G&T2013

Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde, Thesinge en omstreken

44e jaargang - april 2018

 

Zestig jaar huwelijk

‘Het was geen end, het was zo voorbij’

201804a

Meentje Schaaphok en Kees Jansen (foto Andries Hof)

 

Het is 1958. De EEG wordt opgericht, de eerste aflevering van Pipo de Clown komt op de tv, Van Doorne's Automobielfabriek (DAF) presenteert op de RAI de DAF 600. En op 28 maart van dat jaar trouwen Meenje Schaaphok en Kees Jansen. Sinds die stormachtige dag in maart, waarop de bruidegom zijn bruid ophaalde om naar het gemeentehuis in Hoogezand te gaan, zijn er zestig jaar verstreken. Een heel end, zegt Kees. Maar beiden zijn het erover eens: ‘Het was geen end, het was zo voorbij.’

Hoe het begon
Kees en Meenje wonen nu aan de Hildebrandstraat in Garmerwolde. Maar hun verhaal begint in Ruischerbrug. Daar woonde Meenje met haar ouders. Haar vader was er brugwachter. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er zo’n dertien bruggen over het Eemskanaal en elke brug had een eigen brugwachter, die er in een huisje bij woonde. Haar vader begon bij de brug in Appingedam, en schoof in de loop der jaren steeds verderop in de richting van de stad.
Als Meenje een jaar of achttien is, wordt ze ernstig ziek. De huisarts, dokter Anderson, constateert een buikvliesontsteking. Ze moet naar het ziekenhuis in de stad. Op zekere dag vraagt haar vader aan een jonge boderijder van een transportbedrijf in Harkstede of hij de moeder van Meenje wel mee wil nemen naar de stad, zodat ze haar dochter kan bezoeken. Later, als Meenje thuis herstelt, in een bed voor het raam, zwaait de boderijder wel eens naar haar. Daar blijft het voorlopig bij.
Tot die tweede kerstdag een paar jaar later. In Harkstede is een grote uitspanning, Staalstra: ‘Moderne Speeltuin met vele Electr. Attracties’. Maar ook met een grote danszaal, waar jonge meisjes komen om te dansen, vanuit de omliggende dorpen tot aan Veendam toe. Er is ook een toneelzaal. En daar is Kees, die toen ook al graag op toneel stond, zoals later bij Wester. Er is nog een andere uitgaansgelegenheid in Harkstede, op een steenworpafstand. Daar is Meenje. Toevallig staan ze allebei even buiten. En dan zegt Kees dat Meenje na afloop van het toneel wel even naar Staalstra kan komen. Vanaf die tijd gaan ze vaak samen dansen. Kees brengt Meenje dan achter op de fiets terug naar Ruischerbrug.

De bruiloft
Wat zijn ze nog jong, als ze op die tweede kerstdag ‘wat nader tot elkaar komen’, zoals Meenje het omschrijft. Hij 22, zij 20. Twee jaar later zijn ze verloofd. De trouwerij volgt een aantal jaren later. Kees: ‘Het was de tijd van de grote woningnood, jonge mensen bleven bij hun ouders wonen tot ze een eigen huis kregen. Je betaalde kostgeld aan je ouders, dat vond je heel gewoon. En ongetrouwd samenwonen, dat hoorde niet.’ Blijven werken als je getrouwd was, hoorde ook niet in die tijd. ‘Ik wilde natuurlijk wel graag een eigen huis’, vertelt Meenje. ‘Maar ik had het ook zo naar mijn zin op het kantoor waar ik werkte dat ik soms, achter mijn schrijfmachine, wel eens dacht: ik wil eigenlijk nog wel doorwerken.’ Dat kantoor was een aankoopcentrale van veevoer, granen en kunstmest. Het was gevestigd boven de winkel van Burmann, aan de Grote Markt. Op de dag van de bruiloft kwamen alle collega’s naar de receptie in café Landzicht in Ruischerbrug om het bruidspaar te feliciteren. Een dierbare herinnering, Meenje schiet er nog vol van. Na haar trouwen heeft ze toch nog een tijdje doorgewerkt op het kantoor, om haar opvolger in te werken. En tot hun eerste zoon, Jan, werd geboren.
Stijve mensen daar in Garmerwolde
Inmiddels had Kees in Garmerwolde niet alleen het huis aan de Geweideweg gekocht, maar ook het transportbedrijf dat daar gevestigd was. Veertig jaar woonden ze in dat huis, waar nu nog hun dochter Janet woont. ‘Toen we naar Garmerwolde gingen, zeiden de mensen in Ruischerbrug: Dat zijn stijve mensen daar. Je komt er niet makkelijk tussen’, vertelt Kees. ‘Maar dat was geen probleem. Ik speelde al vanaf mijn 17e, 18e jaar toneel. En in Garmerwolde had je toen twee feesten per jaar: van de muziek en van het toneel, in café de Unie of in café Stol (nu het Dorpshuis). En Meenje was in Garmerwolde geboren en voelde zich daar meteen weer thuis.’
Na veertig jaar verhuisden ze naar Ten Boer, waar ze dertien jaar woonden. Het was een groot huis, en toen Meenje de ziekte Parkinson kreeg, werd het moeilijk. Gelukkig konden ze net op tijd het huis aan de Hildebrandstraat krijgen, gelijkvloers, zonder drempels.

201804b

De huwelijksfoto is op een kussen geborduurd (foto Andries Hof)


Een rustige dag?
Met familie en vrienden vierden ze het zestigjarig huwelijksfeest een paar dagen voor de eigenlijke datum. Op 28 maart zou het een rustige dag worden. Maar toen Kees ’s ochtends de gordijnen opendeed, zag hij dat de vlag uithing. 
En later op de dag kwamen burgemeester De Vries en Freek van der Ploeg van de gemeente met een bos bloemen. ‘Ik moest de burgemeester helpen om de ambtsketen om te doen’, lacht Kees.

Andere tijden
Drie kinderen kregen Kees en Meenje. De oudste zoon, Jan, woont in Zweden. En Johan, de tweede zoon, in Garmerwolde, net als dochter Janet. Vier kleinkinderen hebben ze nu.
De tijden waren anders, zeggen ze terugkijkend. Zeker in de beginjaren. Meenje: ‘Ik weet nog dat we met een groepje vriendinnen bij een van ons koffie dronken. Zij had een wasmachine! En die draaide terwijl zij gewoon rustig zat. Wij deden de was nog in een tobbe, met zo’n wasbord. En altijd op maandag. Het leek me zo geweldig, zo’n wasmachine.’
‘We hadden vroeger wel leidingwater, maar geen waterleiding’, vertelt Kees. Het water werd aan huis gebracht, in een waterkelder opgeslagen, en je moest het zelf oppompen. Als ik mensen nu soms hoor klagen, dan denk ik: waar heb je het over?’
Andere tijden waren het, niet altijd makkelijk. Maar die zestig jaar, ze zouden het zo weer over doen.

Anne Benneker