G&T2013

Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde, Thesinge en omstreken

45e jaargang - december 2019 

Kerstspecial

Liefde voor dieren

 

De os en de ezel in de stal, de schapen in het veld, de vogels in de lucht, door de tijden heen hebben mensen een relatie opgebouwd met dieren. Voor sommige mensen is die relatie zo belangrijk dat je van liefde voor dieren kunt spreken. Dat is dan ook het thema van de Kerstspecial die nu voor u ligt.
Wij zijn met verschillende bewoners, jong en oud, van onze dorpen gaan praten over hun bijzondere liefde voor dieren. Dat kan een koe zijn, een hond of twee ezels, maar ook een muskuseend of een hangbuikzwijn! Verder hebben we een kerstverhaal dat niet echt draait om liefde voor dieren maar waarin een dier wel een hele lieve rol speelt.
We hopen dat u geniet van deze krant én van de jaarlijkse kerstpuzzel, gemaakt door onze eigen Dr B. Denker, die ons dit jaar actief aan het puzzelen zet. Alle mensen die betrokken zijn bij de G&T wensen u fijne feestdagen en een heel gelukkig en gezond 2020!

De redactie


Willemijn en Wammes de muskuseend

201912a

Wammes bleef vanwege zijn afkeer om te zwemmen een eenling.
Of hij uiteindelijk een relatie heeft gekregen zal voor
altijd een vraag blijven. (foto Janna Hofstede)


Willemijn Roggen woont met haar man Jitse aan De Dijk 12 in Thesinge. Hoewel ze thuis geen huisdieren heeft, houdt ze veel van dieren. Ze heeft weleens een egeltje de winter doorgeholpen en sindsdien zijn er egels om haar huis die ze dagelijks voert. Ook deze zomer konden de egels wel wat hulp gebruiken toen de wormen vanwege de droogte diep in de grond zaten. Een aantal jaren geleden hielp zij een muskuseend twee winters door. Zij noemde hem Wammes omdat hij zo waggelde. Zij kregen een speciale band met elkaar.

Het verhaal van Willemijn en Wammes
Veel Thesingers zullen hem nog wel herinneren, de grote muskuseend die ruim anderhalf jaar op het kerkhof van de Kloosterkerk verbleef. Vanaf De Dijk was Wammes goed zichtbaar en Willemijn trok zich zijn lot aan, net als een aantal andere buurtgenoten.
‘Het was een hoopje ellende toen ik hem voor het eerst aantrof. Zijn vleugels waren gekortwiekt. Ik vermoed dat hij was achtergelaten. Eerst dacht ik dat het een oude eend was, maar achteraf bleek het nog een jong beest te zijn,’ vertelt Willemijn. Twee keer per dag bracht ze hem eten. Omdat een muskuseend niet veel in het water verblijft maakte zij op de hoek van het kerkhof waar Wammes altijd zat, een bedje van stro. Als het vroor in de winter probeerde zij hem naar haar huis te lokken maar Wammes was schuw en liet zich niet aanraken. Om hem in de vrieskou warm te houden zette ze elke avond stormlantaarns om hem heen en ook schaaltjes met daarop waxinelichtjes die wel tien uur konden branden. ‘Als je een stenen bloempot met een gat in de bodem over een waxinelichtje zet en ook nog een luciferstokje plaatst tussen de bloempot en het schaaltje voor de trek, dan werkt de poreuze steen van de bloempot als een kachel. Er straalt veel warmte vanaf.’ Zo bleef Wammes lekker warm en bevroren zijn poten niet.

Vliegen!
Willemijn kon de eend vanuit huis goed observeren en zag dat Wammes, toen hij weer wat op krachten kwam, probeerde te vliegen. Hij sprong hoog op van de grafstenen, maar viel steeds weer neer. Soms nam hij een lange aanloop en sloeg in het rond met zijn vleugels maar kwam niet omhoog. Toch veranderde Wammes in anderhalf jaar tijd, door de verzorging en het royale voedselaanbod, in een goed doorvoede eend. Zijn gekortwiekte vleugels werden steeds langer.
En … op een voorjaarsdag lukte het! De vogel was gevlogen. Willemijn merkte het meteen toen zij thuiskwam en zag dat zijn plekje op het kerkhof leeg was. Maar een paar dagen later kwam Wammes terug en wat hij nooit eerder had gedaan, hij kwam bij Willemijn op het erf! Het leek of hij afscheid wilde nemen; een soort dankjewel, hoewel je dat natuurlijk nooit zeker weet bij een dier. Hij bleef nog een paar dagen bij haar huis en vloog op een dag weg en is niet meer teruggekomen. Voor Willemijn was het eerst wel even wennen, maar het was ook goed zo. ‘Een dier moet zijn eigen weg weer vinden. Zo gaat dat nu eenmaal in de natuur’.

Irene Plaatsman 

Hangbuikzwijn Dora

201912b

Dora het hangbuikzwijn is zichtbaar blij met de voederbiet
die Kim voor haar heeft klaargelegd (foto Koos van de Belt)


Fred de Duitse Dog, geit Laura, kippen, konijnen en Dora, het … hangbuikzwijn. Een deel van de tuin van Miranda Swinkels, Jan van der Veen en hun kinderen Bas en Kim aan de Lageweg heeft veel weg van een kinderboerderij. Vooral Miranda heeft een grote liefde voor dieren. En het lukt haar aardig om dat over te brengen op haar kinderen. Die helpen dan ook regelmatig met voeren, eieren rapen en het verschonen van de onderkomens van de dieren.
Een hangbuikzwijn is daarbij een (huis)dier dat je niet zo vaak ziet. Het is een koddig, nieuwsgierig en aaibaar beest, met een eigen wil, vooral zichtbaar als het naast het gebruikelijke menu van gras en brokken wat extra’s te eten krijgt, zoals een lekkernij als voederbiet. Dan kent ze het woord delen niet en trekt ze zich het liefst in haar eigen fraaie onderkomen terug om pas weer naar buiten te komen als het lekkers naar binnen gewerkt is. Maar omdat Miranda er wel voor zorgt dat Dora, net als Bas en Kim, niet teveel snoep krijgt, is het varkentje meestal gewoon buiten te bewonderen.

Koos van de Belt

De geitjes van Hielke Verbree

201912c

Hielke weet waarmee hij zijn geitjes een plezier kan doen
(foto Margriet de Haan)

 

Op de hoek van de Hildebrandstraat lijkt het wel een kinderboerderij. Bij het huis van de familie Verbree vallen de vrolijke geitjes op. Altijd nieuwsgierig en aandacht vragend door op de hokken te springen. Leuk om de familie eens te vragen naar hun liefde voor de geitjes.
Met name Hielke is opgegroeid tussen de dieren, thuis waren veel dieren en opa was veekoopman.
Toen de familie in Garmerwolde kwam wonen zijn er dan ook geitjes voor twee van de zonen gekomen. Waarom geitjes? Geitjes zijn gewoon leuk! Goed voor de kinderen, gezellig voor het gezin en ook voor de buurt. Om die reden is het hok voor het huis gebouwd, want het is toch veel gezelliger als de beestjes vanuit het huis en vanaf de straat goed zichtbaar zijn. Nu is het een leuke, toegankelijke plek. Naast de kinderen en kleinkinderen kunnen de buurt en passanten ook elk jaar genieten van de pasgeboren lammetjes.
Wat erg leuk is: de geitjes herkennen mensen. Ze zien Hielke op de Stadsweg al fietsen en beginnen dan te mekkeren. Als trouwe bezoekster Tessa Visser komt, lopen ze direct op haar af. Daarom heb ik ook Tessa gevraagd wat ze zo leuk vindt aan de geitjes. Ze geniet duidelijk erg van de beestjes. Ze vindt ze erg speels en lief en ze aait ze graag. De geitjes vinden dat ook heel leuk. Tessa vindt met name de kleine geitjes heel leuk en grappig als ze rondspringen.

Marian Baarda

Castor, met gespitste oortjes

201912d

Coby van Huis met haar trouwe viervoeter Castor (foto Henk Tammens)


Zittend aan haar keukentafel ben ik in gesprek met Coby van Huis uit Thesinge. De hond ligt op de bank in de woonkamer en houdt het vrouwtje nauwlettend in de gaten. Coby noemt de naam van haar man Bert die in maart van dit jaar is overleden en de hond spitst zijn oren en komt even later bij haar en legt zijn kop tegen haar aan.

‘Ook onze hond Castor was in diepe rouw na het overlijden van Bert. Ik ben met hem naar de dierenarts geweest en in overleg met hem hebben we besloten hem een maandlang antidepressiva te geven. Dat zorgde ervoor dat zijn matte ogen weer een beetje glans kregen. Een hond die elf jaar met zijn baasje samen is geweest mist zijn maatje. En de band tussen baas en hond was zo ontzettend sterk. In de ziekteperiode van Bert was Castor echt zijn schaduw. Waar Bert ging was de hond ook.’

‘Dankzij lieve familie, vrienden en buren heb ik de draad weer een beetje op kunnen pakken. In de beginperiode liet ik Castor vaak uit omdat het moest. Toch is dit ritme in het bestaan goed voor mij geweest. Als het niet kon was er altijd wel iemand die het van me over wilde nemen. Ik voel me heel rijk met zoveel zorgzame mensen om me heen. Het is vreemd dat het jaar al bijna om is. De tijd gaat nu wat sneller doordat ik sinds oktober fijn werk heb in Zorgcentrum Alegunda Ilberi in Bedum. Vlak na het overlijden van Bert raakte ik mijn baan in Zorgcentrum Bloemhof kwijt. Na 43 jaar werd ik daar boventallig verklaard. Op mijn leeftijd is het een wonder te noemen dat ik maar negen dagen zonder werk heb gezeten. Zeker in deze tijd van het jaar is het goed om onder de mensen te zijn. Ik heb fijne collega’s die heel meelevend zijn.’

‘Tegen de kerstperiode zie ik niet zo heel erg op. Ik ben altijd wel creatief bezig en wil het huis zo gezellig mogelijk maken. Dankzij alle lieve mensen maak ik me over deze dagen geen zorgen. Ik zie veel meer op tegen oud en nieuw. Dit jaar afsluiten en een nieuw jaar beginnen lijkt mij heel lastig.’ Castor heeft geduldig gewacht tot wij uitgepraat zijn. Maar nu komt hij bij haar en moet Coby de jas aan en met hem aan de wandel.

Truus Top-Hettinga

Puk, lief en betrouwbaar

201912e

Puk komt met Berend Plijter over de brug tijdens een van de vele dagelijkse
wandelingetjes (foto Henk Tammens)

Berend Plijter uit Thesinge heeft zijn blonde kortharige labrador overgenomen van een gezin met jonge kinderen. Het was niet erg leuk om de hond, die toen 1 jaar oud was en Puk heet, bij de kinderen weg te halen. Maar het gezin had geen keus en bij Berend kreeg Puk alle liefde en aandacht die een jonge hond verdient. Berend was net met de VUT en ging samen met zijn nichtje Miranda Schuppert direct met Puk naar een trainingscursus. ‘Het is een jachthond en je moet hem wel onder controle hebben als je hem buiten los laat lopen. Puk heeft een lief karakter en is ook betrouwbaar met kinderen. De baby van Miranda ligt op een kleedje op de vloer samen met de hond.’ Op een foto laat Berend zien dat ze dat allebei prachtig vinden. ‘Ik laat Puk meestal uit in Klunder en heb dan mijn verrekijker en fototoestel ook mee. Je ziet daar soms reeën lopen en dan maak ik graag wat foto’s. Van de natuur, vooral in de vroege ochtend, kan ik heel erg genieten. In mijn werk was ik ook graag buiten. De langste tijd heb ik bij de EGD gewerkt als onderhoudsmonteur. Ik werkte op de afdeling hoogspanning en was veel onderweg en buiten. Het was werk met veel vrijheid. In een fabriek of binnen werken is niks voor mij.’

Berend is een geboren Thesinger. Het huis aan de Bakkerstraat waar hij geboren is, staat er niet meer. Evenals het huis in de Luddestraat waar hij opgroeide. Eind jaren zestig werden de huizen aan de Molenweg gebouwd en verhuisde het gezin naar het huis waar Berend nu nog altijd woont. Puk heeft alle dagen de baas bij huis. Hij kijkt toe als de vogels en vissen gevoerd worden. In de tuin staat een volière met kanaries, zebravinken en twee lachduiven en in de woonkamer een groot aquarium met allerlei gekleurde vissen in een omgeving met waterplanten en koraal. Ook de vissen worden goed verzorgd. Twee keer per jaar gaat Puk naar hondentrimster Sandra Kol en ziet hij er weer fris en verzorgd uit. Gelukkig interesseert het knallen met oudjaar Puk helemaal niet. Hij ligt lekker op zijn kleed en laat zich niet storen.

Truus Top-Hettinga 

KERSTVERHAAL

De plotselinge inkeer van Aaid Kriegel

We leven in het jaar 1819. Een tijd van oorlogen, hongersnoden en armoe, maar ook van nieuwigheden als achternamen en papiergeld, beide bedacht door de zojuist verdreven Franse overheersers. We juichten toen de Kozakken hen versloegen bij Nieuweschans en Winschoten en toen windbuil Lodewijk Napoleon vervangen werd door Koning Willem I. Toch, voor ons sloebers maakt het eigenlijk weinig verschil … Maar overmorgen is het kerst!

De avond valt. De laatste zonnestralen schitteren in de sneeuw op de weilanden van het Langelands moeras. Laten we wat steviger doorstappen, want in het donker is het levensgevaarlijk in de zompige graslanden rond Thesinge, Bovenrijge en Garmerwolde. Kijk, daar haasten zich nog anderen over de smalle modderpaden westelijk van de Stadsweg. Het is een kleine, zorgelijk kijkende man met een kind, nu vlak voor ons. De paden hier komen bijna allemaal uit bij Het Verloren Hol, de kroeg van Aaid Kriegel. Net als wij kennen zij de weg. Het ventje tikt op de deur. Klop, klop, klopklopklop. Goed volk.

De deur gaat op een kier en knarst dan helemaal open. We stappen mee naar binnen. Kroegbaas Kriegel staat bij de toog. 'Dat werd tijd,' buldert hij. Hij heet niet echt Aaid Kriegel, zo noemen zijn klanten hem vanwege zijn 'zonnige' karakter. Altijd Boos, betekent het. Eigenlijk heet hij Boelo Schattebout. Die achternaam heeft hij voor de grap bedacht bij de nieuwe Burgerlijke Stand, maar o wee als je hem zo noemt! Kriegel is een bullebak met een lelijk drankhoofd. Nog nooit heeft iemand hem iets aardigs horen zeggen. Toch is het druk. De hele onderwereld van Groningen komt hier samen. Kriegel weet waar er wat te halen valt, heelt al het gestolen goed en kent mannetjes voor de smerigste klusjes. Kriegel helpt je uit de brand, maar schopt je net zo hard terug als je te laat betaalt. Kom je niet over de brug, dan krijg je 's nachts bezoek …

De kroegbaas brengt zijn stinkende mond tot vlak voor het gezicht van de zorgelijke kleine man. 'Nou, wat heb je?' Het kereltje slikt en vermant zich: 'Ik heb vanavond vrij, baas. Ik zou met mijn dochter Eeke naar dokter in Stad lopen. En nou komt Doeko mij toch halen.' Hij legt zijn hand op de schouder van het jongetje. Kriegel staart hen met de armen in de zij aan. 'Vrij? Naar Stad lopen? Hou toch op. Als dat wicht dat kan, mankeert haar niks. Kleine aansteller. Denk je dat mijn vader met mij naar dokter liep? Ha! Schop voor d'r gat moet ze hebben. Vooruit aan het werk. Dat joch hier kan niet alles alleen doen. En vanavond half geld omdat je te laat bent.'
Zien wij daar een klein traantje in de ooghoek van het zorgelijke gezicht?

Kriegel staat alweer bij de toog een kan bier in te schenken voor een van zijn klanten. Een beer van een vent met gescheurd boezeroen en viezige broek. 'Twintig cent, Haico.' gromt Kriegel. De man trekt een briefje van een gulden uit zijn zak en strijkt het glad. Kriegel trekt een grimas. 'Zijn dit centen? Dit frommeltje? Moet ik daar bier voor schenken? Harde munten wil ik. Met papier kan ik de kachel niet laten branden … hoewel …' Hij grist het geld van de bar, maakt er een prop van en gooit die met een boog in het vuur. 'Franse fratsen!' Haico briest, trekt uit zijn broekband een mes en richt de punt op Kriegel, maar die heeft inmiddels een knuppel in zijn handen. Dan pakt Haico de kleine Doeko bij zijn lurven. 'En nou betaal je mij mijn gulden terug!' brult hij, 'of ik neem dat joch mee.' Kriegel lacht vuil. 'Daar worden mijn boodschappen een stuk goedkoper van. Ga je gang.' Het wordt muisstil in de kroeg. Alle ogen flitsen van Kriegel naar Haico naar de doodsbange Doeko. Opeens worden de stilte en de spanning doorbroken door een vinnig, aanhoudend getik op de deur. Onbekend volk.

Achteruitlopend met de knuppel in zijn hand gaat Kriegel naar de deur en trekt hem met een ruk open. Een deftige dame schrijdt binnen en gaat rustig aan de enige lege tafel zitten. Ze wenkt Kriegel met haar wijsvinger en zegt: 'Ga zitten, Boelo.' Kriegel reageert als in trance. Hij lijkt Haico helemaal vergeten. Hij blijft de dame aanstaren terwijl hij tegenover haar gaat zitten. 'Ik weet niet of je mij herkent, maar ik ben buurvrouw Marieke. Je kwam vaak langs als je pijn had, of verdriet, weet je nog?' Nog steeds die starende blik. 'Ik wil je wat laten zien. ' Uit haar tas pakt Marieke een tekening van de tijd dat het leven goed was. Zijn moeder speelt piano en zijn vader lacht vrolijk. Ze pakt snel het volgende plaatje: vader in zijn nette pak en een gek hoedje. En het volgende, en volgende, zo snel dat het lijkt of ze een film van zijn jeugd afspeelt. Van de school, zijn vriendjes, de maaltijden thuis, van de straathond die zijn beste vriend werd, van de kersenbomen in de tuin. Maar dan worden de plaatjes donkerder. Zijn moeder wordt ziek en sterft, zijn vader heeft verdriet en gaat drinken, veel drinken. Hij wordt een norse man, gewelddadig ook, met Boelo als slachtoffer. Hij haalt hem van school, vernedert hem, slaat hem, schopt de hond zodat die wegloopt. Op al die donkere plaatjes staat buurvrouw Marieke als lichtpunt, baken van troost. Dan raakt vader ook zijn baan en huis kwijt en verhuist hij met Boelo naar het moeras. Het lichtpunt is dan verdwenen. Een paar jaar later sterft vader. Boelo, 15 jaar, blijft alleen achter. 'Ho maar,' roept Kriegel met gebroken stem. 'De rest ken ik wel. Hoe ik trouwde op mijn twintigste, een dochter kreeg en op mijn dertigste weduwnaar werd.' 'Weet je ook nog dat je van verdriet ging drinken?' 'Ja, ja. Ho nou maar. Ik weet heel goed dat mijn dochter op haar 15e wegliep na een pak slaag. Ik weet ook van haar overlijden in de hongerwinter van 1817. Een kind verliezen is verschrikkelijk. Maar haar kind, Doeko, vader onbekend, heeft het goed, die woont bij mij.' 'Goed?’ vraagt Marieke, ‘10 jaar oud en elke dag werken in een smerige kroeg, is dat goed?' Kriegel wrijft in zijn ogen en mompelt beschaamd: 'hij heeft te eten …' Marieke pakt nieuwe tekeningen. 'Ik denk dat je deze ook moet zien.'

De tekeningen tonen een gezin, arm, maar warm. Ze wonen in een piepklein gezellig huisje. Vader, moeder en een broodmager kind met een vreemd gedraaid bovenlichaam. Zij ligt de hele dag op haar rug en lacht op de momenten dat ze geen pijn heeft. Vader en moeder zijn constant met het wichtje bezig. Behalve 's avonds, dan is vader weg en wordt moeder geholpen door een ander kind, dat als dank zo nu en dan een lieve aai over zijn hoofd krijgt. En dan is er die hond, die de deken rechttrekt als niemand oplet, die speelgoed van de grond opraapt en een enorme troost lijkt voor het kind. Kroegbaas Kriegel jankt inmiddels openlijk aan het tafeltje. Hij herkent de vader van het gezin direct, zijn knecht Jan, die vanavond naar de dokter zou met zijn doodzieke dochter. Maar het meest getroffen is hij door het andere kind, dat in vieze werkkleren het meisje avond aan avond verzorgt, dat zijn boterhammen deelt met het meisje en de hond: zijn kleinzoon Doeko! De kleinzoon die net als hij altijd met een zwerfhond speelde en het beest allerlei trucjes leerde, totdat de hond wegliep. Tenminste, dat dacht Kriegel ... Nu ziet hij het beest terug. De grote man laat zijn hoofd in zijn armen zakken en huilt onbedaarlijk van schaamte en verdriet. Als hij eindelijk weer opkijkt is Marieke verdwenen en geen van de klanten kan zich haar herinneren.

De volgende dag, 24 december, heeft Kriegel een drukke dag. Hij sluit het café en loopt stad en land af om kalkoen, koeken, wijn, kerstbomen en andere spullen te kopen. Ook nette kleren en schoenen in verschillende maten. Daarna zien we hem en zijn kleinzoon aankloppen bij knecht Jan, in zijn hand een leren buideltje met zilveren munten. Horen wij daar een uitnodiging voor een kerstmaal? Waarschijnlijk wel. Want als we een dag later door de ruitjes van café Het Verloren Hol gluren, zien we drie volwassenen en twee kinderen hun gezelligste kerst ooit vieren, in mooie nieuwe kleren, met heerlijke gerechten. Onder de tafel kluift een hond aan een groot bot. Er worden kerstliedjes gezongen en ze lachen veel.

In de dagen en jaren daarna verandert er veel. We zien de zorgelijke trek op het gezicht van Jan verdwijnen omdat zijn dochter opknapt door de goede ingrepen van de dokter. Het café gaat dicht en wordt afgebroken. Ook het landschap verandert. Een onbekende man doneert veel geld voor het droogmalen van het Langelands moeras. Men fluistert dat de Langelandster Molen van dat geld gebouwd is in 1829. En Boelo? Hij en kleinzoon Doeko beginnen met Jan een nieuwe Herberg aan de Stadsweg. Niemand noemt hem nog Aaid Kriegel en zeker niet Schattebout. Hoe hij wel heet weten we niet omdat hij zijn naam weer heeft veranderd. Dat snapt iedereen, maar alleen wij begrijpen hoe die bullebak Kriegel opeens kon veranderen in zo’n aardige en vrijgevige man.

En buurvrouw Marieke? Boelo zou ons kunnen vertellen dat zij al overleed toen hij twaalf was. Maar dat doet hij niet. Marieke is zijn geheim.

Rudy Noordenbos

Als je goed voor koeien zorgt krijg je veel terug

201912f

Paulien kent van de meeste koeien wel hun eigenschappen.
De knuffelkoe bijvoorbeeld laat zich gemakkelijk fotograferen.
Paulien heeft daar zelf overigens ook geen moeite mee. (foto Koos van de Belt)

 


‘Kijk die oortjes, hoe alert ze is. Als ik fluit komt ze naar me toe’. Met glimmende ogen vertelt Paulien over haar lievelingskoe Mieke, een levensecht knuffelbeest. Met deze 5-jarige melkkoe, een van de 85 roodbonte koeien die in de stal van melkveebedrijf Van Beesten aan de Thesingerweg rondlopen, heeft ze een buitengewone band. Voor zover dat kan met koeien, want het zijn bij uitstek gewoontedieren met autistische trekken, maar ze hebben elk wel hun eigen karakter.

Alle koeien zijn, net als het kleinvee, op de boerderij geboren en blijven hier zo lang mogelijk. Tijdens hun verblijf in de stal, waar volop frisse lucht beschikbaar is, worden de dieren gevoed met vers of ingekuild gras dat rechtstreeks van de omliggende weilanden komt. Melken gebeurt door een melkrobot, op het ritme van de koe. Sommige koeien komen om de acht uur langs om verlost te worden van hun volle uiers, andere ‘raddraaiers’ komen veel vaker. Want naast het melken worden er in de robot ook lekkere brokjes verstrekt. Alle verrichtingen en de productie worden per koe bijgehouden door een computer. Een mooi systeem, voor zowel mens als dier. Melkerstijd is niet meer gebonden aan vaste tijden, dus meer flexibiliteit en gezamenlijke gezinsmaaltijden.
Paulien is ook getogen op de boerderij en wist van jongs af aan dat ze met dieren wilde werken. Het boerenbedrijf zit in haar genen. Daarom volgde ze de opleiding Melkveehouderij aan de Hogeschool Dronten. Haar deskundigheid zet ze nu nog in als projectmanager bij Uniform-Agri, een internationaal in agri-software gespecialiseerd bedrijf in Assen. Bij het ontwikkelen van software is zij degene die het ‘boerenverstand’ inbrengt. Af en toe gaat ze ook op reis om te kijken hoe bijvoorbeeld in Vietnam de veehouderij efficiënter gemanaged kan worden.
In de overige tijd is ze in en om de familieboerderij te vinden. Haar toekomstplannen zijn nog niet duidelijk. Er zijn veel factoren die meespelen bij de beslissing over bedrijfsovername: wetgeving, financiën en de toekomstbestendigheid van het bedrijf. Vooralsnog geniet Paulien volop van de (Van) Beestenboel. Ze kan erg genieten van een volle stal met rustig herkauwende en goed in hun vel zittende roodbonte dames. En niet te vergeten van het buitengebeuren, bijvoorbeeld het gekwetter van de grutto’s in de weilanden, van wie de nesten, dankzij goed weidebeheer, jong leven voortbrengen.

Als je ergens goed voor zorgt, krijg je veel terug. Het bewijs is hun bijna vijftienjarige koe Geertje 107, die begin dit jaar de grens van 10.000 kg vet en eiwit overschreed, bijna 125.000 kg melk heeft gegeven en maar liefst twaalf gezonde kalfjes voortbracht. Super duurzaam! Het geeft Paulien en haar familie een ongelofelijk trots gevoel dat door passie, inzet en zorg een koe zo gezond oud mag worden. Dat kan niet zonder liefde voor dieren.

Roelie Karsijns-Schievink

‘Mazzel en Missy zijn mij erg dierbaar’

201912g

Betty met haar dierbare ezels Mazzel en Missy
(foto Patrizia Meijer)

 


‘Dierbaar’ is een grappig woord in deze context en het dekt precies de lading. In het woordenboek vind je bij dierbaar behalve ‘geliefd’ en ‘ergens op gesteld zijn’, ook ‘gevoelig’ en ‘teder’. En dat is wat onze ezels Mazzel en Missy in het bijzonder zijn: gevoelig en teder.
Bij dierbaar staat ook ‘zonder heftigheid’ en dat is echt van toepassing op het karakter van onze ezels; ze zijn rustig en bedachtzaam en niet gauw uit hun doen. De zachtheid betreft niet alleen hun karakter, maar ook hun uiterlijk: lange pluizige oren, grote wit omrande ogen, een zijdezachte neus en een sneeuwwitte buik, waarvan de beharing ook heel zacht is en uitnodigt om te kriebelen.
Ze zijn nieuwsgierig en ook eigenwijs, maar zeker niet dom! Integendeel, ze zijn juist erg slim. Ze zijn al een paar keer ontsnapt omdat ze met hun lippen de grendel konden verschuiven. Met diezelfde lippen draait Mazzel de kraan open, als ik vergeet die stevig dicht te draaien.
Zodra ze me horen beginnen ze te balken. Ze hebben allebei een heel eigen geluid, waaraan ik ze duidelijk kan herkennen.
Elk heeft een eigen karakter: Mazzel, van oorsprong een hengst, is de oudste van de twee en duidelijk de baas; als er wat te eten valt is hij het eerst aan de beurt. Missy is een nog jonge merrie, die haar plaats weet, maar zeker niet onderdanig is. Het is een mooi koppel zo met z’n tweeën.
Ik geniet van hun aanwezigheid, hun gedrag is mij vertrouwd. Ik geniet van het geluid dat ze maken als ze hooi eten. En ik geniet van de wandeling die ik met ze maak op weg naar hun weitje. Dan voel ik mij blij en trots als ik hén zie genieten!

Betty Visscher

Reints passie voor vogels

201912h

Reint en Peta hebben hun huis opgesierd met verschillende door Reint
gemaakte mooie foto’s. Zo ook deze prachtige compositie van een
- in dit geval opgezette - oehoe en een van hun kleinkinderen.
(foto Koos van de Belt)

 


Reint Jurjens en zijn vrouw Peta wonen aan de G.N. Schutterlaan in Thesinge. Als kind fotografeerde Reint al en het is nog steeds een grote hobby van hem. De laatste jaren legt hij zich toe op het fotograferen van vogels. Een foto van een sperwer werd zelfs uitgeroepen tot ‘foto van het jaar’.

Vogels: schitterend, prachtig en geweldig
Als je met Reint spreekt hoor je vaak de woorden ‘schitterend’, ‘prachtig’ en ‘geweldig’. Daaruit spreekt zijn enthousiasme voor vogels. Hij is lid van fotogroep Trefshot, een groep van amateur- en professionele fotografen. Hij fotografeerde door de jaren heen uiteenlopende onderwerpen en trok tijdens vakanties het liefst met zijn fototoestel de natuur in. Maar door een hartprobleem is hij beperkt geworden in zijn bewegingsvrijheid. Hij moet nu met de auto en elektrische fiets op de plek van bestemming kunnen komen.
Dit najaar trok hij met Peta naar het Duitse eiland Rügen. ‘Schitterend’, vertelt Reint. ‘We hadden ooit al kraanvogels gezien in Lapland. We waren diep onder de indruk en zeiden tegen elkaar dat we daar nog eens achteraan moesten.’ Duizenden kraanvogels die zich in Scandinavië verzamelen trekken in het najaar naar Rügen voor een tussenstop op weg naar het zuiden. Na de maïsoogst landen de kraanvogels daar om de achtergebleven maïskorrels op te eten. Daarna trekken ze weer verder. ‘Ze maken een takkeherrie, maar ze zijn prachtig.’ Reint en Peta trokken bijvoorbeeld ook naar het Deense Thy, een gebied van wedlands waar veel gemakkelijk te bereiken observatiepunten zijn en waar je enorm veel vogels kunt bekijken.

Een doel in het leven
In Nederland reizen ze af naar vogelgebieden in Zeeland, Twente of Texel. ‘Texel is in het voorjaar een vogelparadijs. Geweldig’. Wat dichter bij huis is Reint regelmatig te vinden bij het Foxholstermeer, het Dannemeer bij ’t Roegwold of tussen Peize en Eelde. ‘Schitterende gebieden’.
Hij heeft een fascinatie voor de verscheidenheid aan vogels. Er zijn meer soorten vogels dan hij ooit had gedacht. En als fotograaf wil hij die verscheidenheid graag vastleggen. Een vriend van hem is vogelaar en als hij er zelf niet uitkomt, weet die vaak wel om welke vogelsoort het gaat.
Ook observeert hij het gedrag van vogels graag. ‘Naast de vogeltrek is het broedseizoen helemaal geweldig. Al die nesten en hoe de jongen gevoed worden, de rituelen die ze hebben! Als je een beetje weet welke vogels waar zijn, kun je elke dag wel op pad. Het geeft je leven weer een doel’.
Reint is met zijn fascinatie voor vogels altijd in de natuur, iets waar hij zijn hele leven al van geniet.
Hij heeft ook een eigen website waar u een kijkje kunt nemen: reintjurjens.weebly.com

Irene Plaatsman