boeren zijn er actief en soms vormen bepaalde dieren een probleem voor hun bedrijfsvoering. Gerrit geeft als voorbeeld de houtduif. Houtduiven verzamelen zich soms in groten getale in een korenveld. Dat ze daarbij eventueel een deel van het gewas eten is vervelend. Wat een nog groter probleem vormt is de poep die zij achterlaten. Houtduiven kunnen drager zijn van salmonella. Boeren hebben de plicht om te zorgen voor voedselveiligheid. Als een grote groep houtduiven heeft zitten poepen in en op een gewas, dan bestaat er kans op salmonellabesmetting en is een boer strafbaar als hij dat gewas verkoopt.
Gerrit: 'Ik heb gehoord dat er een maximum gevangenisstraf van twee jaar op staat.' Voor een boer kan dit in de praktijk betekenen dat als een groep houtduiven op zijn gewas heeft gezeten, hij dat gewas kan vernietigen, met alle economische schade van dien. Een jager kan door het verminderen van de houtduivenpopulatie en het daarbij komende afschrikkende effect een bijdrage leveren aan het beschermen van gewassen.
Onder beschermen valt voor Gerrit en Aart ook het beschermen van allerlei op de grond broedende vogels tegen vossen. Zonder de jacht op vossen zijn zij er van overtuigd dat er na enkele jaren geen weidevogel meer over is. Voor Gerrit is het positieve effect van jacht op de diversiteit uit ervaring overduidelijk. Hij vertelt dat er in het verleden werd gedacht dat er geen vossen in de omgeving van Thesinge waren. Op een bepaald moment viel het echter op dat er relatief weinig hazen waren, terwijl zij bij een eerdere jacht nog heel veel hazen hadden gezien. Toen was de eerste gedachte nog dat er misschien wel gestroopt werd. Een boer overtuigde hen er echter van dat het door vossen kwam. Daarop hebben Gerrit en Aart toch een kunstbouw (een aangelegd vossenhol) gemaakt en troffen daar met enige verbazing twee vossen in aan die zij hebben geschoten. Gerrit: 'Een week later was het effect onmiskenbaar. Het leek alsof er weer rust was in het hele veld. Het gedrag van de dieren was anders en we zagen ineens weer veel meer wild.'
Overigens wil dat niet zeggen dat alle vossen uitgeroeid moeten worden, het gaat om het verkrijgen van de juiste balans. Aart: 'De laatste vos hoeft van mij niet dood.'

201707b

In tegenstelling tot de jager(s)toont deze haas zich voor de fotograaf
geen angsthaas (foto Koos van de Belt)


Benutten
'Stel je voor dat je een appelboom achter in je tuin hebt staan. Elk jaar eet je heerlijk het fruit dat deze boom levert. Hazen, bijvoorbeeld, zijn het fruit van het veld en dat fruit is lekker.' Dat betekent niet dat Gerrit en Aart altijd de laatste haas zullen schieten om op te eten. 'Je moet als een goed rentmeester omgaan met je veld. Een boer wil ook wild zien op zijn land en accepteert het niet als je zomaar alles schiet. Tegelijkertijd is het wild dat je schiet het meest biologische vlees dat je maar kan krijgen. Dit besef lijkt langzaam door te dringen bij het grotere publiek.'

(Voor)oordelen over de jacht
Gerrit: 'Het merendeel van de jagers jaagt netjes.' Aart: 'Binnen elke beroepsgroep zijn er rotte appels, dat is bij de jagers niet anders.' Hoe er daadwerkelijk gejaagd wordt blijkt echter niet het beeld van de jacht bij het publiek te bepalen.
Gerrit: 'Wat wij als jagers goed doen is passen op het veld. Wat wij niet goed hebben gedaan is de communicatie met de burger opzoeken.' Het blijkt belangrijk om uit te leggen waarom er gejaagd wordt en wat de effecten er van zijn. Gerrit: 'Mijn vrouw was een stadsmeisje toen ik haar leerde kennen. Toen zij voor het eerst mee ging op jacht vond ze het zielig. Nu kan zij als geen ander het nut en de noodzaak van de jacht uitleggen.'
Ook vanuit de hoek van de vogelbescherming komt er wel eens kritiek op de jacht. Met name verstoring door honden en het opjagen van wild in wintervoedselvelden wordt als een slechte zaak gezien. Hoewel Gerrit zich het gevoel voor kan stellen, moet hij een beetje lachen om de mate van verstoring die de jacht, zoals zij hier mee bezig zijn, in de winter oplevert. 'In de winter jagen wij bijna niet, we komen één keer kijken en we gaan één keer jagen en in de akkerranden schieten we sowieso niet. Vogeltellers komen in het najaar ook drie maal om te tellen. Het verstorende effect daarvan is minimaal.' Het probleem van honden begrijpen Gerrit en Aart echter heel goed. Zelf hebben zij honden mee voor het apporteren. De honden kunnen zeer snel bij een geschoten dier zijn en brengen het vervolgens naar de baas. Mocht het dier nu nog niet dood zijn, dan kan de jager het geschoten dier zo snel mogelijk uit zijn lijden verlossen. De honden zelf zijn getraind om het dier niet te doden. Zolang de honden niet apporteren, lopen ze aan de lijn. Gerrit wil iedereen die met zijn hond wandelt oproepen om dat ook te doen. Honden die dagelijks vrij door een veld rennen kunnen een groot probleem vormen voor hazen, vogels en reeën die zich in het veld verschuilen.

Ontwikkelingen
Gedurende het hele gesprek benadrukken Gerrit en Aart steeds met hoeveel zorgvuldigheid zij bezig zijn met de jacht. 'Aan elke daadwerkelijke jacht gaat een of meerdere keren kijken vooraf.' Ze proberen steeds alleen dat te schieten wat kan en zorgen dat ze voldoende informatie verzamelen om een onderbouwde keuze te kunnen maken. 'Bij twijfel schieten we niet.'
Ook zorgen ze dat ze actie ondernemen als ze iets zien wat niet goed is voor het wild. Zo viel het hen op dat er in hun gebied een aantal brede vaarten waren met relatief steile kanten. Ze hadden gezien dat reeën niet uit deze vaarten konden komen en daar verdronken. Daarom hebben ze contact opgenomen met het waterschap, zodat er uiteindelijk meerdere fauna-uittredeplaatsen (FUP) zijn aangebracht.
Een andere ontwikkeling in de jacht is een administratieve. Gerrit en Aart noteerden altijd al exact wat zij schoten. Sinds dit jaar is het verplicht dat dergelijke gegevens worden verzameld en vastgelegd in het Fauna Registratie Systeem (FRS). Deze registratie biedt veel betere mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek en monitoring van de jacht.

Communicatie
Al met al is het duidelijk dat Gerrit en Aart een binding hebben en voelen met het gebied waar zij zijn geboren en al meer dan 50 jaar komen jagen. Daarbij gaat het hen niet alleen om het schieten van dieren, het zijn in het veld en kijken naar wat er gebeurt is een minstens zo belangrijke factor voor ze. Over de jacht zal niettemin waarschijnlijk discussie blijven bestaan.
Belangrijk lijkt het om in het oog te houden dat het doel van de jager en de natuurbeschermer vaak hetzelfde is. 'Daar zouden we meer mee moeten doen!' Communicatie lijkt een van de belangrijkste dingen om met alle betrokkenen samen te zorgen dat de faunadiversiteit hoog blijft, zodat iedereen kan genieten van wild op het Groninger land.

Freek Mandema