G&T2013

Maandelijks Nieuwsblad voor Garmerwolde, Thesinge en omstreken

46e jaargang - maart 2021


Langs het tuinpad van mijn (groot)ouders 

De vijfde generatie op Dorpsweg 73

202103a

Tineke en Arjelle Werkman (vierde en vijfde generatie) voor de boerderij
(foto Patrizia Meijer)

 

In de februarikrant hebben we een artikel geplaatst over de bomen die in het land bij de boerderij naast de kerk aan de Dorpsweg verschijnen. Wat was er aan de hand en wat ging er nu allemaal gebeuren? Het (e-mail)gesprek daarover met Arjelle Rutgers leverde het idee op ook eens te kijken naar de boerderij en haar bewoners. Vandaar dat ik een gesprek heb gehad met Arjelle en haar ouders, Jan en Tineke Werkman, de huidige bewoners van de boerderij.

Boerderij
De boerderij aan Dorpsweg 73 is een van de boerderijen die worden beschreven in het boek ‘Boerderijen gemeente Ten Boer en Overschild, 1595-2005’ van veearts P.W. Pastoor. De eerste meldingen dateren van midden achttiende eeuw. Er wordt gesproken over ‘een boerenplaats met beklemming van 50 grazen met een aandeel in de watermolen staande bij het Regthuis in Garmerwolde’.
In 1828 wordt vermeld dat deze boerderij, samen met Bovenrijge 69, verkocht werd aan ds. Petrus Mees en zijn vrouw Neeltje Dorhout. Sindsdien is de boerderij tot 1955 in handen van dezelfde familie (Mees – Dorhout – Van der Mark) gebleven. Zij verpachtten de boerderij en het bijbehorende land. De huidige boerderij is waarschijnlijk in 1893 gebouwd.

202103b

Klaas Koning en Kornelia Kraayema (foto's archief Tineke Werkman) 

 

Op deze boerderij zijn in 1916 Klaas Koning en zijn vrouw Kornelia Kraayema komen wonen, de overgrootouders van Tineke Werkman. Over de periode waarin zij de boerderij en het land pachtten is helaas niet zoveel te vertellen. Tineke herinnert zich nog een zeer oude opa (Klaas Koning overleed in 1954, 91 jaar oud) zittend in de voorkamer bij zijn zoon en schoondochter. Er zijn geen andere herinneringen meer. Van de periode daarna zijn er natuurlijk wel de verhalen.

 

 

 

 

 

Tjaard Koning en Albertje Dijkema

202103c

Tjaard, Jan, Kornelia, Albertje, Aaltje en Klaas Koning

Klaas Koning werd op de boerderij opgevolgd door zijn zoon Tjaard, die er samen met zijn vrouw Albertje Dijkema in 1936 ging wonen. Ook zij pachtten aanvankelijk de boerderij. Tjaard en Albertje hadden vier kinderen: Klaas, Aaltje, Jan en Kornelia, geboren tussen 1915 en 1922.
Zij hadden de beschikking over tien hectare land, waarop ze koeien hielden. Daarnaast was Tjaard machinist op de dorsmachine voor de boeren uit de omgeving. We stellen ons voor dat de machines gezamenlijk bezit waren en door iedereen “gebruikt” konden worden, inclusief machinist.
Tjaard en Albertje kochten de boerderij in 1955 van de familie Van der Mark, ‘de behuizing met erf en heem en het perceel naast de ree (oprit), ’t Hoogje genoemd’. De rest van het land werd gepacht van de familie Van der Mark.

 

 

 

Aaltje Koning en Jan Uitham

202103d

Bert, Aaltje, Cor, Tjaard, Jan en Tineke Uitham

Normaal gesproken zou de boerderij, toen ‘Veelust’ geheten, op het moment van stoppen van Tjaard overgaan naar een van beide zoons, via de mannelijke lijn. Dus op Klaas of Jan Koning. En zo werd gepland. Jongste zoon Jan zou de boerderij van vader en moeder overnemen, maar zijn geliefde bleek na vier jaar op de boerderij te hebben gewoond toch geen belangstelling te hebben voor het boerenleven. De plannen werden gewijzigd en de boerderij werd in 1960 overgenomen door de oudste dochter en haar man, die toen in Adorp boerden. Aaltje Koning en Jan Uitham gingen met hun kinderen Cor, Tineke, Tjaard en Bert op de boerderij wonen. Vader en moeder bouwden na hun pensioen in 1960 een huis aan de overkant van de Dorpsweg. Het huis staat er nog: nummer 70. Mantelzorg avant la lettre: Aaltje nam de zorg voor haar ouders op zich.
Jan en Aaltje hadden een bedrijf met ongeveer twintig koeien. Wat de huishouding betreft waren ze zelfvoorzienend. Een grote moestuin leverde groenten en fruit, dat werd geweckt en opgeslagen in de kelder. Ook leverde het eigen bedrijf melk op, maar er werd geen boter en kaas voor eigen gebruik geproduceerd, zoals Albertje nog wel deed in het karnhuis.

 

Tineke Uitham en Jan Werkman

202103e

Vier generaties vrouwen. Voor: Albertje Koning met Arjelle
op schoot.Achter: Aaltje UItham en Tineke Werkman
(foto archief Tineke Werkman)

Jan en Tineke Werkman woonden in die periode in Groningen in Vinkhuizen op een flat op de negende verdieping en ze zochten elk weekeinde vrijheid en ruimte in Garmerwolde. Allebei werkten ze in de stad in het onderwijs.
In 1975 werd gezamenlijk besloten dat ze in Garmerwolde op de bovenverdieping zouden gaan wonen. Daar moest stevig verbouwd worden wilden ze er een goede woonplek van maken.
Tineke’s broer Tjaard had – in de mannelijke lijn – de boerderij zullen overnemen, maar ook hij had, net als zijn oom, een vrouw die geen belangstelling had voor de boerderij. Zij wilde hem wel, maar zij wilde geen boer. Ook nu weer ging de belangstelling voor de boerderij via de vrouwelijke lijn.

In diezelfde periode ging het ook niet goed met Aaltjes ouders. Opa Tjaard werd ziek en werd verzorgd door zijn vrouw en dochter. Hij overleed in 1976. Toen oma Albertje daarna ook extra zorg nodig had werd die ook door Aaltje geleverd. Gemakkelijk als je aan de overkant woont. In de laatste periode van Albertjes leven zijn Aaltje en Jan eigenlijk bij haar in gaan wonen. Jan en Tineke konden toen gebruik maken van het gehele huis. Oma Albertje overleed in 1980.

Net in die periode kon Jan Werkman een baan in het onderwijs krijgen in Wieringerwerf. Daar werd een nieuwe school opgericht, waarbij het onderwijs zou worden gegeven volgens het Jenaplan. Jan en Tineke zagen die baan wel erg zitten. Een baan met een onderwijsmethodiek in ontwikkeling sprak hun erg aan. Tineke was liever in Garmerwolde blijven wonen, maar uiteindelijk werd toch voor de baan gekozen. De beslissing werd genomen en het gezin vertrok naar Wieringerwerf. Nog tijdens de verhuizing – de dozen werden ingepakt – is Tineke’s moeder Aaltje overleden, in de zomer van 1981. Dat maakte het vertrek natuurlijk extra moeilijk. Maar ze gingen wel.
Vader Jan Uitham keerde toen terug naar de boerderij; het huis aan de overkant werd verhuurd. Op de boerderij had hij naast wat vee als hobby een aantal paarden en hij gaf ook paardrijlessen aan kinderen uit het dorp. Hij genoot erg van de paarden, maar ook van de mensen die deze liefhebberij met hem deelden.
In 1985 werd Jan Uitham ziek. Het vee en de paarden moesten natuurlijk wel verzorgd worden. Door de week gebeurde dit door Tineke’s broers. In de weekenden kwam schoonzoon Jan hiervoor vanuit Wieringerwerf naar Garmerwolde. Dat werd toch wel zwaar en kort daarna werd besloten weer terug te keren. Jan en Tineke kwamen met hun drie kinderen Arjelle, Ewoud en Sanne weer naar Garmerwolde.
Zij namen de boerderij over en gingen er schapen houden. In eerste instantie 25, maar na enige tijd was er natuurlijk behoorlijk gezinsuitbreiding. Er waren uiteindelijk maximaal 145 schapen. Op zich konden ze daarvan bestaan, maar het was geen vetpot. Het vlees en de wol leverden wel geld op, maar Jan bleek geen handelaar.
De keuze voor het onderwijs was weer snel gemaakt. Jan en Tineke konden gezamenlijk aan het werk in Uithuizermeeden in een duobaan op dezelfde klas. Dat bleek voor hen een gouden greep. Tineke is daar gestopt toen de school moest inkrimpen en kreeg een baan in Ten Post. In 2008 verliet ze het onderwijs en werd kinderoppas, toen haar oudste kleinkind Jarne (van Arjelle en Harke) geboren werd. Het onderwijs was erg inspirerend, maar er waren ook andere leuke dingen in het leven. Jan heeft lesgegeven tot aan zijn pensioen.

Arjelle Werkman en Harke Rutgers
De landeigenaren Van der Mark hadden nog familie in Groningen en waren ook benieuwd hoe het met hun land ging, dus kwamen ze regelmatig vanuit het westen van het land naar Groningen. De beide families hadden al die jaren een goede relatie onderhouden. Tekenend voor die relatie was ook een briefje uit oorlogstijd van mevrouw Van der Mark dat bewaard is gebleven. Daarin bedankte ze voor de meegekregen appels.

Zo rond de tijd dat de boerderij honderd jaar door de familie Koning-Uitham-Werkman werd bewoond, overleed de eigenaresse van het land. De erfgenamen Van der Mark, drie zoons, wilden het land rond de boerderij graag te gelde maken.
Dat leidde ertoe dat de eventuele aankoop van het land op tafel kwam bij de familie Werkman.
Jan en Tineke hadden als pachters natuurlijk ‘recht op eerste koop’, maar achtten zichzelf te veel op leeftijd om het land te kopen. Toen ze hierover nadachten rees de vraag of de grond ook gekocht zou kunnen worden door hun dochter en schoonzoon, Arjelle en Harke.

Harke heeft wél altijd belangstelling gehad voor het boerenbedrijf. Hij heeft het boeren geleerd in de praktijk van zijn vader en ook ervaring opgedaan in het buitenland, in Amerika en Oost-Duitsland. Daarna heeft hij nog een eigen boerderij gehad in Denemarken.
Hoewel ze in Nederland dicht bij elkaar zijn opgegroeid, hebben Arjelle en Harke elkaar leren kennen op de boerderij in Denemarken.
Harke is nu zzp’er en doet bodemonderzoek. Maar hij heeft zijn belangstelling voor het boeren niet verloren! Nu gaan Arjelle en Harke - ook weer via de vrouwelijke lijn - als vijfde generatie hier verder. Zij blijven werken zoals ze dat nu ook doen. Hij als bodemonderzoeker, zij als kwaliteitsverpleegkundige in een verpleeghuis in Appingedam en Delfzijl. Daarnaast zijn ze “hobbyboer” in Garmerwolde. Op termijn zullen ze met hun drie kinderen in Garmerwolde komen wonen, maar vooreerst blijven ze in Sint Annen.

Het eerste gebruik van de grond is intussen door het dorp gesignaleerd. Op het voorste stuk zijn vruchtbomen en -struiken geplant. Wat er met de rest van het land gaat gebeuren, staat nog volledig open. Wie weet komen er schapen of andere dieren te lopen. Dat is iets wat nog in de toekomst verborgen ligt.

Marian Baarda